Ineke's Rubriek
Verhalen van April 2005 tot Januari 2010

Blog Ineke Bosman
http://inekebosman.blogspot.com/

Gifty’s Trouwdag
(29-1-2010) door Ineke

We moesten er Zaterdagochtend allemaal op tijd zijn, om negen uur s’ochtends en echt geen minuut later. Want haar dominee had Gifty dat nog eens op het hart gedrukt, op tijd beginnen zodat ze ook op tijd konden eindigen. Na het huwelijk zou er nog een begrafenisdienst volgen. En ook geen flauwekul met toeters en feestgezang, geen ‘do-no’ en geen ‘ayefro’ geroep in zijn kerk, want de ‘Deeper Life’ gemeente doet daar niet aan. En Afrikaanse tijd, nee, echt niet. Dus precies om negen uur staan het gehuurde busje en mijn gele autootje naast het kerkje geparkeerd. De twee autos samen nemen mischien nog meer plek in dan het houten kerkgebouwtje zelf, dat niet groter is dan een schuurtje en daar ook in alle andere opzichten op lijkt.

Maar het is feestelijk versierd met veel kunstbloemen en een boog van blauwe en paarse zijde waar Gifty en Stephen even later onder zulllen plaatsnemen. Geen drums maar een electisch orgel. En veel mannen in zwarte pakken, waaronder de dominee zelf. Een zangkoor in zwart witte kledij wordt haastig op en neer geschoven van voren naar achteren naar voren in de kerk. Zeker nadat onze hele PCC familie heeft plaatsgenomen is er namelijk wat weining bankruimte over, maar natuurlijk lossen zulke problemen zich vanzelf weer op. Oh wat zijn we allemaal benieuwd naar de bruid maar vooreerst worden laatste aanwijzingen gegeven tussen de plechtige gezangen en groepsgebeden door. En dan wordt het stil… Gefluister en omkijken. Ja! Daar komt de echtgenoot in zijn donkere pak binnen en neemt plaats. Gezicht in de plooi en ogen op oneindig. Even later volgt Gifty, aan de hand van haar vader. Oooooh!!!! Ooooohhhh!! Gifty raakt de grond bijna niet en je kan haast haar hart voelen bonzen terwijl haar gezicht niets van enige emotie verraad. Ze zweeft de kerk binnen en wordt naar de stoel naast Stephen geleid. Onder de ereboog. Oooohhh. Ooooh.. Ayefroh! Maar nee, t mag niet van de dominee, dat ordinaire geroep. Stilte graag, dit is een huwelijksplechtigheid en in ‘Deeper life’ houden we het graag plechtig. Het feestelijk geroep verstomd weer, al is het met moeite. Veel ex- caregivers zijn hier speciaal voor gekomen, zoals James en Kwaku en Angela, en hoe houdt je je in als je je lieve college zo mooi naar het altaar ziet schijden? Oh wat is ze mooi en wat lijkt ze ver weg! Met haar gezicht even onbewegelijk als dat van haar man daarnet. Kun je niet even mijn blik vangen, lieve Gifty, iemand’s blik vangen uit de zaal? Okay dan! Zo hoort het ook, gevoel in bedwang, een beheerste grandiose oer-Afrikaanse vrouw. Toch heb ik ook een foto van je waar je even je masker laat zakken en je lieve verlegen lachje laat zien! Gelukkig!

Gifty is gekleed in cremekleurige taft, eenvoudig en zedig. Witte schoenen en een witte haardoek. Geen sluier, geen ‘gordijn’ zoals Gifty het van te voren uitdrukte, met echte afkeer in haar stem voor zoiets werelds als een sluier! Geen poeier ook en gewoon gevlochten haar. De vrouw van de dominee heeft haar kleding verzorgd en is zo een kleine bijverdienste rijker. Zoals Ghanese vrouwen dat vaker doen, een baantje hier, een handeltje daar, een schnabbel hier en de hand in iets daar, en nog een roestige watertank achter het huis waarop gekalt staat ‘te huur, bel me op 024etcetera’ voor het schoolgeld van de jongste van het gezin. Ze zitten, het orgelspel verstomt. Er wordt gebeden, de hele gemeente doet mee, we bidden voor reinheid en perfecte huwelijks-liefde en tegen de verleidingen van de duivel. Nog meer gezang en dan begint de preek.

De preek gaat voornamelijk over allerlei zaken die in de Deeper Life gemeente absoluut niet zijn toegestaan, absoluut niet. Nu blijkt dat niet alleen te laat komen, zingen, sluiers en feestgeroep uit den boze zijn, maar dat geheel de wereld uit de boze is. Ik kom zelf uit een katholieke traditie en ken dit soort kerk alleen van horen zeggen. Maar heb wel vrienden die door hun zwartekousen-kerk, want dat is het, getraumatiseerd zijn. Gifty het is jouw kerk. Mag ze je vrede, geluk en veiligheid geven. En verlies je knipoog niet! Na de preek wordt het huwelijk ingezegend.

En oh dominee, hoe moet je dit geroep nu onderdrukken, nu de kerk uitbarst van vreugde? Omdat Gifty zo mondig het jawoord geeft?! Oh zag ik toch ook even een vleugje van een glimlach op het gezicht van de dominee? Dat geeft de bruiloftgangers dan weer moed! Het moment supreme is over, de kerk ontspant, het echtelijk paar is nog steeds in de plooi en blijft dat ook, maar ze zijn tevreden dat kan je toch zien!

Later wordt er nog eens gezongen en gebeden, en toch nog opeens is het over. Gifty en Stephen, omgeven door het kerkkoor, lopen plechtig maar toch ietwat swingend de kerk uit, en wij worden ook door de scheefhangende deutjes naar buiten geloodst. Bij het verlaten van de kerk krijgt iedereen een plastic zakje met een ijsje en een pakje koekjes erin. Bob moet even weg en als we een kwartiertje later terugkomen is de receptie over. Maar gelukkig, Gifty en Stephen zijn er nog. Aha, nu breekt ook het lachen door! Dank je Gifty en veel geluk, lief kind en mooie sterke Afrikaanse vrouw! Wat zullen we je missen en wat zullen vooral ook Alice, Cynthia en Dede je missen. Maar je komt naast de PCC te wonen dus we zien gelukkig nog heel veel van je!!! Congratulations, Steve en Gifty, Do-no, ayefro, do-no, do-no! No, we don’t know, but we trust your future will be good!

Nu hebben we toch gedaan wat je dominee nog zo streng verboden had, ‘dontknow’ geroepen en je allemaal omhelsd en gekust en gelachen en gedansd! Even toen hij net niet keek! Je man heeft trouwens een lieve uitstraling, goed gekozen! Ook al heeft ‘de man’ natuurlijk jou gekozen en niet andersom, en ben je maar een ribje uit zijn zijde, en heb je nu je hoofd verloren omdat hij het nieuwe hoofd van jullie is. We shall see…

 

Handing over, handed over, go!

1-1-2010

Dit is mijn laatste rubriek.
Moet het diepte hebben? Denk van wel.
Ontroeren? Hoe kan het anders.
Lang zijn? Nee.
Opgelucht? Ja en nee.
Verdrietig? Zeker weten.
Gelukkig? Heel zeker weten.
Dankbaar? Absoluut.

De overhandiging-ceremonie op de 29ste duurde zo’n twee tot drie uur. Ze waren de belangrijkste uren in mijn leven sinds Schiphol Mei 1973, op weg naar mijn eerste vlucht naar Ghana. Toen ik zo dapper mogelijk op mijn eentje naar de immigratie liep, met twee twintig kilo wegende tassen vol medische boeken over mijn schouders geslingerd. Niet eens een vrije hand om nog naar mijn ouders te zwaaien, alleen maar mijn hoofd in de nek gooien, een soort laatste danspasje maken en hopen dat ze de tranen in mijn ogen niet zagen, want ook daar was geen vrije hand voor om die weg te vegen. Toen was het weggaan, deze keer is het thuiskomen. (Wat dat dan ook precies betekent want ik ben nooit echt weg geweest en natuurlijk al die tijd thuis geweest…vanuit een ander gezichtsveld) Maar intussen zijn mijn dromen in vervulling gegaan, zo gezegend ben ik nu. Oh en onvermijdelijk komen de nieuwe dromen alweer op… In de afzondering van de vrouw die altijd maar aan het roer stond was ik meer en meer gaan twijfelen of men nog wel van me hield. En de laatste twintig jaar of zo werd die angst, die centrale wond, toch wel groter en de eenzaamheid nijpender. (Oh, natuurlijk heb ik het nu niet over Bob’s liefde! Bob en ik hebben elkaar lief met een te gekke, hartstochtelijke, temperamentvolle en vooral trouwe liefde. Het vreemde mooie stel!) Ik bedoel de mensen met wie ik hier in Nkoranza werk. De verzorgers, de bestuursleden, de medestichters van onze gemeenschap. Maar ook de verpleging and collega artsen in het ziekenhuis bijvoorbeeld. Maar goed. Na dit afscheidsfeest ben ik er weer helemaal van overtuigd dat het antwoord een ondubbelzinnig ‘Ja’ is. Overal liefde. Overrompelende liefde. Baffo overspoelde me met liefde als warme geurige olie. Osei dansde liefde met zijn ogen en zijn woorden. Ema zeilde boven zijn eigen verlegenheid uit in zijn superbe liefde en de liefde van de caregivers kon je aanraken toen ze hun vriendschapsliedje zongen. Dank je, jongens, dat was het dat ik nodig had. Is het niet wonderbaarlijk dat ik nu al vijfenzestig ben en nog steeds zo onzeker in deze dingen?! De dankbaarheid en liefde voor Bob en mij ging gepaard met uitdrukkingen van hoop en vertrouwen in het toekomstig leiderschap van Ab en zijn lieve vrouw Jeanette. Ik heb aan Ab de symbolen van intellect, hart en daadkracht overhandigd, zowel als de geest van onze gemeenschap, in de vorm van achtereenvolgens de officiele documenten, een fotoboek van de kinderen en een gouden sleutel. De geest van PCC werd overgedragen met mijn twee handen die een bol van kostbaar ‘niets’ droegen. Dit alles ontving Ab vol gratie en daarna sprak hij zijn aanvaardings-rede uit. We waren alelmaal ontroerd, iedereen was ontroerd. En verder… Ab, je hebt een kostbare gift ontvangen, ga er met de uiterste omzichtigheid mee om! Maar daar heben we veel vertrouwen in. Ik wil mijn droom van vannacht, nieuwjaarsnacht, nog vertellen voor ik zo uit de ether ga. Ik droomde dat PaaYaw, gekleed in een felrood teeshirt en met een verwonderde lach op zijn gezicht, uit zijn rolstoel oprees en, eerst nog aarzelend, het ene been na het andere, stappen maakte in een warm wit licht dat rondom hem scheen, voor hem alleen. Hij kon lopen. Hij liep langzaam maar zeker stap voor stap dat licht in. Veel dank en het allerbeste aan iedereen die dit leest. Gegroet en wie weet zien we elkaar weer, dat hoop ik wel. Gelukkig 2010. Ineke.

‘De herdertjes lagen bij nachte,

28-12-09

Ze hadden hun schaapjes geteld…’ Het kerstspel is weer verleden tijd. Als altijd was het het onbetwiste hoogtepunt van het kerstprogramma. Nou ja, dit jaar wordt de overhandigings plechtigheid morgen, ook een hoogtepunt maar van een wat andere orde. In het kerstspel hebben alle kinderen een rol te vervullen, en een van de populairste is dat van het schaap. Dus kijk vandaag eens naar onze prachtige schaapjes! Dat de kinderen groter worden kun ja zien aan de plaats waar de gouden schaapsoren zijn aangehecht, vergeleken met drie of vier jaar geleden toen we die ‘schaap-doeken met gouden oren’ aan elkaar naaiden. ‘Oren op hoog water’ zeg maar. Hier komen ze, de schaapjes-show: Sheep Mr. Personality Ahmed

Most reverend Sheep Shalomina

Sheep Cynthia the faithful one

Sheep Kwaku the Prayerful one

Sheep Joshua the contented one

Little sheep Steve who’s full of fun and mischief

Modern sheep Evans who experiments with interacting theatre forms with the audience

And lastly…..a sheep of a different order. The real one! The ‘Eat-Sheep’. The romantic un-romantic sheep that has been bought by a benefactor and is tied up on a rope near the kitchen, to be slaughtered for the New Years meal. You poor thing that is even spoken softly to and caressed by some visitors who do not know that you are on death row! To you, real ‘meat eat sheep’, apologies for your anxiety and gratitude for the delicious meat which you will provide to our children. Beh, beh, Beh, beh Beah…! Beeeaah!!!

