June 28, 2008
Sisterhood Revisited (deze keer in het engels)

Our neck a little stiff our face a little shrunken,
Friendly and wise we open up to us
We laugh…we laugh at what we see.
A dancing cow, ourselves in mirrored glass, a dual mask, we laugh.

Always time beats
The unfolding of our dialogue.
From the start our voices mute,
Already ready for goodbyes.
Encounter is finite, love is not.

At night alone again in my apartment,
I salute the evening view of Lady Sea. Hello.
Our Lady Day has aged so well but still desires to be admired
So there I sit and look at you. Hello. It’s me!

Now my Sister, come once more,
Come and be inside my eyes again with me,
To see the evening light at play with Lady Sea,
To see late rays of sunlight touch the water shyly,
And water darkly dancing in the raising of the wind.

Parting. Dying a little. Is there really such a thing as parting?
With all this painful beauty on display around us?
The goodness of sisterhood, its yeast raising smile after smile?
Beauty that knows of nothing but quiet celebration?

Always time beats
The unfolding of our dialogue
From the start our voices mute
Already ready for goodbyes
Encounter is finite, love is not.
We’ll meet again.

25 Juni 2008
Danielle zonder haar

De Londonse Danielle heeft zich Zondag kaal laten scheren. Daarmee heeft ze, samen met Naomie en Sue, weer een hoop geld voor onze kinderen opgehaald.
Ik wou nog bellen doe dat niet maar het was te laat.
Kaal gaat ze verder door het leven, althans voorlopig.



En het mooiste is dat Danielle er nog mooier op is geworden.

Evalueren
6-6-08

Sinds mijn terugkomst uit Chicago, eind April, hebben Ema en ik meer dan twintig evaluatie gesprekken gevoerd. Een op een, met alle werkers, Ema erbij voor de taal en ook omdat dit voor hem als coordinator een goede leer-ervaring is. Elke middag een of twee gesprekken. Het was veel, nam flink wat tijd in beslag, en ik ben blij dat ik het toch gedaan heb, want ik had er geen echt hoge verwachtingen van. (Praten met de baas plus zwijgcultuur maakt dubbel gesloten. En dan de taalproblemen wat het fijnere gesprekswerk betreft.)
Gisterenavond zijn de gesprekken afgerond met een samenkomst en daar zaten we in een grote kring met de kinderen in het midden op dekens op de grond, ik werd geflankeerd door Ema en Joyce elk een zijde en toen werd het stil en moest ik wel opkomen met dat aangekondigde woordje van mij. Ik zie daar altijd tegen op en het gaat ook niet altijd even goed, maar deze keer kwamen de woorden er gewoon spontaan goed en duidelijk uitrollen, ik hoefde er niks voor te doen! Feedback over bepaalde themas die veel terugkeerden tijdens de evaluaties, gespijsd met wat observaties en suggesties en vooral, telkens weer, veel lof over de sfeer, het plezier en de enorme werkprestaties van de werkers.

Wat is het eigenlijk allemaal in een werksituatie dat een mens gelukkig of ongelukkig kan maken. Ik ben gelukkig als alles perfect loopt! En als ik zo nu en dan even uit Nkoranza of Ghana wegkan om geestelijk weer wat op te frissen. En ik hoop/dacht dat Ema dat ook zo heeft, (behalve dan de mogelijkheid zo nu en dan even uit Ghana weg te zijn!)
Natuurlijk is iederen blij als alles goed loopt, maar dat is dan meer in zijn eigen microcosmos van het geheel. De computers plus ‘zijn drie studenten’ voor Kwame. Supermooie nieuwe modellen kettingen voor Angela. Zijn jongens Moses en Ema voor Jerry. Veel gasten voor Mercy en Charity. Enzovoorts, enzovoorts. Zo is iedereen dan ook een leider in het geheel. Maar wat kan er veel misgaan en wat kunnen mensen afgeleid worden. Wat kan er veel pijndoen en wat kan er slecht gecommuniceerd worden soms. Dat vond ik het goede van die gesprekken, om daar vaak tegen aan te lopen, soms met stomme verbazing, maar altijd geroerd door de kwetsbaarheid van deze mensen.

De jonge vrouw die hier al jaren werkt zegt alles hier prachtig te vinden. Dat is dus volgens verwachting maar na wat zoeken komt er een ander verhaal uit. ‘De anderen hier mogen me niet. Ze zitten samen te praten en dan opeens wordt het stil als ik langskom. Ik probeer me er niets van aan te trekken maar toch, heel vaak ben ik treurig omdat ik alleen ben, omdat ze me niet willen.’ Als ik vraag of ze dat wel eens besproken heeft met iemand van dat groepje, ‘dat haar niet mag’, dan moet ze lachen. Zo stom is Ineke nou! ‘Nee, tuurlijk niet. Dan maak ik het toch alleen maar erger!’ ‘Hoezo erger? En kan het eigenlijk nog erger dan?’ ‘Als ze me niet mogen en ik zeg er wat van dan mogen ze me dubbel niet. Zo zit dat. En als ik iets tegen Ema de coordinator zeg mogen ze me drie dubbel niet en kan ik net zo goed naar huis gaan.’
Wel waren er op een kwade dag klappen uitgedeeld, zo hoog liep de spanning op. En toen werd het probleem onderkend en gesettled. Maar niet echt opgelost, alleen maar voor de schijn. De achterklap gaat nog gewoon door en ze is uit de groep verstoten.

Het meisje dat voor twee heel moeilijke kinderen zorgt wil weten of er extra geld te verdienen is als ze nog een kind erbij neemt. En ook ‘krijgt men een dubbel salaris als men in de werkplaats en in daycare of een andere afdeling werkt?’

De nieuweling zegt dat alles zo mooi is als een droom. ‘Niet te gauw wakker worden, Letitia!’

Meerdere mensen uiten de klacht dat Ema ze s’ochtends niet groet en ik vaak ook niet, of dat ik onvriendelijk kijk. Alsof het van te voren zo gerepeteerd is, bijna.

Er werkt een tweeling bij ons en die hebben nu een heel bepaald probleem. Hun moeder is ziek maar ze mogen niet allebei weg om hun moeder op te zoeken, het is of de een of de ander. Maar...ze willen samen naar hun moeder, die trouwens aan de andere kant van het land woont. Wat nu, ja wat nu?

Sommige feedback in die gesprekken is gewoon rechtstreeks.
* Je moet echt met de klok werken, je kunt niet steeds te laat zijn. Afrikaanse gewoontes of niet, we hebben hier een eigen stukje Afrika gecreerd dat zijn eigen regels heeft. Punktueel zijn, je weet het!
* Nee, je krijgt niet meer geld als je iets meer gaat doen, zo werkt het hier niet.
* Groeten s’ochtends? Okay, doe ik. Doe je het zelf ook, volgende keer dat je mij ziet?
* Meisje, echtwaar, als je alles in je hart bewaart en nergens over praat en denkt dat niemand je mag dan wordt je bitter, dan wordt je ziek. Laat ons je helpen, alsjeblieft!
* Met zijn tween naar je moeder, liefst zolang ze ziek is. Dat is aardig van je. Maar stel je voor dat je samen wegging, hoe moet het dan met de vijf kinderen waar je samen voor zorgt?

Soms was het moeilijk direkt feedback te geven, het ging dan of over geruchten, of anders waarschijnlijkheden en indrukken. Of een verhaal van een klokkeluider die niet genoemd wilde worden. Dan werd er in het groepsgesprek over gepraat. Gisteren dus. Men weet dan wel voor wie de opmerkingen bestemd zijn.
* Het is niet goed om met elkaar een soort pakt aan te gaan. ‘Als jij me niet verklikt als ik er snachts niet ben dan bescherm ik jou ook’. Niet doen, dat maakt ons kapot.
* Een ‘verklikker’ doodzwijgen? Niet doen. Opgroeien!
* S’nachts verdwijnen en je kinderen zonder supervisie achterlaten? Ook al hebben ze soms epileptische aanvallen en kunnen ze angstig en alleen zijn zonder jou? Hoe maak je dat?
* Dan veel uitleg. Bijvoorbeeld uitleg over hoe de financien werken in de gemeenschap. Wat er aan sponsorgeld gevraagd wordt voor een kind, hoe het gebruikt wordt. Dat er een limiet is. Dat we een strikte begroting hebben. Dat Bob en ik van ons eigen geld reizen, ons huis opknappen, eten. Dat geld dus niet zomaar aan de boom groeit zoals mijn eigen moeder altijd zei en moeders denk ik nog altijd zeggen aan hun kinderen.
* En vooral communicaties! Ach hemel ach hemel, wat wordt er veel geleden door gebrek aan communicatie. Stel dat je vermoed, voelt, dat de ander je niet mag. Wat doe je dan?
* En dan als afsluting die plons van waardering, die enorme trots op deze mensen: jullie zijn ongelofelijk!!! Dat je dit samen voor elkaar krijgt, wonderbaarlijk! Great people, you!

Nu is het dus een dag later, en morgen is mijn laatste dag hier, voor ik voor korte tijd naar Nederland ga. Ik zit te typen, dit verhaal en andere zaken voor de komende drie weken. Een brief voor Stephen die naar het ortopedische team in D. Nkwantah moet op de 18de. Ik moet nog van alles, er is nog heel veel niet gedaan en het maakt me zenuwachtig. Angela en Agnes kwamen vandaag om beurten met stroken zelfgeweven stof, geprijsd en al, kralen, pakjes met kettingen en armbanden, van alles en nog wat aanzetten. Om mee naar Nederland te nemen en daar te verkopen. Alsof ik een handelsreiziger ben, met mijn koffer die nog niet gepakt is maar wel open ligt, met pakjes zelfgemaakt kralen en sieraden eromheen. En dan heb ik dienst, vandaag en morgen. En eigenklijk vindt ik dat heel fijn, lekker echt werken! Concreet, met een patient, een operatie, een kind met typhus, een kraamvrouw die bloedt. Dat is mijn vak. Let wel ik praat alleen maar zo sinds ik vanaf dit jaar nog maar twee dagen per week in het ziekenhuis werk. Vroeger heeft U me wel anders gehoord!
Nou, nog een dag en ik ben opweg, met hopelijk een koffer die gepakt is en een gerust hart over de komende drie weken dat ik hier niet ben.

 

Steven
26-5-08

Steven is ongeveer 4 jaar oud. Hij is overgebracht van het staatsweeshuis in Kumasi om bij ons hopelijk wat meer te leren en vooral om wat meer vreugde in zijn leven te vinden.
Dit is zijn achtergrond verhaal: 
Twee jaar geleden werd Steven op straat gevonden en naar een districtziekenhuis in zijn buurt overgebracht, het Nyinahin Government Hospital, om aan te sterken en infecties te behandelen want hij was erg verwaarloosd en ook verhongerd en uitgedroogd. De dokter van dat ziekenhuis heeft hem uiteindelijk naar het weeshuis in Kumasi overgebracht en daar heeft hij twee jaar gewoond voor hij vorige week (20 Mei) bij ons terecht kwam. De staf in het staatsweeshuis van Kumasi wilde niet met hem spelen, hem zelfs niet oplichten of aankijken, alsof ze vies van hem waren.
Steven zou een normaal IQ kunnen hebben, wel is zijn spraak erg vertraagd maar dat kan vooral ook door onderstimulatie komen. Hij heeft vervormingen aan beide voeten die geopereerd zullen moeten worden voor we gaan proberen hem erop te laten staan en uiteindelijk hopelijk ook voort te bewegen. Nu kan hij alleen kruipen en dat doet hij razendsnel.

Dit zei de vrijwilligster over hem die de transfer naar Nkoranza heeft aangezwaaid: Steven heeft twee klompvoeten en kan niet staan of lopen. In het weeshuis was hij erg verwaarloosd en werd door de werkers daar genegeerd en mishandeld vanwege zjin voetafwijkingen. Ze vonden hem een moeilijk kind en behandelden hem als maar half menselijk. Hij werd in zijn bed achtergelaten als de andere kinderen naar school of daycare gingen. Pas toen vrijwilligers hem in de gaten kregen veranderde iets aan zijn troosteloze leventje. Ze brachten hem dan ook naar pre-school en hij werd er dan getolereerd. Steven begrijpt Twi maar zijn spraak is nog maar minimaal ontwikkeld. Hij raakt snel gefrustreerd en heeft een depresieve gezichtsuitdrukking. Maar zodra hij op schoot gehaald wordt, of een spelletje met hem gespeeld, dan klaart zijn gezicht op en breekt er some een lach door. Steven kan zich heel goed aanpassen. Hij is nog niet zindelijk.

Ons plan is dat Steven zo snel mogelijk naar de outreach kliniek van de orthopedische groep van Nsawam (Fr. Tracicius) gaat die een keer per maand in het St John of God ziekenhuis van D. Nkwantah plaatsvindt. Dat bekent dat hij op 18 Juni daar moet zijn. Hopelijk krijgt hij ter plaatse daar, of anders later, de datum voor de ortopedische operaties aan zijn voeten, in datzelfde zieknhuis. (We kennen dit want ook Kojo Evans en Araba zijn daar geopereerd) Direct na die operatie gaat Steven dan naar het revalidatiecentrum in Nsawam, bij Br. Tarcisius, waar hij minstens zes maanden zal moeten blijven om, met behulp van een team physeotherapeuten en al hun spalken, krukken, kalipers en loopwagentjes, weer te leren staan en lopen.
Daarom hebben we hem vanaf de eerste dag hier overspoeld met liefde en spelletjes en knuffelsessies en grapjes en weet ik wat. Wat hij nog aan emotionele groei nodig heeft kan hij proberen nu binnen te halen om straks houvast aan te hebben als hij weer naar een andere plek zal moeten, en dan nog eens, steeds weer onder vreemden, voor hij uiteindelijk weer bij ons thuis zal komen.

