Waar is de ‘Webmaster’ ?

26-7-07

Help! De website wordt niet verder ontwikkelt. Waar zijn ze. Natuurlijk, op vakantie in Ghana, met de hele familie. En als de ‘webmaster’ op vakantie is dan…. hebben wij ook even vakantie! Dus drie weken niets geschreven en lekker tussen de bedrijven door boekjes zitten lezen.
Gisteren kwamen Douwe, Petra en de drie kinderen Nick, Jolien en Melanie even een kijkje nemen op PCC Hand in Hand. Leuk was dat. Nu weten we dus allemaal hoe die webmaster er in levende lijve uitziet en wat een leuke vrouw en bijzondere kinderen hij heeft!


Webmaster Douwe en zijn vrouw Petra.

Overigens belandden ze die dag net in een ware beestenbende. Letterlijk.
Een van onze ezels was s’nachts bevallen van een schat van een veulen maar helaas, de vader viel het kleintje aan en de moeder verstootte het. Dus was iedereen ermee bezig en is Kwame gauw een fles en babymelk in het dorp gaan kopen. Flesvoeding de enige optie en niet echt veel kans van slagen maar wat anders...


Kwame geeft de fles aan het veulentje.

Ook onze piepkleine pup Lola heeft snel geleerd hoe van huis weg te lopen en was die dag wel tien keer verdwenen. Uiteindelijk ontfermde Pieter zich over haar met speciale puppie-maaltijden en spelletjes tenenbijten en pingpong bal rollen. Pieter eineloos geduld en we gaan hem missen als hij straks op vakantie naar Nederland gaat.


Pieter bemoedert Lola.


Lola eindelijk in veilige handen bij Jolien
.
We hebben samen een fijne dag gehad en bedanken Douwe en familie voor het bezoek. Wie weet, vanaf volgende week kunnen er weer wat verhaaltjes en toevoegingen op de website komen. Geniet er nog van, lieve familie!

Terug

5 juli 07

Het was op het laatst nog een gehaast en een geworstel om de koffers in te pakken met een dikgezwollen geinfecteerde vinger. Ook om met zo’n hand nog vele telefoontjes af te moeten handelen en sommigen zijn er bij ingeschoten. Sorry Wil en Fr Paardekoper en Albert en Franca en Jan, we bellen wel uit Ghana! Vanaf het moment dat we in Schiphol ingecheckt waren keerde de rust terug. Daarvoor eigenlijk al, omdat Franco met de bagage hielp en Nies en Jan weer zo goed waren ons weg te brengen.
Wakker worden in Nkoranza in je eigen huis? Het beste wat er bestaat! Met slaperige hoofden zaten we s’ochtends buiten koffie te drinken toen de hele werkplaats groep met een fluitje en gezang langs kwam huppelen. Iets nieuws dus. Ochtend ‘work-out’, nu ook voor de werkplaats kinderen. Wat leuk! Leek wel een defile, Bob en Ineke op Paleis Soestdijk en 60 kinderen en meer dan 20 verzorgers komen langs, springend, dravend, dansend, of juist heel voorzichtig lopend. In jogging outfits, jawel. Intussen doet Grace op een afgelegen plekje rustig oefeningen met M’Adjoa, Boadu en Mariella, want M’Adjoa houdt niet van publiek. Kwame loopt met PaaYaw en de physeotherapie is in volle gang. Nou echt mooi, dit uitgebreide programma, vrolijk en energiek, en wij ook natuurlijk. En met nieuwe ogen alles zien.
PaaYaw en Janneke! Janneke is een vrijwilligster die PaaYaw leert praten met behulp van een machientje, een spreekmachine. PaaYaw druk op een knop en wat zie je: “Ik wil spelen’.



wat hoor je, een heel diepe bas die zegt: ‘ik wil spelen’. In het engels natuurlijk. Mechanische stem maar goed verstaanbaar. Fantastisch. Janneke heeft al een heel aantal zinnetjes ingeprogrammeert en het werkt!!
O en dan zijn er twee kinderen afgestudeerd van de ‘moeilijke-eet-tafel’. PaaYaw en Ahmed kunnen nu zelfstandig eten met een speciaal gebogen lepel, iets waar we al lang geleden met Movendi mee begonnen waren maar nu begint het vrucht af te werpen.
Verder nog veel meer leuke dingen. Prachtig opgeruimde huizen en kortgeknipt gras en bloemenperken en ja van alles. Er loopt bijvoorbeeld een amerikaanse vrijwilliger rond die alle buitenlampen verwisselt in spaarlampen, of hoe heet dat, low energy lichten. En.en..en.. heelrijk om weer thuis te zijn.

Vakantie aan de Noordzee

27 Juni 2007

Vandaag stormt het zo hard dat we wel binnen moeten blijven. Hoewel, ik heb het net even geprobeerd, langs zee te lopen, en het is prachtig. Ruig. Je moet je wel aan iets of iemand kunnen verankeren anders vlieg je weg. En niet zo statig als Mary Poppins! Dus terug naar huis, geen boodschappen gedaan, niks, nee, lekker weer voor lezen en schrijven met zicht op de wilde zee recht voor ons raam.


mijn wilde Noordzee!

De dag dat we van Chicago terugvlogen naar Nederland kwam Lynda nog even aan met 50 zelfgemaakte quilts, dekentjes voor de kinderen. Kan dat mee? Ze waren zo mooi dat we ze allemaal hebben uitgespreid, een voor een, op de banken en de vloer van het pand dat we bewoonden. Verwonderd en vertederd. Toch nog drie dekentjes voorzichtig in de koffer erbij gestopt. De rest komt met de post.


Lynda, Bernie en de ‘deken-show’.

Lynda, onze schoonzus, werkt samen met een groep vrouwen aan deze dekentjes voor ziekenhuizen en tehuizen in Amerika. Dit is de eerste lading die helemaal naar Ghana gaat! Het leuke van hun project, of club, is dat er voor wordt gezorgd dat lapjes stof naar de lagere scholen gaan en dat kinderen er dus zelf texten en tekeningen op mogen zetten voor andere,zieke, kinderen. Echt leuk idee. De groep heet: ‘Project Linus’ (www.projectlinus.org )
Bijna onmiddelijk na aankomst zijn we naar mijn zus in Goirle geweest en hebben ook haar schilderijen expositie bewonderd, die de dag erna afsloot. Ik was erg nieuwsgierig naar de schilderstukken geinspireerd door Ghana, de zee bi Elmina, en vond ze heel bizonder. Ze had het karakter van onze vochtige warme en soms zeer temperamentvolle zee goed weergegeven, kreeg er even kippevel van.


Expositie met links schilderij van strand Elmina. Geslaagde tentoonstelling, flink verkocht! Proficiat.

Ja en deze noordzee hier, zo geheel en al anders. Soms saai, soms zacht, vaak grijs maar vandaag majestueus in al haar onstuimige kracht.
Nog nooit zijn we gedurende een vakantie zo aktief geweest, hoewel ik sta te popelen om een paar foto’s op de website hier te zetten die eerder een lekker luie dan een lekker aktieve indruk geven, en zo was het ook wel weer! Eeen luie aktieve vakantie. En deze keer, hmmm, sta niet echt te popelen weer terug te gaan, dat is dan anders van alle vorige keren. Hoewel.Over twee dagen zien we de kinderen weer en zijn we weer op de plek die ‘thuis’ is, de beste plek van alle.



14 Juni, Bob en ik al weer tien jaar getrouwd. Gevierd in Utrecht.
Jammer genoeg heb ik geen foto’s gemaakt van ons bezoek aan de Sport en Spellers in Maasland. Zaterdag zijn we naar Albert gegaan en vonden daar zijn hele huis gevuld met leden van de comissie ‘Sport en Spel’, een evenement dat elk jaar plaatsvindt en waar we NET een dag te laat voor binnevlogen. Het was leuk om zo toch nog de verhalen te horen en de opbrengst....woow! Horen we officieel pas in September. Ok had foto’s erbij willen zetten van website Sport en Spel maar het is me niet gelukt ze te downloaden. Kijkt U zelf maar even als U wilt, het is de moeite waard! www.sportenspel.org
Twee weken eerder had ik een praatje over PCC-Hand in Hand moeten houden in de gemeenschappelijke kerkdienst die aan Sport en Spel voorafgaat. Ik was in Chicago en dus heeft die lieve Nieske het voor ons gedaan. Dank je Nies, was niet makkelijk voor je ook met alle drukte in je leven maar je praatte toch zo goed en zo gemakkelijk en zo bevlogen dat niemand het beter had kunnen doen dan jij.



Bob houdt van koken, als het tenminste bij biefstuk of lamsvlees blijft, en zijn tafel is alom in Nederland bekend. De balkon tafel in de meeste gevallen want die is het gezelligste en bied natuurlijk een grandioos uitzicht!


Dorrit en Willem bij de ‘chef’ aan tafel.


En Joke, ook nog met een super zonsondergang, kan niet meer stuk!


Bep, Louis, Joena, Michelle


en ook nog eens onze Osei, hoewel het weer al was
omgeslagen. Geeft niets, paraplue op!


Madurodam met Bob en Osei was een eertse ervaring
voor hun beiden, kon ook niet meer kapot die dag!


Nog even een heel bizondere tentoonstelling
meepikken in het gemeentemuseum.



En al gauw daarna kwamen Hinke en Jelle kennismaken. Ze gaan vrijwilligerswerk doen in Nkoranza en helpen ons al met bestellingen voor de beschutte werkplaats.
Ja ik zie hoe we genoten hebben en intussen blijft de wind maatr fluiten en is het knus hierbinnen. Echt een schrijfdag. Hoewel, een beetje eng, nu de zee al bijna tot de boulevard komt. En er een helikopter rondvliegt boven ons, er zal toch niets gebeurd zijn?
Ik hoop dat de mensen van de G8 (ja zo noem ik ze maar, die enthousiaste mensen die vertegenwoordigd zijn door Bernard Meier, en die bij ons komen klussen in Oktober, ik hoop dat de mensen van de G8 vandaag even pauze nemen van hun vele akties om geld voor hun/onze aktie te verzamelen, auto’s wassen kan echt niet vandaag, Bernard, zelfs jullie niet! Maar dank voor je enthousiasme.



De G8 aan het klussen voor een heitje voor een karweitje om zo straks bij ons nog meer te kunnen bouwen.


Enne nu is het wel genoeg, maar bedankt voor de goede show, beste Noordzee.
Mogen we morgen ons balkon weer op zonder er gelijk van afgewiept te worden? Nog een keer de zon in de zee zien zakken? Dan pakken en wegwezen.

