20 December 2006

Generale Repetitie en andere Kerst-voorbereidingen

Bijna is het kerstmis en er moet nog van alles. Kreeg net een sms’je , bijvoorbeeld. “Your birds are ready”. Als U een berichtje kreeg dat zei dat ‘uw volgels klaar waren’ wat zou U dan denken? Ik stond vanmorgen even met genoegen te kijken naar die text. Metaphorisch bedoeld, natuurlijk. Er staat iets te gebeuren wat met vliegen te maken heeft. Hmm, heb ik dan nog een dichter of een mysticus onder mijn vrienden? Nog eens goed kijken naar de zender. In Ghana. Don Bosco. Don Bosco?
Aha! Daar waren Bob en ik twee weken geleden nog, bij de afsluting van Bob’s seminar over ‘Jodendom in het dagelijks leven’. Oh, ja, we hadden daar zo leuk en lekker gegeten met al die vele aspirant nonnen en priesters van de cursus, en onze kinderen, iets van zes of zeven, die aan de belangrijkste tafel mochten zitten en echt genoten van hun maaltijd bij de katholieke Don Bosco Congregatie. Ja, we hadden het over hun kippen gehad, die toen nog te kleine waren om te kopen. Dat was het natuurlijk: de vogels zijn vetgemest, kom ze maar halen! Alleen in de engelse taal denk je bij het woord vogel mischien ook nog aan een kip, trouwens. Hoe dan ook dat is mooi, dan gaan we ze morgen halen. En zo zijn er elke dag wel tien of twintig onverwachte gebeurtenissen tussendoor die in- gepland moet worden. Lukt trouwens prima.


Yaw Balloon de engel met goede tijding

We zitten echt al zo in de kerstsfeer dat het onzin zou zijn om nu te zeggen: binnekort is het kerstfeest. We zijn al lang begonnen aan datzelfde kerstfeest! En zoals de ervaring heeft geleerd, dat kerstfeest gaat duren tot begin Januari en dan willen we een paar dagen niets doen, niemand zien en even niets meer eten of drinken!
De kinderen van de beschutte werkplaats hebben hun kerst al achter de rug. Na een leuke kerst-fufu-party mochten ze de volgende morgen hun tassen inpakken en wachten op hun ouders die hun naar huis zouden halen. Dat is ook weer heerlijk voor ze! Nu zijn er nog drie over, Kwame, Latiff and Kumih. De twee eersten wilden kerst bij onze kinderen vieren. Kumih zit met een abscess van zijn been en ik laat hem nu niet graag naar huis gaan en zit op een telefoontje van zijn oduers te wachten om het uit te leggen.
Onze veertig kinderen, 41 nu om precies te zijn, die hebben geen ander huis dan het onze en geen andere familie dan onze verzorgers en verzorgsters. Dus daar gaan we een super heerlijke kersttijd mee tegemoet of zoals ik al zei, daar zijn we al een super kersttijd mee begonnen!


Philo is de ster die de drie wijzen mag leiden

Het begon al aan het eind van November: comitees die opgericht moesten worden voor de decoraties, voor de kadootjes, voor de nieuwe jurken, voor de bezoekers, voor het eten, voor het kerstspel, voor het Father Christmas-feest, voor de stoelendans, watersport-spelletjes, kampvuur, koren uit de kerken uit het dorp die voor onze kinderen komen zingen. Een comitee voor de ‘Mikesap’ partij, een feest gegeven door de baas en de manager van Mikesap waar we elke week eten. Mikesap is zoveel van ons gaan houden dat ze dit jaar besloten hebben een feest voor ons te organiseren, op de PCC Hand in Hand community zelf, waar ze de 27ste een band met speakers, rijst, vlees, potten en pannen, cola’s en koekjes en zo nog meer brengen om een grotts feest te geven aan onze staf en kinderen. Al het personeel van Mikesap komt onze kinderen serveren! Is dat niet leuk? Zoiets is ons nog nooit gebeurd. Dus dat moet ook wel leuk voorbereid worden. En dan het laatste grote feest, de nieuwjaarspartij! Voorbereidingen, naaien, inpakken, kopen, kopen, kopen en opslaan, opslaan en opslaan. (Waar de muizen, de honden, de geiten, de kippen, maar ook de kinderen niet bij kunnen komen!) Haar knippen iedereen, liedjes instuderen,de laatse keer gras knippen en aanharken en dan.... begint het echt!
We hebben de laatste generale repetitie van het kerstspel nu gehad. Nu moet het goedgaan, aanstaande dinsdag! Vooral ook omdat alle vrijwilligers en bezoekers, al die monniken, paters en nonnen van de cursus, alle vrienden van ziekenhuis, school en town ook weer komen!
De laatste repetitie was trouwens grandioos, mooier dan dat kan haast niet meer. Op het laatst waren er wel weer veranderingen. Jesus-Kwabena was te dik en te zwaar en kon dus maar met de grootse moeite enthousiast de lucht in worden geworpen, net zo als vorig jaar. Dus een Jesus-auditie en een Jesus-show! Wie zal het zijn? Niet Kwabena vanwege bovengenoemde. Niet Emanuelle want die is een beetje bangig en dan wordt Ema, die Jesus in de lucht werp, zelf ook een beetje bang en mist haar juist! Nee, Jesus van dit jaar is geworden.......tromgeroffel, hoorngeschal...jawel: Moses!