Oma in Verwachting
20 Mei 2008

De laatste keer dat ik Augustina gezien had was in Januari, toen ze speciaal terug kwam om uit een defilerende rij veiligheids-mensen de man aan te wijzen die haar zwanger had gemaakt. Nu is het vijf maanden later en over een paar weken zal Augustina gaan bevallen. Een tweeling.
Wel zijn er heel veel telefoontjes geweest tussen Augustina’s moeder en onze Angela, maar gisteren kwam ze dan echt op bezoek om eens even bij te praten. ‘Hoe is het met Augustina? Waar is ze? Waarom is ze ook niet meegekomen vandaag? We hadden haar willen zien! O, vanwege het busgeld? Is dat zo duur tegenwoordig? Hoe is t met haar? Gezond? Wanneer gaat ze nou precies bevallen? En waar?’
‘En wat is het met die man die haar zwanger heeft gemaakt? Zit hij in de gevangenis? Nee, zeker. Natuurlijk niet!’
Okay. Ja, we wisten dat ze zaak ‘ge-settled’ was tussen Augustina, de politie en de verkrachter. Gelukkig was de dader uiteindelijk ontslagen uit de speciale school en uit het gezicht verdwenen. ‘Is dat waar, horen we dat goed? Is die man nu aangenomen op een lagere school in een dorp hier in de buurt? Niet te geloven. Geen rechtvaardigheid in dit leven!’
Allerlei vragen schoten zo op en neer tussen ons en Augustina’s moeder.
Op de vraag ‘.. heeft die man dan nog wat van al zijn mooie beloften uitgevoerd? kwam een snel en precies antwoord. ‘Hij heeft tot nu toe $160 betaald van de 200 die hij had beloofd.’ Hij had gezegd onmiddelijk $200 te betalen, dwz voor de bevalling, en de huur, eten, schoolgeld, zeg maar alles, een ‘vrijkaartje naar de Hemel op Aarde’, als de tweeling eenmaal geboren was!
Maar… ze was maar opgehouden met hem aan zijn beloftes te herinneren want telefoonkosten en busgeld naar dat dorp kostte meer dan het opbracht, uiteindelijk.
Augustina gaat half Juni bevallen. De dokter in het ziekenhuis van Dormaa-Ahemkro, waar ze wonen, had gezegd dat het waarschijnlijk een keizersnede zou worden. Maar Augustina heeft verzekering tot eind Augustus, dus dat is geen probleem.
En wat daarna? Ja Augustina zal toch bij grootmoeder en de babies moeten blijven wonen, tenminste voor een jaar, beter eigenlijk twee jaar. Daarna kan grootmoeder op haar eentje voor de kinderen zorgen en Augustina weer terug naar de werkplaats. De toekomstige grootmoeder, die als vanzelfsprekend over zichzelf praat als de verzorgster van haar enig kind Augustina en haar kleinkinderen is een prachtige sterke Afrikaanse vrouw, 40plus, analfabeet, boerin. Het prototype Afrikaanse dorpsvrouw dat gemaakt lijkt voor dit soort situaties, familie problemen oplossen door de verantwoordelijkheden van anderen dan maar op zich te nemen, op haar eigen schouders te leggen. “Mijn ex-man ook’, zegt ze lachend, ‘dat was zo’n man van genieten maar en niet naar morgen kijken. Echt nog een baby. Hij is al lang weg bij me.” Ze haalt haar schouders op, opgelucht dat ze nu ook nog niet voor een ‘baby-echtgenoot’ hoeft te zorgen, nu ze het zo druk heeft met Augustina!
Augustina kon niet meekomen omdat het vervoer zo duur is, 8 dollar voor een persoon. Voor haarzelf en haar zwangere dochter was het al gauw 20 dollar gewwest, aangezien ze ook een grote lading dozen, geschenken uit Nederland, mee terug nar huis nemen en voor bagage wordt ook veel gevraagd tegenwoordig. Als je niet voorzichtig bent ben je zo een maandsalaris kwijt aan zon tripje.
Natuurlijk. De duivel zit in het detail. In de kosten. Altijd. (Waarom vergeet ik dat steeds? Eenvoudig hierom, omdat ik niet arm ben geboren, niet arm ben opgegroeid, niet arm heb geleefd en nooit arm zal zijn. Eenvoudig.)
‘Dus hier zijn de dozen met spullen voor de babies, van vrienden in het buitenland die van Augustina’s situatie hoorden.’
O wat was de toekomstige oma blij en wat was ze ook vooral praktisch, of kwam dat praktische idée van Angela? Laten we alle dozen uitpakken en de spulletjes in grote 50 kilo rijstzakken stoppen. Dan is je bagage straks lichter en kost het minder, ook handiger te bergen, in het busje terug. Hoef je minder te sjouwen en minder te betalen.
Angela en ‘grandma’ genieten een paar uur lang van het openen van de dozen, steeds weer hoor je kleine gilletjes van verukking terwijl ze de spullen handiger opnieuw inpakken.
We praten over de toekomst. Dromen een beetje. Alleen maar een beetje praten.
Ja, natuurlijk moet Augustina in Dormaa bevallen, dat is thuis, het familiehuis, de boerderij. Het mais zal dan ook geoogst moeten worden.
Maar het zijn alleen grootmoeder, Augustina en de toekomstige tweeling die in dat huis wonen, verder niemand. Stel je voor dat Augustina zich zou gaan vervelen, terug zou willen naar de werkplaats, waar haar vriendinnen zijn? Waar ze haar kettingen maakt? Stel je voor dat ze niet echt zou willen wachten tot haar babies een of twee jaar oud zouden zijn voor ze terugkwam? Stel je voor dat Augustina echt ongeduldig zou worden en naar Nkoranza zou willen? En stel je eens voor, stel je nou eens voor, hoe het zou zijn als grootmoeder zou besluiten om te proberen met haar dochter en kleinkinderen naar Nkoranza te komen? Om in Nkoranza gezellig met haar Augustina en de twee kleintjes samen te wonen en Augustina te helpen zorgen voor de kinderen. Stel je voor dat ze bij ons kwam en ons zou vragen om een baantje? Verzorgster mischien? Dan zou het toch ook wel heel leuk kunnen zijn, zo samen met elkaar en ook met ons op de HandinHand gemeenschap.
Een droom zou altijd uit kunnen komen, wie weet? Grootmoeder zou er altijd over kunen denken, om bij ons om werk te vragen. Dan zouden we daar ook over kunnen denken en wie weet zouden we gewoon ja zeggen. Dat zou best eens kunnen!
Zou dat geen mooie manier zijn om de tweede helft van haar leven door te brengen ? In Nkoranza wonen, met dochter en kleinkinderen, bij de zelfde organisatie werken waar Augustina voor werkt terwijl ze helpt met het grootbrengen van de tweeling? Wie weet?!
Of mischien wordt de toekomst een vervulling van een andere droom, dat kan ook. Mischien heeft Augustina wel haar eigen geheime droom?
Gisterenochtend zaten we zo bij elkaar en genoten met zijn allen van de mogelijkheid van dat scenario. Iedereen werd er een beetje gelukkiger van, een beetje giegelachtig en een beetje lichter, net als moeders, grootmoeders en gemeenschappen in verwachting horen te zijn! In verwondering over nieuw leven en wie weet nieuwe manieren om samen te leven en het elkaar naar de zin te maken. Wie weet!
Met veel geschater en gevolgd door een rij jongens van de werkplaats met goedgevulde rijstzakken op hun hoofd vertrok ‘oma in verwachting’ door de poort op weg naar het busstattion. Ze verdween uit het zicht en we merkten dat ze lekkere nieuwe energie bij ons had achtergelaten. Nu zijn we allemaal weer in verwachting, samen met Augustina. We hadden het even vergeten.

Gifty’s Moeder
10-5-08

Gisteren-middag zaten Gifty en ik bij elkaar want ik wilde graag haar verhaal horen over de laatste dagen, de ziekte en het sterven, van haar moeder. Gebeurd terwijl wij vorige maand in Chicago waren. We zaten zoveel mogelijk in de schaduw maar nog stroomden de zweetdruppels over ons gezicht en rolden soms zouterig in onze ogen; het moet de heetste en vochtigste dag van het jaar zijn geweest! Gifty praate Twi, haar taal, en er werd stevig gedrumd maar ik dacht dat ik het meeste van haar verhaal wel begrepen had.
Ik heb Gifty’s moeder indertijd aardig goed leren kennen van het ziekenhuis. Drie jaar geleden heb ik op deze plaats nog over haar geschreven (en ik heb dat oude verhaal achter dit nieuwe geplakt.) Haar moeder was toen opgenomen in ons ziekenhuis en ik kwam haar tegen terwijl ik mijn weekend-ronde deed. Ze was een zware vrouw met suiker, hoge bloeddruk en een open been, een geinfecteerde zweer van haar knieen tot haar enkels zo groot, niet om aan te zien. Ze was toen voor een heel aantal weken opgenomen en bij ontslag was haar slechte been bijna genezen, niet helemaal maar bijna. Omdat Gifty verzekering had gekocht voor haar moeder kon ze verder haar suiker en bloeddruk blijven behandelen, de zweer dagelijks laten verbinden en alle andere grote en kleine klachten verlichten waar ze elke dag weer mee aankwam.
De tijd ging voorbij en ik zag nog maar weining van haar moeder. Wel van Gifty die op alle uren van de dag (en nacht) met pannetjes eten en bundels schoongewassen kleren naar haar moeder’s huis ging and dan hijgend weer terug kwam lopen om haar werk met de kinderen weer op te pakken. Altijd trouw. Meestal ook heel opgewekt. Soms moest ze wel even van zich afklagen. Al haar geld. Al haar enegerie. Zoveel van haar tijd. Altijd maar weer voor die veeleisende moeder van haar. En wat had haar moeder eigenlijk ooit voor haar gedaan? Ze had nog niet eens een dag op een schoolbank gezeten, nee, vegen en koken, de andere kinderen verzorgen en wassen en strijken, de markt, al die dingen die kleine meisjes soms in heel arme gezinnen in Afrika moeten doen. Ze doet ze trouwens nog allemaal, al die taken, maar nu werkt ze en ontvangt ze er waardering, geld en behuizing voor.



Ze is geen klein meisje meer, ze zorgt voor de kleine meisjes Alice en Cynthia. .
Ik was dat hele verhaal met haar moeder eigenlijk vegeten. Gifty begon zich steeds beter te ontwikklen, werd veel zekerder van haarzelf, was veel minder het verlegen sloofje. Ze begon grappen te maken met de andere verzorgers en soms kon je haar luidkeels horen schateren. Gifty is een mooi mens geworden en fijn om om je heen te hbeben, dat vindt iedereen geloof ik. Ze geeft veel meer aandacht en liefde aan haar Alice dan vroeger, en Alice ‘groeit’ daar zichtbaar van. Ze is een prima verzorgster geworden.
‘Gifty, hoe is het met je moeder?’ de vraag werd gesteld op een dag dat Gifty zelf met verschijnselen van hoge bloedruk kampte. ‘Mijn moeder? Nee, die is uiteindelijk naar Kumasi verhuisd en wordt nu door een zus van mij verzorgd. Gaat goed met haar.” Ze klinkt opgelucht en ik ben echt blij dat iemand anders nu eens de zorg voor hun moeder heeft overgenomen.
Het is April 2008, we zijn in Chicago en Baffo belt op. ‘Alles goed, ja. Maar Gifty’s moeder is overleden en we helpen met de begrafenis geholpen, zijn er allemaal naar toe gegaan.’
Dat was de reden dat we gisteren samen onder een boom in de schaduw zaten, Gifty en ik, ik wilde het fijne van dat verhaal horen.
Ongeveer een jaar geleden was Gifty’s moeder naar Kumasi verhuisd om bij die andere dochter te gaan inwonen. In een dorp dicht bij Kumasi. (Er zijn drie dochters en een zoon, niemand weet iets van ex-echtgenoten, en ja er zijn nog verre tantes en ooms. )
Hoe hebben ze voor je moeder gezorgd in dat dorpje? Moest ze elke keer naar het universiteits ziekenhuis voor haar insuline? Of was er een kliniekje in dat dorp? Een ijskast?
Ik begrijp vanmiddag van Gifty dat men in Kumasi van de hele westerse medicatie heeft afgezien en haar met kruiden en inheemse middelen en vooral met gebed heeft proberen te genezen. Ondanks de ziekteverzekering waar ze lid van was. Waarom dan? Tja.
Heeft ze haar diet nog gevolgd? En hoe hebben ze de wond kunnen verzorgen? Gifty haalt haar schouders op, kijkt me recht aan en zegt dat ze eigenlijk alleen gebedsheling ontving, in een van de gebedskampen die overal in Ghana als paddestoelen uit de grond rijzen. ‘Ze zeiden dat het haar goed deed, dat ze beter werd.’ Een priesteres of ‘profetes’ kwam bijna elka dag bij haar bidden, en gedurende wekelijkse rituelen met een groep de boze geesten uitdrijven. Haar zus verzorgde haar intussen, waste en verschoonde haar en bracht haar eten als dat tenminste mocht, want vaak ook moest Gifty’s moeder vasten, dagen en weken lang.
Het ging goed tot ze werd gebeld. De boodschap was toen dat haar moeders benen tot aan haar middel erg opgezwollen waren en of ze kon komen om haar weer naar het ziekenhuis in Nkoranza te brengen. De moeder kon niet meer overeind komen. Toen Gifty weer gebeld werd was ze voorbereidingen aan het maken om naar Kumasi te gaan maar pal daarop werd nog eens gebeld. “Niet meer komen. We brengen haar naar Nkoranza toe. Ze is overleden dus bereid de begrafenis voor.”
Echtwaar, Gifty? Dus na haar vertrek naar Kumasi heb je je moeder niet meer gezien? Ze keek met lichtjes in haar ogen, of mischien waren ze betraand, of was het dat zweet dat steeds in je ogen rolde. een traan. ‘Dat is niet waar. Op een nacht heb ik haar gezien, in mijn slaap, een week voor ze dood ging. Doorschijnend mooi! Zo mooi! Glimlachend en jong en stralend mooi. Ze groette me met handbewegingen en en riep me in die droom.’ Toen wist ik dat het met mijn moeder goed zou komen maar ook dat ik perse naar Kumasi moest. Ik heb mijn moeder eigenlijk nog nooit echt mooi gezien. Behalve die nacht in mijn droom. Dat gezicht dat licht straalde dat vergeet ik nooit meer. Het scheen echt’ Dat was een week tevoren. Ik geloof best dat Gifty haar moeder’s gezicht van dat moment in die droom nooit zal vergeten.
Intussen kijk ik naar Gifty en zie dat haar gezicht ook al een beetje getransformeerd is. Gifty heeft meer dan haar deel aan werk en liefde gegeven, dat lijkt me tenminste. Met haar moeder, met Alice, met onze gemeenschap. Op een dag zal ze vast ook zo doorschijnend van licht zijn en het lijkt me dat ik er al iets van kan zien, nu, in dat nog zo jonge leven. Op dat moment tenminste. Vreemde en prachtige mensen hier. Toch?