In Memoriam voor Emanuel

21 June , 2007

Een heel vroeg telefoontje van Baffo uit Ghana vanmorgen. Ema is vanmorgen overleden. Longontsteking. He kon niet meer beter worden ook niet na een week intense behandeling met antibiotica in het ziekenhuis. Ema, zeven jaar oud. Net pas een paar maanden woonde hij op de PCC- Hand in hand Gemeenschap. Daar kwam hij tot leven na een eerste periode van schock en ongeloof over de mogelijkheid dat er zo’n totaal andere wereld bestond en voor hem openging. Je kon hem soms zien zitten en peinzen: ’ Dus er is een andere werled dan die waar ik me in bevond’.
Bruine hertenogen, die zich soms helemaal aan je vastklampten, bijna alsof hij je wilde hypnotiseren. ‘Houdt me vast, iemand, heb me lief, geef me veiligheid, sluit me niet op. Zie me zoals ik ben. Ik wil dat je me ziet en je blik niet van me afwend. Kijk naar mij hier ben ik”. Soms.
Andere keren lag hij op de grond, als een verloren foetus, ver weg in zijn eigen wereld, met zijn hoofd op de grond slaand soms, huilend.
Nu is hij dood. Is er niet meer. De epilepsie heeft waarschijnlijk de longontsteking veroorzaakt. Mischien snachts een aanval op bed, niemand die het merkte, stilletjes, maar wel met maaginhoud die in zijn luchtwegen liep en zo ontsteking en verstopping veroorzaakte. Dat gebeurd zo heel erg vaak. Zo was het ook met Balloo, alleen lag Balloo overdag op een sofa en we zagen het gebeuren zodat hij onmiddelijk naar de eerste hulp in het ziekenhuis kon worden gedragen. Ema kon echter niet gered worden.



Dag Ema. Dank je voor je gezelschap zolang je bij ons was. Op je goede dagen heb je ons getroost en ontroerd, op je slechte dagen waren we machteloos.
Nu zou het kunnen dat je God mag zien, of een eindeloos mooi licht, of in een zomertuin met vlinders rondlopen, zonder handicap. Dat hopen we zo voor je. Vrede lieve kleine vriend.

Kojo Josef, Emilio, Steven en The Color Purple

Chicago, 3 Juni 2007

Allereerst, het is al meer dan drie weken geleden sinds we nog eens gezinsuitbreiding vierden, nu met de komst van Kojo Josef, bij ons gebracht door de Deense Liane die vrijwilligerswerk deed in een weeshuis in Kumasi.
Kojo is een jongen van drie jaar. Voorlopig woont hij met Liane op haar kamer in het vrijwilligershuis. Dat komt omdat we nu even geen huisje klaar hebben voor Kojo, maar over een dag of vijf gaat hij hopelijk met zijn eigen caregiver Benson naar zijn eigen kamer en heeft Liane ook een beetje rust, snachts!

Met de toestemming van Liane haal ik een paar alinea uit haar brief aan, waarin ze ons vraagt Kojo op te nemen in de PCC_Hand in Hand Community:

“Kwadwo Asvirie (Joseph), boy said to be 3 years.
Story: found in the bush on the 14th of august 2006 by local farmers. They phoned the police to say that they found a dead baby. When the police arrived they pushed him and he started shaking. There was still some life left. Starved and covered with wounds on the entire body he was brought to “King Jesus charity home”, at Boadi, Kumasi. From there they took him to the hospital with the purpose of finding treatment. He was brought to a speech therapist, doctors who are specialized in hearing etc. but nobody could explain his behavior. We tried several psychologists but none could help us. In October 2006 we gave up trying to find help for Kwadwo in Ghana. Therefore i started cooperating with a psychologist in Denmark. She gave a lot of good advise which i passed on to the mothers of the orphanage. This didn’t bring any results either. There is in that orphanage no time and resources to care for a child with disabilities.
At the end of 2006 I gave up. Everything I did seemed so pointless – and Kwadwo was not getting better.
On the 1st of May 2007 I, by coincidence visited “PCC hand in hand community” –Nkoranza, and that gave me new hope for Kwadwo.”

“Behavior: Kwadwo is very withdrawn and it is impossible to make eye contact. He doesn’t speak and it is hard for him to express his needs. He does not communicate with others. If he is alone by himself he can play a simple game, such as sitting on the ground making circles in the dirt with a stone.
He can not express when he wants to go to toilet and does not go himself either. Kwadwo has problems concerning food. If someone refuses him access to food he gets hysterical and doesn’t calm down before the food is out of sight again. He never feels fully satisfied and eats everything that looks like food, included his own stools. He can not get dressed by himself, and does not even contribute when being dressed. He hardly responds to physical contact, but if in a good mood he will laugh when being tickled. He often smiles, but I’m not sure that he is aware.
He likes to sit on people’s lap and is easiest put to sleep when he is carried on the back. If not carried he gets anxious and it is difficult for him to sleep.
It is very rare that he takes physical contact to others. Mostly he is playing alone and doesn’t pay attention to the surroundings.
Physically he is now healthy and functioning well.”

“Environment: Kwadwo lives in the orphanage with 70 other children and four mothers. He is mostly left to his own, since nobody has time to take care of him. In the beginning everyone was very helpful and they liked him, but that has changed.
Kwadwo has become a part of the every day life, where everyone sees to their own duties. This for instance means that he is no longer being fed. During the meals he is left on his own. Often his clothes have not been washed and they let him go without a diaper.
The mothers don’t have time so it is the other children who take care of him. At Easter everybody above 12 years left, except two mothers. This means that now 12-year old Alima is taking care of Kwadwo. Alima is still too little to even carry Kwadwo.
At most times he sleeps in “ladies room” a tiny room where the 16 girls take turn sharing a bed with him.
He has no stability and no stable caregiver-mother.
The 8 months in the orphanage certainly didn’t improve his behavior. None of his physical needs are being fulfilled and he hungers for help, attention and care.
His mental stage does not combine with his age and physical development, and that is already now causing him problems with the surroundings. As time goes by he will only be more rejected.
It is not easy being the weakest in an orphanage in Ghana. “

Tot zover Liane’s brief. Ze bracht Kojo op 14 Mei naar ons toe en werkt nu ook bij ons als vrijwilligster tot in de maand Augustus. Tussen haakjes: De mensen van Ashanti region schrijven Kwadwo en die van onze Bono region spellen Kojo, vandaar dezelfde naam voor een jongen die op maandag is geboren maar op een andere manier geschreven. De uitspraak is hetzelfde.

Geleidelijkerwijze zult U wel meer van Kojo gaan horen. Gedurende de twee weken dat ik hem heb kunnen observeren, voordat Bob en ik op reis gingen, zagen we hem wel snel zekerder van zijn zaak worden en uitgebreide onderzoektochten ondernemen, door de tuinen, over de paden en natuurlijk vooral naar de keuken. Hij heeft zijn eerste duik in het zwembad genomen en glimlacht meer. Ja en hij eet onmogelijk veel! Inhaalmaneuvre? Hij slaapt niet goed maar we hopen dat dat op natuurlijke wijze bijdraait.

We zijn nu al meer dan een week in Chicago en het is goed om eens even weg te zijn van alle drukte en om eens te kijken wat er in de ;grote wereld’ allemaal gebeurd. Maar..de kleine wereld van Nkoranza blijft ons toch ook achtervolgen, gelukkig! We hebben al een paar keer Dr. Emilio ontmoet, de Cubaanse arts die in Nkoranza ziekenhuis werkte als mijn collega en nu in Chicago woont. He doet een cursus om gauw hier aan de slag te kunnen gaan terwijl hij voor zijn USA praktijk-examens werkt en hij geeft zo nu en dan les. Het was echt leuk om samen met hem zijn 31ste verjaardag te vieren, hier in Chicago. Zie foto’s.
Goed hoor, Emilio, zoals je je zo snel en gedegen invoegt in alweer een geheel andere cultuur.
Emilio snijdt de verjaardagstaart aan (2x)


Emilio met verjaardags taart

De volgende dag zagen we Steven. Steven Philips is een leken missionaris van de SMA congregatie. Gedurende zijn verlof op het moment vliegt en rent hij rond van noord tot zuid en oost tot west. Gisteren in Chicago en tijd om een kop koffie met ons te drinken. Tussen twee bruiloften door. We hadden hem al eerder uitgenodigd om bij ons in Nkoranza op de gemeenschap te komen werken nu dat zijn vorige contract afgelopen was. Steve heeft een universitaire studie occupational therapy gedaan. Ook heeft hij al jaren en jaren in Afrika geleefd en gewerkt en dat is een extra voordeel. Hoe dan ook hij had nog maar zo weining tijd over voor die kop koffie met ons dat we al dachten dat wordt niks. Maar het gesprek verliep toch anders. Na al zijn reisverhalen te hebben (bij-) gepraat zei hij: “...en, ben ik nog welkom om bij jullie te komen helpen?” “Ja, natuurlijk”. “Okay goed, want dat wil ik graag, het antwoord is ‘ja’.
Een korte blije dans door ons apartement, de auto buiten claxoneerde echter want we moesten echt weg en lieten Steven op de stoep achter (had meegekund maar had andere plannen!). Dag Steven, we zien je in Januari!

Nu naar inner city Chicago hier. “The Color Purple” speelt vanavond, een musical geloof ik. Ik heb het boek gelezen en de film gezien. Wat meer kan je er nog van verwachten? Nou, dat vertel ik dan de volgende keer wel. Ineke.

Tropen absces

18-5-07



Abena ligt nu al meer dan een week in het ziekenhuis. Haar dijbeen was erg gezwollen en pijnlijk, zozeer dat ze haast niet meer kon lopen. Niet duidelijk hoe en waarom maar duidelijk dat het pijnlijk was en steeds erger werd. Antibiotica en koude kompressen maakten nauwelijks verschil. Geen verschil, het proces ging door.
Een paar dagen geleden werd ze naar de operatie kamer gebracht en tot onze verrassing kwamen we een absces tegen diep in de spiermassa van haar bovenbeen, waar anderhalve liter pus uit kwam! De mensen in de operatiekamer praten er nog over!
Nu gaat het veel beter met haar en hopelijk kan ze volgende week weer naar huis.
Alles bij elkaar is het verbazingwekkend dat ze niet een keer haar mond open deed, laat staan huilde. Ze accepteerde deze ziekte op de manier waarop heel arme mensen verdere tegenslag op de koop toe nemen. Zonder een spier te vertrekken. Zelfs op de dag dat ze naar de operatiekamer moest liep ze daar op haar eentje naar toe, de rest van ons liep er achteraan. Voorop als Napoleon, alleen en waardig met haar badslippers en een soort laken dat in een jas veranderd was. Abena houdt niet van medelijden!

Als de verpleegsters haar aan het lachen willen maken of gewoon maar aardig doen kijkt ze gewoon de andere kant op. ‘Waar sloof je je zo voor uit!’ Een lekkernij werd wel geaccepteerd met een heel kort knikje maar zeker niet met een glimlach.
Maar een keer zag ik een klein lachje over haar gezicht trekken. Toen er gezegd werd dat het ergste nu voorbij was en dat ze nu wel snel naar huis zou gaan. Aha, de schaduw van een glimlach op Abena’s gezicht. Wat is ze dan opeens mooi.
Deze Abena begrijpt heel veel, veel en veel meer dan je op het eerste gezicht zou denken.
En ze handelt en wandelt met Afrikaanse waardigheid.
Wordt gouw beter, Abena!