Vallen

16-12-09

Na een jaar van voorspellingen is het vandaag dan gebeurd. Onverwacht viel ik in het zwarte gat dat mijn kennissen al sinds vorig jaar ‘dat zei ik je toch’-den. Heerlijk was het, het vieren van de vrijheid die aan het komen was. Een flatje in Holland aan zee vinden. Tijd vinden om van de jarenlange burnout te bekomen. Het handover process. Heerlijk was het de laatste weken ook. Nog eens diep de sfeer hier indrinken, aan tafel van de kinderen genieten, met ze praten, lopen en zwemmen, knuffelen en kussen. Levend zijn! Een bijzondere 65ste verjaardag, allemaal verrasingen verzorgd door Bob, behalve de datum dan…



Nog weer eens een huldiging van ‘Dr. Bosman’ op de Zaterdag erna, bij gelegenheid van het 50 jarig bestaan van de provincie Brong Ahafo. A

Dan een goed twee-daag’s seminar over Jodendom, voor de katholieke seminaristen in Sunyani verzorgd door Bob, waarvan ik hem gisteren weer ophaalde. En toen hoepla, de val. Van een knusse rit terug uit Sunyani gisterenmiddag naar een nacht van boze dromen vanancht. En vandaag nog dieper dalen in die plotselinge kloof van angst. ‘Baffo ik ben bang’. ‘Waarom Maame? Nee hoor, niet bang zijn!’ ‘Ja. Mijn hart bonst in mijn keel.’ ‘Waarom dan?’ ‘Vanaf Maandag, waar zitten we dan bijvoorbeeld aan tafel? Waar? Met welke kinderen? Of zonder kinderen dan? ‘ ‘Nee Maame, niet doen. We komen allemaal met je eten, elke keer dat jullie eten.Okay?’ Hij is zo life, die Baffo, en zo grappig, dat ik stop met vallen om hem verbaasd aan te kijken. En we laten Papa liedjes voor je zingen. Je mag nu rusten!’

Hij heeft gelijk maar nog hang ik een beetje zwevend in dat donkere gat, met angst in mijn maag. Het hoort erbij, het is voorspeld en het zal niet lang duren, dat beloof ik mezelf, want de Kerst komt eraan. En Ballon is zijn gouden vleugels al aan het oppoetsen voor de blijde boodschap!

Kleine Kinderen worden Groot

6-12-09

Toen hij naar Nkoranza kwam was Piedu een joch van rond de 7. En zie hem nu eens aan, zoals hij vanochtend voor dag en douw rondloopt met een kruiwagen vol tuinafval, voor de vuilverbranding. Laarzen, een tuinbroek, een oud teeshirt, lekker bezig. En een uur later wandelt hij tijdens het dagelijkse loopje voor het ontbijt, gewassen en in zondagse kleren, hand in hand met Marielle.

Een lange slungel, na Dela de langste van de club. Wat is die Piedu een prettig mens aan het worden. Vol energie, vol pret, ja ook vol kleine persterijen naar zijn vriendjes toe, maar wie had kunnen denken dat er zoiets moois zou groeien uit dat spartelende schreeuwende knulletje van acht jaar geleden. Ook lekker sociaal. Hij duwt Paa Yaw en anderen rolstoel-gangers naar school, naar de eetzaal of waar ze dan ook naartoe willen gaan. Als er een spelletje wordt gespeeld, zorgt Piedu ervoor dat iedereen aan de beurt komt. Nu vormt hij een grappige combinatie van nieuw geleerd bravoure gedrag en oude angst. Hij is panisch van alles wat nieuw voor hem is. Vanmorgen wilde ik hem mee in huis nemen en de vier nieuw puppies laten zien maar nee hoor. De deur kwam hij nog wel door en het afstapje naar het eetgedeelte kon hij met angstig vertrokken gezicht ook nog wel nemen, maar de hoek om en de keuken in waar Angel ligt met haar vier gloednieuwe jonkies, nee dat was teveel gevraagd. Hoewel Angel zo’n ouwe lobbes van een labrador is dat je de pasgeboren puppies zo van haar mag aanraken, zonder dat zij zelfs gromt of blaft. Maar het is net even teveel voor Piedu. Hij rent weg naar buiten en opgelucht lacht hij dan weer. Dat ik angstig was heb je toch zeker niet gezien? Kijk eens hoe baldagig ik ben? Toen hij van het weeshuis in Accra naar onze gemenschap kwam, in 2001, was hij ‘angst incorprorated’. Hij zat bij mij op schoot in de auto, met zijn gezicht in mijn boezem begraven en met armen en benen om me heen geklemd met de kracht van pure paniek. Tijdens die zeven uur durende reis nam hij niet een keer zijn gezicht uit mijn teeshirt. En toen hij eenmaal aangekomen toch uit de auto moest stappen, zag hij als eerste een kip en zette het weer zo op een brullen dat hij in het dichtsbijzijnde huisje werd ingekwartiert om van de eerste schik te bekomen. Hij schreeuwde de hele nacht lang en het duurde een week voor hij zijn hoofd uit het raam durfde te steken. Na een maand wilde hij wel in de buurt van de andere kinderen eten en het duurde nog langer voor hij naar school kon. Bij het zwembad wilde hij het eerste jaar al helemaal niet komen. En kijk nu eens naar hem! Vol zelfvertrouwen en sociaal. Een zwem- en voetbalheld. En o zo menselijk, o zo herkenbaar! Kofi Asare kwam in 1997 als een van de eersten bij ons. Toen een puber van rond de 18. Nu moet hij begin dertig zijn maar als je vraagt ‘ben jij een man of een jongen?’ dan zegt hij heel beslist ‘een jongen’, dus daar houden we het even bij. Kofi woont zelfstandig tot en met het doen van zijn eigen was. En hij is heel sociaal. Hij heeft de bijnaam “de Music Master” en bespeelt de drums met passie en talent zonder ooit les te hebben gehad. Hoort hij een melodie dan speelt hij die zo op zijn orgel na.

In de begin-jaren was Kofi Asare de enige inwoner van onze gemeenschap die ook zorggever was, hij zorgde voor de autistische Boadu. Daarnaast was Kofi enige tijd de telefonist, maar aangezien iedereen nu beschikt over een mobiele telefoon heeft hij zich bij de studenten in de beschutte werkplaats gevoegd en produceert fraaie halskettingen en armbanden. Hij woont nu samen Charles, een student op de werkplaats. Boadu had meer zorg nodig en is bij hem weg maar we vergeten nooit hoe lief hij was voor dat kleine stille jongetje. Tijdens feestjes staat Kofi Asare in het middelpunt van de belangstelling. Hij transformeert dan in “Koko de Clown” , met zijn gekleurde pruik, witte schmink, kussen op zijn billen en veel te grote schoenen, een groot entertainer die iedereen op de dansvloer krijgt. Maar Kofi zelf, hoe krijgt hij zichzelf, overdrachtelijk gezien, weer aan het dansen? Kofi heeft last van een snufje midlife crisis. Soms ziet hij het niet meer zitten. Niet dat hij klaagt, absoluut niet. Nee hij wil dingen een beetje te goed doen, hij wil gevraagd worden, gezien worden, hij verveelt zich mischien, constant zoekt hij een stukje erkenning. En omdat hij ‘jongen’ genoemd wil worden, en niet ‘man’ denken we maar dat we hem als een schooljongen nog eens even goed moeten laten schitteren. Trots op hem zijn. “Maame, hebben jullie me naar Nkoranza gehaald omdat ik zo goed drum kon spelen?” “Nee jo. Dat merkten we pas toen je hier was! Fantastisch die eerste keer dat je speelde, je ging er helemaal in op en zweette alsof je erbij neer zou vallen. Toen pas hebben we pas begrepen wat een talent je bent!” “Maame, doe je vandaag oefeningen met me in de pool? Hoe laat dan?” “Ja vandaag, absoluut, jij en ik, 3 uur.” “Maar om 3 uur moet ik drummen, ze kunnen niet zonder mij!” Oh, natuurlijk niet zonder jou. Twee uur, okay?!” “Ik kom jullie morgen opzoeken in je nieuwe huis maar ik kan morgen niet dus kom ik overmorgen. Ik moet twee kinderen wassen, de was doen, ik moet altijd zoveel, mijn rug doet pijn!” Dit is echt voor het eerst dat hij klaagt over rugklachten. Hij is zeer misvormd en kan soms door zijn knieen gaan van de pijn maar altijd lachend.... zonder een kik te geven. “Jo wat fijn, weet ik. Jij wast PaaYaw en Kojo Patrick. Kom ons zaterdag dan opzoeken in ons nieuwe huis!” “Zaterdag moet ik de was doen maar ik wil wel komen want jullie willen dat van me, toch?” “Ja jo maar geen haast. Kom dan een andere keer.” “Maar jullie willen toch dat ik kom?” Zo zit Kofi zichzelf de laatste tijd een beetje te kwellen. Wisten we maar beter hoe een midlife crisis te helpen oplossen bij een man, jongen, zoals hij. Als er een een beetje geluk verdient dan is hij het wel.

De Laatste Vergadering.

29-11-09

Het onderonsje heeft plaats om twee uur smiddags. Onder de boom voor ons nieuwe huis worden 24 plastic stoelen in een kring gezet en nog is genoeg schaduw voor iedereen, zo dicht is het gebladerte van de nieuwe boom geworden. Die boom liet tien jaar geleden spontaan zijn gezicht zien in de vorm van een klein maar tanig stammetje dat zich precies op de juiste plaats bevond om niet of gewied of omgehakt te worden, pal naast de ingang van het ‘Theodoor Bosman Social Centre’, de grote rotsparty. Het is nu ongeveer de grootste boom van het terrein is geworden. Wat voor boomsoort is dit? ‘Nyame-Dua. Wat God-Boom betekent’. Waarom die naam? ‘Mag niet in gehakt worden.’ (Oh daarom is hij nooit gekapt.) Waarom? ‘Omdat alles aan die boom medicinale werking heeft. De bast tegen mazelen, de bladeren tegen gele koorts, noem maar op, geneeskrachtig op zeker wel twintig manieren.’ We zitten in een kring rond de Godsboom op het Theodoor Bosman Sociaal Centrum. Wijlen mijn vader had Bob en mij als huwelijkskado 5000 gulden gegeven, en voor dat geld was de rotspartij van wild gras ontdaan en van een vloer en zomerhut voorzien. Daar zijn we in 1997 getrouwd. En aan dat centrum wonen we nu sinds vier weken zelf.

We zitten en praten wat en de verzorgers grappen met elkaar tot Ema het woord neemt. Maame wil jullie spreken. Oh goed het word tijd want dat is lang geleden! Ik voel me zo gelukkig, zo onderdeel van de aarde en de lucht en de boom en die kring met lieve mensen. ‘Niks bizonders, ik wil jullie bedanken’. Oh? Bedanken omdat jullie zo bizonder zijn, zo bizonder goed zijn, zo vrolijk en speels, zo vol geest en moed en tja wat niet allemaal, ik heb nog nooit zoiets gezien, nergens zo lang mensen zo goed zien functioneren als jullie hier. Met onze kinderen. Petje af.

Echtwaar. Echt helemaal de pet af, ik kan niet eens uitdrukken hoe dankbaar en trots ik op jullie ben. En zomaar, jullie schudden het zo maar uit de mouw. Of zit er een sociaal werker onder jullie? Een psycholoog? Een verpleegster soms, of een arts, ergens? Een pastoor of evangelist soms? Een anthropoloog dan?

Nee. Gewoon hier binnen komen lopen en zomaar gelijk meedoen. Altijd met kinderen, kinderen die op de raarste momenten plassen en snotteren en hoofdluis oplopen en kinderen huilen en weglopen, of juist heel stilletjes zitten...veel te stil. Jullie doen het toch maar! Altijd blij, altijd gezellig, altijd elkaar helpen, altijd ook de kinderen leren elkaar te helpen. Wat zou Jesus en zijn 12 vrienden zeggen als ze hier langs zouden lopen en jullie zien? Ja precies, hij zou er even bij komen zitten en ‘wow’zeggen, toch?! Zo hebben we een goed uur onder de Godboom gezeten, zaterdagmiddag. Vanmorgen deed ik weer aan onze ochtendwandeling mee en de een na de ander kwam naar me toe en zei: Maame, dank U voor de vergadering. Het feestje. De woorden van aanmoediging. Dat was fijn, dat heeft ons blij gemaakt. Zit ik me al tijden te ergeren dat mensen geen dank-je-wel meer zeggen en altijd maar geld willen ... en krijg ik opeens genoeg ‘dank-je-wel’s’ op mijn dak voor de rest van mijn leven! Voor een paar woorden die gemeend waren en ook nogal onhandig uitdrukten hoe goed onze mensen het eigenlijk wel niet doen. De waarheid, zonder opsmuk! Zo was dat waarschijnlijk de laatste vergadering voor de ‘Van Galens’ komen en ik het stokje overdraag. Ik heb daar met hen ook mijn opluchting en dankbaarheid over uitgesproken. En ook gezegd dat ik meen dat onze mensen zich nu de stijl geest en waarden van de gemeenschap zo hebben eigengemaakt dat ze het ook zonder mijn opvolging verder zouden kunnen klaren. Nou dat was mischien wat overdreven! En wat fijn dat die opvolging komt! Maar trots en dankbaar voor wat onze mensen hier doen, nou en of. Ongelooflijk dankbaar. Apetrots!

De mysterieuzen

22-11-09

Vorige week heb ik me laten verleiden door de stille, wat onhandige, schoonheid van Cynthia. Sindsdien loop ik elke vroege ochtend een paar rondjes hand in hand met haar. Heerlijk vindt ik dat heel kleine zachte handje in de mijne. Zouden de handen van autistische mensen over het algemeen een paar maten kleiner uitvallen en altijd zo zacht blijven alsof ze alleen maar voor de sier zijn? Sochtends als ik geen dienst heb ga ik Cynthia ook altijd even tijdens haar programma opzoeken, al was het alleen maar om een of twee kralen over haar naald te helpen trekken omdat ze dat wel prettig vindt. In de Nana Yaw Paradise Hall kom ik Koo Ema, Ema Ema, oftewel Ema clapman, nooit tegen. Ema gaat naar de Speciale school in de ochtenduren en is daar redelijk tevreden mee, althans vertoont geen geagiteerd gedrag of woede aanvallen.