(Van 16 Juli 05

Vorige week Zondag, toen ik ronde liep in het ziekenhuis, zag ik haar liggen. Ze is een stevige vrolijke vrouw. Luidruchtig riep ze ‘dokter kom eens even kijken, hoe ziet mijn been er uit vandaag?’ ‘Mooi’, zei ik, ‘mooie benen’. Overal en in alle omstandigheden kan er gegrapt worden, dat vindt ik een van de opvallendste pluspunten van Ghana. Intussen zag ik dat haar been er helemaal niet goed uit zag, een zwarte ingedroogde grote teen en een open been totaan haar knie. Ze heeft last van suikerziekte en was een tijdje opgehouden met haar insuline vanwege het geld. Daarom nu dit. Het grappen hield van mijn kant een beetje op, ze zag er ook erg bleek uit, ondanks haar gave zwarte huid. Bloed laten prikken en ja hoor zware bloedarmoede, ook dat nog, dus om twee kolven bloed gevraagd. Staat opeens Gifty voor me, een van de verzorgsters van onze Hand in Hand Gemeenschap, het meisje dat met Cinthia en Alice samenwoont. Gifty, hallo, wat doe jij hier? En opeens zie ik de gelijkenis. Is dat je moeder? Ja!, Ze lacht (natuurlijk). Waarom heb je dat niet verteld dat je moeder in het ziekenhuis ligt? Ah! (lachen). Gifty, je moeder heeft bloed nodig. Nou ze zal bloed geven natuurlijk.
Ik bedank haar want bloed geven is geen kleinigheid en vraag een beetje door. ‘Weet je dat ze op z’n minst twee kolven nodig heeft?’ ‘Wie zorgt voor je moeder? Heeft ze een man, andere kinderen of familie om voor te zorgen? Wie kookt voor haar? Waar woont ze?
Gifty kijkt me aan en opeens, zonder overgang, veranderd haar lach in een huilbui. ‘Niet huilen zegt de verpleegster alles komt goed’. (Dit is de standaard reaktie op ‘negatieve gevoelsuitingen’, net als een of twee generaties geleden in Nederland).
Gifty begint nog harder te huilen en ik neem haar mee de veranda op.
Ze begint te vertellen: Ik ben de enige en ik kan maar een kolf boed geven. Mijn vader woont al sinds tijden in Kumasi met een nieuwe vrouw. Komt nooit meer, geeft geen geld aan moeder. Vier kinderen, twee in Kumasi, een ‘weg’ en dan Gifty. Geen andere familie, haar moeder woont in een van de vele kamertjes van een groot compoundhuis dat door een doodgewone huisjesmelker verhuurd wordt. Ze heeft een flinke som vooruit moeten betalen en ze moet elke maand de huur opbrengen. Wie? Gifty zelf natuurlijk, wie anders? Wie zorgt er dan voor je moeder? Niemand, ik! Ik breng haar s’avonds eten, elke dag. Jeetje Gifty hoe breng je dat op? Ze haalt haar schouders op en lacht alweer een beetje. Dan gaat ze naar het lab om haar bloed te geven.
S’avonds zie ik haar weer thuis in onze gemeenschap. Ze zit met de andere verzorgers te praten terwijl ze met Emmanuella speelt. Iedereen weet hiervan natuurlijk behalve wij, Bob en ik. Waarschijnlijk helpen de andere caregivers haar met eten en mischien ook wel met bloed geven. Ze vallen ons daar niet mee lasting. We zijn dan ook van een andere, een rijke wereld, en ze weten heel goed dat we echte armoede echt niet helmaal snappen. Terwijl het hun natuurlijke omgeving is, de lucht die ze dagelijks inademen: geld- en familiezorgen.
Ik vertel het hele verhaal aan Bob en die lievert laat ook gelijk zijn tranen de vrije loop en geeft Gifty biefstukken en geld voor haar moeder.
Ons perspectief op Gifty is veranderd en elke keer als ik haar zie wordt ik stil en houdt ik mijn adem een beetje in. Was ik eerst wat kritisch over een zekere slordigheid in de omgang met haar twee kinderen, nu …denk ik daar nog zo over maar zie tegelijkertijd dat ze het beste doet wat ze kan. Ik zou het zelf niet zo kunnen, niet in die omstandigheden, echt niet. Als ik haar met Alice in een autoband in het zwembadje zie spelen denk ik vooral: wat een kei van een meid! Hoewel, jawel, ik toch graag zou hebben dat ze, net als Oscar, helemaal in het spel met Alice op zou gaan en echt Alice’s ogen zou ontmoeten en licht en liefde erin lachen… Wat er gebeurd is dat ze met Alice speelt door de zwemband wat op en neer te trekken terwijl de ene na de andere caregiver bij haar op de rand van het zwembadje komt zitten en met haar praat. Ze speelt dus wel maar haar aandacht is er niet helemaal bij.
Kan ik meer verwachten? Kan Alice meer verwachten? Kunnen de kinderen van deze ongelofelijk arme dappere mensen meer verwachten? )

Terugkeer
29 April

Gezond en wel zijn we gisterenmiddag teruggekeerd. Met Janneke, die weer een paar weken komt meehelpen met de lightwrigther van PaaYaw, computerclasses en van alles en nog wat. Heerlijk. Heerlijk ook om weer thuis te zijn, hoewel Amerika zo goed voor ons was, van alle kanten. Familie, vrienden, oude kenissen. Emilio, een heel blije en hardwerkende Emilio die op de ochtend voor we weggingen worstjes voor ons bakte, omdat Bob daar zo van houdt. En liefdes-afscheids tranen met ons deelde. Lynda en ik die elkaar begonnen te ontdekken als schoonzusjes/vriendinnen. Het hele team artsen natuurlijk, dat met bob bezig was! En een Bob die echt helemaal beter is. Verder kregen we ook in Chicago zovee leuke mailtjes van mensen die meedenken en meehelpen met ons kinderproject. Een brief van Bernard, leider van de G8 groep, die ook dit jaar Oktober weer komt helpen. Niet alleen gaan ze Mr. Ameyaw’s huis opknappen (opnieuw bouwen eigenlijk) ook hebben ze nu toch echt een nieuw scootmobiel voor Kojo Evans. Gaat 8 mei op de boot!!! Hier iets van Bernards laatste brief:
.....Op 16 Oktober hopen wij met aantal vrijwilligers af te reizen naar Ghana voor 2 en ½ week, om daar een huis te bouwen op het terrein van Hand in hand in Nkoranza.Vorig jaar zijn we er ook geweest en hebben met een groep van 8 vrijwilligers veel achterstallig onderhoud gedaan. Voor foto’s en verhalen kunt u op onze site op kijken www.ghanag8.blogspot.com. Door middel van verschillende actie hadden we €10,000 euro te besteden, en zijn door veel bedrijven en particulieren gesponsord door middel van gereedschap, kleding, speelgoed, geld enz. De dankbaarheid die we van de mensen ontvingen en het dagelijks samen zijn van de mensen en kinderen heeft een diepe indruk op ons gemaakt. Het leven en werken van de mensen daar is zo verschillend, en heeft ons leven zeker veranderd door op een andere manier naar dingen te kijken. ....


het huis dat G8 gaan opknappen.

Dan heeft Madelijn, de dochter van Hinke en Jelle Postma, op haar school met haar 99 schoolkinderen een aktie ‘draagt uw steentje bij’ gehouden. Ze schrijft er het volgende over:
“....Graag wil ik je even op de hoogte brengen van de actie die wij op onze school houden.
In het kader van het 50 jarig bestaan van ons schoolgebouw houden we een project over bouwen. Elk jaar koppelen we er een goed doel aan. En je raadt het al dit jaar zijn jullie aan de beurt. (Na mijn positieve verhalen unaniem gekozen.) 
Onder de titel: "Draagt u ook een steentje bij?", halen de kinderen geld op d.m.v een formulier waarop mensen steentjes kunnen "kopen" en afkleuren. Voor elke 2,50 euro mogen de kinderen op school een symbolisch steentje metselen.
Het geld gaat naar jullie organisatie Hand in Hand. De kinderen heb ik via een beamer met foto's/website en verhalen geïnformeerd.
Ze zijn zeer enthousiast aan de slag gegaan en hebben inmiddels al 800 euro voor jullie opgehaald.
Morgen, vrijdag 11 april sluit de actie. Dan houden we een presentatie over wat de kinderen gedaan hebben deze week. De avond wordt geopend met een djembeesessie door groep 5 t/m 8.



Deze avond sta ik er ook met jullie sierraden.
Wat het eindbedrag is laat ik je zo snel mogelijk weten. Tevens stuur ik dan wat foto's mee. Als je het leuk vindt wil ik evt. ook wel een stuk voor jullie website maken.  
De tijd die ik bij jullie op het terrein van Hand in Hand heb mogen doorbrengen geeft me nog steeds een warm gevoel.
Prachtig al die nieuwe werkruimtes. Het is goed om jouw verhalen te kunnen lezen, en te laten lezen aan anderen. Nog een goede tijd in Amerika toegewenst.’
 
En later: ‘Het definitieve bedrag dat door de kinderen van school is ingezameld, is: 1.203,67 euro!’
Vriendelijke groeten, 
Madeleine Asantewaa Postma

Ja nu zijn we weer thuis en de kinderen zien er goed uit (Behalve Boadu die longontsteking heeft en Lisa die ook met een infectie in het ziekenhuis ligt) en het gras is zo mooi gegroeid! Was nog bruingeel toen we vertrokkken en nu sappig als een weitje in Nederland. Overal wordt hard gewerkt en vanuit elke hoek kun je ook veel gelach en gezang horen. De computerkamer is weer verder ‘upgraded’ door de vrijwilligers en de ruimte voor de autistische kinderen in de werkplaats is niet meer van vroeger te herkennen! Het werk van Steven, Jerry, Agnes, James, Meghan, Lies, Bas, Roos en Eva.!!
De vogels zijn gelukkig weer terug in de boom (we waren even bang dat de vleermuizen ze zouden verdrijven) en er is denk ik in onze geschiedenis nog niet zoveel omhelsd en ge-‘atuu’-d dan op 28 April, 3 uur smiddags.
We zijn dankbaar.

Campaigning, religion and the TV
16th April (deze keer in het engels)

Health has returned to Bob. So now we start using our eyes again to look around and notice how gorgeous the weather is, how delicate the colors of the lake, how good my in-laws are and how enticing to go to the supermarket for shopping!
There’s only one thing that we could do without, and that is the TV.
It is cable so you can zap from 1 to 100 and over but basically the persons entering your living room are the same. Yes, Hillary, Obama and to a lesser extend McCain. It has been campaigning time for almost a year already, and still over half a year to go before the elections take place, here in The States. Like many people I have good feelings about Obama, something refreshing, a listener, a unifier maybe. I hear a Hillary who upsets me because of a steel hard quality in her voice. I see a McCain and would want him as an uncle. But as a president?
(You hear me well, I respond to these presidential candidates purely from a feeling level and that is, of course, not enough. So thank God I do not have to vote in America. However, that is not my issue now.)
The TV could be a great help in clarifying the presidential campaigns by explaining in detail about the content of each of their programs. Unfortunately it’s not. Obama and Clinton are forever on the screen, preferably together, two windows side by side, and forever they are making global statements, shaking their audience’s hands, and disagree with one another. Slightly, politely (Obama), or ready for the attack, as much as maybe the tiger that was accidentally roaming the Chicago streets a few days ago(Hillary).
These last days you can’t switch on your TV, whatever channel, or these words of Obama are repeated in various forms: “Of course the poor blue collar folks in Pennsylvania are bitter. No jobs, just promises. No wonder they seek their consolation in religion…” followed by some other consoling factors which I forgot because they were not endlessly repeated as the ‘religion factor’ was. Oh was he pounced upon from all sides for ‘desecrating religion’ as a kind of drug for unhappy people. The Pope was to visit the USA during this ‘big upheaval’ and one of his emissaries explained that religion can indeed be a great consolation for people. Voices from the Bible belt however shouted as indignantly as if the devil himself had spoken.
So, it’s forever battle on TV, serious battle. Forever battle. And honestly it is not just boring, and invasive in our personal space, it is a shame. I find it a shame. It is a shame that so much, so very much money is spend on all this campaigning. How can this be democracy? Where would the poor bugger from Pensylvania be if he wanted to stand for president? Millions and millions of dollars away from it. From where and from what could an ordinary person raise this money? And why is all this necessary? Tolerated? So much money wasted and all what happens is that people are bored or, in my case, angry. Not better informed but more overwhelmed. It’s bad stuff going on. It may be a platitude but with the joint campaigning money, all these expenses for daily ads on TV, all these daily debates, campaign trails and bold public statements, a country like, say, Chad could be helped to develop into a midlevel economy. No doubt about that, so waste, waste, waste.
This morning was ours. We silenced the TV, hopefully permanently. Talk to me, I said. No talk to me, Bob said. Let’s look at each others eyes, we said. How much soul is left, what can we find in each others eyes?
Bob then retold me the story of the Belly of the Oyster, and how good it is to rest in there. And how bye and bye you may turn into a pearl, while sleeping there. ‘Yes, I remember, thanks, I said. Your soul comes peeping through your eyes while you tell me this’.
I told Bob about St Francis. About the wolf that was ready to attack him one evening, while on his way to a village. The villagers had warned him about that wolf. ‘Brother Francis, do not take that mountain road at night, the wolf will kill you’. However Francis could not take heed of such words as his mind was filled with higher things.
Then that night he saw the wolf, mouth wide open, gaping, ready for the jump, ready for the kill. ‘No’, said Francis, ‘why do you do that?’
Halfway his mighty jump the wolf fell on the ground, stupefied. ‘This is no way to spend your life, and you know it’, said Francis to the wolf.
So the wolf was ashamed and followed Francis and his donkey to that famous mountain village. The people saw them coming and were terrified. ‘Why, what is wrong? Oh, the wolf? Forget the wolf, he is ashamed. Do not look at him for you will increase his shame. Let’s all dance on God’s own tune.’
The villagers danced, but not with real abandon as you can imagine. The wolf understood how forever scared these people would be of his presence and that night he crept away in a cave. The next night one villager placed a bowl of soup outside his front door. The next morning it was empty. The following nights all people placed food outside their doors for their wolf and every morning the bowls were empty. And when, after many years, the old wolf died the people of that village grieved for him and told their children the above story.
Bob and I story telling. Better than the TV!