Niet zomaar

8-5-07

Een conflict begint dus niet zomaar. Het is een soort kanker die, als er geen behandeling aan te pas komt, langzaam doorvreet in de relatie, werk, of intermenselijk, of allebei, en uiteindelijk escaleert in een soort ‘scheiding’.
Op een dag kwam Ellen en zei: “ik wil me terugtrekken uit het bestuur en alle andere taken behalve de werkplaats. Ik wil weer gewoon vrijwilliger zijn”.
Naar en moeizaam gesprek. Uiteindelijk dit: als dat je besluit is en we kunnen er niet over praten dan zei het zo. Jammer maar bedankt Ellen.
(rond tien maart)
Een maand van proberen, gesprekken, lijmpogingen en vooral verdriet en boosheid Het lukte niet uit te vinden wat precies de punten waren waarop de communicatie vastliep maar die liep stevig en onoverkomelijk vast. Wat vreselijk erg.
Dan een besluit op zeventien april:

‘Dear Ellen,
Thank you for continuation of your voluntary services after resigning from board and other responsibilities.
However the board, during an emergency meeting on the evening of 17 April, has unanimously decided to let you know that your services are no longer needed as per April 30th.
You will hand over the management of the workshop to Sr. Angela, your deputy, and you will hand over all financial matters to Bob Maram before the end of the month.
Thank you for your great services in building up the sheltered workshop.
Sincerely: Ineke Bosman,
Director PCC-Hand in Hand Community.

Men kan zich voorstellen dat en escalerend conflict dat op persoonlijke level nog steeds niet is opgelost de samenwerking onmogelijk maakte. De communicaties in het werk faalden en werden zelfs negatief, gevaarlijk voor de gemeenschap zelf.

Het was en is een heel scheurende pijnlijke kwestie, nogmaals, pijnlijk als een scheiding. Op haar eigen gebied heb ik de grootste bewondering voor Ellen.
Ik vond en vind het moeilijk om hier over te praten en zeker te schrijven maar Ellen is nu weg. En men moet dat toch weten. Ik zeg het dan maar zomaar zoals het is. Een pijn voor ons en heel veel mensen. Mischien zal het helen, met littekens.

We gaan door. Angela heeft de leiding op de werkplaats en binnenkort komt Peaecorps helpen, een groot geluk. Ook zijn er nieuwe mensen die in Nederland gaan helpen met de distributie en verkoop van onze producten, Nies, Joke, jelle en Hinke.

Verder weet ik niets te zeggen, dit moet U wel weten. Ineke.

Emanuel de Derde

29-4-07

We hebben er weer een kostganger bij, en zijn naam is alweer Emanuel! Een heel lief jochie van elf, zwaar epileptisch met een halfzijdige verlamming. Mischien heeft hij ook een verstandelijke handicap. Te vroeg om te zeggen maar hij kijkt wel heel helder uit zijn ogen en maakt graag en goed verbaal contact. “Hello Mamma, my name is Manuel, how are you?”, met een droom van een glimlach en prachtige gloedvolle ogen.


Emanuel

Emanuel logeert hier sinds tien dagen en het bevalt hem prima. Hij eet zoveel en zo graag dat hij er een paar dagen lang iets van moest teruggeven, overgeven! Zo geniet hij van het vrije en blije leven op de PCC Hand in Hand Community met meer dan volle teugen.
Emanuel de Derde woondde al een tijdje bij een van de oudere en alleenstaande verpleegsters in het ziekenhuis, iemand die ik al twintig jaar ken. Een lieve onafhankeijke vrouw die heel hard werkt. Haar kerk, een pinkstergemeente, had haar opgedragen (zoals dat in Ghana wel vaker gaat) voor dit kind te zorgen. Ze zagen een zorgzame vrouw, een verpleegster, dus een goede keuze voor het kind. Wat de dominee van die kerk vergat was dat deze pleegmoeder nacht- ochtend- en avond-diensten draait en dat er dan niemand is om voor Emanuel te zorgen. Wat ze ook over het hoofd zagen is het feit dat iemand in Ghana niet gauw ‘nee’ zegt tegen een autoriteit als een dominee. Dus nam Vick Emanuel in huis, met desastreuse gevolgen.
De jongen was vaak alleen en ging dan over het ziekenhuisterrein en door de stad zwerven. Vaak kreeg hij epileptische aanvallen gedurende die zwerftochten en werd dan weer door bepaalde mensen die de situatie en het kind wel kenden naar huis gebracht. De verpleegster kreeg een slechte naam en begon het kind op te sluiten, hopeloze pogingen om een onhoudbare situatie op te lossen. Zo kwam hij bij ons, een vraag, een gesprek en enorme opluchting aan alle kanten.
Ema gaat naar de speciale school en slaapt daar op de slaapzaal. We weten nog niet of we hem, als de school weer begint, ook weer op de slaapzaal van de school laten slapen of voorgoed bij ons, dwz bij de verzorger van Joshua, die toevallig ook Emanuel heet. De caregivers zullen dat onder elkaar bespreken en advies hierover uitbregen.
Maar voorlopig is hij veilig, en onverzadigbaar blij. En eentje kon er nog wel bij, toch...

Palmpasen en andere vieringen.

13-4-07

Voor je het weet is het al weer twee weken later. Geen tijd om te schrijven wat jammer is want er gebeurt zoveel! Pasen is alweer vergeten en men is nu enthosusiast over het volgende feeestje vanmiddag, en dat wordt een zwembadfeest! Het zwembadje is waterdicht gemaakt en zelfs betegeld, heel professioneel, heel higienisch en heeeeeel mooi! Vanmiddag wordt het ingewijdt en terwijl de verzorgers en kinderen spelletjes organiseren in het zwembad krijgen de bouwers, Baffo met tegelzetter Sampson en de hele groep werkers een lunch aangeboden! Feest feest feest. Met Pasen hadden we een mooi feestje s’avonds, intiem en knus. De paasmorgen dienst was verzorgd door twee vrijwilligsters die liedjes met de kinderen zongen, liedjes die van te voren al veel geoefend waren en intussen heel populair zijn geworden. (“He’s got the whole world in His hands” en dan sprijd je je armen zover mogelijk open om de hel wereld te kunnen torsen,”A little little baby”, dan wieg je het kindje met zwiepende bewegingen in je armen op en neer, “You and me sister!” en zovoorts!) De kinderen tussen de rotsen in te zien, zingend bidden dansend is een gebed op zichzelf, iets wat een ongelofelijke tederheid oproept. Mischien nog het mooiste moment van de pasen: palmzondag! Bij ons werd dat deze keer op een heel vroeg uur op vrijdagmorgen gevierd. Omdat de pater van het ziekenhuis, Fr. Tang, die soms diensten met ons doet, niet anders kon, geen tijd meer beschikbaar had, behalve tussen 6 en 7 in de ochtend.
We zaten in een kring, buiten. Het was nog een beetje koel en de ochtendmist lag in de verte in de vallei. Kwaku en Kwame hadden de avond tevoren wat palmtakken afgekapt en die gevlecht tot drie zuilen, drie zuilen die zomaar in de lucht staken, versierd met bougainvillia’s. Tussen die drie palmpilaren, als in een echte open-luchtkatedraal zaten de kinderen, allemaal nog slaperig met net even een nat doekje over hun gezicht om ze wakker te houden. In pyama’s maar zijn wij even trots op de pyama’s van onze kinderen! Dat was het kertkado, iedereen een nachtjapon van prachtige kente-stof, kleurrijk en beeldschoon. Nou ik dacht met kerstmis dat ze die jurken nooit als pyma’s zouden gaan gebruiken zo mooi als ze waren, maar mooi wel dus! De kinderen in een kring met hun gewaadjes aan, verwonderde ogen en elk een palmtakje in de hand. Niet zomaar een takje, maar gevlochten palm in allerlei vormen met een bloemetje erin. Toen kwam Fr. Tang, altijd wat gehaasd, en begon zonder verdere fratsen. Dat is zijn stijl. De drums kwamen op gang om een liedje te begeleiden maar Pater Tang was al bij het volgende onderdeel. Of toch niet... Onze oude Pater Pieter, ook in een habijt, begon opeens al dansend de kinderen bij de hand te nemen en de dienst stopte om dit ontroerende vroege ochtend dansje te aanschouwen. Pieter als een faun in de morgen, met zijn kinderen. Ook dit een gebed in beeld! De pater wachtte, begon te glimlachen en ontspande. Nee danste niet mee, daar was t te vroeg voor, te vreemd mischien ook, zo in die katedraal van drie palmzuilen met de nog grijze ochtenlucht als dak. Ver daarboven kon je denk ik God en zijn engelen zien, voorovergebogen, turend naar beneden, naar een stukje aarde in Nkoranza, met dansende kinderen in beeldschone gewaden, aan de hand van Pieter de faun. Het moet wel zo zijn geweest want gelijdelijk begonnen vele kinder gezichtjes te stralen en rook het lekker zoet opeens. Niet van de bougainvillias, ook niet van het ontbijt dat op de achtergrond stond te pruttelen, nee, even een hemelse geur. Wonderland, ons land...

Storm na de stilte na de storm

29-3 2007

Vanaf het moment dat ik vanmiddag hier weer op de PCC aankwam heb ik zitten genieten van de vrolijke gezichten. Jongens en meisjes met zakken en tassen op het hoofd, de een na de ander klaar om naar huis te gaan. Gisteren was hun traditionele afscheidsfeestje in de beschutte werkplaats en vandaag komen de ouders, tantes of grote broers ze een voor een ophalen om naar huis te gaan en daar de paasvakantie door te brengen. (Een in Ghana nogal lange vakantie van meer dan een maand!). De sfeer is opgewonden. Lichtvoetig of juist plechtig groeten, maar altijd blij: school is uit en we gaan naar huis. Een handje pakt je hand vast: ‘dit is mijn vader!’ Een vinger wijst: ‘Mama!’. Trots en blij.