Koo Ema is een van de eerste kinderen op PCC, hij was erbij toen Bob en ik in Nkoranza trouwden en deed zelfs kunstjes, koprollen onder andere, met Yaw Wiredu en Martin die toen caregiver was.

Ema Ema (Ema clapman) was in 1991 geboren en moet nu dus zo’n 18 jaar zijn. Op 2 Mei 1997, een maand voor ons trouwen, werd hij naar onze gemeenschap overgeplaatst. Hij kwam vanuit Osu Children Home, het grote kindertehuis in Accra. Ema was in een ziekenhuis achtergelaten toen een psychotische thuisloze vrouw daar van hem beviel. De volgende dag lag de baby er nog maar was de moeder weg. Ema is al zolang ik hem ken diep autistisch. Hij laat een reeks van dwangmatige stereotypische gedragingen zien, waarvan ritmisch in zijn handen klappen de meest duidelijke is. (Vandaar de naam ‘klap-man’) Aangezien hij autistisch is, duurde het een hele tijd voor Ema aan zijn nieuwe omgeving gewend was. Hij was bang van kinderen. Niemand mocht hem aanraken. Als dat toch gebeurde sloeg hij wel of rende angstig weg. Nu is hij gewend maar is nog steeds erg op zichzelf. Zo nu en dan staat hij toe dat je hem begroet en zijn hand schud en soms steekt hij zelfs zijn hand uit en wacht tot je hem pakt en dan geeft hij zijn dankbare bijna-glimlach. Hij houdt van aandacht zolang die zacht en liefdevol is. Als iemand hem onverwachts vastpakt wordt hij boos, maar steeds vaker toont Ema zijn verlegen kleine glimlach. Hij praat niet, maar luistert goed en begrijpt veel. Hij houdt van muziek en hij kan ieder deuntje dat hij hoort herhalen. Ook houdt hij ervan rond te lopen met een radio tegen zijn oor gedrukt. Ema houdt van wandelen, het liefst zou hij heel vaak heen en terug naar het dorp lopen, wel aan de hand van zijn broer Ntiamoah en een caregiver of vrijwilliger. S’ochtends zie ik hem vaak lopen met zijn caregiver en zijn broertje die nog autistischer is dan Ema zelf. Xze vinden eht fijn zo samen t elopen, ze zien er vredig en doortastelijk uit zo met zijn drien. Daarna gaat Ema naar school en zie ik hem eigenlijk niet meer tot hij terug is, eet, en smiddags gaat wandelen met de vrijwilligers. Maar zelf zie ik hem in de poel, als ik daar tenminstee in de buurt ben. Hij zit daar, met zijn rug tegen de ronde wand van de poel, altijd vlak naast de nieuw stenen bank die daar gebouwd is. Als je op het randje van de poel net naast die bank zit en niet nog half ervoor, kunnen er geen onverwachtte dingen gebeuren, althans niet van achter je, want...er zit niemand achter je! Gloeie plek met rugdekking. Maar als hij zich zo veilig voelt op die manier kan hij best wel open zijn, iets van een glimlach tonen in dat mooie karaktervolle gezicht van hem. Hij zit in het water, kijkt naar een punt, maar soms ook even om zich heen, en krult zijn lip als hij iemand ziet die naar hem kijkt. Ik ben dat vaak. Ik vindt het heerlijk om ietsje van hem af te zitten en dan naar hem te kijken, of naar een punt voor me tussen ons in waar hij ook naar kijkt. Ema, fluister ik dan, en hij kijkt me aan en toont een heuze lach. Grijns is het meer, maar toch! Als ik dan mijn hand uitsteek en zeg: hallo Ema dan wordt zonder verder gedoe mijn hand geschud. .Het is iets prettigs voor hem, iets goeds, iets dat hem niet angstig maakt. We kunnen dat best een paar keer herhalen tot hij of ik de aandacht verliest en dan vervaagd ons spelenderwijs contact.

Met kerstmis doen we wel lijn dansen en omdat Ema zo goed danst mag hij dan wel eens de voorste lijndanser zijn, degene die de polonaise opent. Hij is dan echt blij, straalt, danst sierlijk met zijn hoofd schuin op zijn nek en weet dat hij de leider is! Wonderful! Mysterieze mensen hebben we genoeg. Ze vormen een klasse apart en zijn mensen van klasse.

Cynthia

11-11-09

Bijna elke ochtend om zeven uur, as we gaan wandelen, kom ik Cynthia tegen. Soms zit ze bij haar ‘moeder Gifty’ en bekijkt ze hoe Alice lekker door Gifty gemasseerd wordt, onder het lopend commentaar van hun jongere zusje Dede. Soms loopt ze hand in hand met Zachariah of een ander kind. Soms staat ze met een zwaaiend lijf en wiekende armen op een ‘kruispunt’, niet meer wetend met wie welke kant op te lopen. Soms neem ik haar heel kleine zachte handje in de mijne (altijd de rechterhand, ook al moet ze zich daarvoor in een raarste bochten wringen) en lopen we samen een eindje op. Ik vindt dat heerlijk want ik voel me goed bij Cynthia en we lopen in hetzelfde tempo. We hebben veel autistische kinderen maar Cynthia is er al zooo lang, na wijlen Nana Yaw en Koo-Ema was ze het eerste autistische kind bij ons.

Een pracht van een vrouw, ebben-zwarte huid en expressieve ogen die je nooit aankijken. of mischien heel vluchtigjes als in het voorbijgaan. Een pijlloze blik. Ze vind het soms even prettig om je hand te nemen en daarmee door haar haar te strijken maar ze moet het wel zelf doen, er zelf klaar voor zijn om aangeraakt te worden. Raak je haar wat al te gretig aan dan schiet ze weg en grimast alsof ze aangevallen wordt. En zo zal ze het ook beleven. Ze kan zelfs aggressief worden als ze vindt dat er teveel gebeurd binnen haar aura, haar grens tot waar je mag komen met haar. Nog steeds plast ze in bed en elke ochtend sjouwt die lieve Gifty haar matras naar buiten om het te drogen in de zon. Al zo’n zeven jaar doet Gifty dat elke dag zo. Voor haar deed caregiver Ruth het, en caregiver Janet. En anderen trouwe zielen waarvan ik de naam niet meer zo gauw weet. Cynthia kwam in 1998 bij ons, toen een meisje in haar vroege puberteit. Ik heb haar ‘gevonden’ op de kinderafdeling van het psychiatrisch ziekenhuis in Accra. Niemand wist iets van haar, hoe ze daar zo gekomen was en wanneer… meer een soort geest dan een mens als je erover nadenkt wat ze daar utistraalde. Als ze in de muur had kunnen verdwijnen had ze dat gedaan, want de aftmosfeer daar was gewelddadig voor Cynthia. Geschreeuw en vies beton en gore luchtjes en gefrustreerde verplegers. Nog heeft ze geen woord gesproken. Nog heeft ze moeite met oogcontact. Maar ze kan nu wel aanvaarden dat je haar aankijkt. Terugkijken, daar heeft ze moeite mee. Ze is rustiger, heeft een natuurlijke waardigheid gekregen, kan soms genieten van wandelen of heel langzaam kralen rijgen en grjpt je hand alsof ze meer wil maar niet precies weet hoe... Soms is dat het enige dat we kunnen met een vrouw als Cynthia. En als je erover nadenkt is dat gelijk ook heel veel. Veiligheid. Waardigheid, een beetje Rust… Ik zou willen toevoegen, hoeveel ‘gewone’ mensen bereiken dat eigenlijk op hun 24ste? Maar dat klopt niet. De gewone mens is op geen enkel vlak te vergelijken met Cynthia en de angsten die als wilde krijgers in haar geest rondspoken. Nooit te vergelijken. Dankbaar ‘gewoon’ te zijn.

Net Aangekomen

25-10-2009 2009.

Dit is het jaar van de veranderingen en daarmee een gevoel van steeds ‘net aangekomen’ te zijn. Zoveel veranderingen dat Bob permanent tegen de wind in lijkt te lopen en ik voor eeuwig dronken lijk te zijn. Maar beiden hebben we een glimlach gekregen die diep in onze zielen ligt gegroefd. Zes weken geleden kwamen we in Nederland aan, in ons nieuwe apartmentje dat voortaan ons ‘zomer-thuis’ gaat worden. Voor Bob was dit de eerste keer dat hij het nieuwe huisje zag en hij was er helemaal verrukt over. Het is nauwelijks groter dan een flinke studio, maar exquisiet! Door de vorm en het door de lichtval, maar voornamelijk ook door de ligging bij het strand van Scheveningen. Met de Noordzee in onze achtertuin, de oude winkelstraat aan de linkerhand, rechts een handvol restaurantjes en voor ons de bloembakken op het piepkleine balkonnetje! Als een prins en prinses, zo rijk zijn we!

Pas vijf dagen geleden kwamen we weer terug in Ghana. Waar we ons langer dan normaal even tourist voelden in ons eigen mooie oude huis. Tussen begroeten en koffers uitpakken, de laatste nieuwtjes beluisteren en de schimmellucht uit huis verjagen, schoonmaken en de honden aaien, een Nederlandse griep uitzieken en diensten draaien in het ziekenhuis, was het al met al niet echt een ontspannen thuiskomst! En alsof om de veranderingen nog eens extra drama te verschaffen verloor Bob een van zijn voortanden en ziet er nu uit als een oude Hillbilly! (Zegt goeie oude Steve die ons in Accra kwam begroeten.) Maar uiteindelijk was alles redeemed door nog weer een verandering en wel de ultieme verhuizing. Zaterdag, gisteren, zijn we namelijk naar ons nieuwe verblijf op PCC verhuisd en gisterennacht hebben we daar ook voor het eerst geslapen, goed diep droomloos geslapen! Dus we zijn nu over naar ons ‘winter-huis’ zoals we dit huis graag noemen. Het gebouw is zo rijk en zo bizar in zijn katedraalachtige schoonheid dat het ons alweer opnieuw duizelt.

Nogmaals is deze verhuizing ons, als de beste champagne ooit, naar het hoofd gestegen.

Maar voor een deel is deze blije duizeligheid ook een volslagen natuurlijke reaktie op wat ikzelf gewild heb. Veroorzaakt dus door de ongelijke vloer, die willens en wetens op natuurlijk wijze glooit.met de prachtige heuvel waar hij op gebouwd is. Kijk! Niet zelf ook duizelig worden hoor!

We tellen niet alleen onze zegeningen maar ook onze huizen… En we vragen ons steeds weer af waar onze spulletjes zijn, zijn echt alles kwijt. Waar is dat stuk zeep? In Scheveningen op het randje van de douche. Nee, in ons oude huis naast de watertank. Nee het lag hier op de vloer, moet van de ene naar de andere kant zijn gerold! En waar ligt jouw paspoort? En mijn telefoon? En de hondenbak, heb je die nog gezien? ‘Our cup overflows’, onze beker loopt over. Niet alleen van pure voldoening en overvloed, maar ook door de wijze van bouwen van ons nieuwe huis. Kom naar ons huis op de heuvel om te proeven van een beker die blijft overlopen...!

We zijn aangekomen!

Waterpokken

5 October 2009

Ik schrijf dit stukje speciaal omdat mijn vorige verhaaltje ging over de voorbereidingen voor de eerste schooldag van Steve en Emanuelle en inmiddels.... is het alweer een maand later en weet U mischien nog niet hoe het hun op school vergaat. Emanuelle was een week lang naar school en toen brak het ook bij haar uit, het eerste voorzichtige waterpokken-blaasje. Er is trouwens een ware epidemie van waterpokken aan de hand, waar groot en klein onder lijdt. Coordinator Ema belde vanmorgen op dat ook hij voor de bijl is gegaan. Geen gezicht en hij vergaat van de jeuk zegt hij. En Kofi Asare is er ziek mee. Philo en Amma hadden het in ernstige mate en waren er echt ziek van maar dat is gelukkig weer over. De een na de ander dus. Nou Emanuelle vondt het ook erg om waterpokken te hebben. Niet vanwege de jeuk of de koorts maar... omdat ze met haar besmettelijke ziekte een tijd lang niet naar school mocht. Dat was het ergste voor haar, want wat geniet ze van die school! (En wat geniet ze intussen weer! Nu is Steve de klos, en moet hij met waterpokken thuisblijven, en is daarover blijkbaar nu zelfs huilerig en verontwaardigd over.)

Emanuelle en Philo zitten onder de calamine lotion, tegen de jeuk. Waarom lacht toch iedereen in Ghana als een kind een beetje een potsierlijke ziekte heeft? Nou ja gelukkig lachen de meeste kinderen mee, mischien wat zuur zoals Philo hieronder, maar ze lachen!