Van te voren al heimwee.
30-3-08

Morgen zijn we onderweg, met vier weken goed oud Chicago om naar uit te zien. Genoeg tijd voor Bob om een zorgvuldige medische checkup te ondergaan en voor ons allebei even vakantie. Oude vrienden, familie, shoppen, lunches in het oude jazz cafe om de hoek, een ‘echte’kapper om het haar weer eens fatsoenlijk in vorm te krijgen en alles wat bij de moderne wereld hoort.

Maar oh, wat moeten we ook veel achterlaten! Als de koffers eenmaal gepakt zijn vallen alle irritaties en zorgen over hier ogenblikkelijk weg en onze gemeenschap ligt weer te stralen als van een bijna heilig innerlijk licht.
Amma, die s’ochtends vroeg op haar tenen ons huis binnen komt zodra de deuren opengaan en de honden naar buiten stormen. Om cola dopjes te zoeken en lekker op de bank te snoezelen.



Het ochtend concert van de wever-vogeltjes.
Onze rode boekenkast en de oude leren stoelen.



De twee beelden bij de deur, die elke ochtend na het vegen van de vloer met het gezicht naar de muur worden terug gezet. (Wie ziet dit als ik er niet ben? Wie moet die nu goedzetten de komende vier weken?)
Deze twee vrolijke gezichten.



Ahmed’s uitdrukking als zijn naam geroepen wordt.
De nieuwe werkhallen op de werkplaats, zo prachtig in hun eenvoud.



Het koude biertje als het echt heel heet is.
Onze feestjes. Ema’s gezichtje als hij assistant van Koko de Clown mag zijn.



De vrijwilligers die met Lazarus en Mariella en YaaYaa lopen.
De nieuwe autistische hal waar Afia, Ntiamoah en de anderen van de ‘langzame tafel’ nu een betere plek hebben gevonden om de ochtend door te brengen.



De hitte van de middagen en het beetje koelte dat de avond dan brengt.
De hoempa-band van de SDA kerk, die ons vaak op zaterdagmiddagen komt opvrolijken.



Ja zelfs de nachtdiensten in het zieknhuis ga ik missen.
Hoe dan ook, de laatste was van de lijn en wegwezen.



Dag gezellig land. We zijn 27 April weer terug. Als alles meezit.

Moedertje Philo, Emanuelle die wil lopen en hoe we Palmpasen vierden.
16 Maart


Op de kindervergadering van verleden maandag bracht Ema naar voren dat Philo het heerlijk vindt om bij haar pleegmoeder Joyce en de kleine Emanuelle te wonen en hoe goed het gaat, behalve nog ‘een iets’ dat moet veranderen: tussen het zwemuurtje en het avondeten ziet ze kans om de vuilnisbakken af te struinen naar vieze dingen. Die steekt ze dan in haar mond en als ze gesnapt wordt slikt ze de rommel soms pardoes door. Dat moet dus ophouden, wat zullen we doen? Haar bezig houden in dat ene halfuurtje dat ze weinig supervisie heeft. Hoe is ze graag bezig? Met haar nieuwe speelpop Theresa en haar jonge zusje Emmanuelle. Wat doet ze graag? Die twee lekker in bad stoppen en van boven tot onder insoppen en schoonschuren met een spons. Daarna in de talkpoeder zetten. En daarna als het nog even kan kleren op de hand wassen, in dezelfde emmer. Dus dat doet Philo sinds deze week, gedurende dat kleine uurtje dat ze tussen de wal en het schip lijkt te vallen omdat iedereen bezig is: er wordt een teil water neergezet onder de buitendouche, plus een spons en een stuk zeep, en de een na de ander worden haar ‘levende poppen’ van top tot teen ingezeept en daarna met bakjes water over het hoofd weer schoongespoeld en afgedroogd. Emmanuelle slaat kreetjes van vreugde uit, Theresa laat het zich begaan, verbaasd, en Philo lacht een prachtige schaterlach die wisselt tussen indianen kreten en lachgeluiden als van een klingelende waterval.



Dat gaat goed en leidt Emanuelle ook even af van haar nieuwe zinnetje: ‘ik ook’ als ze Moeder Joyce loopoefeningen ziet doen met Innocencia, als ze Ahmed ziet balanceren op de schommelplank, zelfs als ze Aron oefeningen ziet doen aan de oefenboom, zich optrekkend en weer ontspannend. Optrekken en ontspannen. ‘Ik ook, ik wil lopen’. Niemand wist er raad mee en Joyce kon haar tranen eigenlijk nauwelijks bedwingen hoewel ze steeds wel bleef glimlachen. Grace en Felicia zijn dan iets steviger als de zachte Joyce en ja hoor ze laten Emmanuelle optrekoefeningen doen! Met veel gelach en veel aanmoedigingen natuurlijk! Emmanuelle, well done! Goed zo! Prachtig jo, doorgaan, kom, nog een keer. Wat Emmanuelle doet, en heel precies doet, is haar rugspieren aanstrakken zodat ze kaarsrecht opzit en een hoofd langer lijkt te worden en dan weer ontspannen en als een balletje in elkaar buigen, spannen, ontspannen, het lijkt echt een beetje of ze zich werkelijk optrekt, het zijn de juiste rugspieren, en alom krijgt ze applaus hiervoor. Het is niet genoeg. Ze wil net als Inno geleund in de schoot van Joyce stap voor stap leren lopen. Dan zegt Joyce: kom maar, tilt haar op, draait haar lijfje naar links en naar rechts alsof ze grote stappen neemt en zingt er het ‘loopliedje’ bij dat ze ook voor Inno zingt. ‘A Ba kyi a ba, a ba kyi a ba’ of wat het dan ook mag zijn en betekenen. Dat vindt Emmanuelle wel goed dan, ja, dat lijkt op een soort lopen. En even daarna is het dan weer vergeten en heeft ze veel plezier met vooral kleine Ema en Philo die allerlei spelletjes met blokken voor haar verzinnen. Ze leggen blokken op haar tafel en met een grijns en een zwiepen vliegen de blokken op de grond. Weer oprapen, in een mandje stoppen en opnieuw voor haar neus op haar tafel gelegd. En wat doet de neus? Zwiept ze gelijk weer op de grond met veel gegiechel. Leuk vindt ze dit. Toch komt ‘ik wil dat ook’ wel elke dag even terug. Dat is het begin van een neiuwe fase van gewaarworden en gaan begrijpen dat ze bepaalde dingen nooit zal kunnen. Daar lijdt niet alleen Emmanuelle onder, daar krijgt iedereen een machteloos gevoel van. Kwame heeft wel een soort machine ontworpen waarmee ze een lepel kan vullen, in de machine steken, en dan in haar mond steken. Het werkt nog niet goed maar wat leuk dat die Kwame dit uitgevonden heeft, speciaal voor haar!
Vandaag ging Father Pieter naar de abdij in Techiman en zoals gewoonlijk mochten er een busvol kinderen mee, ik telde er 24. Deze keer met palmtakken die s’ochtends vroeg door James vers van de palmbomen gesneden waren. Het is immers palmzondag en hier wordt dat flink gevierd, zoals alles flink gevierd wordt.
Vanwege weekenddiensten in het ziekenhuis gedurende de laatste twee jaar (en vanwege een sterker wordende aversie tegen het kerk-gebeuren) had ik al in geen tijden een kerk van binnen gezien en vondt het eigenlijk wel een idee om weer eens mee te gaan. Daar heb ik dus geen spijt van gehad. Pieter en Patrick als organiseerders, Grace en Kwame als begeleiders, Philo, Emmanuelle, Joyce, Ema, Amma, Kwame, Ayuba, Bright, Marielle, de een na de ander werden ze in de bus gehesen. Die kinderen van ons toch! Net een fantastische excursie gehad naar de watervallen (in zes bussen maar liefst!! Georganiseerd door vrijwilligster Lies en bezoekende familie) en daar stapten ze twee dagen later alweer in een bus! Nu een welliswaar, geen zes, maar toch!




Palmtakken en bloemen gingen mee, van die mooie roze bloemen die ook zo heerlijk ruiken, vooral tegen de avond. En orchideen en gele kokjes en een enkele hibiscus hier en daar. Wat zagen onze kinderen er mooi uit en wat kregen ze weer veel bekijks!



Tijdens de mis zat Kwame te gebaren: deze wel communie, deze niet, deze is anglicaans, deze is niet gedoopt, maar dat gaat allemaal aan de dromerige Pieter voorbij. Hij kwam met de kelk met hosties helemaal naar achteren waar wij zaten en iedereen boven de zes of zo kreeg de communie. Ook Bright, die toch gauw even zijn tong uitstak naar Kwame en toen in zijn handen giegelde. Kleine overwinning! Heleboel kleine overwinningen toch weer, deze week?

Onafhankelijkheidsdag 2008
6 Maart

Het is al bijna weer twee weken geleden sinds ik voor het laatst scheef, over de nieuwe Kojo Owusu op de werkplaats, de kleivormen voor de kandelaars en het opknappen van de beschutte werkplaats. Nu lijkt het wel alsof Kojo Owusu hier altijd al geweest is met zijn luide en blije ‘Met mij gaat het goed’ groet zodra hij iemand ziet, ook al is het tien keer per dag. Zo draagt hij bij aan de toch al hoge ‘glimlach factor’ van onze gemeenschap. Hij is begonnen op de werkplaats met kettingen rijgen aan de tafel van Dorcas en hij is trots er bij te mogen horen.
De kleivormen voor de glazen kandelaars hadden tien dagen moeten drogen. Deze maandag was het zover en werden ze door Jerry en Ayuba met ‘gemalen glas’ gevuld om in de oven tot kandelaar om te bakken. Wat bleek tegen de avond? Dat het glas mooi in de mallen gevormd was maar dat de kandelaartjes er met geen mogelijkheid uit te krijgen waren. Ze bleven een geheel met de gebakken klei en eenmaal afgekoeld was er ook geen hoop meer op ze nog los te krijgen. Uiteindelijk moesten we allemaal toegeven dat het experiment mislukt was en is het boeltje maar ergens op een zielig hoopje weggelegd. Niet voor altijd mislukt maar wel voor even. De vraag gaat nu per telefoon naar de Ghanese ‘glasmeester’ in zijn dorp Krobo, hoe vormen te maken waar de kandelaars ook uit kunnen worden gevist. Het gaat natuurlijk een keer lukken.
Intussen is de kralenhal helemaal klaar en echt te mooi om aan te zien; ook de nieuwe weefhal is nu in gebruik en de oude weefhal word omgezet in een computerlaboratorium. De open glasruimte achter in de werkplaats wordt nu in gebruik genomen als’soft spot’ voor de autistische kinderen die vroeger aan de langzame tafel in de kralenhal werkten. Dit is rustiger zo. Dus er gebeurd veel, energieke verzorgers, leuke vrijwilligers, en al weer sinds een tijdje een nieuwe coordinator, de Amerikaanse Steve Philips, voor de werkplaats. Welkom Steve!



Verder hebben we genoten van een bezoek van Frans en Aart, voorzitter en secretaries van de stichting ‘Verstand van Kunst’, een Nederlandse stichting die zich ten doel stelt het verrichten van creatief kunst en handwerk door verstandelijk gehandicapten te stimulerren. Ze hebben ons in het verleden financieel geholpen en zullen dat ook in de toekomst weer willen doen zodra we er klaar voor zijn om weer nieuwe aktiviteiten en kunstvormen op de beschutte werkplaats te introduceren. Nieuwe vormen van craftmansschap zoals...ja wat? Op dit moment zijn we in een proces van consolideren van wat we hebben meer dan nieuwe werkzaamheden bedenken. Dus hebben we gezellig gebrainstormd maar laten de gedetailleerde planning over voor een toekomstig tijsstip dat we er met zijn allen weer aan toe zijn. Intussen is het heerlijk om van zo’n groot netwerk van vrienden en helpers gebruik te mogen maken.
Genoeg. Ik heb mezelf plechtig beloofd om in deze rubriek niet te schrijven over benefactors, helpers, projecten en dat soort dingen. Omdat er geen eind aan komt. En als je de een noemt dan waarom de ander niet. En de hele bedoeling van deze rubriek is om het dorpsleven hier te beschrijven, in wat voor situaties en verhalen dat zich dan ookmmaar spontaan aanbiedt op het moment dat ik ga schrijven. Meest schrijven de verhalen eigenlijk zichzelf.
Vandaag heeft het geregend. De eerste regen van het jaar! Een ouderwetse tropenregen met pikzwarte wolken die zich in mum van tijd opstapelden, lichtflitsen in de donkere lucht en regen- en windvlagen die van opzij of zelfs van onder in je gezicht zwiepten, en het stof van maanden van de plaatijzeren daken en droge planten en bomen wasten om als bruin regenwater in de open goten weg te stromen. Erna een heerlijke koelte, zelfs een beetje huiveren na de extreme hitte van voor die bui. Een soort hernieuwings ceremonie, zo’n eerste echte regenbui. Het doopsel van het nieuwe jaar.
En dat op onafhankelijkheidsdag, de 51ste verjaardag van de staat van Ghana.
Het regende niet op onze parade. De optochten waren in de ochtend en de regen verraste ons laat in de middag. En nu is het avond en met wat geluk slapen we zo straks allemaal in, in dit gezellige huis van ons. Met wat geluk zeg ik want ik heb ziekenhuisdienst en dan weet je nooit wat voor slangenbeet, keizersnede of verkeersongeluk er s’nachts om de hoek komt kijken.
Vandaag was de ‘marcheer-dag’. Parade dag. Dit wordt niet eventjes tussen neus en lippen gedaan, dit wordt zwaar opgevat! Meer dan twee weken lang hebben onze kinderen en die van de Shalom school geoefend. In lange rijen liepen ze te marcheren, begeleid door tromgeroffel en gefluit.Goed ver de armen en de benen uitzwaaien en vooral ook allemaal op de maat lopen. Met een plechtige blik, niets geen gelach hier, dit is een ernstige bezigheid!