Onze kinderen die geen ouders hebben zitten er dan voor mijn gevoel een beetje vreemd bij. Blij omdat iedereen blij is en soms ook een beetje pijnzend, de een meer dan de ander en sommigen natuurlijk helemaal niet! Maar toch. Ayuba loopt onrustig rond. Amma heeft haar hand tot de pols in de mond. Dela wijst op de kinderen die afscheid nemen zoals hij naar alles wijst, als een schoolmeester. ‘Ze gaan weg.’ Abena zit erbij als een wat oudere tante die dit al vaker heeft zien gebeuren, lede ogen, verveeld. Kofi Asare is uitbundig omdat hij altijd zo heerlijk meevoelt met de algemene sfeer en Kojo Evans staat ergens achteraf te kijken, ergens waar niemand hem ziet. Het is het heetst van de middag en het lijkt erop dat nu ook de laatste vertrokken is. Ik ga naar binnen, de krant lezen, proberen wat lucht te happen. Stilte overal. Dan opeens een aarzelend begin maar steeds wilder en opzwepender, out of nowhere, het getrommel en gezang van Kofi asare.


kofi asare drumming

Nu kan het niet luider en enthousiaster, prachtig. Ik kijk door het raam en zie ze samen in de speelhut, dansen! Er wordt gezongen ‘Kom, Heilige Geest’ en ‘Ik wandel met Jesus, ik zit naast Hem’, alle troostende traditionele volks-religieuze liedjes die zo makkelijk in de mond liggen. (Hier bij ons is er geen scheiding van seculier en religieus, alles is religieus!) Wat is dat, die muziek die er opeens uitknalt na een toch wat trieste en vooral ook hete stilte na het vertrek van de schooljeugd? Is het een zelf-assertie? ‘Wij hebben wel geen ouders maar aan de andere kant een heel dorp waar we thuis mogen zijn’. Zou het dat zijn wat dit spontane dansen inspireert? Of zomaar een ontploffing van enthousiasme na een afscheid? Zoals kinderen de koekjes en hapjes veroveren en bij wijze van spreken op de tafel dansen als ze het huis (weer) voor zichzelf hebben, na bezoek bijvoorbeeld. Geen goede vergelijking en wat geeft het ook, waarom ze opeens zo blij zijn? Ze ZIJN blij, dat geldt! Zo.Ik ga meedoen. Ondanks de hitte. Zweetdansen heet dat, tot het zoute zweet je in de ogen rolt, zilter dan tranen, net zo zuiverend. Uitleven! Jawel. Zomaar op een donderdag.

 

Goede tijden slechte tijden.

25 maart 07

Goede tijden, nu. Afgelopen dinsdag kwam Helena, de directrice van Osu Children Home in Accra, op een speciale missie naar onze gemeenschap. Ze hadden een entourage van acht mensen bij zich met wie het wel een wee van zowel het Osu kindertehuis als onze woongemeenschap bespraken, zoals ook dat van weeshuizen in het algemeen. Maar de belangrijkste reden van hun komst was het brengen van goed nieuws; twee ‘Osu’ kinderen met een verstandelijke handicap werden aan ons overgedragen. Die avond was er zelfs een feestje. Reden: gezinsuitbreiding! Twee nieuwe kinderen wonen vanaf dinsdag bij ons:
Regina, een 12 jarig meisje dat prachtig schijnt te kunnen zingen. (heb het nog niet echt gehoord.) Ze woont bij Felicia en Lisa. Moses, (alweer een Moses!) woont voorlopig bij Steve tot vandaag een nieuwe verzorger komt om hem over te nemen. Ze gaan dan in een andere kamer van het huis van Jerry wonen. Jerry met ‘zijn’ Moses en Ema. Twee Mosessen in een huis, daar moeten we iets aan doen. Zoals we ook de kleine Moses van vorig jaar omgedoopt hebben tot Aron. Probleem is echter dat deze Moses veel groter is en niet alleen zijn eigen naam goed kent maar er ook trots op is, dus dat verander je niet zomaar een twee drie. Moses is een echte jongen die van voetbal en spijkerbroeken houdt. Hij is net zijn voortanden aan het wisselen en kijkt daardoor extra vertederend en ondeugend als hij lacht.


Moses de tweede. Zeven jaar oud. Vol leven!
Gezond as een vis. Akwaaba, welkom!


Regina. Twaalf jaar. Meesterzangeres! Praatgraag
ook als niemand luistert!

Verder goed nieuws: het was goed om Zaterdag bij het huwelijk van Emanuel te zijn. We zijn naar de Pinkstergemeente in Techiman geweest, gisteren, samen met een grote delegatie verzorgers en kinderen van de PCC-HandinHand gemeenschap. Het mooie bruidspaar is toegezongen en aan het dansen gezet, bijna dan... Ze waren erg blij dat we met zoveel caregivers en kinderen naar hun trouwpartij kwamen en zijn net even wezen bedanken hiervoor. Een trotse Emanuel, een schuchtere bruid, James de beste man. Het oude zeer is nu geheel en al geheeld. Emanuel is mijn grote zoon en ik heb er nu een ‘inlaw’ bij zoals ze dat hier noemen.


De bruiloft van Emanuel.

James, Emanuel en (o hemel hoe heette ze ook weer, de bruid). In keurige pakken, maar waarom toch altijd zo westers en altijd een maat te groot?! Hoe dan ook gefeliciteerd lieve mensen. Mag je een goede tijd tegemoet gaan, samen.
Meer goede dingen, maar dat is meer in het ziekenhuis. Ga daar eens een andere keer over schrijven.
Ja en morgen: de uitrijking van de certificaten aan de vier ‘PCC-physeotherapeuten”, vijf als Emanuel ook kan komen. Die zit dus nu op school in een andere stad. Ook morgen de opening van de physeoruimte en de berging- en studeerruimte. De feestelijkheden, het proces van de verantwoordelijkheid overdragen aan Jerry, Joyce, Kwame en Felicia, alles gebeurd deze week, want eind van de week gaan de laatste vrijwilligers van Movendi weg: Annemiek de physeotherapeute en Piet, de werktuigbouwkundige.
Dan is het ‘over to us’ wat trouwens best zal lukken. Movendi: Annemiek, Jasper, Marije, Merelijn en nu Piet en Annemiek bedankt en we gaan jullie missen. Her en der hadden we wat aanvaringen maar dat hoort erbij. Ik ben je opzet beter gaan begrijpen en waarderen en de manier waarop je speels met de kinderen omgaat is fantastisch. We houden van je en van wat je gedaan hebt, Annemiek. Alle anderen die dit komende weekend ook weggaan: dank! Dank aan Mieke en Maria die zo mooi aandachtig met Hagar en Nana Yaw bezig waren en aan Gideon en Juul met de kente-weverij en de zorg voor de kinderen. Dag!

Weglopen.

16 Maart 2007

Het is nu meer dan een half jaar geleden sinds Osei zijn lidmaatschap van ons bestuur opgaf. Nu is Osei zijn eigen baas met een zaak en verder investeert hij veel van zijn tijd in leidinggevende posities in zijn kerk. Voor onze Hand in hand gemeenschap blijft hij een ambassadeur. Ook dit jaar gaat hij waarschijnlijk weer naar Europa om op scholen en in kerken over onze kinderen te spreken.

Emanuel gaf zijn baan bij ons rond de jaarwisseling op voor een opleiding die de mogelijkhied van een betere toekomst in zich houdt.

Minder dan een week geleden stapte Ellen uit het bestuur. Ook gaf ze al haar neven taken op, zoals de coordinatie van de vrijwilligers en de zorg voor de tweedehands kleding voor de kinderen. Nu kan ze al haar energie weer richten op de beschutte werkplaats, als vrijwilligster.

Soms wilde ik wel weer eens een stukje terug reizen in de tijd. De sfeer van onze gemeenschap proeven toen ze nog heel jong heel kleinschalig en heel puur was. Vol van harmonie en speelsheid. Het handje vol kinderen, de eerste liedjes die we samen leerden zingen, de chirurgie aan Araba’s benen waardoor ze (bijna!) weer kon leren lopen.
Of zo maar ergens heengaan waar geen zorgen waren, Scheveningen. Het zout van de zee op je huid voelen en op je lippen proeven. Maar hoe lang zou die vreugde duren? Na een paar uur zou er verveling intreden en nog wat erger is, dat schuldgevoel. Schuldig aan weglopen van mijn problemen en verantwoordelijkheden, die twee die altijd samengaan. Ik zit aan mijn gemeenschap vastgebakken, het is het product van mijn eigen creativiteit en niemand anders.
Zou ik het kunnen overhandigen? Aan de Bischop bijvoorbeeld, of aan een gemeenschap met gelijkwaardige idealen? De ark? Ik denk er heel vaak aan. Maar zou ik het aan de bischop geven dan zou hij er onmiddelijk nonnen neerzetten. En nonnen kunnen best heel erg gemeen zijn, wreed soms. En een gelijkwaardige groep? Die zijn veel te druk met hun eigen zorgen en problemen heb ik tot nu toe gemerkt hebt.

Toch maar overhandigen, de kinderen, en mijn ogen dichtknijpen? De zee is prachtig maar na een tijdje zou hij er net zo leeg uitzien als mijn eigen ziel.. als ik mijn ziel zou weggeven. En als ik al zou weglopen van stress en conflicten zouden die dan niet verergeren en me in de rug aanvallen? Ja, dat zouden ze. Nee deze gemeenschap blijft mijn levenswerk en mijn uitdaging.
Mischien gaat het straks weer beter, mischien komt alles wel weer goed, Mischien. Of mischien ook niet, mischien. Maar niet weglopen, nooit.

“You place one foot in front of the other
Holding on to nothing
Even when the ground gives away
Hope is the goat cart you ride in crippled
Secretly you make a wish
Under a sky crazy with stars
Hoping that the light you have chosen
Doesn’t come from a source already dead.”
From: “Maybe” By Barbara Elovic (Poetry in Perfomrmance 1998)

 

Indian Summer

In Youth it was a way I had
To do my best to please
And change with every passing lad
To suit his theories

But now I know the things I know
And do the things I do
And if you do not like me so
To hell, my love, with you!
By: Dorothy Parker

 