Moses wordt gevierd als onze verlosser Jesus

Gefeliciteerd Moses, a star is born! Je bent tot Jesus gepromoveerd.
En reken maar dat een paar maal koningskind en verlosser spelen, dat dat je veranderd! Moses ging eerst wat verlegen rond. Maar toen, opeens, alsof hij het doorhad, begon hij te stralen en te zwaaien en te lachen van oor tot oor: “Ik wordt gevierd, ik ben het, Moses, die dit jaar ‘God met de mensen’ is.
Nou een Moses met meer zelfvertrouwen na de voorstelling is ook weer meegenomen. Eigenlijk moeten we alle kinderen een tijdje Jesus laten zijn, ik bedoel voor het gunstige effect op hun eigen selfesteem. Ik zou het ook wel weer eens kunnen hebben, zo’n intense snelbehandeling in gevierd worden, ja, tenslotte komt de ouderdom met wat gebreken.
Nou, een zalig, goed, vrolijk, gezegend en gezellig kestfeest toegewensd aan ieder die dit leest. Vier het en zorg dat U en uw beminden gevierd worden!


Moses. Geboren is de koning van Israel!

14 December 2006

Kralen maken.

Gisteren stonden we ze bij de poort uit te zwaaien, Mr. Cedi en zijn twee assistenten Mark en Kwame; het moet nog maar een week of vier, vijf geleden zijn dat ze hier aankwamen maar het lijkt wel alsof ze hier eigenlijk altijd al geweest zijn en ook thuishoren. De beroemde en bescheiden kralenmaker uit Krobo is een kleine man met een fijn besneden gezicht en slanke handen. Hij straalt echter grote autoriteit uit.
Hij vertelde dat het vak van kralenmaker in Ghana binnen families van geslacht tot geslacht doorgegeven werd, althans in zijn familie was dat zo. Zijn grootouders en ouders maakten kralen en hij deed het een keer stiekem, op een zaterdag toen niemand op hem lette. Toen zijn vader merkte dat de kleine jongen dichtbij de ovens was geweest en zelfs zijn eigen mengsel glas erin had staan bakken werd hij woedend. Deze wel zeer hete ovens zijn natuurlijk heel erg gevaarlijk voor kinderen en de minuscule glasscherfjes in je voeten bijna onmogelijk te ontwijken. En natuurlijk loop je als klein kind op blote voeten. Na het pak slaag werd het product eens goed bekeken en zijn vader zag dat de jongen talent had. Zo begon Mr. Cedi’s carriere. Natuurlijk, naar school, maar s’avonds en in de weekenden mocht hij wel eens vaker meehelpen en zo ontwikkelde hij een ware passie voor de glans, kleur en vorm van oud-nieuw glas.
Hij maakt de meest betoverende kunststukjes en blijft er vriendelijk bij lachen alsof het een fluitje van een cent is.

Mr. Cedi.
We hebben al die weken van dichtbij het hele proces van het kralenmaken mogen meemaken, terwijl een klein groepje activiteitenleiders en grote kinderen van de beschutte werkplaats ook zelf mee deed en aldoende leerdde zelf kralen te maken. Het is een langdurig werk en het komt er allemaal heel precies op aan, te beginnen met het maken van de ovens zelf. De eerste week werd hieraan besteed. De rode lemen aarde moest diep uit de grond gegraven worden en langdurig gemengd en gekneed met water. Dat vonden de kinderen wel leuk, de hele dag met blote voeten op de klei dansen alsof ze wijn perstten. Tot het geheel een homogene kneedbare massa werd en de meester zelf de dag erop bal na bal van de klei kreeg aangereikt om de ronde vorm van de ovens stap voor stap op te bouwen. Dan moesten de twee ovens drogen en werden intussen mallen voor de kralen gemaakt. Overal liggen complicaties op de loer, zoals de geiten die heel nieuwsgierig naar de ovens kwamen kijken en er boven op waren geklommen als ze de kans hadden gehad. Door de voortdurende waakzaamheid van door James en ellen impromptu ingestelde ‘Geit weg van de oven’ teams werd schade voorkomen. Na een week werd er een eerste vuurtje aangelegd om de ovens wat sneller te laten drogen, echter niet te snel want dan gaan ze scheuren. Geen scheuren dus of alleen maar minimale en geaccepteerde barstjes die het geheel een nog kunstzinniger aanzien geven.


de oven

Intussen waren de eerste wijnflessen al fijngestampt in de speciaal daarvoor gemaakte ijzeren vijzels. Handschoenen aan, beschermende brillen op, en toch, her en der een minimaal bedrijfsongevalletje, een blaartje hier of een scham daar, ook dat hoort erbij.
Ik weet niet meer wanneer de eerste portie kralen uit de oven kwam maar het was een evenement om nimmer te vergeten. Dat kwam omdat het zo spannend was natuurlijk, maar ook omdat de eerste producten echt al heel mooi waren. Stom toeval of beginnergeluk maar men stond unaniem verwonderd naar de kralen te kijken en barstte dan in een wilde vreugdedans uit! Het is gelukt, het is gelukt! We zijn nu allemaal kralen-makers aan het worden!


polijsten van kralen


Het eindproduct!