De optocht is het centrum van enorme frustraties of juist grote vreugdes geweest, meer dan, zeg, wat we die dagen op tafel hadden om te eten of hoe mooi de vloeren in de werkplaatsruimtes gelegd werden. Dit ging iedereen heel direkt aan. Iedereen wil meelopen in de grote parade in het dorp. Je wilt, je moet er gewoon bij zijn, er voor uitverkoren worden. Toch weet je niet of je echt mee mag tot het moment zelf aangebroken is.
Gisterenochtend vroeg kwam Kofi Asare ons in huis begroeten. Hij ging zitten en na het ‘goede morgen’ en ‘hoe gaat het’ kwam de aap uit de verdrietige mouw, Kofi zei dat hij eerst wel maar nu toch niet mee mocht doen met de optocht. ‘because I’m growing too fat and they say I am stupid’. Wat? Jij? stom? Dik, mischien, een heel klein beetje. Maar stom?! Later hoorden we dat Kofi er helemaal niet uitlag maar dat hij de dag voor de optocht van de school moest rusten, om voor de parade zelf in piko bello vorm te zijn. niemand had hem dat goed uitgelegd dus hij dacht dat hij niet mee mocht.
Maar dus wel en hij heeft volop meegedaan. Heeft wel drie uur lang in de hete zon gemarcheerd vanmorgen, staan, lopen, staan, lopen, op de plaats rust, forrrrrt, marcheren! Tegen de middag kwam hij moe maar tevreden terug, leek wel een paar pond afgevallen, maar was voldaan dat hij bij het ‘uitverkoren volk van de marcheerders’ had mogen horen.
Ayuba en Bright hadden echter pech. Toen we vanmorgen onze ochtend wandeling maakten zagen we Bright met rode ogen en opgezwollen gezicht aan tafel zitten. Ayuba zat bovenop die zelfde tafel en leek ook helemaal ontdaan. Wat is er, Bright? Ayuba? Whats wrong? Bright zo ontroosstbaar dat hij alleen in een diepe woordeloze omhelzing zijn verdriet kon uitdrukken. Ayuba zei juist helemaal niets en keek bozig de andere kant op. Ze hadden vroeg vanmorgen te horen gekregen dat ze niet mee mochten lopen en waren er helemaal kapot van. Wat de reden dan ook geweest mocht zijn, ze begrepen er niks van en waren ontroostbaar.
Veel van onze kinderen weten niet beter dan dat ze niet mee mogen met de grote dorps-optocht. Velen zouden het ook niet eens kunnen in de hitte en het stof, ook al zouden ze voortgeduwd worden in rolstoelen. Vorig jaar bleef hier ook een groepje ‘niet uitverkorenen’ achter en wat we toen voor het eerst deden was onze eigen optocht organiseren. Met gefluit en tromgeroffel en armgezwaai, rondom en nog eens en nog eens rond ons hele landje marcheren. Dus vandaag ook onze eigen parade gedaan. Spontaan en enthousiast, Janet en Mercy methun keukenpannen op hun hoofd, Angela en Patirck versierd met kralen en zelfgeweven doeken, iendereen liep mee. De parade van de achterblijvers. Evans marcheerde met Alice, Piedu met PaaYaw, Joyce met Inno, Bright met Ayuba, Amma met KooEma en Ntiamoah en Ema met James, Peace en Regina. En Buckly Lola en Angel met Sunday en mij. Trouwens onze parade was beter dan die in het dorp want we hadden meer plezier en naderhand limonade met koekjes. In het dorp hadden ze geen koekjes maar een heleboel lange speeches van de groten der aarde! Tatatatataaaaata!!!



En hoe het was na de regen, vanmiddag? Geen foto’s van genomen. Maar kijk eens naar de stoffige wazige optocht van vanmorgen. Voor dit jaar was dat de laatste foto van stoffige luchten! Vanaf vandaag heldere hemels met daartussenin lekkere buien, gras dat weer groen word en bomen die nieuwe bladeren krijgen. Tatatatataaaaata!

Kleien, opknappen en een nieuwe gast aan tafel.
25-2-2008

Het lijkt op therapie en is het ook, heerlijk met je handen bezig zijn. Vorig weekend ons huis gewit en maandag de hele ochtend besteed aan het maken van nieuwe klei-vormen voor glazen kaarsenhouders.



Of het lukt is een tweede, die kaarsenhouders, want het duurt twee weken voor de vormen klaar zijn voor het eerste experiment, maar het is intussen lekker creatief bezig zijn. De hele week heeft verder in het teken gestaan van opknappen en met de handen bezig zijn. Hard werk geweest voor Baffo en zijn mensen, en is het nog want ook Zondag, vandaag, wordt er nog geverfd en worden de deuren erin gezet, zodat morgen de tafels terug kunnen op de gloednieuwe tegelvloer van de oude kralenhal. Angela houdt er niet van, haar tafels zo maar ergens tijdelijk opgesteld, ze had geen zicht meer op haar kinderen en ook niet op haar kettingen, dus was het met een verstoord gezicht zitten werken ook al duurde dat niet lang. Iedereen is intussen enthousiast geworden vooral vanwege die nieuwe vloer van gebroken tegels in meest subtiele ivoor en aarde-kleuren. Kofi Asare zegt dat we heel rijk zijn en dat hij op een dag ook zo’n rijkaard wordt met genoeg centen voor een tegelvloer in zijn eigen kamer. En daar heeft hij vast gelijk in, dat gaat vast een keer gebeuren! Vrijdag werd er een balletvoorstelling op de nieuwe vloer uitgevoerd! Nu nog schobben en schoonmaken.



Het was van de week zo druk dat de meeste kinderen niet eens gemerkt hebben dat we een nieuw joch op de werkplaats hebben rondlopen. Owusu heet hij, Owusu met de stralende lach. Pracht van een jongen en hij praat aan een stuk door. Owusu komt uit het dorp waar ook Charity vandaan komt, Aboantem, heel dicht bij Nkoranza maar niet op loopafstand, dus mocht hij op de slaapzaal van de werkplaats erbij intrekken. Patrick heeft er dus weer zoon bij! Owusu heeft suikerziekte en zo heb ik hem ook ontmoet in het ziekenhuis, waar hij trouw een keer per maand met zijn moeder naar de suikerkliniek kwam voor controle. Die moeder die speelde het klaar om hem elke dag, twee keer per dag, een injectie insuline te geven. Ze heeft ergens, een paar kilometer van haar huis vandaan, de eigenaar van een ijskast gevonden die haar de insuline voor haar wilde bewaren. Dat heeft ze jaren gedaan en nu hoeft het even niet meer want haar zoon mocht bij ons komen wonen en werken.



Owusu heeft dus suikerziekte, net als Sunday die sinds enige tijd bij ons in huis woont, en Ema heeft al instructies aan Sunday gegeven om Owusu nu twee keer per dag insuline te spuiten. Ja zo kan de moeder even op adem komen en meer tijd aan de andere kinderen besteden. Zo helpt de een de ander en is het een goed leven hier. Dit weekend is mijn naaiweekend, Jasje? Placemats? De rollen handgeweven stof worden sneller geproduceerd dan dat ze verkocht worden, hoe mooi ze ook zijn. Dus proberen van de mooie geweven stroken die onze werkplaatsjongens maken iets leuks te maken wat in ons winkeltje verkoopbaar is.
Zal het lukken? Gaan de kaarsenhouders lukken? Het is in elk geval gelukt de kralenhal van een nieuwe vloer te voorzien en een nieuwe jongen een veilige werkplak te verschaffen. Dat is toch eigenlijk ook genoeg voor een week!

God van onschuldige kinderen...
17-2-08

Augustina is een jong meisje dat drie jaar lang op de beschutte werkplaats gewerkt heeft. Vanaf het begin dus, en we hebben haar dan ook goed leren kennen. Ze kon gieren van de lach en was altijd klaar voor meer grappen en lolletjes. Ze was een van de aanvoerdsters en trok leuk op met de andere meiden van de werkplaats, maar was ook zorgzaam voor de meisjes die niet zo goed meekonden. Haar moeder had het al vaker aangekaart maar deze kerstvakantie werd het besluit definitief, Augustina was thuis nodig om in het huishouden bij haar moeder te helpen, vegen en koken en dat soort dingen, en werd dus van de beschutte werkplaats weggehaald. Aardige moeder, straatarm. Augustina huilde tranen met tuiten, die ochtend dat ze van de een naar de ander ging om al handenschuddend afscheid te nemen, haar emmer op haar hoofd en haar tassen over de schouder geslagen. Die komt vast terug, zeiden we tegen elkaar. Ze vindt het hier veel te fijn en die moeder is te aardig om als het even kan Augustina niet terug te laten komen. Augustina tot ziens je bent altijd welkom hier. En langskomen hoor!



Nou ze kwam eerder terug dan verwacht. En om een totaal andere reden. Het gerucht ging al nog voor ze zich liet zien ‘Augustina is zwanger!’ ‘Echt waar, ze verwacht een baby’. Daarna was het Angela die het nieuws van Augustina’s moeder zelf hoorde en met het bericht naar ons toekwam.
Geen twijfel aan, ze is zwanger.
Wie kan dat in Godsnaam gedaan hebben? Dat was de volgende vraag, natuurlijk. Augustuna’s moeder had die vraag aan haar dochter gesteld en Augustina had heel pertinent gezegd dat het de watchman was. ‘Nee toch!’
Jawel,een van de veiligheidsmensen van of de Shalom school of de Hand in Hand gemeenschap. Van dat laatste was geen duidelijkheid te krijgen.
Dus twee weken geleden, laat op de avond en daarom ongezien, kwam Augustuna met haar moeder bij ons terug. Baffo en Ema die het onderzoek leidden wilden zeker weten dat degene die voor deze zwangerschap verantwoordelijk was haar niet zou kunnen zien en dus ook niet op haar in zou kunnen praten en intimideren om te liegen.
Moeder en zwangere dochter hadden zich s’nachts op de slaapzaal schuil gehouden, met een voorraad lemonade koekjes en chocolademelk, want het duurde tot vroeg de volgende ochtend voor Baffo de vijf watchmen, drie van de school en twee van de Hand in Hand, bij elkaar had geroepen en op een rij bij de ingang van de beschutte werkplaats had geplaatst. De hoofdmeester van de Shalom school wist hier natuurlijk van en had, zoals iedereen verontwaardigd over dit voorval, met de procedure ingestemd.
De vijf mannen liepen in de rij voor Augustina langs en Augustina gilde onmiddelijk, proestend van de lach en wijzend naar een van hen: “Die is het!’ Het was de oudste van de twee veiligheidsmensen van de school.
Twee andere werkplaatsmeisjes herkenden de man ook als degene die Augustina meelokte in de struiken achter de school. Zeiden dat ze zelf ook zo’n uitnodiging hadden gekregen maar hem verontwaardigd af hadden geslagen. God zij dank waren ze beter ingelicht dan Augustina want veel aan sexuele voorlichting wordt er in Ghana niet gedaan.
De man ontkende. Natuurlijk! Men zegt dat de straf voor zoiets als dit tien jaar met dwangarbeid kan zijn.
Dit gebeurde allemaal op Zaterdagmorgen vroeg en tijdens het ontbijt werden we van het een en ander op de hoogte gesteld. Dat Augustina de man had ge-identificeerd. Dat de man ontkende. Dat de hoofdmeester van de school nergens te vinden was. Dat Ema en Baffo met Augustina en de dader naar het politie-buro gingen om de zaak aan te geven.
Dat gebeurde dus, de zaak werd in handen van de politie gelegd en de watchman werd op het politieburo aangehouden. De hoofdmeester was nog steeds niet te vinden, er werd gezegd dat hij dringende zaken in het dorp te bespreken had. (Hoewel het vroeg op de zaterdagmorgen was). Toen maakte de hoofdmeester plotsklaps toch zijn verschijning aan onze ontbijt tafel. ‘Hallo! Vertel eens. Wat is er toch allemaal aan de hand?’ lachte hij.
‘Nee, ik geloof dat U het een en ander te vertellen hebt’ , antwoordde Bob met een donkere stem. De hoofdmeester schromp een beetje in elkaar en schoof aan tafel naast me aan. Hij praate binnensmonds. Dat hij al heel lang een oogje in het zeil hield want deze man was een beruchte boosdoener. Hij had hem zelfs een keer gesnapt met een andere meid en toen een schriftelijke waarschuwing gegeven. ‘Zo’n schriftlijke waarschuwing, dat is belangrijk. Heb je dat niet dan is het moeilijk iemand later te ontslaan’ gniffelde hij slim. Hij had het veilig gespeeld, als hij uiteindelijk iemand, zoals deze man, moest onstlaan dan had hij zich mooi ingedekt. Hij kende de regels van de Ghana Education Service en de klappen van de zweep.
Terwijl ik naar deze man luisterde werd ik misselijk van woede, van walging. God! De God van de lafaards. Kom! Dit kan ik niet aan!
“Bedoelt U dan dat U al die tijd al wist dat deze man onze meisjes gebruikte en liet U dat dan gewoon toe? Bestaat niet. Niet te geloven! En U liet hem begaan? Tot U dacht ingedekt te zijn? Is dat ‘t wat U me nu zit te vertellen? En die arme meisjes dan? Dat zou U toch moeten zijn, die hun beschermt?!’
Hij mompelde nog meer binnensmonds maar ik wilde het al helemaal niet meer verstaan. Hij had het nog over reguleringen en de trade union en verdween bijna onzichtbaar, in elk geval veel minder flamboyant dan toen hij verscheen.