Onafhankelijksdag

7 Maart 2007

Het was op oudejaarsavond dat Emanuel, onze huisleider en coordinator van de verzorgers, zijn ontslag aanvroeg. Dat was een hele klap omdat hij tevoren met zoveel enthousiasme had aangegeven samen met zijn toekomstige vrouw een permanente rol te willen spelen in de Hand in Hand Gemeenschap. We hadden al samen plannen gemaakt om zijn huis te verfraaien en een nieuw kantoortje voor hem in te richten, dat soort dingen. Hoge verwachtingen van alle kanten. Maar out of the blue kwam hij toen dan met het besluit om voor ziekenverzorger te gaan leren, een zesmaandse opleiding in een zieknhuis in de buurt. Wat me verrastte was meer het onverwachtte van zijn besluit dan het besluit zelf. Tuurlijk als je een vak kan leren is dat de moeite waard. Hoe dan ook Emanuel verliet ons en het was niet makkelijk om de leegte op te vullen. In het centrum van de gemeenschap bleef een gapende open wond, hoe je het ook bekeek. Zijn vriendelijke persoontje werd gemist maar ook zijn alomwezige tegenwoordigheid en leiderschap in duizend en een dingen. Er was geen instant oplossing voor zijn plotselinge afwezigheid.
Na veel deliberaties met de groep verzorgers werd Kwaku de huisleider voor de maand Januari. Geen gemakkelijke taak als je daar niet op voorbereid bent en een extra moeilijkheid is dat Kwaku maar bij mondjesmaat engels spreekt. Ik hielp door een batterij aan comitees binnen de caregivers-groep in het leven te roepen die Kwaku konden adviseren en helpen beslissingen te nemen. Zo was er dus niet alleen een voedsel-comitee en een tuin-comitee maar ook een comitee voor pyama’s lakens en dekens, en comitee voor persoonlijke verzorging zoals tandpasta en zeep, een comitee dat ervoor moet zorgen dat alle dagelijkse programma’s wordne uitgevoerd, een ziekte en medicatie comitee,noem maar op en er is een comitee voor opgericht!
Natuurlijk liepen die niet allemaal even goed maar sommige werkten en andere, daar wordt aan gewerkt. Het helpt Kwaku in ieder geval goed als hij met bepaalde kwesties geen raad weet. Zoals:”De watchman wil een paar dagen vrij voor een begrafenis, kan dat?”, “Kan een verzorgster even naar haar zieke vader in het noorden?”, “Ema ligt in het ziekenhuis, ik ga daar dus bij zitten, wie kan er voor mijn andere kinderen zorgen?” Kwaku deed het goed. Aan het eind van Januari was er een vergadering met mij, om te kijken hoe de maand gegaan was. We klapten voor elkaar en voor onszelf! Joyce werd de huisleidster voor Februari, maar wel met Kwaku en al zijn opgedane ervaring aan haar zijde. In Februari ging alles dus weer een stukje beter dan in Januari. Men kreeg er zelfs lol in. De wond begon van binnen uit te helen. Met dit nieuw soort leiderschap en al die comitees leken we de Verenigde Naties wel!
5 Maart, avond. De maandelijkse vergadering met de verzorgers had eigenlijk een dag eerder moeten plaatsvinden maar toen hadden we het te druk en te gezellig met het afscheid van Marije, een vrijwilligster die onze kinderen meer dan acht maanden trouw en liefdevol geholpen heeft. Dus we vergaderden maandagavond, de avond voor onafhankelijkheidsdag. (De vijftigste verjaardag van Ghana’s onafhankelijkheid.)
Het werd een geode, een uitstekende vergadering. We besloten dat Joyce en Kwaku samen dit jaar (en mischien langer) de leiding zouden nemen, als een huismoeder en huisvader.
We keken terug naar wat we bereikt hadden en hoe onze staf zich voelde met deze nieuwe stijl van leidinggeven. We besloten dat de meer ‘huis-gerichte’ comitees Joyce van advies zouden gaan dienen en de meer ‘werk en onderhoud-gerichte’ comitees zouden hun bevindingen met Kwaku bespreken. Zo is er dus een vrij traditioneel stereotype werkverdeling geschapen wat gender betreft, maar wat werkt dat werkt!
De komende week hoor ik meer in detail waar Joyce’s verantwoordlijkheid ligt, en waar die van Kwaku gata liggen, in het geven van de dagelijkse leiding in de gemeenschap. Er is geen haast en deze beslissingen komen het best uit de groep zelf zonder dat ik erbij zit. Zo wordt de cultuur van besluitvorming in onze groep op natuurlijke wijze gevormd, net zoals een wond op natuurlijke wijze heelt, een natuurlijk proces.
Maar ik sprak wel met hartstocht mijn wens uit om een familie te blijven en die familie, onze gemeenschap, sterker te maken. Eeen familie en geen instituut zoals een school, weeshuis of ziekenhuis. Onze kinderen die het centrum zijn van die familie, de reden van haar bestaan. Dat al onze warmte, liefde en organisatie-vermogen zich naar het welzijn van de kinderen moet richten. Dat als we dat in de gaten houden dat we dan ook onze vrijheid en eigen verantwoordelijkheid kunnen vieren. (En waarom geen verantwoordelijkheden ook vieren in plaats van ‘lijden’…!)
‘In dit moeizame proces van het helen van de breuk in de leidinggeving hebben jullie, wij, een veel mooier, veel democratischer, model van besluitvorming ontworpen waarbij iedereen maar dan ook iedereen deelt in het dragen van verantwoordelijkheid maar ook in het vieren van vrijheid bij het besturen van onze familie’.
Niet zomaar een lege frase maar van diep van binnen was dit model gegroeid zonder dat iemand dat precies zo van te voren bedacht had. De wond had open mogen liggen en was op natuurlijke creative wijze genezen! Ik was trots op onze groep. Het is niet het einde van de problemen, problemen zullen er altijd zijn, net zoals er altijd weer geode dingen zullen gebeuren (nou ja hopelijk heel veel goede dingen en heel weinig problematische) maar het feit was dat we op een model waren gestuit waarbij de familie veel meer verantwoordelijk en veel meer vrijheid had dan voorheen.
“Jullie doen fantastisch verk, heel bizonder wat jullie doen. Jullie zijn echt vrijwilligers, zo toegeweid, zo trouw, zo liefdevol, zo warm en zo sweet! En zo nu en dan moet je jezelf ook eens lekker verwennen, naar de kapper, je haar doen, lanterfanten op de markt, dat soort dingen. Je kan dat doen als je je als familie goed organiseert, dat weet je. Als je je verantwoordelijkheid viert mag je ook je vrijheid vieren. Je hebt macht in de besluitvorming van alle dag. Gebruik hem en iedereen is blij. (Misbruik hem en de lol is over, dat wel!) Wees onze democratische onafhankelijke familie!” Zoiets, iets in die trend. Het was een mooie avond en we bleven lang in de kring zitten, tot we in het donker echt elkaars gezichten niet meer konden zien.

Nu heb ik nieuwe hoop, een realistischer soort hoop voor het voortbestaan en de onafhankelijkheid van onze grote familie , twee aspecten die dacht ik hand in hand gaan. Voortbestaan en verantwoordelijkheid in eigen hand nemen.

Dan de volgende dag: Onafhankelijkheidsdag. Ghana-kleuren geel groen en rood overal, op onze teeshirts, wapperende vlaggetjes, sjaaltjes en petjes, balonnen en spandoeken. Iedereen binnen en buiten de gemeenschap zag er feestelijk uit en straalde vreugde uit.


Optocht: Parade met de kinderen

Op ons landje hielden de kleinere kinderen s’ochtends een trotse optocht terwijl de groteren naar het dorp gingen voor de festiviteiten. S’middags hadden we 35 Ghanese studenten in de verpleging op bezoek, studenten die een maand op exposure zijn in ons ziekenhuis en veel van Hand in Hand hadden gehoord en onze groep wel eens in levende lijve wilde ontmoeten. In een grote kring kwamen ze met ons onder de boom zitten en bombardeerden de verzorgers met vragen. Er werd gezongen, gedansd en muziek gemaakt, iedereen was zo enthousiast aan het dansen dat het feest maar niet op kon houden. Vanmorgen in het ziekenhuis hadden ze allemaal iets over onze gemeenschap te zeggen. We zijn een ervaring rijker! We vinden dit zo inspirerend.We hadden zoveel plezier met jullie kinderen! Ze zijn normaal, heel gewoon!
Ja we zijn normal. En een wond is genezen.


Onafhankelijk, alive and well!!

 

Terug van safari.

28-2-07

Dat zinnetje, terug van safari, klinkt wel erg Oost Afrikaans en dus vreemd voor ons doen en laten hier in West Afrika. En toch kwamen Bob en ik eergisteren terug van safari, we zijn een week in Kenia geweest.
De eerste dag, 20 feb., op het vliegveld van Accra. Wie zat er pal voor ons in het vliegtuig, jawel, de president van Liberia! Op de voorste stoel, alleen, (of zo leek het in elk geval), met als enig teken van haar statigheid een ingewikkelde Afrikaanse haartooi rond haar hoofd. Verder sliep ze, zoals de meesten van ons, gedurende het grootste gedeelte van de vlucht met haar schoenen uitgeschopt en haar voeten omhoog.
Eenmaal geland op het vliegveld van Kenya, de tweede dag, is het gedaan met de luxe. (We hadden gratis eersteklas tickets voor de vlucht maar niet voor de hele reis!)
Van het ene moment op het andere werden we uit het vliegtuig gelaten om op het asfalt tussen verschillende geparkeerde vliegtuigen te belanden, op die koele winderige ochtend in Nairobi. Verfrissend het weer, verwarrend hoe en waar naar de uitgang te lopen. We volgden uiteindelijk maar een groepje andere passagiers met handtassen en liepen onder vleugels door en over slapende mensen heen tot we na een flink half uur bij een soort immigratiedienst kwamen waar we we visum konden kopen en we waren er!
Afgezien van onze koffer die nergens te vinden was, op geen van de lopende banden en ook niet ernaast. Na aangifte gedaan te hebben keek ik nog eens rond en zag hem toen opeens buiten op het asfalt liggen. Was hij van een bagagekarrettje afgetuimeld? Snel erop gewezen en iemand kwam vol excuses met de bagage aanhollen. Intussen hadden we al meer dan twee uur verspeeld en we vroegen ons echt af of onze gidsen met de auto nog wel buiten het hek zouden staan, vertraagd als we waren. We liepen de douane door en in de aankomsthal en wat zagen we, twee borden die wat moedeloos de lucht in staken met de namen ‘Bob” en Ineke’ erop. Ze waren er nog! Peter en Michael, de twee gidsen die we via het internet gevraagd hadden onze reis te begeleiden. Weer hadden we geluk want dezelfde president van Liberia verliet het vliegveld vlak voor ons, met een escorte van CD auto’s en motoren, en in haar kielzog hadden we een schoongeveegde weg zonder files en konden zo met een flinke vaart het hartje van Nairobi inrrijden en naar ons hotel gaan.
De volgende dag, dag drie, reed Peter ons richting het westen van Kenia, Naar Lake Nakuru,een wild-reservaat waar onder andere ook duizenden roze flamingos huizen. Het was een heel aantal uren rijden ondanks Peter die koppig volhield dat het twee uur rijden was. We hadden het kleine safari-busje voor onszelf aangezien de Peter en Michael die week geen andere klanten hadden. Dat kwam achteraf gezien prima uit zo want de weg was slecht en Bob’s stoel in de bus was half los zodat Bob bij elk gat in de weg (en dat waren er veel!) met een klap naar voren schoot, tegen de rug van de stoel ervoor aan. Toen we eindelijk na de lunch bij het hotel aankwamen was ons enthousiasme wel bekoeld! “Short, pleasant ride, not”? vroeg Peter. We zeiden niets en wreven over blauwe plekken en zere rugspieren! De wegen in Ghana zijn heilig vergeleken met die in Kenia, dara kwamen wij dus ook achter.
We hadden een verlate lunch moeten gebruiken en daarna meteen weer in dat busje op safari in het reservaat. Daarom dat het zo mooi uitkwam dat we de enige touristen in de bus waren. We overlegden even en besloten om echt maar ‘nee’ te zeggen tegen de rest van de reis . In dit mooie kamp hier wilden we drie dagen blijven en in alle rust genieten an het landschap en de dierenwereld. We wilden echt ook die dag niet meer in dat busje terug, nog niet met heel veel geld toe. “Je rijdt echt goed, Peter. Maar we zijn erg moe en willen niet door morgen. We gaan hier drie dagen onze tent opslaan. Je hebt een prachtland maar we kunnen niet alles tegelijk zien en hier is het mooi. Ga maar terug en kom ons zondag ophalen, okay?”
“Maar mevrouw, meneer, Ineke, Bob, hoe kan dat nou? Nee dat kan niet. Ga maar even lekker rusten dan gaan we daarna even kort op safari en dan vannacht goed slapen en gaan we morgen door, naar de Masai. Je moet van alles genieten niet alleen dit meer met de vogels. Je zult het zien, even rusten en we kunnen weer verder.”
“Nee, Peter, echtniet, we kunnen niet meer. Lukt niet tenzij je met een dode Bob wil rijden?” Er was reden om dit te zeggen naar de kleur van Bob te oordelen maar ook ik was te uitgeput om nog te kunnen genieten.
“Mevrouw, maar hoe kunnen we hier nu drie dagen blijven? Dat doet geen mens. Hoe moet dat dan met de rest van het programma, en de hippo’s en de leeuwen en de Masaidorpen?” Hij vond het echt erg dat hij niet alle moois van zijn land kon laten zien en dacht dat hij msichien ook heel wat inkomen zou verliezen. Maar na veel gepraat en getelefoneer met zijn partner in Nairobi moest hij tenslotte wel toegeven en we bleven!
Dag vier, vijf en zes verbleven we dus in een ronde hut met uitzicht op de roze flamingo’s op het meer en het was een van de beste beslutien van ons leven.
Wolken van dansende flamingo’s, zebra’s, rhino’s, buffels, apen, maar vooral ook de harmonie die de natuur uitstraalde, de grootsheid en wijdsheid van het land, de stilte, alles was zo bizonder dat het een bijna religieuze ervaring werd. Inclusief de dagelijkse safariterks met Peter in de oude minibus. Peter moet besloten hebben dat we niet helemaal normaal waren maar had zich erbij neergelegd en ging niet naar huis maar probeerde ons leven in Nake Lakuru zo aangenaam mogelijk te maken, bijna als een trouwe wachthond. Of blind geleide hond!
Echt heroisch werd hij pas toen hij merkte dat we geen cameras bij ons hadden en zich ook daarbij moest neerleggen. “ Madam Ineke, waarom? Geen camera? Hoe kan ik nou op een mooi plekje stoppen, op een moment dat de witte rhino met haar jong speelt of de flamingo’s door de lucht zweven en we staan daar special voor een foto en dan maakt U geen foto. Waarom zouden we daar dan nog gaan staan?”
Ik begreep het. Ik had er niet aan gedacht maar dat was een soort heiligschennis voor hem, al dat mooie dat we zagen niet proberen vast te leggen. Gelukkig had ik een telefoon met een camera erin, dat stelde hem dan weer ietwat gerust en mij trouwens ook want de beelden waren daverend mooi. (Nu heb ik tien foto’s in mijn telefoon, mooie foto’s, maar weet niet hoe ze eruit te krijgen en in de computer te zetten of af te drukken). Die tien foto’s laat ik aan anderen zien en bekijk ze zo nu en dan. Maar de ervaring, die was toch niet in foto’s te vangen.