Voor Emanuelle was het een hard gelag dat ze na een week opeens weer niet meer naar school mocht. Wat heeft ze het goed daar! Ze zit op de voorste rij, in haar door ons zelfgemaakte schoolmeubel, een rolstoel met een lees en schrijfplankje erop, waar ze met de mond leert schrijven en tekenen. Steve ernaast. Maar die, zegt de juffrouw, loopt al gauw met zijn krukken naar achteren om bij de meisjes aan te schuiven! (nu lachen we er nog om!) De eerste schooldag, zoals Baffo (chauffeur) en Letitia (hulp bij de kinderen op school) die rapporteerden, ging zo. Alle kinderen van school zwermden die eerste dag om de auto heen toen ze aanreden, en Emanuelle (niet Steve!) werd er wat schuchter van. Maar... de aandacht van al die kinderen ging veel meer naar de auto uit dan naar de twee kinderen die erin naar school werden vervoerd! Baffo heeft de auto uitgebreid laten zien en een proefrondje gereden, blijkbaar, en na een paar dagen was dat nieuwtje eraf. Emanuelle werd wel natuurlijk ook wel door iedereen even bekeken maar niet op een nare manier. En al gauw kwamen er meisjes uit haar klas naar haar toe om te zeggen dat ze Emanuelle’s vriendinnetje wilden worden. Dat is toch prachtig! En Steve? Die was wat wild en baldadig tot het ongemanierde af, maar die wordt intussen door de juffrouw stevig bijgeschaafd. Hij begint te leren wat discipline is. Niet praten als je niet aan de beurt bent en niet door de klas lopen als er les wordt gegeven, met twee woorden spreken en op elk moment ‘goodaftenoon’ leren zegegn. Hij weet het nou en nu is het nog fijner voor hem, nu hij een paar nieuwe regels leert kennen. Niemand heeft ze geplaagd. De hoofdmeester en zijn vrouw kijken daar ook bepaald nog steeds naar uit en hebben de school bij elkaar geroepen om uit te leggen wat een kind met een handicap eigenlijk wel is. Ja Emanuelle en Steve gingen sochtends om half acht weg en kwamen smiddags elke dag rond drien weer thuis. En kregen dan weer s’avonds een uurtje les aangeboden door Letitia om ze op de volgende dag voor te bereiden. Ze vinden het geweldig! Emanuelle met haar waterpokken was zo teleurgelsteld dat ze eerst beter moets zijn voor ze terug mocht naar school! Op de foto zit ze op schoot bij Joyce (natuurlijk!) op het feestje waar ons nieuwe huis werd geopend. Ala troost mocht Emanuelle het lint doorknippen en dat maakte dat ze het gemis van school even vergat.

Nu is ze allang weer terug naar school. En zit Steve dus met de gebakken peren. En wij, we zijn in Scheveningen en horen de verhalen van Ema, die nu dus zelf ook ziek is. Over twee weken gaan we terug naar Ghana en hopend dan echt dat deze kinderziekte epidemie ook weer over is. Pal daarvoor hadden we een epidemie van de bof, en daarvoor en daarna de nodige snotneuzen, griepjes, malaria-aanvallen en luchtweginfecties. Zo is er altijd wat als je tachtig kinderen in huis hebt. Ab en jeanette, zet je maar schap voor volgend jaar want de overhandiging in December komt er met rappe scheden aan!

De Eerste Schooldag

7-9-09

Toen het idée eenmaal vorm aangenomen had werd iedereen enthousiast. Zelfs die lieve Joyce voelde er wel wat voor, Joyce die Emanuelle zozeer in bescherming neemt tegen de wereld dat ze haar het liefst voor altijd in een doek op haar rug mee zou dragen. Emanuelle, zou je naar school willen? ‘Ja!’ Zou je dat leuk vinden? ‘Ja!’ Met andere kinderen uit Nkoranza naar een kleuterschool? Elke ochtend ernaar toe en smiddags weer ophalen? ‘Ja!’. Een stralend gezicht. Een intelligente glimlach. Een duidelijk en luid ‘Ja’. Tja, wat betekent dat eigenlijk, zo’n antwoord? Emanuelle zegt op bijna alles ‘ja’, en weet zij wel wat dat is, een gewone school? Een gewoon dorp? Is ze eigenlijk wel buiten deze kleine beschermde gemeenschap geweest, behalve voor bijvoorbeeld een tochtje in de bus naar de watervallen? Nou ja, dan wordt het juist ook tijd om haar meer van de omgeving, de grote wereld, te laten zien. En leren wil ze graag natuurlijk, wie niet. Aan haar verstand mankeert niets. De vrijwilligers zijn al jaren bezig haar spelenderwijs het een en ander bij te brengen en oefeningen te doen zodat ze met haar mond een pen kan vasthouden. Emanuelle is er klaar voor en echt enthousiast met het idee naar school te mogen! Gelukkig hoeft ze niet alleen want Steve is er na al het orthopedisch werk aan zijn beentjes nu ook klaar voor. Dus ze zullen samen naar school gaan om zo ook steun aan elkaar te hebben. Met een verzorgster, Letitia, die dit ook wel erg zag zitten. Maar naar welke school dan? Er zijn er zoveel en de meesten zijn van een behoorlijk laag niveau. Deze kwetsbare kinderen moeten goed beschermd worden, er moet dus veel worden uitgelegd aan de andere kinderen in de klas en iedereen moet goed begeleid worden. In town is de ‘Nation-builders school’ op het moment de best aangeschreven school en Ema de coordinator kent de directeur. Dus die wordt het! Ema heeft al weken geleden de directeur met de vraag aangeschoten en het antwoord was aarzelend bevestigend. Het kon ook eigenlijk niet ontkennend zijn want scholen zijn wettelijk verplicht om kinderen van hun eigen district aan te nemen en dat had Ema hem ook blijkbaar fijntjes onder de neus gewreven. Vorig weekend wilde ik de directeur en zijn vrouw zelf bezoeken maar ze kwamen inplaats daarvan naar ons toe, ook om de kinderen waar het over ging even zelf te zien. Dat was voor het eerst dat de directeur en zijn vrouw, de heer en mevrouw Atta, naar ons project kwamen en onze kinderen zagen. Ze waren zichtbaar aangedaan. ‘Waarom dan?’ ‘Alles is zo natuurlijk, zo gezellig, hier. Terwijl we een naar depressief sfeertje verwachtten en ons daarop hadden voorbereid.’ Toen kwam het moment supreme. ‘Kunnen we de twee kinderen zien, waar het om gaat?’ De direkteur en zijn vrouw zaten samen met Bob, Ema en mijzelf rond een van de ronde stenen tafels en ‘ploep’, daar werd Emanuelle er door iemand zonder verder introductie of plichtpleging bovenop gezet. Een prachtig moment. Emanuelle die zich op de tafel zelf goed in evenwicht hield, charmant lachtte en een wenkbrouw optrok, zo van ‘Hoe kan ik U helpen?’ Mevrouw Atta had zichzelf onmiddelijk weer in de hand, iets waar ik veel bewondering voor had, en vroeg aan haar ’Hoe heet je?’ ‘Emanuelle.’ ‘Emanuelle, wil je naar school?’ ‘Ja!’ Weer net zo luid en zelfverzekerd als de vorige keren. Onmiddelijk was de spanning weg en begon iedereen te lachen en te praten. Meneer Atta zei ‘Dan mag je naar onze school komen, Emanuelle!’. ‘Ja!’ Steve, die zoveel in de belangstelling had gestaan, maar meer om zijn snelle lopen dan om zijn intellectuele ontwikkeling, werd vervolgens op een stoel in de kring gezet, met krukken en kalipers en al. ‘En dit is Steve, die wil ook graag naar school!’ zei Letitia. Het is haar kind en Steve is Letitia’s geluk en zaligheid net als Emanuelle dat van Joyce is. Het ijs was allang gebroken en na een kindje zonder armen en benen te hebben geaccepteerd was het accepteren van een jochie met twee krukken nog maar een formaliteit. ‘Jij bent Steve? Wil jij ook naar onze school?” Zei mevrouw Atta? ‘Nee’, zei Steve vastberaden want met zijn vastberaden ‘nee’ heeft hij altijd veel succes geboekt. Onmiddelijk kreeg Steve een venijnig tikje van Letitia, terwijl ze gauw corrigeerde: ‘Hij bedoelt ja!’ Bedoel je ‘ja’ Steve?’ “Ja!’. ‘He gelukkig!’ zei de lieve mevrouw Atta. Die dag, de dag van het ‘jawoord’ van zowel de hoofdmeester als Emanuelle en Steve staat in mijn hoofd gegraveerd. De blijheid ervan.

Dinsdag 1 September zouden ze al moeten beginnen maar we moesten nog van alles doen, onder andere school-uniformpjes laten maken en een goede rolstoel met leesplankje voor Emanuelle organiseren, dus werd het de volgende week maandag, vandaag dus. De uniformpjes kwamen zaterdag en de aangepaste rolstoel zondag en nu is het maandag 2pm. Vanmorgen om vijf voor half acht stond Baffo met de grote witte auto klaar. Galant en zakelijk, telefoon aan het ene oor met andere oor naar mij luisterend. ‘Elke dag half acht brengen, drie uur ophalen, is dat niet wat veel voor je? Je hebt niet veel te veel andere dingen te doen! Regel toch een driver uit het dorp, Kojo of zo?’ Hij kijkt me aan met zijn scheve lieve lachje. ‘Dit doe ik, voorlopig’. Joyce nog druk bezig met lekker ruikende talkpoeder voor Emanuelle en Letitia met de knopen van Steve’s fantastische uniformpje.

Steve heeft een mini shooltas op de rug. Allebei zijn ze stiller dan normaal, het is dan ook een plechtig moment. Dan draagt Baffo Emanuelle de auto in, voorin zoals het een dame betaamd. Steve wordt door Letitia samen met tassen eten en luiers, schoolschiften leitjes, achterin gehesen.

Baffo doet Emanuelle’s veilighiedsriem vast, we zwaaien en ‘zoem’, weg waren ze.

Nu wachten tot drie uur om te horen hoe het is, het het was, vandaag...

Stephen de Walkman

22-9-09

Het is al een paar weken geleden, on precies te zijn de dag van Steve’s afscheidsfeest, dat de kleine Steve onverwacht terugkeerde naar Nkoranza. ‘Genezen verklaard’, lachten ze over de telefoon vanuit het Nsawam Revalidatie Centrum, ‘voor de rest hangt het van hem en jullie af! Laat hem maar lopen en lopen en nog eens lopen...’ Steve kwam in July 2008, ruim een jaar geleden, bij ons, overgeplaatst uit een weeshuis in Kumasi. Hij was toen een kleuter van een jaar of vier en kroop van het begin af aan al pijlsnel rond op zijn handen en misvormde knieen. Vanaf de eerste dag at hij als een zeeman en maakte graag grappen en vooral veel vrienden onder de verzorgers en andere kinderen.

In November vorig jaar onderging hij zijn eerste orthopedische operatie in het St John of God Ziekenhuis, zijn beide voetjes werden rechtgezet. Steve mocht toen voor de kerst thuiskomen, uitgedost met twee enorm witte gipsbenen waar hij best trots op was. He werd toen gevierd als de ster van de feestelijkheden. Begin 2009 mocht het gips er weer af en werd hij al gauw opgenomen voor een tweede operatie waar ook zijn knietjes werden rechtgezet. Die tweede operatie lukte ook prima en begin Juni was hij dan klaar voor de grote uitdaging, hij mocht voor de periode van een half jaar naar het bekende revalidatie-centrum in Nsawam, voor intensieve oefeningen. Bye, bye, Steve, Bye, bye, Leticia, bij voorbaat dank alweer, Leticia!

Maar, wonder boven wonder, wie kwam er op een mooie ochtend onze poort weer inrijden? Wie stapte er zo plechtig en stralend, als een jonge Godfather, met krukken en al uit de taxi? Steve de walkman met zijn trouwe faithful Leticia! ‘Steve! Leticia! Zijn jullie terug? Is er iets mis?’ We hadden namelijk verwacht ze rond de kerst weer terug te zien, niet eind Juli! ‘Oh nee mama, papa, nee, ze zeggen dat we te goed zijn geworden voor het centrum. We zijn ontslagen. Hij kan het nu alleen doen. Ze kunnen hem daar niets meer leren en nu gaan we hier verder met ofereningen, gewoon thuis. Hij is echt goed, die Stephen, echt goed! Hij is veel te ver gevorderd voor Nsawam! Nou zeg, minder dan twee maanden fyseo en daar is hij weer, opdracht volbracht. Geweldig!

Kleine Steve kwam terug op de dag dat Grote Steve zijn afscheidsfeestje had. ‘Dag Steve, en hier is mijn afscheidskadootje, van kleine Steve!’’ Nu loopt hij al zo krachtig, snel en vol zelfvertrouwen op ons grasveld rond dat hij me op de een of andere manier aan een grote historische figuur doet denken waarvan de naam me blijft ontschieten! Mischien zo iemand als de grote President Roosevelt die het Westen uit de greep van Hitler hielp bevrijden... Steve loopt al beter dan Roosevelt indertijd deed. Wat een toekomst mogelijkheden voor dit dappere joch. Wie weet. Maar dat er een groots en bizonder leven op deze Steve walkman ligt te wachten dat lijkt me zeker. Dat geloof ik. Wat we in elk geval al weten is dat per begin September Steve naar de beste lagere school van Nkoranza gaat, de Nation Builder’s Primary School. Sinds een paar weken heeft Ema daar al met de direkteur van die school over gepraat en binnenkort vullen we de kleine lettertjes in. Ondanks de nieuwe uitdaging voor die school staat men er geheel en al voor open. En raad eens wie er met Steve mee naar school gaat? Nee dit raad U nooit. Ik zeg het dus maar. Emanuele! Ja, Emmanuelle! Zeker weten! Ze zijn er allebij super enthousiast over. En goede oude Leticia zal met ze meegaan als assistant school juffrouw! Blijf uitkijken, blijf ons volgen, want met Steve en Emanuelle komt er een nieuwe generatie super-kanjers op!