Die dag gaf de watchman in het politieburo toe dat hij het wel had gedaan. ‘Ja ik heb het gedaan. Maar ik wist niet wat ik deed en wij Christenen we moeten elkaar vergeven, toch!’ Hij wilde een financiele regeling met de familie van Augustina voor de zorg van de baby, de familie stemde toe en hij werd vrijgelaten.
De volgende dag gingen Bob en ik naar Accra en pas nu, na thuiskomst, hoorden we de rest van het verhaal.
Het ziet ernaar uit dat hij en de familie nog bezig zijn met een onderlinge settlement en de politie heeft verder geen interesse in de zaak omdat de moeder van Augustina haar aanklacht heeft ingetrokken. Augustina gaat vast aan het kortste eind trekken. De vent is uitgekookt en heeft natuurlijk ook geen geld voor de baby. Hoe zou hij ook maar iets kunnen regelen? Die verdwijnt en duikt weer ergens anders in Ghana op, mischien met een herhaling van wat hij hier bij ons deed. Wie houdt hem tegen?
Maar wat me nog het meest razend maakt is dat de man nog aan het werk is! Nog steeds op het schoolterrein, dat pal naast ons terrein ligt, rondstruint! Hij is nog steeds de veiligheidsman. Lachen en wuiven naar de meiden! En ja onze meisjes wuiven natuurlijk terug en giegelen, weten zij veel. Ze zijn onschuldig, ze begrijpen het niet, het zijn engelen. Onbeschermde engelen.
‘Baffo, wat IS dit? What the hell is going on? What do they think they are doing at that school?’
‘De hoofdmeester heeft hem nog niet ontslagen. Hij heeft hem wel geschorst. Hij zegt dat hij later ontslagen wordt, dat de familie anders nooit het geld van hem krijgt. Elke dag zeg ik tegen die gozer dat hij van ons land weg moet blijven. Onze verzorgers zeggen hetzelfde. “Ver wegblijven, jij” Wat kunnen we nog meer doen?!”
‘Niet ontslagen? Een kind misbruiken, zwanger maken, en dan niet ontslaan? Zijn ze nou helemaal gek geworden? Die meid krijgt sowieso geen cent of de man nog officieel in dienst is of niet, dat kan je op de vingers natellen. Kunnen we de school niet aanklagen? Voor gevaarlijke nalatigheid, weet ik wat? Of voor doodgewone lafheid? Onverschilligheid? Iets? Dit kan toch helemaal niet.?!’
Baffo ziet er ongelukkig uit. Hij wil niet zeggen ‘this is Ghana’ maar het ligt op zijn lippen, ik zie het op zijn lippen liggen. Dit is een stukje Ghana waar ook hij het niet mee eens is maar wel machteloos voor staat. Nooit nee zeggen. Nooit tegenspreken. Altijd beleefd. Nooit boos worden. Altijd in de plooi. En vooral nooit en te nimmer iemand eruit gooien. Nooit iemand ontslaan. Kan niet. Populair blijven. Bij iedereen in de gunst blijven. Ook al is het je vijand of de belager van je kinderen.
Wat een hoofdmeester! Een man die zo bang is iets onpopulairs te doen dat hij onze meisjes niet in bescherming durft te nemen. Nu beschermt hij dus een verkrachter, een kinderlokker of hoe dat dan ook heet.
“God! God van de lafaards kom hem te hulp. En God van de woede kom mij te hulp! Blus het vuur van mijn woede. Althans genoeg om er iets zinnigs mee te doen. Oh en God van de onschuld, Dank U.”

Augustina is zwanger van een tweeling. De scan geeft 22 weken aan. Ze wuift naar haar vriendinnen, ze vindt dat mooi, die dikke buik van haar. Ze straalt als we haar ‘kleine mamma’ noemen. Ze zal ontroerd zijn als ze straks die twee kleine wezentjes aan haar borst voelt. Of in een doek op de rug van hun grootmoeder ziet, grootmoeder die natuurlijk voor alles gaat opdraaien. Ze zal met die kleine vingertjes en teentjes spelen en en met hun zwarte krulhaar, ze zal er zomaar opeens twee poppen bij hebben!
Ik denk niet dat ze weet heeft van frustratie of woede. De God van de onschuld heeft haar gemaakt. Mooi stuk werk!

Van oude mensen en dingen die voorbijgaan.
10-2-08

Bob bleef aanvallen van koude rillingem krijgen dus zijn we zondag naar Accra gegaan, richting 37 Militair Ziekenhuis, alom bekend als het beste in Ghana. Ernestina had nog gauw een pyama voor Bob genaaid want zoiets moet je dan ook hebben, net zoals een koffer met toiletspullen en sandalen en ondergoed en lakens en een slaapmatje voor degene die s’nacht de wacht bij hem houdt. ‘Ik ben je familie’, zei Baffo, ‘ik blijf bij je’.
Bob, Baffo, en ik, maandagmorgen stonden we in de ontvangtshal van ‘37’ met onze ogen te knipperen, proberen uit te vinden hoe en waar het begin van het proces ‘opname’ was, Bob op een klapstoeltje naast zijn koffer. Opeens komt een lange luid lachende vent aansprinten die me met een ‘atuuu’ omhelst en platdrukt “Maame!’ Ook Bob wordt zo innig omhelsd dat hij bijna zijn evenwicht op dat klapstoeltje verliest, ‘Atuu voor de echtgenoot van mijn moeder. Bob, jij bent nu mijn vader!’
Baffo kijkt het allemaal met zijn stille lachje aan en wil direkt tot aktie ‘opname’ overgaan, maar ik sta op mijn tenen, hoofd achterovergebogen in mijn nek, in de ogen van die enthousiaste man te kijken. ‘Oheneba!’ ‘Oheneba Kissi!’ ‘Jij!’ De zanger...de accountant van ons Nkoranza ziekenhuis van twintig jaar geleden! Ik kan hem even van blije verrassing niet loslaten maar Baffo trekt hem al mee, naar de receptie, naar de verzekering, naar de loketten deposit betaling en uiteindelijk naar de stramme militaire verpleger die bij de tafel medische emergencies staat. Binnen een uur zijn de papieren voor de opname rond en zetten Baffo en Oheneba ons op een stoel in de wachtkamer van Dr. Mensah, de consultant van de interne afdeling.
‘Yes, how can I help you?’
Het hele relaas van tien dagen om de dag klappertanden, kou, intense pijn, overgeven. Ik doe het woord maar, en vrij abrupt, want Bob ziet kans om zijn ziekzijn te verbergen en met de arts over Illinois en Michigan’s lokale politiek te praten...volgende dag was Super Tuesday, de dag van de voorverkiezingen, maar toch! De veramerikaanste Dr. Mensah, die ook blijkbaar liever over politiek dan over ziekte spreekt, antwoordt nog even op Bob’s vraag wie hij dacht dat er zou winnen, morgen ‘Obama denk ik, maar ik geloof niet dat hij toe is aan regeren, too small a boy! Too fast, too swift, too ambitious, too young really. Dat zal me wat worden met zo’n joch aan het stuur!’ Nou dat is de eerste keer dat ik een Ghanees tegen Obama hoor praten. Hmmm, interessant. ‘Maar over de symptomen van u man, richt hij zich naar mij, ‘dat klappertanden om de dag dat kan niet anders zijn dan een borelia, een spirochaet, een malaria parasiet of een sepsis. Tropische ziektebeeld, ik houdt het op relapsing fever. Dat er geen koorts is dat zegt niks, uw man is oud! Kom, we maken er een spoedopname van en gelijk met intramusculaire medicatie beginnen’
Nog geen twee uur later ligt Bob op een modern ziekenhuisbed in een een tweepersoons kamer met alles erop en eraan, zelfs de zuurstof, het ecg machien en het belletje voor de verpleging keurig op een rijtje achter het bed in de muur aangebracht. Ongekend voor Ghana. Oheneba heeft de medecijnen voor Bob gekocht en de verpleegster heeft de eerste injecties al toegediend. De maat van de verrassing is vol als er ook een wagentje langskomt met thee en snacks voor de patienten. Nou dit zijn we in Nkoranza en in heel Ghana niet gewend, dit soort westerse luxe, en we voelen ons er GOED erbij!
Oheneba ziet dat alles waar hij mee kon helpen intussen geregeld is en met een ‘tot morgen’ schiet hij de deur uit. ‘Bob’, zeg ik, ‘morgen moet ik je het verhaal van Oheneba te verrtellen, nu ga ik boodschappen doen, naar het hotel en bel je van daar.’
Baffo blijft bij Bob, Geordie zou later komen en ik ga naar ons hotel, eten, bellen, slapen. Die nacht kwam de klappertandaanval voor het eerst niet terug en ook niet de volgende nacht niet! Geen koorts , niet zo gelig meer. Bloed voor testen natuurlijk van alle kanten afgenomen. Ik zit bij Bob, Baffo en Oheneba op de ziekenkamer en Dr. Mensah komt binnen. ‘En Bob? What’s new today?! How?!’
Hmmm, introductie tot weer een gesprek over politiek?
Ik vraag of er al lab uitslagen zijn. ‘Nee, maar die heb ik morgen. Dit is een malaria of een borelia, kijk alleen maar hoe hij op de medicatie reageert’. Dat is ook zo. ‘Maar niemand kan me uitleggen’, zeg ik, ‘hoe hij koortsaanvallen kan hebben zonder koorts, ik bedoel, hij heeft tijdens geen van die vijf koude-rilling aanvallen nog maar een graad koorts gehad. Integendeel. 35. 36. Daartussen.’
‘Oh. Oude dag, dat is de oude dag, Mevouw. Bij ouden van dagen heb je dat vaak, een infectie zonder koorts. Afweer systeen wordt minder, de mens slijt. Het is wel een slecht teken, dat wel, koorts zonder koorts’.
Bob valt stil, is op dat moment een gebogen oud mannetje, geelwit van kleur en zelfs in zijn geheel gekrompen. Dr. Mensah is wel een authoriteit in interne geneeskunde en een persoonlijkheid en heeft natuurlijk jaren in de prestigieuze Mayo clinic in de USA gewerkt, maar ik zie dat zijn bedside manners niet echt helpen! De dokter is echter niet te stuiten.
‘Dat komen we allemaal in de geriatrie tegen, dat mensen hun capaciteit verliezen om terug te vechten, tegen infecties, tegen kanker, what have you.. Ja en dan wordt het echt pas gevaarlijk!’ Bob ziet nu groen, is een extra territorial geworden, het geschompelde aardappeltje dat we eens in de film ET hebben gezien.
‘Hij is zoveel beter’, zeg ik, ‘dat hij dacht ik morgen wel ontslagen kan worden? U weet dat ik zelf arts ben, ik kan hem de verdere injecties toedienen. Wat vindt u?’
Ook omdat Bob op CNN de voorverkiezingen wil volgen en hier in 37 is alles, behalve CNN, maar vooral omdat dat stomme gepraat over de omgekeerde zegeningen van ouderdom Bob niet echt beter maken!
Dr. Mensah vindt het goed, kom morgenochtend maar en neem hem naar huis. Maar de lab-uitslagen, hoe zijn die nou? ‘Morgen, bij het onslag!” Met nog een vriendelijke politieke kwinkslag verlaat hij de ziekenkamer en ik ga gelijk uitbundig pakken. Oheneba vertrekt en Baffo gaat inkopen doen in Accra. ‘Weet je, die Oheneeba, dat is zo’n verhaal, wil je het horen?’ “Ja, met een kop thee van het snack-karretje!’
We zitten samen in zijn kamer, met een kop mierzoete melk-thee in onze hand.
‘Oheneba Kissi. Hmmm. Betekent zoon van de koning, die naam. Oheneba was accountant in ons ziekenhuis toen ik in 87-88 de administratie moest overnemen. De financieel direktrice, een phillipijnse non, ging twee jaar met verlof ging en verder was er niemand. Vreselijk, ik heb het wel gedaan.
Op een nacht toen werd er in de kluis, veel geld verdwenen. Politie zei dat het een inside job moest zijn geweest. De politie heeft al die mensen in de account office een voor een verhoord. ‘Ze houden elkaar de hand boven het hoofd’, zeiden ze. (Ja, logisch. Wel eens in een afrikaans egevangenis gezeten?) Toen moest ik op last van de bischop alle medewerkers van de financiele afdeling tijdelijk schorsen, zodat ze in het politiebureau verhoord konden worden. Dan, in mijn herinnering dezelfde dag maar het kan later zijn geweest, een verzoek van dezelfde bischop om uiterlijk binnen 48 uur het budget voor het volgend jaar bij bisdom Sunyni af te leveren Leuk, zonder werkers en met geen enkel idee van hoe dat aan te pakken. “Kan niet, stuur maar iemand om te doen, ik heb geen staf meer. Weet U nog wel?’ Tegen de ziekenhuis secretaris van de bischop. “Gewoon doen, geen gezeur. Verzin maar wat, haal ze maar weer uit het politiebureau dan.’ Rare mensen die de bischoppelijke paleizen bewonen en nog vreemder de mensen die in die hyrarchie werken maar in de wat kleinere kantoortjes. Niet dat ik dat intussen niet wist.
Ik naar het politie bureau. “Oheneba. Ik heb een vreselijke vraag voor je maar mischien is het niet eens zo vreselijk, want niks is zo vreselijk als hier! Kan je me komen helpen? Ik wil de politie vragen of ik je hier weg mag halen om me te helpen. Want iemand moet dat budget doen. Jij bent de enige. Wat denk je?’ Zoiets moet het geweest zijn, ik herinner me de details niet meer. Wel dat Oheneba antwoordde: ‘Ja Maame.’
De poltie liet hem tijdelijk gaan en we zetten tafels neer in de tuin achter het ziekenhuis met alle boeken, papieren en rekenmachintjes die we nodig dachten te hebben. Ik had geen idee wat te doen behalve nieuwe rekenmachientjes en nietmachientjes en potloden en gumeetjes bij te halen. En thermoskannen vol koffie. Vooral die koppen sterke zwarte Nescafe met stukken brood hielden ons gaande terwijl we de hele nacht door buiten zaten en ik probeerde niet in slaap te vallen. Oheneba werkte. Die nacht bleef de generator de hele nacht aan tot het om zes uur s’ochtends weer licht werd. Om een uur of tien droeg ik de papieren naar de typekamer en rond half twaalf kwamen er een aantal gave copieen van het jaarverslag (het was van 1987 denk ik) en het budget voor het komende jaar terug om ondertekend te worden. We tekenden allebij, ik stuurde alles weg... en mijn herinnering stopt hier. Hebben ze hem weer teruggebracht voor verdere ondervraging? Ik hoop het niet maar weet het niet meer, moet Oheneba vragen nu ik zijn telefoonnummer heb. Uiteindelijk werd ons budget goedgekeurd en werd niet Oheneba maar een klerk van de administrate schuldig bevonden aan de diefstal en tot tien jaar gevangenis straf gedoemd. (Ik heb hem een keer in de cel opgezocht. Triest en vies en hongerig waren understatements voor de situatie daar.)
Oheneba was toen al een highlife zanger die zijn eigen muziek en texten schreef. Daar leefde hij eigenlijk voor, niet voor de boeken. Tijdens onze ziekenhuisfeestjes was hij het die altijd optrad en de sfeer verdiepte tot passie of ons met zijn ritme de dansvloer opjoeg, zijn muziek sloeg altijd aan. De texten waren altijd in Akan, nooit echt door mij begrepen, maar iedereen van het ziekenhuis was bewogen met de emoties die Oheneba uitzong. Ik ook, voelde de muziek en voelde zijn ziel andere zielen raken. Oheneba!! Hij hield van de meisjes, was mooi en slank, kwam nooit alleen als hij optrad, raakte mensen! Het meest had hij mijn ziel geraakt toen hij die 24 uur en langer zo maar, recht uit het politiebureau, door bleef werken, van s’ochtends tot de volgende middag, onder de maan en met het geronk van de generator en het gekras van pennen als enig geluid in de omgeving. ‘Dank je, Oheneba Kissi’. ‘I’m your son’, zei hij toen met een glimlachje. ‘Of course I do that’.
Niet lang daarna was hij verdwenen, naar Accra, om te proberen op zijn muziek alleen te kunnen leven. En ja, hij heeft het gemaakt. Er zijn er zoveel met talent maar hij heeft zichzelf waargemaakt. Hij is bekend geworden. Ik hoorde zijn naam vaak, zag hem nooit meer. Heb zijn muziek niet gehoord. Wist dat hij vaak met zijn band naar Duitsland en New York ging, wist van een ander die als drummer met hem naar New York ging om daar in de massa van Brooklyn te verdwijnen en nooit meer terug te komen. Oheneba. En dan opeens zo’n twintig jaar later staat hij weer voor je neus. Om te helpen! “Of course I do that. I’m your son!’
De volgende ochtend mochten we naar huis en Oheneba was er weer, met Baffo, om het ontslag soepel te laten lopen, om naar de rekenkamer te gaan voor de rekening en naar de verpleeg-desk voor de ontslagbrief en naar de verzekering voor teruggave van het teveel aan geld dat zou zijn aanbetaald.
Dr. Mensah kwam ons goede dag zeggen. De labuitslagen? De ontslagbrief? Ze hadden ze niet kunnen vinden maar ‘ik heb ze volgende week, vast en zeker’. Bel maar. Kwam door de voetbal, zei hij, Afrika cup, alles op zijn kop.
We gingen rond de middag naar het hotel, Shangri La, waar nog net een kamer (voor dubbele prijs vanwege de voetbal) over was en dankbaar doken we erin. Toen twee nachten goed geslapen. Koude rillingen, ja, maar alleen maar van de airco in de kamer. Donderdagavond hebben we achter een joekel van een TV screen in de lobby van het hotel nog de Ghanezen tegen de Camarounians zitten aanmoedigen. (Ghanezen rondom keken ons vreemd verstoord aan en keken dan weer schouderophalend naar het scherm) tot we ergens tijdens de tweede helft ontdenken dat de spelers van Camaroun in geel groen rood van Ghana speelde en de Ghanezen in een neutraal wit. Verkeerde groep op zitten hitsen!
Op CNN heeft Bob de laatste naween van de voorverkiezingen gezien en Vrijdag in alle heerlijkhied weer op huis af aan!
Wij, oude mensen, we blijven nog even, maar de dingen die ik beschreef zijn meest allang weer voorbij!