(Foto van roze flamingos c/o een website van toeristen organisatie)

Dag zeven zag twee heel tevreden mensen terugkeren naar Nairobi en de volgende ochtend vlogen we terug naar Ghana en terug naar Nkoranza.
Van alle prachtige ervaringen was het beste deel van de safari toch wel weer het thuiskomen daarna! Amma stond thuis te wachten met hoge uitbundig/verlegen gilletjes, Dorcas en Robert met een grote glimlach om de mond. PaaYaw edel en Joyce op en neer springend en John scheeuwend van plezier en Kojo en Ayubu alsof ze ons niet zagen. Kwaku en Joyce en alle caregivers, Baffo, Ellen, de vrijwilligers. De hitte en de muggen en het glas water en de honden kwispelend met hun machtige staarten! Home sweet home, terug van safari!

18-2-07

Graag even uw aandacht voor deze foto gemaakt door Roger Levi en Hiske Schaafsma, twee van de vele bezoekers aan onze gemeenschap. De foto is gemaakt in het ‘Monkey-sanctuary” in Fiema-Boabeng, zo’n half uur rijden van ons vandaan, een reservaat waar het regenwoud behouden is en waar apen vrijelijk kunnen leven omdat ze sinds mensenheugenis op die plek onschendbaar zijn, heilige apen dus die zich overigens niet altijd zo heilig gedragen!

Verder alles goed, weinig tijd om te schrijven deze dagen, maar geen nieuws is goed nieuws zullen we maar zeggen. Overmorgen gaan Bob en ik een week lang naar Kenia, op safari, jawel. En deze foto geeft ons al een heel klein voorproefje van wat we waarschijnlijk in Kenia zullen tegenkomen. Daarover later, dus.

De laatste dagen van Dr. Wonderful.

05-02 2007

De twee Ghaneze dokters zijn vertrokken, Philip voor de kerst en Kofi halverwege Januari. Geen vervanging nog. Een paar dagen geleden kwam ik bij het ziekenhuis ‘Wonderful” tegen, de hond van successievelijk een heel aantal Ghanese collegas. Hij liep stram op en neer op de verandah voor het ziekenhuis, staart omlaag, ogen afgewend en voor het eerst vond ik hem er behoorlijk oud uitzien. Dokter Kofi, de laatste van de ‘echte dokters’ was weg en Wonderful was vergeten. Wonderful was niet zozeer de hond van een specifieke arts maar van alle Ghaneze artsen die die ziekenhuisauto gebruikten en in stafhuizen op het ziekenhuis terrein woonden. De hond was van het extreme ‘Zwart is Mooi” type: alleen zwarte artsen golden als echt en waard om een eindje mee op te lopen en trouw aan te zijn. Zijn naam stamde van die prachtige kwaliteit in hem, zijn hondentrouw aan de Ghanese arts en zijn auto! Waar die artsenauto dan ook geparkeerd was, daar kon je ook Wonderful vinden, slapend wakend of zijn ronde lopend. Twee jaar geleden was de artsenauto voorgoed kapot maar Wonderful leerdde snel welke auto’s van welke arts was en volgde exclusief de autos van Kofi en Philip. Wonderful was zo dik met Kofi, de laatste arts, dat hij wel eens zaallronde met hem liep. Ik denk dat hij zijn speciale status wel waardeerde, “Hier komt dokter Kofi met zijn assistent Wonderful”. Ik hoordde laatst dat ons ziekenhuis vorig jaar de eerste prijs in hygeine heeft gemist doordat op het laatst het prijsuitreikende team een foto van ons ziekenhuis maaktte op het moment dat Kofi en Wonderful in de ziekenhuisdeuren verscheen. Een mooie foto maar blijkbaar nu net niet het plaatje van prijs-higiene. Zo hebben we de prijs toen verloren!
Ik heb niet meer aan Wonderful gedacht tot ik hem laatst weer zag, eenzaam en een beetje verwaarloosd. Niemand die hem meer aandacht gaf of grappen over hem maakte. Ik roep hem zachtjes” Psst, Wonderful, kom eens hier”. Hij kijkt niet eens naar me. Stijf loopt hij van me weg, de loop der hopelozen, de loop van een ouwe weduwenaar die niet meer verder wil.
Okay hij kent me, ik ben niet zwart en we hebben dit al eerder aan de hand gehad. Maar mijn auto, mischien heeft hij wel interesse in de auto. Ik doe een van de portieren open en probeer het nog eens. Hij komt geen stap dichterbij. Niet waard om daar je aandacht aan te besteden, aan die oude blauwe gedeukte KIA met dat witte mens erin. Dr.Pando, de Cubaanse arts erbij gehaald. Die is wat donkerder, is tenminste een man! Maar nee, een vermoeid gebaar met zijn poot en hij loopt bij ons vandaan. Totaal geen interesse. Wonderful is en blijft de partner van de Ghaneze arts en de Ghaneze arts alleen, ook als er honger in het vooruitzicht ligt. Van witten moet hij niets hebben. Je moet hem bewonderen om zijn absolute trouw. Maar hoe moet dat verder. De veiligheidsmensen van het ziekenhuis willen hem wel te eten geven en ik vindt thuis een geel-paars gestreepte plastic bak die ik meeneem naar het ziekenhuis. De voederbak voor Wonderful wordt bij de zieknhuisingang neer gezet. Wondeful voelt zich daar thuis en kan naast zijn bak op de volgende Ghaneze arts kan wachten. Dagelijkse maaltijden verzachten het verdriet van Wonderful niet maar houden hem intussen mischien wel in leven tot zijn volgende baasje komt. Als ik iets tegen Wonderful zeg gromt hij. Geen kwaadaaardige grom, alleen een waarschuwing, ik wil niks met je hebben, nooit niet! En liefdadigheid hoef ik al helemaal niet. De wachters in het ziekenhuis vertellen me wel dat hij eet, als niemand op hem let. De volgende dag al gulziger. De derde dag nog beter.
Trouwens, de geel-paars gestreepte plastic bak stamt uit de erfenis van de ‘fietsers’, de groep van ‘Fietsen voor Onderwijs’ die tussen Augustus en December 2006 van Bolsward naar Accra fietsten en bij ons veel van hun spullen achter lieten.
Die plastic bak staat bij de ingang en geeft een goed gevoel. Hoewel, niet aan de gezondheidsinspecteur hoor ik, die ergert zich eraan. (Prijs verloren vorig jaar, en dit jaar weer opnieuw?) Maar first things come first. Wonderful eet, slaapt, loopt wat, eet en slaapt. En wacht. Old soldiers never die, they just fade away.
Dat hoop ik tenminste. Maar een dag later is hij weg. Lege bak, geen hond. Iedereen zoekt Wonderful maar hij komt niet meer opdagen. Dan volgt het nieuws dat hij verkocht is aan de Noorderlingen. Wij die in Ghana wonen weten wat dat betekent. Daar worden ze als lekkernij beschouwd.
Nu staat de plastic bak op de ziekenzaal en wordt gebruikt voor patienten met geinfecteerde wonden. Zo gaat het in Ghana, alles wordt gebruikt, altijd maar weer opnieuw, en de bak is populair ondanks of dankzij zijn schreeuwerige kleuren.
(Dus, fietsers uit Nederland, als je weer komt kan je zien wat er allemaal gebeurd met al die spullen die je bij ons hebt achtergelaten. Ook je geel-paarse bakken! Een staat er dus nu in het ziekenhuis. Van afwasbak tot hondevoederbak tot wasbak voor patienten.)
Adieu, Wonderful! Je hebt een enorme indruk achtergelaten met je trouwhartige karakter. En je laatste gift aan je patienten waar je zo graag de ronde liep met dokter Kofi. Adieu prachtbeest!