Latiff met zijn erste kralen.

Latiff rijgt zijn eerste kralen aan een raffia koordje. Trots en terecht!

De dag dat we Meneer Cedi uitzwaaiden was er nog een mooie plechtigheid, de werkplaats werd door Ellen en James officieel voor geopend verklaard met veel zang, dans, zwier, terecht trotse woorden, het knippen van linten een een drankje tot besluit. Van harte gefeliciteerd aan onze kunstzinnige mensen die de cursus hebben gevolgd en alweer een graad professioneler zijn geworden. W’aye adee! Goed gedaan!

4 December 2006

Movendi Annemiek

Zes maanden lang is ze er geweest, Annemiek. Samen met Merelyn, Marije en Jasper


Annemiek bezig met Lisa.

vormden ze het eerste groepje van het Movendi Team dat mid- 2006 ons te hulp kwam schieten met physeotherapie en het vervaardigen van hulpmiddelen voor lichamelijk en dubbel gehandicapte kinderen. Later kwamen ook Annemiek II en Piet daar nog bij en die tweede groep, samen met Marije, blijft tot Maart.
Vrijdag werd dus alweer het afscheid van Annemiek gevierd (lees: betreurd) en werden ook Merelijn en Jasper alvast uitgezwaaid hoewel die pas rond de kerst vertrekken. Maar elke week een feestje is ook alweer zowat. Oh wat gaat het toch allemaal snel! Vers in het geheugen: de eerste vergaderingen, de eerste lessen met verzorgers Joyce, Jerry en Ema, de aarzelende opbouw van de klas die zich bezig ging houden met bewegingsleer en het maken van hulpmiddelen op een werkplaats in het dorp, de dagelijkse oefeningen die steeds speelser maar ook steeds praktischer en effectiever werden. Het team is onderdeel van Hand en Hand geworden. En dan stapt “Babe’ Annemiek als eerste opeens op Britisch Airways naar Nederland, time is up!

l
De drie student-physeotherapeuten rond de tafel. Examentijd!

Er is veel gedaan door beide groepen van het team. We hebben nu een vaste physeo ruimte, waar ook nog eens een resource centrum en opslagruimte bij komt in de komende weken. Volgend jaar hebben we een Ghanees team, geleid door Emanuel, dat de oefeningen met de kinderen zelf aankan. We hebben dan ook drie of vier mensen in Nkoranza (en een in Bauku Revalidatie Centtrum) die zelf hulpmidellen kunnen vervaardigen en rolstoelen repareren en aanpassen.
Maar voorlopig zijn we zover nog niet, wel zeggen we nogmaals dank je en goede reis en wel thuis aan Annemiek, aan Merelijn en aan Jasper.
He Babe, gauw terugkomen hoor!


Rots-vast vertrouwen in onze phyeseo-therapeuten

Maandagmorgen

27 November 06

Het is maandagmorgen en de rust is weergekeerd na een drukke week en zeer apart weekend. Vrijdag is Yaw Balloon uit het ziekenhuis ontslagen. De crisis is over en hij is een stuk beter. Wel moet hij natuurlijk nog 8 maanden medicijnen slikken voor hij van zijn tuberculose af is maar de complicatie van vorige week is hij goed te boven gekomen, gelukkig!
Met Sala gaat het prima, die heeft zich knus geinstalleerd op haar kamer in Techiman. Ze woont in de buurt van de familie van een van haar broers en zo heeft ze ook op haar nieuwe woonplek al wat aanspraak. Ik heb ook de bakkerij mogen bezichtigen waar ze als leerlinge werkt. Het is een groots geheel van drie manshoge ronde ovens, een boel meel, kneedmolens en andere apparaten, en overal broden in grote rekken en houten bakken. Een heerlijke vers- brood-geur overal! Eigenlijk zijn er twee van dit soort bakkerijen aan de de twee uiteinden van de stad, en de vrouw die het runt heeft de wind er goed onder. ‘Zo ben jij ook over tien jaar, Sala. Inclusief je eigen machines, bestelautootje en dikke bankrekening!’ Sala, die gaat het wel maken, ondanks de natuurlijke heimwee naar haar Amma, Joyce en Nana Yaw!
Het is al meer dan twee weken dat de glasworkshop van meneer Cedi is begonnen. Het loopt als een trein! De eerste kralen zijn al gemaakt, niet alleen door meneer Cedi en zijn werkers maar ook door Ellen, James en onze kinderen van de beschutte werkplaats. Moeilijk maar zorgvuldig werk met prachtige resultaten, al tijdens de eerste ronde. Volgende week meer hierover.
Dinsdag kregen we een telefoontje van de groep ‘Fietsen voor Onderwijs’. ‘Mogen we aanstaande zaterdag Hand in Hand binnen komen fietsen?’ de stem van Hadewich, ‘we zijn net de grens van Ghana overgefietst!’.
‘Fietsen voor Onderwijs’ bestaat uit een groep van 18 fietsers die van Bolsward naar Accra fietsen, door de Sahara natuurlijk, hoe anders, en die al doende geld inzamelen voor projecten in Ghana. Ze zijn eind Augustus vertrokken en rekenen erop over een week of twee weer thuis in Nederland te zijn. Ze te mogen ontmoetten was een volstrekt unieke ervaring! Zaterdagochtend rond twaalven kregen we nogmaals een telefoontje ‘we zijn zo’n 10 km van Nkoranza af, we komen eraan!’. Onze bus met Ema, Kwame en de kinderen, Baffo en Charity en ook Bob en ik gingen de weg op om ze feestelijk binnen te loodsen. Amma mocht midden op de weg een boeketje versgeplukte bloemen overhandigen en toen reden we in een feestelijke sliert terug naar huis. De fietsers met hun mooie fietsbakken in Ghana kleuren, zonverbrandde koppen en lekker stevige kuitspieren werden werkelijk door iedereen toegejuichd toen ze eerst even een ererondje door het dorp Nkoranza fietsen voor ze via het ziekenhuis bij ons aankwamen.