Drie nieuwelingen plus nog een
30-1-08

Anderhalve week geleden hebben we drie nieuwe kinderen in onze familie verwelkomd. Ze komen alle drie uit het Osu Kindertehuis in Accra (een weeshuis dat heel geregeld een beroep op ons doet om kinderen met een verstandelijke handicap over te nemen. Dus als we een mogelijkhied zien om meer kinderen op te nemen helpen we graag hun wachtlijst te verkorten.) In het Osu kindertehuis, anders dan in veel andere Ghanese weeshuizen, wordt tegenwoordig goed voor de kinderen gezorgd. Het probleem is dat men niet goed weet om te gaan met de kinderen die ‘anders zijn’ vooral omdat de andere kinderen vaak bang van verstandelijk gehandicapte kinderen zijn en ze dus niet kunnen accepteren zoals ze zijn. Hierdoor worden de speciale kinderen dan weer angstig wat zich in agressie of ziekelijke terugtrekking en vereenzaming uitdrukt. De leiding van gewone weeshuizen heeft meestal ook geen wetenschap van het hoe of wat van een kind met speciale noden. Mw. Helen die directrice is van Osu heeft daar wel weet van maar niet de mogelijkheid om betere omstandigheden voor speciale kinderen te creeren. Ze komt wel regelmatig naar Nkoranza om ‘haar kinderen’ op te zoeken in onze ‘rozentuin van speciale kinderen’
De nieuwe kinderen:

1) Theresa

Theresa met haar caregiver Susie Theresa in Osu Children home

Theresa was, volgens het rapport van de sociale dienst, in de avond van 28 April 2006 gevonden op een verlaten marktterrein in Takoradi. Om half negen s’avonds werd ze door een van de omringende bewoners naar de sociale dienst gebracht. Omdat het kind zo zwak en uitgeput was is ze de volgende morgen naar het ziekenhuis van Effiah Nkwantah overgebracht om wat bij te komen en aan te sterken.Theresa is van 29 april tot 26 Mei opgenomen geweest en ze werd er behandeld voor bloedarmoede en ondervoeding. Bij ontslag kreeg ze een briefje voor Osu Children home mee dat ze in een betere lichamelijke conditie was maar met een vertraagde ontwikkeling en een geremde groei. Haar woordenkennis was nil en haar sociale vaardigheden onderontwikkeld tot afwezig Er werd ook beschreven dat ze een abnormale manier van lopen had. Bij aankomst in Osu werd Theresa drie jaar oud geschat. Ze at wat beter maar bleef een geisoleerd kind dat de meeste tijd wat treurig voor zich uit zat te staren. Ook hier blijkt ze wat depressief te zijn, of mischien gewoon treurig, en haar lijfje is nog steeds onderontwikkeld en ondervoed. Haar haar is dun en verkleurd als bij ondervoedde kinderen. Theresa is heel stil en passief. Ze heeft nog geen lachje rond haar lippen laten zien. Susie is haar verzorgster (een nieuwe caregiver) en Peace is haar ‘broer’.

2) Kwaku Chairman Boye

Kwaku is op de 20ste September 2006 in Tema gevonden waar hij huilend rondliep met een geinfecteerde circumcisie wond. Hij werd toen op drie jaar oud geschat. Sociale zaken hebben ouders of familie niet meer kunnen achterhalen.


Kwaku en zijn caregiver Ema

Kwaku begint gelijk aan het opstapelen van stoelen, zijn favoriete bezigheid.



Kwaku heeft meer dan een jaar in Osu gewoond en daar de mooie bijnaam ‘chairman’ ontvangen omdat hij er zo trots op is plastic stoelen als torens zo hoog mogelijk op te stapelen. Onmiddelijk na aankomst in Nkoranza maakte hij grote indruk op ons door hetzelfde te doen, een voor een de plastic stoelen te pakken en ze zo snel en resoluut mogelijk in een stoelentoren om te bouwen. We klapten voor zijn kunsten maar er is nu geen stoel meer veilig, tenzij je er met je volle gewicht in zit. Kwaku is een gezonde vierjarige en moet rond het jaar 2003 geboren zijn. Ema is zijn verzorger en Bright, Joshua en Quinten zijn zijn broers. (Natuurlijk is Joshua tegenwoordig de meeste tijd op de dovenschool in Jamasi.)

3) Kojo.


Op de derde September van 2007 werd Kojo gevonden in Accra in de omgeving van Bantsona waar hij blijkbaar tot laat in de avond alleen rondzworf waana hij blijkbaar is gevonden en door iemand naar Osu Kindertehuis gebracht. Hij werd vier jaar geschat en zag er goed uit, niet ziek of ondervoed. Na vier maanden in Osu is hij dus naar Nkoranza overgeplaatst. Het is een leuke, levendige jongen met een gaaf expressief gezichtje. Hij lijkt een lichte vorm van spasticiteit te hebben, voornamelijk in zijn linkerhand die hij maar met moeite kan gebruiken. Hij loopt goed, is sociaal en vrolijk en zoekt gelijk aansluiting bij de andere kinderen. Hij is dus een aanwinst voor de andere kinderen. Hier zouden we hem eerder op zes dan ok vier schatten. We nemen daarom maar aan dat hij in 2002 geboren is.


Kojo met zijn nieuwe verzorger Patrick.

Iederen is van harte welkom! We zijn blij met de gezinsuitbreiding.

En dan nog een heel speciaal welkom aan Evans die sinds drie dagen op de beschutte werkplaats werkt. Evans is 17 jaar oud en heeft een leuke familie in een van de omringende dorpen. Evans is spastisch en lijkt ook in die zin veel op onze Kojo Evans, zijn naamgenoot! Evans is intelligent en heeft gevoel voor humor dus ook voor de beschutte werkplaats een aanwinst deze maand! Evans heeft al intrek genomen op de jongens slaapzaal en is begonnen met het leren van kralen rijgen in de kralenhal.



Welkom Evans!

De Tijden veranderen
19-1-08

Ghana verandert en verandert snel.



Media en informatie, manieren en sociale waarden, tradities en geloofsystemen, valse en ware loyaliteit, de economie, de academische wereld, de democratie, alles in in een stroomversnelling geraakt. We leven in interessante tijden hier in Ghana!
Vorige week werd hier in Nkoranza het jaarlijkse traditionele festival gevierd dat het nieuwe jaar inluidt. Het is het grootste feest van het jaar. Na veertig dagen rusten mogen de locale goden (en hun hoofd, de geest Ntoah, die hier lokaal over Nkoranza regeert) uit hun schoonheidsslaap ontwaken om het nieuwe jaar te vieren. Ook om een toespraak te geven, via de mond van de vertaler/priester van Ntoah, over het komende wel en wee voor de stad in het jaar 2008. Woensdag hadden de traditionalisten hun bijna naakte lijven pikzwart gemaakt met houtskool en dansten, dronken en feestten tot er bijna geen doorkomen meer was door de deinende massa mensen.



Intussen maakten de fetisj priesters zich klaar om tegen het donker van de avond met de stoelen(tronen) van de goden naar de rivier te worden gedragen, waar de stoelen elk een rituale wasbeurt zouden krijgen, een mysterieus gebeuren waar absoluut geen buitenstaander bij mag zijn.

Ook onze vrijwilligers besloten naar het festival te gaan en de Chief, die hier op de PCC nog uitziekt had hun een gids mee gegeven om alles een beetje uit te leggen. “Neem je fototoestel niet mee, hoor”, zei ik, “voor je het weet is hij uit je hand geslagen. Met dit soort feesten mag er niet gefotografeerd worden.”
Mijn stukje advies aan hun beruste op antieke geschied-schrijving in het boek van mijn herinneringen, mijn ervaringen van 10 of 25 jaar geleden.
Even later besloot ik zelf ook even naar de festiviteiten te gaan, heel even om de sfeer te proeven. En, want je weet maar nooit, ik legde mijn fototoestel in het handschoenenvakje van de auto. Om zo dicht mogelijk bij de feestvreugde te zijn parkeerde ik mijn autootje vlak bij het paleis van de fetisj priest. Daar stonden de mensen in drommen te wachten tot de priester naar buiten zou worden gedragen om, met veel ceremonieel, naar de rivier te gaan voor de verdere rituelen. ‘Te wachten’ is niet de juiste uitdrukking! Te deinen en te hossen. I verliet de auto en een hand greep mee. ‘Hierheen’. Een vagelijk bekend gezicht. ‘Ik breng je naar de hogeprietser om hem te begroeten, kom met met mee’. Ik mee. ‘Waar is uw fototoestel’ vroeg hij toen. ‘Wat? Foto’s? Ik?” ‘Ja, tuurlijk neem je fototoestel mee, wat anders? Daar, onder de dashboard is dat geen camera? Gauw pakken, meekomen Waarom komt je man niet mee, is dat niet je man?’ “Nee, morgen, niet vandaag’, ‘Morgen? Heeft hij een camera, je man, heeft hij ook een camera?’ ‘Dit is mooi hoor, je moet morgen komen’ roept hij door het raampje naar Bob. Ik wordt binnen de met stof gevulde kring geleid waar dansende en zingende mensen met hun zwarte lijven van alle kanten tegen me aan gedrukt worden. Ik dans wat mee, je kan ook nauwelijks anders. De massa valt naar voren en naar achteren naar links en naar rechts als een schip zonder stuur maar wel met tromgeroffel, brulgelach en gilletjes van opwinding. Ik dans dus mee maar de man die me voort leidt zegt nee, meekomen, ‘make pictures now’. ‘Here, this one, big black man, good for picture. Then here, these ones, and then the man who blows the horn



and then this guy with the drums and then the stools and then the chief priest again. Don’t shake hands but please take their photo’.
Echtwaar? Zou ik dat doen? Ik kijk in zijn ogen die rood doorlopen zijn maar die wel zachter worden als hij mijn blik opvangt en bijna onmerkbaar knikt. Dus ik maakte een foto en van daar begon ik de ene foto na de andere te maken, een waar foto’feest! En dan zie ik opeens de grote wagen van GTV3, het TV station en ik begin heel veel mensen met camera’s te ontwaren. Het is toch niet mogelijk!
Ik realiseerde me toen dat tijdens de jaren dat mijn aandacht blijkbaar elders was de traditionele gewoontes dus radikaal waren veranderd. Snel, toen ik niet keek! Wat een verandering. En waarom ook niet?!
Was ik het jaar tevoren niet in Kenya geweest waar ze me met de ogen zo’n beetje wilden lynchem omwege het feit dat ik mijn fototoestel was vergeten mee te nemen naar de dierenreservaten! In grote frustratie heb ik toen maar heel veel foto’s op mijn telefoontje geschoten, van olifanten, leeuwen, zebra’s en zo meer. Dan leek het nog wat. Dat was vergeetachtig en ook best grappig maar ook ik geloof dat het ook nogal een belediging was naar de mensen toe die zo trots zijn op hun land. .
En hoe zou ik het vinden als er bezoekers naar Volendam of Madurodam in Holland zouden komen zonder camera? Op zijn minst een paar kiekjes? Zou ik denken dat die mensen geen interesse in mijn land hebben? Ja toch wel beetje trot op mijn land.
Dus waarom niet deze schilderachtige fantastische lokale festivals die bijna gemaakt zijn om gefotografeerd te worden!