Beelden die bijblijven

28-1-07

PaaYaw ging mee naar Accra om mijn zus op te halen. Het was zijn eerste bezoek aan de hoofdstad en de eerste keer dat hij een luchthaven zou zien. Die avond was KLM laat en dat gaf PaaYaw de gelegenheid om een aantal vliegtuigen te zien landen en opstijgen. Na een late maaltijd was er nog steeds geen KLM in aantocht en het jochie begon ondanks zichzelf in slaap te vallen dus bracht ik hem naar de auto waar hij op de achterbank verder sliep. Rond middernacht kwamen eindelijk mijn zus en haar vriendin aan en we omhelsden, kusten, vertelden en brachten intussen hun bagage naar de geparkeerde auto. Opeens vijf mensen en een hoop koffers en tassen in de auto dus Paayaw werd anders neergelegd, over de benen van drie mensen heen. Hij sliep gewoon door. Snel naar het hotel en eenmaal aangekomen pakte Baffoe Paayaw op en tilde hem als een dubbele fietstas in zijn middel op om hem zo boven in het hotel op een van de bedden te leggen. Ook nu sliep hij gewoon door en in dezelfde fietstas-houding, op armen knieen en voeten, de schoenen nog aan. Ik had een deken bij me wat ik over hem drapeerde en daarna ging ik naar beneden nu echt uitgebreid mijn zus Lucie en Nel begroeten. Ach heerlijk om zusters te zijn en ons weerzien te vieren. Uiteindelijk gingen we allemaal toch maar naar bed en ik sliep ommiddelijk en net zo diep als PaaYaw, tot het grauwe ochtenlicht me wakker maakte. Vijf uur, nog geen zon, geluid van golven. In het nieuwe ochtendlicht zag ik mijn slapende schildpad met zijn blauwe deken over zich heen nog net zo op handen en voeten liggen en wat laat trok ik alsnog zijn schoenen uit. Hij opende een oog en keek naar mij terwijl hij doorsliep. ‘Dat is de zee’, zei ik, ‘en dat geluid is van de golven. Wil je t zien?” Een langzame plechtige knik. Ik zette een stoel tussen zijn bed en het raam en tilde hem erop na het deken van hem af te pellen. Hij keek.
Met mijn Nescafe en heet water maakte ik een eerste kop koffie en keek met hem mee richting zee en ochtengloren. Na de tweede kop kleedde ik me verder aan en ging eens kijken hoe het met PaaYaw was. Hij zat nog steeds stil in dezelfde positie en met een serene uitdrukking keek hij naar het eindeloze water. Geen glimlach, geen vraag, geen gevoelsuitingen, heel plechtig zat hij daar.
Het silhouette van PaaYaw’s gezicht terwijl hij naar de zee en naar de hemel keek, waar de zon nu aan het opkomen was. Zijn profiel tegen het zilveren licht alsof hij zelf licht uitstraalde op die vroege ochtend in Accra. Een prachtbeeld, een mystiek beeld, dat ik niet kan en wil vergeten, ooit.

Een paar dagen later. Kakun National Park. PaaYaw bleef beneden in een koele schaduwrijke kantine terwijl Lucie, Nel, Charity en ik besloten om de hangbrug route te lopen, een wandeling van de ene boomtop naar de andere via krakemikkerige hangende loopbruggen die gaan zwaaien en slingeren zodra je je er op begeeft. Lucie en Charity waren de dappere voorgangers. Nel had een slechte knie en ik, ik heb hoogtevrees! Ik had kunnen weten dat die fobie niet zomaar met de tijd zou verzwakken en zodra ik een voet op de brug zette raakte ik in paniek en barstte het zweet me uit. Dus keerde ik om en ging terug. De gids had het trouwens in de gaten knikte zachtjes van ja ga maar snel terug. Nel en ik liepen zo snel we konden terug naar die heerlijk schaduwrijke kantine terwijl Lucie en Charity enthousiast het hele traject aflegden.


Charity op hangbrug

Eenmaal terug, opgelucht, zien we PaaYaw weer en die krijgt akuut een lachbui die in de slappe lach uitloopt. Dit was de eerste spontane lach die de plechtige sfeer van zijn reis doorbrak. Tevoren was hij teveel geobsedeerd door al de verschillende indrukken die hij aan het verwerken was. Maar nu leek hij de humor van de situatie, onze abrupte terugkeer, in te zien nog voor we het konden uitleggen. Het was een soort catarhsis voor hem en ons allemaal. Ik was zo blij die hangbruggen ontsnapt te zijn dat ik een grote ijskoude bier nam, terwijl Nel tevreden haar pijnlijke knie masseerde. We ontspanden allemaal met het relaas van de aftocht en het gelach van PaaYaw. Toen zagen we Lucie en Charity bezweet maar met verende stap terug komen lopen, heel blij dat ze het wel hadden gedaan en een prachtige ervaring rijker.
En dat is nog zo’n beeld dat blijft hangen, of liever een serie beelden: de koude fles bier, zijn gierende lach en Lucie en Charity trotse, verende stap terug naar de kantine.
En toen natuurlijk heel snel in de auto naar Nkoranza, nog een rit van acht uur. We kwamen laat aan maar we waren thuis!

Het is alweer twee weken later. Zondag, en we hebben een etentje buiten onder de maan met een paar gasten, verzorgers en kinderen. Onze laatste gezamelijke maaltijd, de dag erna zullen Lucie en Nel terug gaan naar Accra en Nederland. We genieten intens van elkaars gezelschap speciaal omdat dit de laatste uren zijn dat we elkaar nog zien en dan een hele tijd niet meer. We eten en drinken (veel!) en praten en lachen veel en zijn ook een klein beetje melancholiek. Het ene kind na het andere valt in slaap en wordt weggedragen, de verzorgers gaan naar bed maar wij zijn er nog en merken niet eens echt dat we nog maar alleen overgebleven zijn, Pando, Bob, Lucie, Nel en ik.
Lucie geeft aan dat ze iets wil zeggen. Wat het was dat ze zei weet ik niet meer maar ze sprak van liefde en mijn ogen vulden zich. Ik wilde antwoorden, ook iets zeggen, maar eerst liep ik rond die hele lange nu lege tafel naar haar toe om bij haar te komen en haar te omhelzen. Dan terug, een dagreis, naar mijn stoel om ook iets te zeggen. Blijkbaar was dat een lief maar onhandig gebaar en moest iedereen weer lachen en we konden er maar geen genoeg van krijgen. Nel geeft een speech over de tederheid, de schoonheid van de plek waar we leven. Woorden door en over zussen en hoe goed het was. Pando die speechte en Bob die een speech gaf en Bob met liedjes en omhelzingen natuurlijk, nogmaals een ronde kussen.


Bob en Lucie

Ik weet niet hoe laat we naar bed gingen maar mijn hart was zo heel erg vol met vreugde.
Het gebeuren op die avond heeft mischien nog het meest tedere blijvende beeld gegeven.

Twee opmerkelijke weken. Twee zussen die elkaar herontdekken in de vreemde maar betoverende sfeer van de PCC Hand in Hand gemeenschap. Dag lieve zusje.

Toch nog een picknick

18-1-07

De beste dagen van het jaar, zoals U inmiddels weet als U deze rubriek leest, de beste dagen zijn die rond kerstmis. Ook deze keer was het heerlijk met op elke dag een speciale feeestelijke happening. Begin December wordt er onder de verzorgers een ‘kerst comitee’ opgericht om de aktiviteiten te bespreken en te berekenen hoeveel dat dan zo ongeveer gaat kosten. Elk jaar komt dat comitee ook met het voorstel van een picknick. Dat komt omdat we dat een paar keer gedaan hebben met de hele groep toen die groep nog in twee busjes pasten, de handinhand bus en de schoolbus, die voor dat doel erbij geleend werd. De laatste picknick moet drie of vier jaar geleden gehouden zijn maar men praat er nog steeds over. Het is ook heel gezellig. Alle kinderen, alle verzorgers, eten, flesjes cola, water en koekjes, muziekinstrumenten, alles in de bus en rijden maar! Het kost nu echter zoveel om meer dan veertig kinderen en twintig volwassenen in bussen te vervoeren dat we het ons een tijdje niet hebben kunnen veroorloven. Dit jaar dus ook weer even niet.

Hadden we twee stageaires die een potje geld bij zich hadden voor speciale dingen. Zo hadden Maud en Rian al een zandbak laten maken, een naaister erbij ingehuurd om de kerstkleding te maken en nog was er geld over voor ze weg gingen. Wat zullen we ermee doen? Wat dacht je van een picknick? Iedereen! Nou dat kost je dan wel een vermogen aan vervoer maar is inderdaad wel ontzettend leuk!
Zo kwam het dat met de hulp van Baffo en de twee stageaires op een mooie ochtend ergens in de eerste week van het nieuwe jaar vier Mercedes bussen op ons terrein klaarstonden. De een leek redelijk nieuw, de ander zag eruit of hij niet verder dan de poort zou komen en ons eigen busje was er ook bij, niet zo best meer maar waarschijnlijk de beste van de vier. Gekwetter, potten en pannen en emmers met eten dat de dag ervoor bereid was, gezang en gedrum en...geluk! Stralende gezichten! Feest!
Kijk maar. Dank je Rian en maud en goede reis terug naar Nederland.


Keep smiling

8 Jan 2007

Als je in Ghana woont ga je al gauw doen zoals de Ghanezen doen en wat ze echt goed doen is een vriendelijk gezicht laten zien. Dat is een karaktereigenschap van Ghana die in het oog springt en ook wel vaak bepsroken wordt. Prachtig die lachende gezichten. Maar ook: waarom altijd een glimlach, dag in dag uit, bij geluk en ongeluk. Waarom zou je blijven glimlachen als er gelijktijdig droefheid uit de ogen straalt, of leegte? Daar wordt dus veel over gespeculeerd, maar erover schrijven is een beetje eng want voor je het weet raak je als beschrijver tot bevooroordeeld bestempeld. Ja en dat doen we ook eigenlijk alsmaar, over steretypen praten, nationale karakteristieken beschijven, de kultuur beschrijven, het zijn allemaal potentiele vooroordelen die we beschrijven want niemand wil graag gestereotypeerd worden. We zijn individuen. En toch hebben we het over de stiff upper lip van de Engelsen, de grundlichheit van de Duitsers en de betweterigheid van de Nederlanders. We blijven de Fransen bewonderen ondanks hun zwakheden en identificeren de Russen met hun drank. De Balkan is explosief en Scandinavie is een gelijkmoedige welvaartsstaat. En oh die Amerikanen, die moeten het gewoon altijd ontgelden zoals past bij een supermacht. De ‘underdog’ daarentegen, de arme landen zoals in Afrika, die worden nogal eens geromantiseerd en uit hun dak geprezen (ja of helemaal afgekraakt als corrupt). Armoede wordt maar al te vaak eenzijdig afgeschilderd als veroorzaakt door op externe factoren. Zo zijn wij mensen nu eenmaal, we hebben graag uitgesproken meningen over landen en hun culturen
Waar wil ik eigenlijk naar toe met deze lange inleiding?
Ik wilde even zeggen dat het eeuwige zonnige gezicht van Ghana me nu even behoorlijk de keel uithangt. Mijn eigen glimlach die samenvalt met de cultuur waarin ik me bevindt begint ook te verstrakken. Ik kom zo nu en dan, bij vlagen, een overdosis van onoprechtheid tegen in de Ghanese glimlach en ook in mijn eigen glimlach en moet daar dan even bij stilstaan om weer verder te kunnen.
Een opgeplakte glimlach die als masker gebruikt wordt en die men zich in Ghana als gewoonte mischien niet eens bewust is word vals zodra hij de emoties van de ziel niet langer vertolkt. Zo is het nu een keer met gezichtuitdrukkingen. Niemand kijkt graag tegen een glimlachend masker aan hoewel het natuurlijk altijd leuker staat dan een grimmig masker. Maar een masker is een masker, makeup is makeup. We gebruiken zo’n masker min of meer allemaal, elk volk, elk mens, maar vandaag teken ik protest aan tegen de natuonale glimlach van Ghana.
Ik protesteer want ik merk weer eens wat voor een package deal aan die glimlach vastzit. De lach wil zeggen: “Ik wil dat je me aardig vind” zowel als: “Ik vind je aardig”. Aan dat ‘ik wil dat je me aardig vindt’ zit meer vast. De lach wordt vaak gevolgd door woorden die je prijzen, het met je eens zijn, je goedkeuren en je verstandig vinden. (vul in: mooi, aardig, geestig, etc.) Het lachende gezicht zegt hartgrondig ‘ja’ tegen jou. Althans dat neem je aan. Mischien is men het geheel niet met je eens maar hoe kom je dit te weten? De traditie is nu eenkeer zo dat men het eens is met de ander, vooral als het om een oudere, hogere in rang of vreemdeling gaat. Het ja en de lach zijn dan wel erg onoprecht en dat is de flipzijde ervan. Ik flip daar nu even op.