De Britse invasie, een invasie van engelen.

12-8-09

Acht uur savonds, sterrelucht. Charity en Mercy, Baffo, Bob en I, we zitten allemaal te wachten op de bus met de engelse touristen. We hebben onze plastic stoeltjes pal bij het hek gezet op de oprijlaan van ons project, om ze vooral maar niet te missen. Wachten met een blij gevoel en ook wat opgewonden spanning in de maagstreek. Voor alles is er een eerste keer en dit is de eerste keer dat we zo’n grote groep toeristen op bezoek krijgen, vijf dagen nog wel, van 24 mensen! We kennen de organisatoren van de tour heel goed, dat zijn vrienden, maar hoe zullen de anderen van deze grote groep zich aan onze kinderen aanpassen en invoegen? Charity end Mercy hebben bloemen in alle gastenkamers gezet en Baffo heeft de muren nog weer eens opnieuw lekker gesopt met witkalk.. Het gras is kort geschoren en het water in de pool ververst. De keukenkast is aangevuld met koppen borden en glazen en grote potten met heerlijke ruikende soep stomen op het fornuis. Wachten. Dan eindelijk kraken de ijzeren hekken open en komt een enorme autobus ons laantje op rijden. Het grote monster rijdt wat takken van de boom af voor hij een plekje vindt om eronder te parkeren. De deur gaat open en een rij verkreukelde silhouetten klimmen met stijve benen de bus uit. De tourleiders, Naomi, Danielle en Sue laten zich als eersten zien. Alles ging zo licht en geruisloos alsof het een groepje laatkomers betrof bij een nachteijke kerkdienst, of als kinderen die hun huis in sluipen in de hoop hun ouders niet wakker te maken. We omhelzden onze vrienden en de eerste touristen en hielden er toen maar mee op omdat het te donker was om te zien wie we begroetten, en de mensen ook duidelijk te moe waren. Het echte groeten zou later komen, de volgende dag.

Alsof ze het al tientallen keren gedaan hadden, zo brachten Charity en Naomi, Mercy en Danielle de toeristen in twee groepen naar hun slaapverblijven. ‘Go sleep, we’re all tired, we’ll see you tomorrow’, fluisterde Sue in ons oor en we gingen dus ook maar lekker slapen. De volgende ochtend, net als elke volgende dag gedurende al die vijf dagen dat onze vrienden bij ons waren vonden we ze ontspannen, rustig, grappig en heel gericht naar interactie met kinderen en caregivers. Bijna gelijk helemaal thuis leek het wel. Alsof een groepje engelen op ons landje was geland.

Er waren heel oude en heel jonge mensen bij, tussen de zes en de zeventig, en dan alle varieties ertussen in. Veel artsen en verpleegkundigen, veel mensen uit de speciale zorg. De kinderen waren nieuwsgierig en aanhankelijk en ook een beetje bang natuurlijk, maar binnen een dag was het ijs gebroken.

Onze groep kinderen wastientallen malen groten maar ze waren net zo nieuwsgierig en anahankelijk en ene ietsje bang. Alles verliep natuurlijk. Er waren geen uitjes gepland, geen focus groep discussies, geen ellenlange uiteenzettingen. Men mengde zich met vriendelijke en open geest tussen de kinderen en al wat gebeurde en al gauw was de groep opgelost in kleine groepjes van twee of drie over het hele terrein van werkplaats naar daycare naar de musiccrner.

Deze mesne waren allemaal zo simple en zo vol aandacht voor wat er op kleine schaal binnen de gememenschap gebeurde, het was fantastisch dit te zien gebeuren. Speels en spelenderwijs was iedereen aan de gang om ons te ‘ontdekken’. Geen 500 vragen en antwoorden maar alles spelenderwijs.

Een hoogtepunt was de workshop, zondagmiddag, over ‘Communicatie met Autistische kinderen.’. Door Sue Hatton en Elisabeth Atwood. (De lezing is op dvd opgenomen en kan besteld worden) Een ander hoogtepunt was het afscheidsfeest op Maandagavond waar iedereen, bezoekers, kinderen, communityleden, aktief bijdroegen aan de feestvreugde met liedjes, dans, sketches, speeches en verhalen. We konden er geen genoeg van krijgen. Maar dinsdag was ‘het over’ en vertrok de bus weer. Sommige mensen in de bus huilden van het vele mooie dat ze moesten achterlaten en velen die buiten stonden uit te zwaaien huilden een beetje mee. Wat is er nog meer te zeggen als er een engel langskomt? Zal ik zeggen hoeveel geld ze hebben ingezameld voor ons project? Hoeveel dingen ze wel niet meebrachten voor de werkplaats en voor de school en als speelgoed? Hoe ze binnen een half uur nog eens tien sponsors vonden voor onze kinderen die nog geen sponsor hebben? Hoe ze zelfs beloofden in de toekomst fondsen te gaan werven voor een busje voor de kinderen?

Ja da was belangrijk. Maar jullie zachtheid en goedheid, jullie openheid naar ons toe, dat was de grootste gift voor ons. Dank je, lieve engelen, en come again real soon!.

Handover

2 Aug, 2009

Handover 2 Aug, 2009 Het is volbracht! De tweede fase van de handover van de PCC administratie van Bob en Ineke naar Ab en Jeanette is voltooid. De eerste fase bestond uit een tweedaags werkbezoek van Ineke aan Ab in Nederland, in Mei, en het laatste fase vindt plaats tussen kerst en oud en Nieuw van dit jaar. En dan... exit Ineke en Bob en welkom Ab en Jeanette.

Deze drie afgelopen weken hebben we non stop gepraat en gediscussieerd, een intense marathon. Hard werk maar aan het eind van het bezoek was twee derde van het werk overgeheveld in de bekwame handen van Ab. De beschutte werkplaats, de vrijwilligers, het internetcafe en de gastenverblijven staan nu onder Ab’s leiding, zowel als de projecten, sponsors en benefactors, landbeheer, licences en andere administratieve papieren. Die liggen nu ook allemaal in Ab’s werkkast. Waar ik tot het eind van het jaar nog de verantwoording voor heb is de zog voor de kinderen en supervisie van de bouw, terwijl Bob tot het eind van het jaar de financiele administratie blijft doen..Pffft. Klaar! Proficiat iedereen! Magnifient, well done! De handover van de vele ‘technische informatie’ was rechttoe rechtaan, wel ingewikkeld om onze manier van leiding geven over te brengen maar emotioneel verder niet erg geladen. Zeilen voor de wind dus. Maar er kwam toch een behoorlijk stukje eenzaamheid tijdens het overhandigingsproces om de hoek kijken. We leiden onszelf naar de zijlijn van het speelveld en hoewel we dat zelf zo wilden en zelf deden deed het toch ook behoorlijk pijn. Pijnlijke momenten van een soort afgunst, toen bleek hoe snel affectie van staf en kinderen overgaat van de ene moeder naar de andere en van de oude papa naar de nieuwe. Gelukkig maar dat t zo is en is echt niks fout mee. Maar mensen zijn nu eenmaal mensen en pijn blijft pijn als ik zie hoe mijn liefste kind haar armen om de hals van de nieuwe ma gooit en haar innig omhelst. Hmm! Toch wat onverwachtte (nog niet op dit tijdstip verwachtte) extra uitdaging dus. Verder alles goed gegaan en dit hoort er dus bij. Ik had gedacht dat het treuren om het verlies van de kinderen later in het process van onthechting zou komen. Maar niet dus, het raakte ons zwaar als een onverwachte stomp in de maagstreek. Een paar nachten konden we er niet van slapen, van de desolate gevoelens, en toen begrepen we dat we in het midden van op zijn minst twee verschillende processen zaten: Een heldere rationele handover proces van informatie, en simultaan het doorknippen van onze navelstreng, zonder anesthesie en ietwat te snel. Pas toen we dit tweede proces begrepen konden we onze eigen instelling en houding bijstellen. Van ietwat defensief en moroos naar humor en realitiy testing, en we hebben onze excuses aangeboden aan Jeanette en Ab voor de irritatie. Nou die hurdle is genomen en bracht ons trouwens dichter bij elkaar. Ongetwijfelt zullen andere uitdagingen volgen. All is well, we zijn een heel aantal stappen verder in het process en iedereen, echt iedereen, ook juist Ema, Baffo en Paul,zijn heel tevreden. En nu zijn Ab en jeanette weer vertrokken en wij zijn gevloerd, echt helemaal gevloerd van uitputting, na de lange weken van intens werk. We voelen ons net zoals onze hond Angel erbij ligt.. Maar wacht even, wat heeft Angel dan allemaal wel niet gedaan dat ze zo gevloerd is? Ook overhandigd? Of puur en alleen empathy met haar baasje?

Steve’s farewell party

31 July 09

After one and a half year of coordinating the sheltered workshop, Steve was called back by his SMA-Superiors to help out in a SMA project in Accra. He did a gigantic job for us and it really hurt to have to let him go. Just to what level he was loved by the workers and children became obvious in these last days culminating in the farewell-party. It was crazy and wonderful and awesome to see so much affection and fun displayed. I will show some of the pictures as they speak better. Thank you Steve! We will never forget you with your shining skull, your kind little smile, your taste for all things tasty and yummy, your craze for grass cutters and Obama, your love for Ghana, our workshop and our kids in particular. Thanks again and enjoy your vacation in the States.

Solomon’s burial

25 July 2009

Many are the events that are going on at the moment, but right now I need to write about Solomon. This morning Bob and I pay Solomon our last respect and see his body off to the burial grounds. The whole town is weeping. Solomon died on the 15th, alone in a hospital-room at the university hospital in Accra. This is the first time that I hear of a person who dies alone in Ghana. Apparently Solomon had some minutes earlier asked a visiting nurse if she would extend his final farewell to his wife, children, family and all those who knew him. When seen again he had ceased to live. Solomon was the eleventh and lastborn of a mother who not soon after left him an orphan. His family was poor and Solomon did not have the capacities of a great scholar, but he had the firm conviction that one day he would be a priest. And he almost did, he made it all the way into the major seminary and being ordained to the priesthood was only a matter of time. And yet his one and only dream passed him by. At the burial-site this morning, during Mass, the officiating priest said that he, Solomon, had the soul of a monk, the most prayerful variation of priesthood. His classmates from the seminary, some 14 middle aged priests, carried his coffin to the burial grounds after the service. We followed with thousands of weeping and wailing others others and threw a handful of dust on the white coffin of our beloved monk. In 2001 the monk, while doing his year in philosophy, fell sick and was found with a heart valve defect which eventually needed cardiac surgery. Solomon suspended his studies at the seminary and was not given the go-ahead to resume again. It was the end of his priestly career, stopped short just before it could begin. Neither the former nor the present bishop of this diocese allowed him to complete his studies and be ordained a priest. ‘Priests need to be healthy and strong as they labour in the fields for God’s harvest’ they both said. Solomon never fully recovered from this verdict imposed on him by a leaking valve and two successive hardened bishops. So he remained a perplexed person. Eventually he became a teacher. Solomon married a nice woman called Faustina and they received, one after another, three sons, the lastborn only three months old. Wife and youngest son were at the funeral this morning. She was broadly seated like a red-clothed queen mother, heavy and almost royal from grief. The little babyboy was carried by her sister, the other two boys were left home. When Fausti and Solomon married Bob and I made them a reception at Hand in Hand, after the wedding-service in church. All his classmates were there, the same ones who now, some five years later, carried him away to the grave. His best friend priest gave the wedding sermon at that time, a sermon that both Bob and I remember well. It went like this: ‘Our classmate Solomon is a priest, forever a priest, meant to be a priest, nothing but a priest.’ ‘But as he may not be ordained in our hole church he will find it hard to remain alone. Celibacy is the highest state which brings a person closest to God, but it is meant only for those, as Paul says, who are weak in flesh. For the weak it is better to marry then to sin. So let our brother Solomon marry sister Faustina, so that he does not sin! I still feel the anger flaring in my chest when I remember that sermon during their beautiful; wedding-day. One priest who is very close to him even advised him not to marry so as to remain closer to God. That this marriage was not a good thing for his personal sanctification! Solomon, I asked after that service, how did you like the wedding sermon? ‘Oh mama, oh papa, it was marvelous!’ Do you agree with these words? ‘Yes, oh, Yes!” Oh, okay, well… We lost sight of him as he went to the Coast for further studies in education. Every now and then he would pop up and visit us with his wife and children and then go again for further studies. He seemed to gradually be more at peace, less perplexed. But never ever could he really give his ‘priesthood-dream’ a place to rest. He felt he had done the ‘second best choice’. Such a gentle lovely boy but always a bit broken ever since the bishop refused him for ordonation. He called me three days before he died. ‘Mama, come to visit me please. Come to Accra! Please come and ask the cardiac surgeon what he is going to do. He does not attend to me anymore. Nobody can explain!’ I did not come. I had excuses but now regret my decision not to visit him. No more other chances…. Now he has given his body back to the earth to rest. And his spirit back to God. If we would believe with the fervor of Solomon’s faith we would know our monk to be in Gods arms, embraced and transformed into royal priesthood. His ‘weaker but better half’ Faustina, and the three small children are here, meanwhile. She has no profession that I know. The extended family is still poor. The church did not help fulfill Solomon’s dream. Will she help support the widow and the children? Maybe, that’s been the more traditional role of the church. I was angry with my church for a long time, not only, of course, because of how Solomon was treated. Now my anger has gone for a moment. I feel as grief-filled and as royal as the widow. She will survive, so will the kids, so will we all.