Aankomst

Daar werd het een drukte van jewelste toen na het begroeten, de liters water drinken en de rondleiding over het terrein het fietsteam zich met hun tentjes begon te installeren op het gras. Zoiets hadden de mensen hier nog nooit gezien!


Tentenkamp

Kamperen is iets nieuws en fietsen als een sport is iets nieuws en fietsen door de Sahara is natuurlijk iets totaal wonderbaarlijks! Het werd een gezellige boel en om vijf uur hadden we een feestje met niet alleen Koko de Clown en het gebruikelijke programma maar ook de plechtige opening door middel van het doorknippen van een lint, van de wegen die door ‘Fietsen voor Onderwijs’ waren gefinancierd.


Door knippen van het lint

Ja we hadden geld van de groep ontvangen om goede ‘fietspaden’ aan te leggen, meer wandel en rolstoelpaden eigenlijk, maar ons trans-Saharan fietsteam heeft er een ererondje over gefietst dus we kunnen ze nu echt fietspaden noemen.
Zondag gingen ze weer door, om half zeven fietste de groep weer weg, naar Obuase en uiteindelijk naar Accra. Het heeft ons blij gemaakt, en trots. Niet alleen om de gift van die paden maar om de geest die die mensen uitstaalden. ‘We hebben onze grenzen wat verlegd’ zo zei een van hun het. En wij hier hebben onze begrippen verruimd over wat kan als je echt wilt slagen.


Bye Bye!

Vechten voor Yaw Ballon

19 November 2006

Vanavond terwijl ik dit verhaal in onze binnentuin zit te schrijven omdat ik het niet meer aan kan zien, een blauw aangelopen naar adem happende hoestende Yaw Ballon, is het erop of eronder. Hij haalt het of hij stikt in zijn spuug en mischien in het voedsel dat in zijn longen is terechtgekomen. Vanmorgen had Ballon een epileptische aanval. Precies op het moment dat er niemand bij hem was. Het was zondagochtend elf uur en de verzorgers en kinderen waren allemaal bij de Zondagse kerkdienst tussen de rotsen aan het zingenm dansen en bidden. Balloon ligt in onze voorkamer op de bank om lekker goed verzorgd en verwend te worden, sinds vorige week caverneuze tuberculose bij hem is geconstateerd. Hij reageerde goed op de medicatie en de koorts en het hoesten nam al wat af. Tot hij vanmorgen die epileptische aanval kreeg, ondanks al de medicatie ook daarvoor. Op het moment dat ik van het ziekenhuis terug thuis kwam zag ik dat hij bijna stikte terwijl zijn spieren nog wat naschokten. Afgrijzen. Plus natuurlijk de nodige reflexen zoals de hals vrijmaken, zijn lichaam met het hoofd omlaag leggen, de mond schoonmaken, op zijn rug trommelen en dat soort dingen. Een zuigapparaat is niet in huis natuurlijk. Alle verzorgers kwamen aanrennen op ons roepen en eigenlijk kwam hij gauw en goed bij en hoestte niet meer dan anders en lachtte alweer, al was het maar flauwtjes. Maar vanmiddag rond vijven, nu een paar uur geleden, begon het hoesten opnieuw en in crescendo zonder ophouden. Hij begon paars aan te lopen terwijl hij zijn longem kapot hoestte zonder iets op te kunnen brengen wat hem letterlijk dwars zat in zijn longen. Opnieuw begon hij te stikken, maar nu zat het lager wat het ook was dat in de longen was gekomen, voedsel, slijm of allenbei. Hij werd zo benauwd dat we hem naar het ziekenhuis hebben gebracht waar hij nu ligt. Met een hele groep verpleegsters en onze verzorgers allemaal om hem heen. Hij lag als een lam toen ik straks wegging, een ziek lam. Balloon kon zijn ogen nog opendoen en je even aankijken maar meer ook niet. Alles wat hij aan medicatie kan hebben heeft hij nu, inclusief zuurstof.
Bob en ik zitten een beetje verstard in de donkere binnentuin. Straks ga ik weer kijken. Ons kind is sterk maar ook zo vreselijk kwetsbaar. Mag hij er nog zijn morgen en overmorgen en de komende dagen en jaren. Mag hij groot worden. Mag hij weer boodschappen gaan doen voor de gemeenschap. Kralen rijgen, een wever worden, mischien. Mag hij nog heel veel keren de engel in ons kerstspel spelen.
Mag hij leven. Gewoon nog even leven.