Op oudejaarsavond, vlak voor het kampvuur werd aangestoken, kwamen Ema en James naar Bob toe. Ze zeiden “We gaan op cursus.” Oh zegt Bob dat is leuk, wanneer? Vertel eens?
‘Ja, een cursus. We moeten 8 Januari beginnen maar geven jullie nog een week langer dus we gaan pas de 15de weg”.
‘O leuk. Wat? Ga je weg? Gaan jullie weg? Kom je aangeven dat je bij ons weggaat? Op de vijftiende?”
‘Yes, papa’.
‘O, maar waarom? Heb je het niet goed hier, is er iets?’
‘Nee, we zijn erg gelukkig hier, hier is goed’.
‘Maar waarom dan Ema? Ineke kom er eens bij. Ema zegt dat hij weggaat!’
‘Nee, echt, wat? Etc etc…’
“Ach Ema, zei je niet dat je hier graag de rest van je leven wilde invullen, dat dit jouw roeping was? Dat je hier carriere wilde maken? Dat je wilde trouwen en met je aanstaande vrouw hier wonen? Gingen we dat huis niet klaarmaken voor je huwelijk in Maart? Zei je niet dat jullie de nieuwe ouders van de gemeenschap wilden zijn? Wat is er dan gebeurd’
‘Niets, niets gebeurd, maar ik ga op cursus, kan op cursus in een ziekenhuis, zaal-orderly.’
‘Maar vind je dat dan fijner? Waarom?’
‘Nee nee ik vindt het hier beter maar de dominee heeft me gezegd dat ik dit moet doen, hij heeft het voor me geregeld. Ik had al een tijd geleden de formulieren ingevuld voor die cursus en was het toen vergeten daarom heb ik er niets van gezegd. Nu kwam de uitslag, ik ben aangenomen, James ook. Dus dat doen we. Een cursus van drie maanden. Daarna hopen we in dat ziekenhuis te blijven werken”.
‘O, ah’.
Het plezier, het bijna magisch heilige van het nieuwjaarsvuur was over. Hoewel... rond middernacht gingen we echt wel naar de familie Boortsma toe die Pieter was komen bezoeken en in de zomerhut met de champagne zat te wachten. We lachten en proosten op het nieuwe jaar omdat ook wij van het leven in het algemeen en van Ghana in het bizonder geleerd hebben om het effect van een klap op de kop af te schudden en een lachend gezicht te laten zien. Nee, meer nog, we hadden echt veel plezier met elkaar.
Maar na een week van praten, vergaderen, een paar tranen en een paar boze opmerkingen met de bedoeling deze tegenslag te verwerken maar vooral ook te begrijpen kunnen we toch weer makkelijker en echter lachen. Hoop is een goed ding en ik ben vol goede hoop voor de toekomst van de gemeenschap, hoe dan ook. Wat God begonnen is laat Hij niet halverwege steken. (hoop ik…) Als ik naar Ema kijk heeft ook hij zijn glimlach weer ‘op’. Rond de mondhoeken, niet in de ogen. Een dunne glimlach en veel verdriet.
-Waarom nou toch, Ema, waarom kon je dit niet wat eerder aangeven? Dat je op cursus gaat, een andere baan zoekt, prima, maar waarom niet even wat eerder gezegd? Waarom ons in de waan laten dat dit jouw roeping is hier met de kinderen terwijl je andere plannen hebt? Ik snap het niet Ema. Ik heb dit wel al veel vaker mee gemaakt maar had toch in jou weer zoveel vertrouwen. Nu lukt dat weer even niet meer, vertrouwen hebben in woorden en in lachende gezichten. Het is moeilijk Ema van mensen te houden zonder ze te kunnen vertrouwen. Vindt je dat zelf dan niet?
-We krijgen te horen wat jullie denken dat we willen horen. Intussen gaat jullie leven gewoon door, je zegt niet wat je denkt, je denkt niet wat je zegt. Ik weet niet eens of je het merkt dat je ‘respect’ naar ons, buitenstaanders, ouderen, leiders, vals wordt door het ene te zeggen en het andere te doen. Eerlijk, denk je niet dat dat heel schadelijk is? Niet alleen voor onze relatie en voor de vooruitgang van Hand in Hand Community maar ook voor dit land in het algemeen? Ema, James, is er niet iets vreemds en treurigs in al die glimlachende lipservice? Hoe kunnen de mensen onder elkaar nu weten wanneer te vertrouwen en wanneer gewoon maar beleefd terug te lachen en ‘jazeker’ te denken? Is het niet heel vervelend voor jullie onde relkaar ook als men ja zegt en zowel ja als nee kan bedoelen?
‘Ja mama,U heeft gelijk.’
‘Betekent je ‘ja’ nu ‘ja ik ben het met U eens’ of betekent het ‘Ja ik respecter U en geef U daarom gelijk zonder het met U eens te zijn? Ja? Welk ja?’
‘Het spijt ons, sorry, sorry’.
‘Okay, geen probleem, maak je klaar voor je nieuwe toekomst. Jammer maar okay. Je hoeft echt geen excuses te maken, daar ben ik niet op uit. Bezorgd, dat ben ik, bezorgd over dit stukje ‘ja-cultuur’. Ik ben bang dat vandaag het stereotype van het Ghanese ja weer eens bevestigt wordt en daardoor steviger in het zadel komt te zitten. Ghana, aardig, maar moeilijk om een echte dialoog mee te voeren. Een beetje zo van schijn bedriegd.’
‘Yes, Maame.’
‘O dus je vindt zelf ook dat een dialoog beter werkt dan lipservice?’
‘Yes, doctor. Yes papa yes’.

Keep smiling friends, blijf hopen. Er komt een dag dat de mensen zullen stoppen met een gezicht te laten zien dat overeenkomt met de nationale traditie. Die dag zal het individualisme geboren zijn. Een grote dag, hoewel er dan andere problemen zullen oprijzen. Westerse problemen!
Amen. Zo zegt een Nederlandse stem die alles natuurlijk veel beter weet, trust the Dutch to know better!!

Nieuwjaar 2007

Zeven dagen feestvieren achter de rug. Vandaag nog..en dan neemt het gewone leven weer over, ook weer gelukkig trouwens! Hoe gezellig het was is het best op foto’s te zien.
Kesrtmis zelf, de 25ste. Kofi Asare is kerstman en Paa Yaw de helper. Uitbundig!


Amma ontvangt haar kado van de kerstman.


De 26ste. Tweede kerstdag. Het befaamde kerstspel met deze keer Moses in de sterrenrol van Jesus. Veel toeschouwers, ook helemaal uit Sunyani (Fr. Sylvio en het hele Don Bosco noviciaat) en Techiman (Fr. Ambrose en Kristobuase monniken en Zr. Maria met Medische missie zusters).. Glorieus. Ontroerend.


Kojo Evans als koning Herodes met zijn gevolg.


Trouwens, elk jaar lijkt de status van koning Herodus (zie foto hierboven) toe te nemen. Nu heeft de koning al een vrouw en een aantal prinsen en raadgevers die aan zijn voeten zitten. Jesus lijkt enigszins bezorgd toe te kijken. Gaat Herodus dadelijk met de eer strijken? Het ging toch om mij! Nou Jesus wacht maar af, als jij zo opkomt en door dansende mensen wordt gedragen en van pure vreugde in de lucht wordt gegooid weet je weer om wie het ging!


Jesus kijkt bezorgd: wanneer mag ik nou op?

De 27ste, Mikesap hotel geeft ons een feest dat zijn weerga niet heeft! Lieve kinderen, de stad Nkoranza heeft jullie niet alleen gezien maar is van jullie gaan houden! Mr. Michael Sarpong, eigenaar van Mikesap Hotel, dank je wel. Dit betekent meer dan alleen maar een feest, we zijn nu inwoners van Nkoranza geworden! Uitbundige feestvreugde!

Vol verwachting wachten we op de laatste voorbereidingen voor het Mikesap feest, in de gloednieuwe feestkleding.

 


De kerstkadootjes, voor elk kind een prachtige pyama, zijn een hit. Alleen worden ze natuurlijk niet als pyama gedragen maar als feestkleding. Veel te mooi ook om in te slapen. Nu moeten we wel weer een andere oplossing voor pymama’s verzinnen.



Amma is onder de indruk en Philo stralend uitbundig.


29ste: het koor van de SDA kerk komt voor ons zingen.In het begin wat stijfjes maar onze verzorgers, zoals Kwame hier, met Emanuelle, weten daar wel raad op. Dansen maar weer.


De 29ste. Spelletjesdag. Dolle pret, vooral ook een
dag waar de verzorgsters plezier hadden en lekker
ontspannen gek konden doen.


Ontspandag met spelletjes. Aan mijn voeten te zien
zat ook ik er losjes bij.


Het kado van de ‘Movendi-mensen’: een heusekorfbal-set!


De 30ste. Dansen met de traditionele kete groep, de dansgroep van onze chief. Stijlvol!


En wat een verrassing toen drie van onze
verzorgsters, Mercy, Grace en Abiba ons allemaal
verrasten op een professionele en geestige ketedans!

 


Ayekoo!


De 31ste: Hadden we er nog zin in? Mischien. Aan sommige gezichten kon je ook aflezen dat het nu wel genoeg was. Laat me even met rust. Maar nee.


Wat vindt je, hebben we hier nog energie voor?


Het kampvuur werd aangestoken en opeens, verrassing, stond het koor van de Presbyteriaanse kerk voor onze neus. ‘We dachten jullie te helpen het oude jaar goed achter te laten!’, zei de dominee . Wat een lieve man. Wat een genot toch weer om het ritme en de zang te voelen en eraan mee te doen. Hop, daar dansden we weer in een grote kring het oude jaar uit en het nieuwe in. Gezegend en gezond 2007 lieve vrienden!


Zo zijn wij, Bob en ik, dit jaar ook begonnen, gezegend en gezond.

Archief Ineke's colum 19 mei 2006 tot 20 december 2006

Archief Ineke's colum 18 juni 2005 tot 10 mei 2006