Heitje voor een karweitje

2-7-09

Kojo zit al heel lang op een eigen computer in zijn eigen huisje te azen. Kojo is van de private business sector’, hij heeft zijn eigen tuintje, zijn eigen vervoermiddel, zijn eigen weefgetouw, zijn eigen..eigen...eigen...en nu mischien ooit nog eens zijn eigen computer. Kojo kwam met het verzoek toen ik in Juni terugkwam van Holland. Zenuwachtig met zijn been wippend, verlegen lachend en natuurlijk onverstaanbaar. Maar na geruime tijd verstond ik het toch: ‘ik wil een computer kopen, voor in mijn huis.’ Steve, Paul, Ema, Baffo, Bob en ik, we hebben de hoofden bij elkaar gestoken en alle voor en nadelen opgesomd. Er waren duidelijk meer nadelen dan voordelen, Kojo is al een loner die van afzondering houdt, hij is de enige die alleen slaapt terwijl alle anderen met tween op een kamer liggen, hij is al behorlijk verwend met dingen zoals de scooter die anderen echt niet zomaar krijgen, hij krijgt al extra computerles in de computerschool.... maar geheel naar verwachting was de uitkomst van de vergaderingen toch een groot dik enthousiast “Ja”. Ja, daar gaan we dan voor. We gaan Kojo helpen om zijn eigen computer te verdienen. Hij heeft al 45 Cedis aan gespaard werkplaats-salaris in zijn geldbox en de rest (nog eens 100 Cedi) gaat hij bijverdienen met extra klusjes. Waarom: hij is zo echt gemotiveerd en hij kan je zo aankijken en hij gaat er echt zo voor als hij iets wil, helemaal, van alle kanten. En het is zo heerlijk om hem blij te zien, te zien lachen. Gisteren dus een vergadering tussen Paul, Steve en Kojo en hij kwam na een uur stralend hun kantoortje weer uit. Gelukt! Steve en Paul zag je daarna rondlopen met gelamineerde aankondigingen die her en der werden aangeplakt bij het restaurant, de gastenhuizen, bij de tafel, overal. ‘Kojo wast je auto voor twee Cedi’ “De was voor 1 Cedi’, ‘Massage voor 5 Cedis’ een hele lijst wat hij kan en wil en mag doen om zo zijn computer te verdienen! Vanmorgen half zeven kwam hij al op bezoek wat hij anders zelden doet, en zat te grinniken in de grote stoel in onze kamer. Bob was zo goed niet of hij moest een massage van 5 Cedis bij Kojo bestellen, voor maandag, En mijn auto kan hij gelijk gaan wassen. Hij zei dat hij al opdrachten had dat we dus op de wachtlijst komen! En dit ...heet succes! Dit is dacht ik zoals het zou moeten als een kind echt iets wil en het is haalbaar en zinnig om het te willen (Kojo wil ook een vrouw, maar ja, waar koop je die....., grapje) Daar werken ze ook voor, om iets te verdienen en dan ook met hun eigen verdiende geld dat te kopen waar ze hun zinnen op hebben gezet. Het wordt een goede dag, er hangt verwachting in de lucht vanmorgen. Iets nieuws, Kojo en zijn heitje voor een karweitje!

Zomer. Komen en gaan. Kruipen en lopen

21 Juni 09

Vandaag is de zomer officieel begonnen, wat hier in Ghana trouwens helemaal niets zegt, het land waar het altijd zomer is! Maar wel onthouden we zo bepaalde zonnige verjaardagen! Verjaardag van Steve Philips en verjaadag van Mercy en Grace.

Van harte gefeliciteerd aan deze zomerse zonnige mensen. Grace heeft er geen gras over laten groeien en viert haar 25ste verjaardag als getrouwde vrouw in Techiman. Twee maanden geleden, toen we naar de United States vertrokken, woonde Grace nog frank en vrij bij haar vader in een klein dorpje bij Kumasi. En nu dus opeens getrouwd en wel in Techiman! Tussen veel beamingen, gelach, gegiechel en proestbuien weet Mercy dit allemaal te vertellen. Dat ze elkaar absoluut niet kenden, dit huwelijk geheel en al niet voorzien hadden laat staan gepland, en dat het vast en zeker een supergoede match was. ‘Waarom dan, als niemand hem kent? Hoe weet je dat dan?’ Omdat de nieuwe man van Grace zo aardig is dat hij Mercy elke avond opbelt om te zien of ze al op bed ligt. Daarom bijvoorbeeld! Nou vooruit dan maar, hoogte krijg ik er toch niet van! We gaan in elk geval Grace eens een keer opzoeken deze week, in Techiman. En Sala ook, die daar nog steeds zit....wel bakker, maar nog niet aan de man. Dat wilde ze ook zo, dat weet ik, maar is dat in deze cultuur dan wel te maken? Ook gelijk maar eens even gezellig opzoeken dan, deze week. ‘En heb je van Vero gehoord, Mercy, is die al getrouwd?’ ‘Nee nog niet, maar je weet het nooit bij die noorderlingen! Morgen mischien wel, opeens.’ ‘Hoezo noorderlingen? Alleen de noorderlingen? We kunnen nog niet even naar Chicago of je zus is opeens al getrouwd. Is Grace noorderling?’ ‘Ja, nee, dat is anders!” ‘Aha, anders! En Jerry, is die naar school? Ja, in Techiman. Leuk, is hij echt op school? Nee, nee, niet echt, hij werkt als automonteur-hulpje. Dus niet naar school dan, jammer. En Angela? Die woont hier in het dorp, is getrouwd. Oh mensen mensen wat een verloop weer. En hier zijn allemaal nieuwe verzorgers waarvan ik de naam voorlopig moeilijk kan onthouden. Andrew en Esther en Josephine en Samuel en Ema-3, en dat is nog maar het begin! Een komen en gaan. Om van Steve Philips en Paul, en Bob en Ineke en Jeanette en Ab nog maar niet te spreken, zo dadelijk. Gisteren waren we bij een afscheidsparty voor Harry en Mariette Wegdam, onze buren, de chirurg die in 12 jaar een geweldig lopend training en supervisie plan voor chirurgie in Techiman heeft opgezet.

We zullen ze missen is zo’n tuttig zinnetje en we zullen ze niet echt missen want in September zien we ze weer...in Scheveningen! Oh en vanmorgen stond de kleine Steve weer eens in het nieuws. Zijn laatste operatie is goed gelukt en vanmorgen nam Letitia afscheid van ons om voor een paar maanden naar het ortopedisch trainingcentrum in Nsawam te gaan. De laatste fase in het revalideren van Steve. Wanneer hij terugkomt, komt hij op eigen benen terug. Lopend dus! Dat geloven we nu echt!

 

12 jaar geleden…

14 Juni 09

Het is zondagmorgen en ons ontbijt is lui. Het lijkt wel of het aantal wever-vogeltjes in de boom is vedubbeld, ze maken in elk geval veel meer lawaai dan wat ik me ervan herinner, of misichien dat het vanwege de zondagochtendstilte meer opvalt. De vogeltjes zweven in grote getalen, met snel wapperende vleugeltjes, naast hun vele nestjes en lijken heel geconcentreerd bezig. Iedereen is verder naar de kerk en het is rustig. Ik ben net terug uit Holland en vandaag is een speciale dag. Het is precies twaalf jaar geleden sinds we hier onze grote trouwpartij vierden, Bob en ik. Toen, net als nu, wat het licht en zonnig, 14 Juni 1997. Wat ik me herinner is dat het grootste deel van het feest op de rotsparty plaatsvond, die net geplaveid was en voorzien van een romatische zomerhut, huwelijksgeschenk van wijlen mijn vader. Mischien was het begin van onze grote drukke boom toen al aanwezig, het is me niet opgevallen. Zo nu en dan overleefde een sterke jonge plant de eeuwig terugkerende bosbranden in het droge seizoen en zo was dat waarschijnlijk ook met ‘onze boom’ het geval. No big deal met die branden elk jaar, maar ook en vooral door onze bebouwing is het wel afgenomen en dat kan je zien ook, PCC_Hand in Hand is ‘de’ groene plek op de kaart van Nkoranza. Geen kolonie wevertjes in die tijd, dat is zeker. Er was toen natuurlijk ook nog geen zwembad, maar wel was er een groot gat in het midden van het landje gegraven, toen al, met rode aarde aan alle kanten opgehoopt langs de kuil, het plan lag dus al klaar! Ons huis was er in heel primaire vorm, twee kamers en een voor-verandah. In die twee kamers werd Bob door zijn beste man, en ik door mijn bruidsmeisje, aangekleed voor het festijn, hij in een grijs pak, ik in een wit broekpak met alles erop en eraan, armbandjes en oorbellen en hoed en hopen poeder en een constant gespray van lekkere geurtjes, wat ik me herinner. De Chief (mijn ‘vader’) en zijn vrouw (Bob’s ‘moeder’) zaten intussen klaar op de voorverandah met hun entourage en dansers, parasols, koehoorn en alle andere regalia die bij een traditioneel feest horen, om ons plechtig aan elkaar te geven, Bob aan mij, ik aan Bob. Osei was Bob’s beste man en Phyllis was mijn bruidsmeisje. Nu is Osei de dominee van zijn eigen kerk en studeert Phyllis geschiedenis in de hoofdstad, getrouwd met het parlementslid voor Nkoranza. Toen woonden er al negen ‘pionier-kinderen’ bij ons in familie verband: Nana Yaw, Kojo Evans, John Adzo, Araba, Ema, Kofi Asare, Innocencia, Solomon en Boadu. Mr. Robert was ook net bij ons gekomen, vanuit Sampa. Allemaal waren ze als bruidsmeisjes en jonkertjes aangekleed en strooiden met bloemen, prachtig! Dr Harry Wegdam en zijn vrouw Mariette bevonden zich toen ook onder de bezoekers die in rijen tussen ons huis en de rotspartij zaten om het feest op te luisteren. Ze waren toen net pas in het land, wat als ik het goed heb betekent dat als ze aanstaande zaterdag hun afscheidspartij in Techiman vieren ze twaalf jaar in Ghana zijn geweest. Onze goede buren. Afgezien van de lokale royalty en de traditionele leiders hielpen bijna alle priesters en dominees van Nkoranza om het huwelijksfeest te vieren. En dat zijn er heel wat! Bob en ik herinneren ons met veel bewondering en vertedering bijna, hoe de district education officer, Kwame, als mc, de viering aan elkaar praatte. Hij deed dat met verve! Ghana op zijn best. Het was niet niks want precies duidelijk hoe de ceremonie in elkaar stak met al die traditionele en religieuze leiders was het niet. However, Kwame ‘deed’ het gewoon en liet het gebeuren als vanzelfsprekend en met sneltreinvaart verlopen, ook al trouwden we die dag noch voor de wet, noch voor de kerk! Het wettelijk huwelijk werd op de 16de in Sunyani voltrokken op het gerechtshof, en voor de kerk trouwden we in Den Haag, twee weken later, met de hulp van ons aller Pater Pieter. Wat een herinneringen, wat een leven. En kijk eens toen, en kijk eens nu, twaalf jaar later.

Grijs en gerimpeld, maar gelukkig en dankbaar, despite it all. Minder illusies, meer ervaring. Ik bedoel dan niet zozeer ons huwelijk maar ook ons samen in zee gaan met Ghana. Bob was een redding! Ik heb de hoop nooit opgegeven, hoewel vaak op het randje af... Nou ja, wie niet. Meer gevoel voor humor nu, ietsje meer begrip ook, wie weet. En nu…op de drempel van weer een nieuwe periode in PCC. Ja. Yes!!!! Ab and Jeanette, here you come!

Kijk toch nog eens naar de lege ruimte toen en de groene bush en hoge bomen nu, en al die gebouwen die er niet waren, en de zomerhutten en werkplaatsten en gastenhuizen en al die ontwikklingen... Maar meest van al, al die zeventig kinderen die bij ons thuis zijn!!! Dank je Bob, dank je Ghana, dank je kleine vogels in de boom, dank je helpers, dank je God. En vanavond… party-time!