Een spook in de auto

14 November

Gelijk met het uiteindelijke vertrek van Sala, vorige week vrijdag, ging ook onze poort er uit. Hij hing al tijden nog maar met een paar gammele scharnieren vast en na een flink aantal mokerslagen van Baffo’s werklieden lag de stalen poort uiteindelijk als een hoopje schoot op de weg. Dit maakt allemaal onderdeel uit van het vernieuwingsproces van onze bestrating, de rolstoel-weggetjes en de ingang met zijn poort die verroest en stukgereden is. Er staat al een nieuwe poort te wachten om in zijn voegen gehangen te worden maar de voegen zijn er nog niet. De ingang naar de huisjes wordt ook vernieuwd, het wordt een weg van kleine klinkersteentjes. Het hek kan er nog niet in tot die klinkerweg helemaal gelegd is en we de hoogte weten waarop het hek moet hangen. Nou ja, in een woord, het is een grote puinhoop bij de ingang van ons project maar je kan wel al zien dat het iets heel moois gaat worden.
Dit gebeurt allemaal gedurende het weekend. En gedurende weekenden is het altijd een druk verkeer, een komen en gaan van bezoekers met en zonder auto’s, en mijn weekenddienst, ja, juist, die valt ook in het weekend. Taxi’s en mijn auto stonden geparkeerd waar de poort eens was, een stukje oude weg waar de klinkers nog niet gelegd waren. Natuurlijk kwamen er dat weekend meer bezoekers dan ooit tevoren en natuurlijk had ik dat weekend een drukke dienst. Maar we hebben het allemaal gered, natuurlijk, versperde ingang of niet.
Ik denk dat ook de watchman een drukke en vermoeiende tijd achter zich had. Of mischien is hij net zo’n beetje als onze autistische kinderen en trouwens ook onze honden, die verward worden van wat voor verandering dan ook.
Hoe dan ook, zondagnacht rond twaalf uur- half een werd ik geroepen voor een bevalling die niet wilde vlotten. Enigszins slaapdronken probeer ik in de auto te stappen op de plek waar hij altijd staat maar mijn hand greep in het niets inplaats van het handvat van de autodeur. Oh ja. Doorlopen op de tast naar de klinkerweg, die aflopen en bij het plekje waar eens het hek hing vind ik mijn auto. Ik erin, starten en met een vaartje in zijn achteruit tot ik een luide gil hoor. Boem op de remmen en ik kijk achterom in het duister. Maar ik hoefde helemaal niet door de achterruit te kijken, de gil kwam van binnenuit de auto! Ik draai mijn hoofd nog eens om en kijk recht in de zich openende ogen van een oprijzend spook op mijn achterbank. Zijn mond hangt nog open, ebenals de mijne. Het was de watchman die op de achterbank had liggen te slapen. Razendsnel, na zijn gil en onze ogen die elkaar verbaasd hadden aangestaard, liet hij zich zijdelings uit de auto vallen, als een slang bijna.
Nou ja toen waren we allebij in elk geval goed wakker en klaar voor onze nachtelijke taken. Ik met een vacuumextractor een mooie baby op de wereld gebracht en tevreden weer naar huis. De watchman stond stram in de houding toen ik terugkwam en mijn auto weer achteruit op dat plekje moest parkeren.
Ik klom de auto uit, blij dat de baby er goed uit was gekomen en te lacherig over de watchman’s slaap-spook-slanggedrag achterin mijn auto om het serieus te nemen, en ik salueerde terug naar de watchman die nog steeds stram omhoog in de donkere nacht keek en mij een soort koninklijke saluut bracht. Ik zei: ‘Good Morning, watchman. Did you sleep well?’ ‘Oh yes, Sir’, zei hij, voor hij zich realiseerde wat de vraag was.
‘Gelukkig’, zei ik, ‘laten we dan maar weer gaan slapen. Oh nee, mijn hemel, nee, u behoort niet te slapen natuurlijk! Wat dom van me. Nou, een goede wacht dan”.
De volgende dag kwam hij zijn excuses aanbieden maar ik kreeg er nog steeds lachbuien van. Hij ook, uiteindelijk.