Dus de Ghanezen zijn het intussen van deze kant gaan bekijken, blijkbaar, en moedigen fotograferen nu juist aan in plaats van de camera’s uit je hand te slaan. Ze vinden het niet alleen goed nu, maar het hoort erbij.
De volgende dag waren de fetisj-prieters teruggekeerd van het wassen van de stoelen in de rivier en alle ritualen die daarbij horen. De de goden mochten nu plaats nemen op schoon geschobde stoelen en in alle waardigheid mochten ze eerbetuig en offerandes van de priesters ontvangen. De priester/vertaler van de voornaamste god, de geest die Ntoah heet en die onze streek beheerst, was als ik het goed heb ongeveer klaar om door door de geest Ntoah bezeten te wordene en zo van hem te horen wat het neiuws was, goed en slecht, voor de mensen van Nkoranza voor het jaar 2008. Ook andere priesters en priesteressen dansten zich om beurten in trance en werden een voor een weggevoerd, bezeten door een geest die hun macht zou geven of iets zou mededelen. Nog jonge leerlingen hadden schalen met talkpoeder bij zich om dit constant met handenvol naar de dansende mensen te werpen in de hoop ze wat af te koelen.


The shrine

De tijden veranderen.
Had ik ooit kunnen dromen, zover terug als tien of fijftien jaar geleden, dat ik een foto zou kunnen maken van de hoofd- shrine, het altaar van de god Ntoah? Zelfs aangemoedigd hierin door de vriendelijke maar zeer plechtige hoofdpriester die me een duidelijke knipoogje en knikje gaf, zo van “doe dan maar, lief oud mensje!”
Tijden, dank je dat je wilt veranderen! Is geweldig.
Op de tweede, de ‘witte-poeder-priester-dag’ was Bob ook meegekomen. Hij werd er ook onmidelijk door een van de dansende priesters uitgepikt. Samen walsten ze rond in de witte poeder en de rode opwarrelende aarde op dat intieme plekje wat nog over was, met rijen en rijen mensen eromheen, een haag van mensen zo dicht dat er geen doorkomen aan was, ook geen weg meer uit de kring. Bob en de fetishprieter dansen en springen als jonge kalveren. Bob, de oude Jood zoals hij zichzelf noemt, als een leerling van de tovenaar! Moses, als hij het gezien had, zou zijn stenen tafelen weer opneiuw van de berg naar beneden hebben gekeild.!
Maar Bob en de priester hadden plezier in het dansen. Foto’s graag!
Nogmaals bedankt jullie tijden dat je verandert, dat is fijn voor ons!


Moet je die foto’s eens zien.

Sterke neus
11-1-08

Het is zover, Geordie is op weg naar Accra. Einde van alweer een hoofdstukje in de PCC geschiedenis. Geordie Woods is een Peace Corps volunteer die ons, samen met Jelle en Nieske, behoorlijk op weg heeft geholpen met de zakelijke kanten en (o.a. web) publicaties van de werkplaats. En, om nog maar eens wat te noemen, het systematisch in kaart brengen van de verhalen van de jongeren uit de dorpen rondom, die bij ons in de werkplaats werken. En nog heel veel meer.
Omdat ik gedurende het jaar dat hij bij ons werkte nauwelijks foto’s van Geordie heb gemaakt, en ook omdat een camera een machtig intstument om in je hand te hebben als je bij elkaar zit en afscheid neemt en eigenlijk iemand in je armen wil nemen maar dat ook weer niet uren lang kan doen, en dus onderwerpen van gesprek zoekt en net zo vluchtig weer vergeet omdat de energie ergens anders zit, om dus verlegenheid te mijden en en passant ook nog wat indrukken voor later vast te leggen en zo alvast bij voorbaat herinneringen te scheppen, heb ik deze foto’s gemaakt. Wat een zin!! Ik laat wat foto’s zien inplaats van zo ingewikkeld te schrijven!



Dag Geordie. Succes verder! En bedankt. Dit zijn de foto’s die vanmorgen in alle vroegte zijn genomen. Nu al weer mooie herinneringen. Vooral die schoenen van jou ...postieve eigenzinnige en vooral sterke neuzen hebben die schoenen, alle grappen terzijde. Net als jij,Geordie.

Bijna perfect

5 Jan 2008

Aan allen die dit lezen een goed en gelukkig nieuw jaar toegewensd.
Ons nieuwe jaar is op een goede en gelukkige manier begonnen, al dansend in een kring rond een houtvuur op Oudejaarsavond en de volgende dag met het viering van het laatste nieuwjaars feest in de net op tijd klaargekomen nieuwe kleren.
Het ‘opruimen en versieringen weghalen’ op de 2de Januari was daarna bijna een opluchting. We gaan weer normaal doen....en vinden geleidelijk aan ons oude ritme terug, net als aan het eind van een vakantie. Of die nou geslaagd was of niet, zodra het einde nadert begin je weer uit te kijken naar dat thuiskomen. Toch?
Onze kerstdagen waren zo zacht en mooi en alles liep zo vlot en de kinderen en iedereen waren zo tevreden dat het me bijna verlegen maakt dit zo op te schrijven. Mensen zullen denken dat dit overdreven is en toch was het zo, niets overdreven. Tevreden en heerlijk gelukkige mensen hier allemaal. Deze 15de kerstmis viering sinds we begonnen was waarschijnlijk wel de mooiste. De verzorgers zeiden dat, je kon het van hun gezichen lezen, de kinderen straalden het uit en ze zagen er echt sprookjesachtig uit met hun grote droom-ogen. Onze vrijwilligers en bezoekers hebben ervan genoten en Baffo, Bob en ik, we voelden het, we voelden dat alles goed liep dat er een gangetje inzat en dat iedereen blijheid uitstaalde. Dus wij ook.
Het was bijna perfect.

De kerstman (Dela) geniet van zijn rol! Pakor is absoluut verbaasd om dit alles!

Wumpini heeft de slappe lach! Angela en de verzorgers trots op hun succes!

Mabel en Abena zijn ontroerd! Onze hele familie plus bezoekers uitbundig!

Amma giegelt en dringt naar voren! En iedereen is over de top!

Mischien was het alleen maar PaaYaw die wat teleurstellingen had weg te slikken. Daarom dat ik schrijf dat de dagen bijna perfect waren, net niet helemaal. PaaYaw heeft er niets van laten merken, natuurlijk. Hij is al twaalf en over de jaren heeft hij, zoals elke Ghanees, wel geleerd om dapper zijn gevoelens in te houden en een gelijkmatig gemoed aan de buitenwereld te tonen.



Wat er dan is met PaaYaw? Kort geleden waren er al wat teleurstellingen te verwerken geweest in verband met een bezoek aan zijn ouders.Toen Bob en ik in Oktober een paar dagen naar Israel gingen mochten PaaYaw en John met ons mee in de auto naar Accra, omdat PaaYaw’s vader hun had uitgenodigd voor een nachtje logeren in hun huis. (De ouders, broers en zussen van PaaYaw wonen tegenwoordig in Accra)
Dus toen we smiddags in Accra aankwamen zijn we ergens gaan eten en zijn vader opgebeld, nog eens, dat PaaYaw en John opgehaald konden worden bij het restaurant, zoals afgesproken. De hele happening was goed gepland en we geloofden echt dat PaaYaw een leuke avond thuis tegemoet ging, en natuurlijk waren zowel John als PaaYaw dol enthousiast met het nieuwe avontuur. Ik had eigenlijk gewild dat PaaYaw de tien dagen dat wij in Israel waren bij zijn ouders zou blijven om weer eens lekker aan elkaar te wennen maar er waren zoveel tegenwerpingen van de kant van de vader dat ik dat plan maar gauw aan de kant heb gezet. Een nachtje dan! De volgende ochtend zou Baffo ze weer ophalen en naar Nkoranza brengen.
Nou we wachten zo lang als het kon zonder ons vliegtuig te missen maar we kregen de vader niet te zien. Gelukkig kwam op het nippertje PaaYaw’s grote broer aanzetten, in een taxi, om te zeggen dat pa eraan kwam. We zeiden: neem die taxi nou door en ga met zijn drieen zo snel mogelijk naar huis. Gaven zelfs geld aan de taxi chauffeur. Maar er was iets wat niet uitgelegd kon worden en de slungelachtige broer van PaaYaw liet de taxi wegrijden en ging ergens zo ver mogelijk uit de buurt van PaaYaw staan. Vreemd joch, had het zelfs niet in zich om enige hartelijkhied naar zijn broertje te tonen. Hij keek of raakte hem niet aan en zei echt helemaal niets. Alsof PaaYaw een onwelkome indringer was.
Op het laatst moesten we echt weg en Baffo stapte met ons in om naar de airport te rijden, we moesten onze twee jongens even alleen achterlaten bij die rare kouwe kikker van een broer van hem! Toen was het even teveel en kon PaaYaw zijn gevoelens niet meer onderdrukken, hij gilde van angst. Heel erg wanhopig. Troosten hielp niet, de pijn was diep. We moesten weg en we gingen. Dus Baffo bracht ons snel naar de checkin area en ging terug naar PaaYaw om verder bij hem en John te zijn tot de vader uiteindelijk vreselijk laat op kwam dagen.
Pas toen we terugkwamen, twee weken later, hoorden we het hele verhaal in detail. De avond thuis in Accra was ook niet leuk geweest, voornamelijk omdat het al zo laat was en iedereen moe. Ze hadden met de hele familie gegeten en toen was er geen plaats geweest voor John om te slapen dus die heeft ergens op een verandah gelegen. Ongelofelijk want Bob en ik hadden de vader hierover zo vaak opgebeld. ‘Zullen we een hotelkamer voor John en PaaYaw nemen? Dan kun je ze daar bezoeken en bij hun slapen? Of, als je wilt, John kan bij Baffo slapen. Wat vinden jullie het leukste?” “Oh nee, we hebben heel veel plaats, een groot huis, we willen dat iedereen komt, zelfs Baffo ook, zeker John, allemaal komen. Wordt een feest!’ “Zeker weten? Gaat dat lukken zo?’ ‘Yes, Doctor Bosman”
De volgende dag waren ze al vroeg teruggegaan en er werd niet veel meer over gepraat, over de ‘grote logeerpartij’. ‘PaaYaw hoe was het bij je ouders?’ Hij knikte dan, wat ‘ja, goed’ betekent, maar niet echt met lichtjes in zijn ogen.
Dat in elk geval nooit meer. Never again!

PaaYaw belt zijn vader elke Zondag op. En elke zondag belooft zijn vader hem plechtig dat hij met de Kerst PaaYaw op komt zoeken, nog het liefst met de hele familie en heel veel kadootjes. Hij zal een horloge voor hem meebrengen. En schoenen. Dat in elk geval. Gedurende de laatste twee maanden wijst PaaYaw dus naar zijn pols (“Ja jo weet ik, je krijgt een horologe van je vader!’) en naar zijn voeten (Echt waar, nog schoenen ook? Die ouders van je de houden van je zeg!). Constant wijst hij naar mijn zaktelefoontje of probeert het uit mijn zak te halen. Hij wil opbellen, steeds maar opbellen, alsmaar opbellen. Kwame heeft hem tenslotte een oud mobieltje gegeven dat het natuurlijk niet meer doet en daar voert hij dagelijks ellelange gesprekken op, met zijn vader. Dan lacht hij. Als hij de telefoon niet kan vinden dan praat hij in op een houten blokje dat hij tegen zijn oor drukt, maar bellen zal hij! Telefoontjes zijn hoe dan ook populair in Ghana en voor kinderen is het een nieuw spelletje: telefoontje spelen met blokken of stukjes hout, een oude schoen aan je oor of wat dan ook! Maar PaaYaw had een extra reden: de communicatie met zijn vader handhaven, die vader waar hij zo trots op is.
Elke nieuwe dag van het kerstseisoen zag je PaaYaw opgewonden om zich heen kijken, met hoop en verwachting in ziin ogen, hoewel hij niets zei, (hij zegt uberhaupt niets en gebruikt ook zijn spraakcomputer haast niet meer. Oh Janneke, what to do??!), alleen maar op zijn pols en schoenen wees. Aan het eind van de dag nog steeds blij maar een soort klein wondje aan de blijheid, een klein wondje dat met elke nieuwe dag toch ietsje groter werd. Toen er op Nieuwjaar nog steeds geen nieuws van de familie was vond ik het echt moeilijk om die ouders nog eens een keer door PaaYaw opgebeld te laten worden. Maar ja PaaYaw heeft een veel groter hart dan ik en heeft die binding met zijn vader natuurlijk heel hard nodig dus belde ik toch maar zijn nummer en gaf het mobieltje aan PaaYaw. Ik weet niet wat ze tegen elkaar zeggen, van Paayaw’s kant hoor je voornamelijk ‘hmmm’ ‘hmmm’ ‘hmmm’ maar het zal toch goed zijn geweest want hij schitterde toch weer met zijn ogen.

Hij belde met een horloge om zijn pols dat Bob intussen in zijn goedheid toch maar voor hem gekocht had. Geen vervanging van zijn vader’s horloge maar toch, dan heb je er alvast een. ‘Dit is voor jou, van Papa Bob. Als je vader komt dan heb je er twee, een aan elke pols’.



Dag en nacht droeg hij dat horloge, de hele kerst-vakantie door. Hij liet het vol trots aan iedereen zien die het maar zien wilde. ‘Oh, PaaYaw, wat een mooi horloge! Hoe kom je daaraan?’ En dan strekte PaaYaw zijn arm ver naar voren en naar boven en wees naar een punt heel ver weg, ‘over the rainbow’. Naar Accra waar zijn vader woont en dat zo’n beetje voorbij de regenboog ligt.

Tussen haakjes, voor wie wil. We hebben een heel mooie kerst-DVD met alle leuke feest-momenten gedocumenteerd. Kunt U bestellen tegen kostprijs ( 1,5 euro plus porto) door me even te emailen. inekebosman@Gmail.com


Archief Ineke's colum aug 2007 tot 23 december 2007

Archief Ineke's colum december 2006 tot 26 juli 2007

Archief Ineke's colum 19 mei 2006 tot 20 december 2006

Archief Ineke's colum 18 juni 2005 tot 10 mei 2006