17 Mei. Verslagje van vrijwilligster Leane inplaats van Rubriekje van Ineke.
Zelf heb ik even geen tijd voor een rubriekje. Te druk met Nederland insnuiven en met veel dingen aan de gang, terwijl Bob alweer heerlijk terug in Ghana is. Ik ga 9 Juni weer terug al alles goed is, en dan komen de rubriekjes ook weer op gang. Nu naar Leane voor haar enthousiaste verhaal:

De liefde van PCC



Och wat mis ik ze! De kinderen kunnen je vrolijk maken, ieder op z`n eigen manier: Een dikke knuffel van M’adua, Quinten`s lach als hij je eindelijk ziet, Kojo die als een idioot tekeer gaat als je hem op komt halen, Ayuba die lekker met je dolt en z`n grote lach hierbij, Yaa-yaa die naar je zwaait, Evans die met een arm om je heen loopt en tegen iedereen zegt dat je z`n vrouw bent. En voor de liefde die ze jou geven kun je ze jou liefde geven. Je maakt ze echt blij met alles! Ze zijn al gelukkig als je aan komt lopen. Maar je kunt natuurlijk veel meer voor ze betekenen. Een half uur per dag extra aandacht ,lekker met ze spelen of wandelen, betekend zo veel voor deze kinderen. Anderen kun je helpen in hun ontwikkeling. Zo heb ik ervan genoten om iedere dag een half uur met Kojo over het terrein te lopen en samen Engelse woorden te leren. Geduld was hierbij zeker gevraagd want een kind met een verstandelijke beperking leert vaak minder snel dan “normaal” kind. Daarnaast heb ik kinderen kunnen helpen met de computer, het leren van rekenen en gewoon veel plezier maken. Wat je met de kinderen kunt doen en wat goed is per kind kun je overleggen met Emanuel, hij zorgt ervoor dat iedere vrijwilliger een vast programma heeft, zodat er een duidelijke structuur is voor jou en de kinderen. Je eigen ideeën kun je inbrengen en hier wordt erg goed naar geluisterd. Verder is er nog van alles om van te genieten op de PCC. Het zwemuurtje wat voor kinderen iedere dag een groot feest is. De vele feesten die gegeven worden om allerlei redenen en natuurlijk de onverwachtheid en de ongeregeldheid van Ghana. Zo kan het zijn dat je ineens s`ochtends te horen krijgt dat je met z`n allen naar de special school moet en niemand weet waarom.. Dat is nou Ghana! Achja je ziet het vanzelf… De ene keer bleek dat de “burgermeester” van het dorp langs kwam een andere keer was er een groot feest voor speciale scholen.. Wachten en onzekerheid hoort er op die bijzondere dagen bij, dat is de cultuur en dat maakt werken op de PCC leuk… Het is een combinatie van genieten met de kinderen en Ghana leren kennen… Gastgezin Wil je Ghana helemaal leren kennen dan is er nog de optie van het gastgezin. Voor mij is het nooit een vraag geweest of ik dat zou doen. Ik ging naar Afrika en wou dan ook het land goed zien en leren kennen. De beste manier hiervoor is denk ik het leven in een gastgezin. Van deze keuze heb ik ook zeker geen spijt gehad! Ik vond het erg leuk om te leven bij een Ghaneese familie Op de dag van mijn eerste kennismaking begon het al. Je komt midden in het Ghaneese leven. Mijn eerste ervaring was het ontleden van een kip, fijne binnenkomer. Maar ondanks dat ze bezig waren met de kip werd ik met open armen ontvangen Ze vonden het super dat ik er dan eindelijk was en lieten vol trots het huis en mijn kamer zien. Verder werd ik uitgehoord over welk eten ik wel en niet lustte, ja het was duidelijk deze familie zou goed voor me gaan zorgen. Ook maakte ik meteen kennis met de hele buurt. Het heeft me zeker een behoorlijke tijd gekost voor ik wist wie er bij mij in het huis woonde en en hoe alle “familiebanden”in elkaar zaten. Echt iedereen komt in en uit lopen en even buurten gezellig is het wel maar in het begin ook wat verwarrend. Mij als Blanke vonden ze al helemaal interessant vandaar dat ik alle huwelijksaanzoeken en dergelijke kon ik dan ook echt niet bijhouden. Het leven in het gezin stopt s`nachts bijna niet, de laatste gaat laat naar bed en de eerste staat om 4 uur al weer op om te poetsen. Verder is het doodnormaal om de tv of radio de hele nacht aan te hebben. En als ik dan toch maar m`n kamertje uit kwam werd er meteen gezorgd voor mijn ontbijt. En daarnaast kwamen alle buurtkinderen even langs om met mij te spelen. Ook krijg je vanaf dag 1 het echte Ghaneese eten voorgeschoteld zoals foufou, redred, banku en reist. Ik moet zeggen dit viel me niet tegen, het enige probleem… Dan krijg je borden voor je neus waar je met 3 man van kan eten! En dan moet je ook nog alles opeten, gelukkig kunnen de kinderen er nog van genieten als je niet alles op kunt. Verder heb ik echt genoten van het kijken naar de mensen uit het gastgezin. Gewoon kijken hoe ze leven, koken en naar het werk of school gaan. Of juist niet omdat ze geen zin hebben. Ik werd meegenomen naar kerkdiensten of ineens naar het geboortedorp van 1 van de kinderen. Echt super leuk om te zien hoe deze mensen met het leven omgaan. Hoe rustig ze zijn en weinig problemen ze kennen. Ik zou zeggen probeer het eens in een gastgezin!


Mercy voor Pasen in Chicago

12-4-09

Heerlijk om terug te zijn in dit schone en wonderbaarlijke mooie appartment met zicht op het meer. Een flat met zachte bedden, een luxe badkamer en een voordeur die je dicht kan doen! Buiten eindeloze stromen geluidloze autos en doelgerichte mensen.
Zoals gewoonlijk ben ik in exstase en ook een beetje verloren.
Na zoveel jaren is het jongleren met die verschillende werelden nog steeds moeilijk, de oversteek van het slome joviale en oververhitte Nkoranza naar het snelle en zakelijke en koele Chicago. Het tijdverschil en de dollars die er doorheen vliegen. De veiligheidsriemen en de wonderbaarlijke vermenigvuldiging, alweer, van digitale apparaten. De snelheid waarmee mensen praten. Winkels en restaurants, aha! Heerlijke maaltijden hier, maar ook verwarrend om een keuze te maken na maand achter maand van eigenlijk hetzelfde soort eten.

Vanwege Pasen zijn Bob en ik vanmiddag gaan lunchen in een klein Frans restaurantje hier om de hoek. Het was er gezellig maar propvol.
‘Heeft U uw keuze gemaakt?’ vroeg de overwerkte ober aan me. ‘Ja, de lamschotel, graag.’ ‘Mooi zo. En hoe had U het vandaag gehad willen hebben?’
Ik keek hem met groter wordende ogen aan en voelde mezelf rood worden, bijna had ik ‘he?’ gezegd. Hij zag mijn verwarring en verminderde gas tot een bijna humane snelheid.
‘Ik bedoel, wilt U het vlees rare, of medium rare, of medium...?’ vroeg hij zachtjes. ‘O, zo! Medium graag, bedankt. ’

Ik heb geleerd dat het woord ‘medium’ me snel verlost van de lange vragenlijsten van obers. Maar alsof ik vandaag weer helemaal vergeten was wat ik over de jaren had geleerd, ik was totaal verbouwereerd over zijn vraag. Oprecht dacht ik even in paniek van ‘hij wil toch niet dat ik hem uitleg hoe lamsvlees te koken’!

Wacht tot obers je vragen wat voor salade saus je wilt, of welke smaak star buck koffie, dan kom je er niet met een simpel‘medium’! Een paar dagen geleden was ik met mijn vriendin Margy aan het shoppen en gingen we even een snack eten. ‘En mevrouw, hoe wilt U uw bagel, vandaag?’ deed me net zulke grote ogen opzetten.
Gelukkig heb ik Bob en een schoonfamilie die me goed genoeg kennen om me te beschermen tegen de lawine van vragen die gesteld worden, voor je mag eten.

Maar dit gaat alleen maar over de bijverschijnselen van eten.
Er zijn veel momenten geweest die die kleine verlegenheden helemaal deden verbleken.
Bijvoorbeeld om mijn Joodse schoonzus te omhelzen, en een middag lekker met elkaar bij te praten. Natuurlijk over onze mannen, de Maram brothers!
Of om na een jaar Emilio weer te ontmoeten, de Cubaanse arts die we in Nkoranza leerden kennen en die sindsdien in de USA werkt. Over een week of twee zal hij voor het eerst na jaren zijn geliefde, zijn moeder en zijn zus weer terugzien. Hij is hier totaal van bevlogen, en wij met hem, natuurlijk.
Of om een dag samen met mijn vriendin Margy Chicago’s leukste tweedehandszaken af te lopen op zoek naar koopjes. Wij oude dames, giegelend als twee teenagers...
Of om de diensten van de Goede Week mee te mogen vieren in een bekende Protestante Kerk in de binnestad. En opnieuw geinspireerd te raken door een preek en vooral de stiltes tussen de woorden en gezangen in.
Dus alles is goed en alles is mooi en vreemd.

En dan, nu net, op de zondagmiddag, ging mijn mobieltje over.
‘Who is speaking’, krakende geluiden en heel veel gelach. Een telefoon gevuld met plezier!
Raad eens, ja dat was Mercy uit Ghana calling!
Nog meer gelach. ‘Maame, Ik mis je. We zijn in mijn dorp, bij mijn vader thuis. Ik heb Ahmed meegenomen, het is de begrafenis van mijn moeder. Vandaag is de uiteindelijke begrafenis, ja. Met iedereen goed hier! Ik wou je bellen, heb je gemist. Hier is Ahmed, Ahmed wil met je praten.’

‘Ahmed?’ ‘YES!’ ‘Ahmed, how are you?’ ‘YES! I am fine Thank You. Yes!’

Mercy en Ahmed van over twee oceanen ver weg.
Nu is alles echt even helemaal goed. Goed en mooi. Niet meer bevreemdend.
Hun stemmen zijn het leven zelf.
Ahmed zou trouwens helemaal niet aan culturele shock lijden als hij naar Amerikazou komen. In zijn enthousiasme zou hij daar ver bovenuit reizen.
Wat zou hij geantwoord hebben aan een ijverige ober in Chicago?
‘Medium?’
Nee! Ahmed Zou zijn volledige ‘YES” aan schapenvlees in The States geven, net zoals hij zijn ‘YES’ aan alles en iedereen in Ghana geeft.



Mercy met haar Ahmed hielpen me vandaag om boven de verschillende werelden uit te stijgen met een grandioos ‘YES’ te geven, naar all of it. Mijn Paas kado!

Levend en wel, de tradities van weleer.

31-3-09

De laatste keer dat ik het hoofd van de verpleging, Mr. Galilieo, zag, werd hij door twee collega artsen in een rolstoel het ziekenhuis binnen-gereden. Er moest vocht worden afgetapt want hij kon haast niet meer ademen van de vele liters vocht die zich in zijn buikholte hadden verzameld. Galileo, die ik al meer dan twintig jaar ken, herkende me niet meer en keek met vreemd glinsterende ogen dwars door me heen. Ik vroeg een van de begeleidende artsen later hoe het nu met hem was. Lever-cirrhose, lever is opgegeven. Heel laag bloedgehalte ook, volgens het boek heeft hij nog zes maanden te leven. ‘We geven hem nog bloedtransfusies en sturen hem dan naar de internist in Techiman of Kumasi.’
De ochtend erop was ik net te laat om Galileo nog even op te zoeken, de ambulance reed net weg. Mijn zwaaien had geen zin want niemand kon dat zien maar ik stak toch even mijn hand op, had zo het gevoel dat dit de laatste keer zou zijn dat ik hem zag.
Vier maanden geleden, in December, stond ik even met Galileo te praten op de ‘gossip-corner’, de afslag van de ziekenhuisweg naar PCC,waar de ‘gossip-boom’ staat, vroeger wel palaverboom genoemd.
Galileo vertelde me op een intens heftige manier iets vreemds.
Hij vertelde dat een van onze verpleegsters zelf bekend had een heks te zijn. Eerst toen ze in een ‘droom’ gesnapt was door een andere ziekenhuiswerker die zag dat deze verpleegster haar wilde betoveren en ziek maken, in die droom. Ze bekende toen aan die persoon,’ja dat is zo. Ik wou je ziek maken’
Later werd ze naar de Chief gebracht die haar weer doorverwees naar de Chief Fetisj Priest. Ze werd daar onmiddelijk herkend. Ja natuurlijk is dat een heks, daar hoeven we zelfs niet over te vergaderen. Een gevaarlijke heks, black magic.
Ik kende die verpleegster ook al jaren en jaren, en we hadden Emanuel de derde, een epileptisch kind wat in haar huis leefde maar waar ze geen tijd voor had, bij ons in Hand in Hand opgenomen om het kind en de moeder in dit speciale geval wat te ontlasten. Het kind stierf echter al gauw, aan wat later TB bleek te zijn. Ik heb daar toen nog eens een rubriekje over geschreven, een paar jaar geleden. Dat was een jaar of twee terug.

De verpleegster zat ongeveer ‘gevangen’ in het officeblock van het ziekenhuis, want bij de zieken mocht ze niet meer komen, iedereen was panisch zodra haar naam ook maar genoemd werd. Ik vroeg Galileo me naar haar toe te brengen en dus zaten we even later met z’n drien in een kamertje, de verpleegster, Galileo en ik. Ik wilde haar verhaal horen. ‘Meisje wat is dat nou wat ze van je vertellen, dat is denk ik vast niet waar? Lijkt me echt niks voor jou. Wat is dit allemaal, vertel eens wat er is gebeurd?’
Maame, het is waar wat ze zeggen. Ik heb mijn ziel aan de duivel gegeven, heel heel lang geleden al. Ik heb vier mensen gedood, op een spirituele manier, maar echt gedood. Als heks moet ik dat doen anders verlies ik mijn kracht en wordt ik zelf ziek en zwak. Ik heb die jonge studentverpleger met het motorfiets ongeluk gedood. De matron heb ik geprobeerd zo ziek te maken dat er geen weg terug is. Nog twee anderen. Ik heb bekend, overal, wat kan ik anders. Ik ga nu naar een healingcamp en daar kunnen ze je zelfs van mijn probleem, van de duivel, helen. Ze zullen die duivel uitdrijven en dan kan ik weer gewoon zijn.
Je kind, is die dan ook aan hekserij overleden? Nee, maar zo’n kind wordt toch ziek, automatisch, omdat hij zo dicht bij het centrum van de ‘baye’, de zwarte magie, verblijft. Toen jullie hem zo vriendelijk opnamen dacht ik er is kans, hij zou het kunnen overleven, maar al mijn zwarte daden zijn al te veel in hem aan het werk geweest.