Sala

1 November 2006

Het is echt waar, Sala gaat weg. Vandaag heeft ze de zorg voor Nana Yaw toevertrouwd aan Alidya, heeft de keuken aan mij teruggegeven (woeps!), heeft de honden overgedragen aan Kwaku en slaapt vanaf morgen samen met een nieuw meisje Dorcas, die van Sala gaat leren hoe voor Joyce en Amma te zorgen. Op de tiende van deze maand gaat ze dan echt weg en verhuisd naar Techiman. Sala wordt leerling bij een bakkersvrouw en hopelijk is ze dan over een jaar of zo volleerd en kan ze haar eigen onafhankelijke bakkerij beginnen. Haar kookkunst kennende wordt ze vast een goede bakker. Onafhankelijkheid, dat is Sala’s sleutelwoord in deze periode van haar leven. Als onafhankelijke bakker kun je in je eigen levensonderhoud voorzien waar je ook woont, welk dorp of stadje dan ook, als je maar hard genoeg kan werken aan zo’n eigen bedrijfje. Het feit dat de Hand in Hand gemeenschap haar heeft beloofd ten alle tijden weer een baan te geven in de beschutte werkplaats, vroeger of later, met of zonder kinderen helpt, maakt het afscheid wat makkelijker, maar ze moet echt gaan van zichzelf en ze vindt het echt heel moeilijk, vooral ook om haar Nana Yaw achter te laten en de gezellige gemeenschapssfeer te missen. Nana Yaw vindt het ook erg en heeft dat vanmorgen vroeg nog even getoond door een epileptische aanval te krijgen en daarbij een snee in zijn lip op te lopen die gehecht moest worden. Alsof hij wilde zeggen: als niets je overtuigd mij alleen te laten dan dit mischien! We hebben hem naar de operatiekamer gebracht en de lip gehecht en hem gerustgesteld en nu is Sala naar Techiman, op zoek naar een kamer en een bakker om bij te leren. Vanavond is ze terug. Nog tien dagen kunnen we van haar vriendelijke gezicht genieten.
Het zal voor Sala een lange en moeilijke uitdaging worden. Om drie uur op, het vuur in de ovens aanwakkeren, deeg kneden, later de straat op om het brood te verkopen, en dan haar eigen huishoudentje runnen, naar de markt, koken, water halen, wassen en ga zo maar door. Alleen een Afrikaanse vrouw, en dan nog van het type Sala, kan dat volgens mij. Sala moet weer een nieuwe vriendenkring opbouwen, en gedurende lange werkuren geduldig de opdrachten van haar baas de bakker volgen. Gelukkig is Sala een vechter en gewend aan hard werken dus ze zal snel en goed haar zaakjes voor elkaar hebben. Bovendien heeft Sala een business-kant die tot nu toe nog onderbelicht is geweest.
Goed zo meid, wordt maar lekker onafhankelijk, gooi jezelf niet in een huwelijk dat je veiligheid en geluk beloofd maar ook het omgekeerde kan opleveren zonder dat je er nog een weg uit kunt vinden. Tijd om weer eens uit een nest te vliegen, ons warme Hand in Hand nest. Mischien ook wel het eerste nest wat je had.



Sala is negenentwintig jaar oud. Ze is zeven jaar bij ons geweest, zeven goede jaren. Haar zorg is buitengewoon, ook haar geduld, haar gezellige karakter en haar trouwe ‘er zijn’, altijd maar klaarstaan en er zijn!
In 1997, gedurende haar eerste interview, vroegen we Sala wat ze zo allemaal kon doen. ‘Alles” zei Sala zeer beslist en met een lach. ‘Echt waar? Alles? Kun je koken, schilderen, zwemmen, nagels knippen, vliegen?’ ‘Ja, of bijna ja, ik wil een baan!’ ‘Waarom?’ ‘Omdat ik in een kamer woon met zes andere mensen en niemand doet er iets behalve praten en nog eens praten, ik wil eruit, ik wil niet kletsen, ik wil werken, iets bereiken!’
Wie kan zo iemand weerstaan? In feite kwam Sala te laat voor het interview en waren de banen al weggeven aan twee andere zorggevers. Maar vanwege haar bizondere utistraling en haar enthousiasme hebben Bob en ik haar toch aangenomen,en wel als kok voor onszelf. Prima. Toen er later een verzorger wegging kreeg Sala een dubbele baan: voor ons koken en de zorg dragen voor Nana Yaw. Later kwam daar Araba bij, en toen Joyce en toen Amma! Sala zei dat ze alles kon en ja, dat was waar, ze goochelde zo handig met haar tijd dat ze alles altijd perfect deed en het leuke was dat ze het met een glimlach deed.
En nu heerst er stilte in huis. De stilte die valt als mensen die veel om elkaar geven en een leven gedeeld hebben uit elkaar moeten gaan.
Eeen paar maanden geleden kwam haar moeder op bezoek, helemaal uit het noorden. Sala had het bezoek aangekondigd en was nerveus. Toen moeder en dochter elkaar gegroet hadden en met elkaar gepraat kwam Sala vragen of Bob en ik er even bij wilden komen zitten om te horen wat haar moeder te zeggen had. Dat deden we. Sala’s moeder zei toen nogmaals tegen Sala in onze aanwezigheid dat ze wilde dat Sala nu een man vond en kinderen kreeg. Dat het een schande voor de familie was dat ze zo ‘oud’ nog steeds geen kinderen had en dat haar hele dorp in het noorden daarover praatte. Elke goede dochter moet kinderen produceren. We zagen Sala razend worden onder een nog maar heel dun laagje ijzige beleefdheid. De woorden die toen die ochtend onder ons gewisseld werden blijven voor onszelf maar het was een hevige confrontatie. In Ghaneze stijl natuurlijk met een weer goede, kalme, bijna vriendschappelijke afronding en groeten en goede reis enzovoorts. Lachen en zwaaien. Dag mama!
Hoezo dat Sala er zo helemaal van slag van was? Zo boos?! Op de dag dat Sala geboren was zijn haar vader en moeder gescheiden. Niemand wilde de baby dus die werd aan een tante gegeven. De tante, zoals dat gaat, was streng maar niet onvriendelijk. Ze was een opzichter die Sala in huis liet werken, vanaf haar vierde jaar. Van s’ochtends tot s’avonds sjouwde Sala met de was, de zorg voor andere kinderen, water halen en koken. Tijd voor school was er niet. Dit fenomeen komt wel vaker in Ghana voor en zo’n weggegeven meisje heet ‘girl-child’. Het meisje word weggegeven aan een familielid die de lichamelijke zorg voor het kind op zich neemt. Het wordt niet altijd zo gezegd maar in ruil voor voeding en onderdak behoort het kind wel te werken. Eeen soort nichtje dat dienstmeisje is, dus. Naar school gaan is er niet bij, zit niet in het traditionele verwachtingspatroon voor zo’n weggegeven meisje. Sala was een girl-child, zover haar herinnering gaat is ze nooit iets anders dan een dienstbode geweest. Het is een verschijnsel dat de regering van Ghana nu probeert te bestrijden. ‘Zend uw girl-child naar school’ is de slogan die via televisie spotjes, posters en kranten-artikelen de opinie probeert te beinvloeden. De tante van Sala had hier niet van gehoord, blijkbaar. Sala is nooit naar school geweest en toch spreekt ze vloeiend engels en kan ze rekenen als geen ander wat op de markt goed te pas komt. Sala heeft zelf zoveel mogelijk geleerd en door haar buitengewone wilskracht is ze ver boven het niveau van de gemiddelde girl-child uitgekomen. Deze kinderen, die van jongsafaan gebruikt zijn in plaats van opgevoed, hebben weinig gevoel van zelfwaarde kunnen opbouwen en meest loopt het niet zo leuk met hun af, ze worden vaak veel te vroeg zwanger van de verkeerde of de afwezige man en lijden de rest van hun leven van dat enorme trauma dat afwezigheid van moederliefde heet. Sala is buitengewoon. Ik ken haar verhaal. Er was weinig wat ze ontving en heel veel, veel te veel, wat ze moest geven. Haar dienstbode leven eindigde met twee jaar totale zorg voor haar tante die na een ongeluk bijna niet meer kon bewegen en op bed verzorgd moest worden...door Sala. Tot de tante weer zover beter was dat ze zelf weer kon lopen en dingen doen. Toen was Sala twee-en-twintig, ging op een kamer met die zes anderen, en kwam bij ons een baan zoeken. Het was haar eerste poging om uit de slop te komen en zelfstandig te worden en ze slaagde tienplus! Hoe Sala die zelf nooit aandacht kreeg zoveel heeft kunnen betekenen voor onze kinderen en de hele gemeenschap is een raadsel, een uitdaging voor de geijkte ontwikkleingspsychologie. Ik denk soms dat God inderdaad graag woont in dit soort arme mensen, zoals de girl-child. Hoe anders dit uit te leggen? Om terug te komen op de confrontaties met haar eigen natuurlijke moeder, die Sala eigenlijk nauwelijks herkende en die niet eens vroeg naar hoe het was met Sala…hoe kon deze moeder nu opeens verschijnen en een preek geven over hoe een goede dochter zich gedraagd...een moeder die haar niet wilde kennen. Toen Sala 29 was maakte ze haar verschijning, en dan alleen voor zelfzuchtige redenen, omdat het dorp over de moeder praatte wiens kind nog geen kinderen had! Natuurlijk maakte dat Sala razend!
In elk geval gaat Sala met haar bakkers-training een nieuwe stap doen in het proces van een onafhankelijke en geemancipeerde vrouw worden.
Ik zie uit naar vanavond, haar verhalen te horen over de avonturen in Techiman. Heeft ze een eigen kamer gevonden? Eeen bakkersvrouw waar ze kan leren?.
En over tien dagen is de verhouding met Hand in Hand natuurlijk niet over! Ze zal als een volwassen dochter van ons zo nu en dan binnen wippen om iedereen te begroeten en de kinderen te omhelzen en brood te brengen, natuurlijk. En wij nemen vast zo nu en dan haar kinderen, Joyce, Nana Yaw en Amma eens mee naar Techiman om hun lieve Sala te zien. Nu heeft eigenlijk iedereen wel een mobieltje en dat is een bevrijding! Ze zal de expert zijn die we kunnen opbellen! Ik zei haar vanmorgen dat een expert als zij zeker 100 dollar per consult kan vragen. We proesten het uit maar het is waar, waarom niet. Grote dingen, nog grotere dingen dan ze al deed, gaan komen van dat girl-child, de jonge meid, de verzorgster, de onafhankelijke businessvrouw, de grand dame, Sala!