Iedereen weet ook dat mijn Ema aan duivelskunst is overleden. ‘Nou, voor mij was het TB, anders.’ Ja, U, maame, jullie witten weten hier nu eenkeer niets van’. ‘Kan zijn’
‘En nu. Wat zijn je plannen nu? Ik snap dat iedereen bang van je is vooral nu je publiekelijk bekend hebt, maar wat ga je nu ondernemen?’
Ik ga in dat healingcamp wonen tot de duivel verdreven is. Ik heb van ons ziekenhuis een open transfer gekregen. Dat wil zeggen dat ik zelf een ziekenhuis mag zoeken en dat ze dan de transfer bewerkstelligen. ‘Waar wil je dan naar toe” ‘Weet niet, heb al eerder in drie ziekenhuizen gewerkt en ben overal weggestuurd vanwege mijn hekserijen. Iedereen zal me nu wel kennen en het verhaal ook. Waar zou ik nog aan de slag kunnen? Over de grens mischien, in een ander land...
Arme vrouw. Ze vertelde alles met zo’n vlakke uitdrukking en zo’n ongefocusde blik dat ze wel een wassen pop leek die sprak. Ook haar intonatie was vreemd vlak, zeer zeker depressief. Mischien pychotisch?
Ik lag nog nachten erna wakker van dat vreemde bezoek bij mijn oude vriendin de verpleegster die heks was geworden, volgens haar eigen verhaal.
Ik vroeg wat om me heen, kreeg antwoorden als ‘die heks is echt gevaarlijk. Dat is een heel doorgewinterde!’
Ik bracht haar hier op PCC voor een glas water en een praatje onder de zomerhut. Iedereen bang, verdween. Niemand wilde door haar gezien worden. Ach arm.
letterlijk iedereen gelooft dit dus en dat ze bekend heeft maakt dat nog gemakkelijker natuurlijk. ‘Ze zegt het toch zelf?’
Ik vroeg het aan de Chief maar die begon me meteen te schofferen, op een vriendelijke maar besliste manier. Bemoe je daar niet mee, dat zijn jouw zaken niet. Blijf ervan weg. Dit is niet iets waar je je mee kan bemooeien. Jullie weten alles zo goed, jullie blanken, maar veel weet je ook echt helemaal niet, niet veel snap je als het erop aan komt. Dus blijf van dit soort dingen weg ik waarschuw je.
Galileo had me zelf ook al verteld dat de ‘heks’ ook hem geprobeerd had ziek te maken, maar hij was sterker geweest, haar was het bij hem niet gelukt. Dat zei hij in December.
In Maart zat hij in een rolstoel met opgezwollen buik en nietsziende ogen. De leverfuncties waren zero. Nil. Zonder transplant zou hij sterven.

Toch dus levend en wel, de tradities van weleer. Ook al lijkt het soms anders.

Gisteren kregen we dan onze nieuwe jongen, overgebracht ui Techiman Ziekenhuis. Hij was vlak na Kerstmis door een groep mannen naar de emergency room van Holy Family Hospital in techiman gerushd, met bloedende genitaia, stukken van penis en scrotum er half afgeschaafd. Hevig bloedend, rouw vlees zonder huid. Dr. Hillal was degene die ze riepen want dit is specialistisch werk, reconstructie van scrotum en penis. Hillal begon zoals gewoonlijk met een infuus, antibiotica, een catheter en antisepsis en toen hij weer opkeek van zijn werk waren de mannen verdwenen. Hij was alleen met een 14 jarige jongen die niet kon spreken en duidelijk een verstandelijke beperking had. Hij gilde, dat wel. Yaw werd de jongen genoemd, mischien was hij op een donderdag binnengekomen in het ziekenhuis, want Yaw is de naam van een jongen die op donderdag is geboren (of gevonden zoals velen bij ons).



De lieve Dr. Hillal heeft met zijn eigen middelen en eigen geld voor deze jongen gezorgd. Alsof het zijn eigen zoon was. Hoewel veel mensen wel ook een beetje bang van hem waren want wie voor hekserij wordt gebruikt (huid van genitalien is een krachtig tovermiddel) kan ook zelf nog wel eens zo’n boze kracht onwikkelen, of hoe dan ook.
De mannen die hem binnedroegen werden nooit meer gevonden. De sociale dienst heeft niemand kunnen opsporen die deze jongen kende dus we weten niet eens waar hij oorspronkelijk vandaan kwam.



Uiteindelijk was hij genezen verklaard en mocht hij naar huis. Maar welk huis? Waarnaartoe? Naar de straat?
Naar onze PCC Hand in hand Community dus. Zo werd hij gisteren gebracht door Dr Hillal en een verpleegster van techiman. We hebben hem Yaw Hillal genoemd. Hij lijkt trouwens eerder 20 dan 14 jaar, maar dat geeft verder niet.
Hij is verstandelijk beperkt. Autistisch. Heeft lichamelijke afwijkingen (een klauwhandje links alsof het verbrand is) en ziet niet goed met zijn rechteroog. Heeft geen epilepsie maar draait wel erg vaak zijn ogen naar boven alsof hij een epileptische aanval gaat krijgen. Hij spreekt een paar zinnetjes van drie woorden. In Twi. ‘ik heb honger’, ‘geef me geld’!
Deze jongen, Yaw Hillal, is dan onze laatste aanwinst. Het verhaal van vandaag was lang en disturbing verhaal over wel dan niet gelukte mensenoffers, een verhaal dat wel of niet waar is maar waar hoe dan ook onschuldige mensen slachtoffer van zijn. Een verhaal dat onmacht en boosheid opwekt.

Modeshow van badpakken
17-3-09

Twee zielen een gedachte.
Onze twee vrijwilligers, Greetje en Sarah, hadden blijkbaar gelijktijdig het idée opgevat om nieuwe zwemkleding voor de kinderen aan te schaffen.
Afgelopen Zondagavond, tijdens het afscheidsfeestje voor Sarah, werd die kleding met natuurlijk de nodige plichtplegingen zoals we dat gewend zijn, uitgedeeld. Een voor een werd de naam van elk kind afgeroepen en mochten ze hun nieuwe badpak in ontvangst nemen. for our children. Bijna zeventig namen zijn afgeroepen en zeventig kinderen heel blij gemaakt met hun kostbare nieuwe zwemkleding.
Kunt U zich voorstelling wat een feest dat was? Fotoshow!


Afia Donkor, kom je badpak halen!


Lisa, vindt je hem leuk? Ja!


'De mijne heeft bloemetjes!’ “En de mijne een Adidas opdruk!’


‘If you’re happy and you know it clap your hands’


‘If you’re happy and you know it shout hurray!”


‘If you’re happy and you know it and you really want
to show it, if you’re happy and you know it, show your suit!’


Amma werkt zich van blijdschap in een trance!


De guys, Charles and Evans, take it cool.

Blije gezichten en dankbaarheid in het hele huis.
Dank je Greetje en Sarah!


Jerry gaat weg en andere zaken

7-3-09

Je zou denken dat er na verloop van tijd meer rust zou terugkeren, in in de brouwerij, maar dat is niet het geval, nog niet in elk geval. Fr. Pieter is nog niet veilig in Nederland teruggekeerd of Emanuel kondigt de volgende dag aan dat Jerry bij ons weggaat. Omdat hij aangenomen is bij een computerschool en die begint woensdag over een week al. Jerry heeft vijf jaar lang bij ons gewoond en gewerkt. Hij was een super-verzorger dus het was met een dankbaar maar ook bezwaard hart dat we gisterenavond zijn afscheid vierden. Goed om hem zo met zijn allen te kunnen bedanken en even in het zonnetje te zetten. Jerry verdient het en we zullen hem erg missen.
Hij was goed met het kralen maken van oud recycled glas, hij was goed met de autistische kinderen, hij was goed met de physiotherapy maar hij was vooral heel goed met zijn eigen twee jongen waar hij van hield en waar hij voor zorgde, Ema en Moses.
Dus de party gisteren was ook veel op die twee jochies gericht, die nog niet weten dat, na vijf goede jaren, hun verzorger zal vertrekken.



Maar Jerry weet het wel en hij is lijkt wel een beetje aangeschoten door de komende scheiding van hem en zijn twee jongens.
Kijk eens op deze foto hoe lieflijk Jerry zijn Moses met de hand aan het voeren is.
(Nu snappen we ook wat beter waarom Moses zich soms zo verwend gedraagt!)
Dag Jerry! Heel veel dank, je was geweldig. Kom vaak terug hier, he?!



Het feestje was ook bedoeld om de nieuwe vrijwilligers Wilke en Hilde welkom te heten en om voor de tweede keer Lena te bedanken, die er nu een tweede vrijwilligers-dienst bij ons op heeft zitten. Dank lena! Was fijn met jou.
O, en deze multipurpose party was ook bedoeld als opening ceremnie en welkom-partij voor het nieuwe huis voor Kwame Evans, Paa Yaw, Kojo Parich, Joshua and Patrick! De nieuwe buren van Kofi Asare in de Kofi Asare-straat. Samen met Patrick knipte PaaYaw plechtig het lint met de balonnen door en daarna was dit nieuwe aanleunhuisje dan van hun!

Vero gaat aan het eind van de maand ook bij ons weg. Vero is nu 29 jaar oud en haar familie wil dat ze terugkomt naar hun familiedorp in het noorden van Ghana.



In Vero’s dele van het land moeten de oudere meisjes in ene gezin trouwen voor de jonegre aan d ebeurt kunnen komen. Wie weet stagneert Vero de stroom van bruiloften in haar familie! Ach hemel, zo’n oud familie-systeem dat nog steeds in stand wordt gehouden in hedendaags Ghana, waar tradities en warden steeds maar weer veranderen door invloed van buitenaf. Als ik iets van dien aard aan Vero vraag geeft ze me zachtjes en vriendelijk een vage Mona Lisa glimlach. Tot hier en niet verder, dus.
Maar Vero’s afscheidsfeestje komt nog dus laat ik niet op de dingen vooruit lopen.

Voor degenen die mijn rubriekje wekelijks lezen, het gaat weer helemaal goed met de baby van Dr. Boro. De wond is genezen en ze kan zelf, zonder de hulp van een maagsonde, weer drinken. Haar naam is trouwens Helen, Helena Boro. Dit kleine babymeisje heeft vier grote operaties onder algemene narcose ondergaan, binnen de eerste drie maanden van haar bestaan. Helena en haar ouders moeten dus echt bizondere mensen-kinderen zijn met een grote dosis geduld en lijdzaamheid en vooral taaiheid. Goed zo, Helena!

Voor degenen die ex-verzorger James nog kennen… twee weken geleden is hij in het ‘Heilig instituut Huwelijk’ getreden met zijn leuke vrouw Margaret. Een indrukwekkende trouwerij in de kerk van de Pinkstergemeente, waar Bob en ik precies achter een beest van een speaker kwamen te zitten. Die speaker was groter dan het grootste stuk meubilair dta ik ooit van dichtbij gezien heb (en van dichtbij wat het!). De muziek kon beter gevoeld dan gehoord worden en die dag is er dacht ik iets in mijn trommelvliezen gebarsten. Hmmm. Maar het was fantastisch om te het enthoussiasme en het geluk van die twee en de hele kerkgemeenschap op die manier te voelen.

O en Danielle en Naomi waren hier! Waarom heb ik geen foto’s van hun!… mischien was ik zo blij ze te zien dat ik aan fotos nemen verder helemaal niet meer gedacht heb.
Dus geen foto van Naomi en Danielle tot Augustus van dit jaar. Naomi en Danielle zijn twee engelse meisjes die wonderbaarlijk veel dingen voor ons project gedaan hebben. Zo hebben ze fondsen gewerfd door zelf een musical te schrijven en in Cambridge op te voeren, door hun haar (Danielle) af te scheren in Londen, door over het hele land kerken te bezoeken om over ons te praten en markten om spullen voor ons te verkopen. En…in Augustus komen ze met een tourbus met meer dan 20 Engelse touristen bij ons terug om op die manier fondsen voor onze kinderen te werven en de touristen onze prachtige gemeenschap te laten zien. London – Ghana – London in drie weken. Black Heron Tours heet het door Naomi en Danielle opgerichte reisburo. De touristen zullen een dag of vijf bij ons verblijven en de tijd hebben om interactie te voeren en alles in detail in zich op te kunnen nemen. Danielle en Naomi waren nu hier om deze reis tot in de puntjes voor te bereiden. In Augustus zult U vast fotos zien van wat we met plezier onze grote Britse invasie noemen.

Archief Ineke's colum juni 2008 tot maart 2009

Archief Ineke's colum aug 2007 tot 28 juni 2008


Archief Ineke's colum aug 2007 tot 23 december 2007

Archief Ineke's colum december 2006 tot 26 juli 2007
Archief Ineke's colum 19 mei 2006 tot 20 december 2006

Archief Ineke's colum 18 juni 2005 tot 10 mei 2006