Een komen en gaan

25 October 2006

Het stof van de verbouwing begint blijvend in mijn neus en oren te kleven, net zoals gevoelens over al die mensen die komen en gaan soms in de ogen belanden.
Eerst over die verbouwing, wat trouwens bij lange na niet het belangrijkste onderwerp is, maar toch. Mijn idee! Toen Bob en ik deze September terug in Ghana kwamen, na een korte vakantie in Nederland, leek ons huis opeens zo heel erg groezelig, donker en verwaarloosd. Het rook naar natte kleren en schimmel. We hadden er al eerder over gepraat maar nu besloot ik gewoon te beginnen. Tegels op de vloer in plaats van afbladderende blauwe verf die ooit eens zo mooi had gestaan, en dan ook maar gelijk tegels in ons binnentuintje. In een hotel in Accra had ik heel mooie plavuizen gezien en dus vroeg ik Baffo op een van zijn vele tochten naar Accra in dat hotel, Shangri-La, een pizza te eten en intussen naar de vloer te kijken. Dat deed hij en hij zette er vaart achter. Donderdag stond opeens al Samson, de tegelzetter, voor de deur met drie soorten tegels, waarvan een, gebroken wit, de ‘ware’ was. Ja, ‘die’, dat is hem! Vrijdagochtend bracht Ellen haar moeder Nelly en Tine naar Accra en vroeg ik ook aan Bob even naar een hotel in Accra uit te wijken om het stof en de chaos te ontlopen. Vrijdag, van s’ochtends vroeg tot s’avonds laat, werden alle vloeren eruit gekapt met hamers, bijlen en kapmessen. Het puin (wist ik niet) werd op de verregende weg gegooid om die te verstevigen. (Hij is nu steviger, die aanvoerweg naar de ingang van Hand in Hand, maar ook onberijdbaar door de puinhopen en vele scherven!) Zaterdag kwam Pieter eens kijken en zag hoe de eerste tegels gelegd werden. Gaat goed zei hij. Zelf durfde ik niet eens te kijken. Het ging goed maar ten koste ook van de gemoedsrust van Nana Yaw en de twee honden, die allemaal albsoluut geen verandering dulden en er toch mee moesten zien te leven. Zaterdag en Zondag was het gelukkig voor mij lekker druk in het ziekenhuis zodat ik niet teveel in het stof en in de weg zat. Twee of drie nachten heb ik in een bed geslapen dat aan de andere zijde tot aan het plafond volgestapeld lag met boeken en films en dingen die niet kwijt mochten raken, zoals de memorystick (die toch nog steeds kwijt is) en maandagavond: een gloednieuw huis met zachtglanzende witte vloeren. Bob mocht weer thuiskomen en gisterenavond hebben we dus die nieuwe vloer gevierd. Gewoon de hele avond tevreden zitten kijken naar die tegelvloer. Dezelfde tegels waar Baffo drie weken geleden onder het pizza eten in ShangriLa ook naar keek! Nu is het nog steeds of we in een luxe hotel wonen inplaats van in ons ouwe huis en we lopen op onze tenen en fluisteren naar elkaar. Angel en Buckley zijn ook weer de oude en zelfs Nana Yaw kan met de vernieuwing leven, als het nu maar over is! Mooi zo.
Intussen zitten niet alleen de oren maar de gemoederen onder een soort gruis. Van het komen en gaan. Emilio, onze lieve vriend de dokter uit Cuba is plotsklaps uit Nkoranza vertrokken en nu is onze lieve vriend Pando nog maar alleen over. Emilio, waar ben je? Je wordt zo gemist hier! Verder heeft Sala haar afscheid aangekondigd na meer dan zeven jaar met ons te hebben geleefd. We wisten ervan maar nu gaat het echt gebeuren en wat zullen we haar missen! Ze gaat in November naar Techiman, een cursus doen. Sala is bijna dertig en wil niet stagneren en daar heeft ze gelijk in, dat moet ook niet. We zijn er stil en treurig van, maar vooral ook zijn we dankbaar. Dat vooral. Wat heeft ze veel gedaan, dag en nacht stond Sala voor iedereen klaar. Nu is het moeilijkste afscheid te namen van haar Nana Yaw, die ze zeven jaar lang zoveel bescherming en liefde heeft gegeven dat hij nu soms kan lach, bij je op schoot komt zitten en soms geduldig kralen leert rijgen in de workshop. Heel veel aan Sala te danken ook wat dat betreft. Vrijdag is het afscheidsfeest. Ze huilt veel. Ik ook. Ook Bob. Nana Yaw als hij kon. Joyce en Amma voelen het.
En dan zijn onze ‘wevers’, Bertje en Jet Douwes, veilig aangekomen. Het is alweer alsof ze er al tijden zijn, helemaal opgaand in het gemeenschapsleven met de kinderen en de verzorgers en vol ferse ideen over het weefgebeuren.
Ach en Nelly en Tine. Weg.


Tine en Nelly

Wat hebben ze het goed gehad en wat hebben ze veel voor onze kinderen gedaan. Alleen al dit, dat je ze vele dagen kon vinden met een naaimachine en een stapel verstelwerk in de zomerhut van de werkplaats. Grappen makend met de kinderen. Toen alle scheuren waren gerepareerd en alle knopen weer aangenaaid ontdekten ze een stapel overalls in Ellen’s container. Die waren allemaal maat XXL maar op de een of andere manier lopen nu al onze mannetjes,


jongens in overalls

Van de kleinste Kwah Johnson tot de grootste Kumih in een keurig passende overall. Dank, lieve dames! En gauw tot ziens!
Een komen en gaan. Daarom kijk ik zo naar die tegels mischien, die blijven gewoon liggen, die gaan niet weg!


Onze slaapkerk

17-10-06

Niet veel kindertehuizen zullen een slaapkerk hebben. Wij wel! Snoezelkamer heet zoiets in het Nederlands maar er wordt zoveel en zo goed



gesnoezeld dat de kinderen bijna onmiddelijk in slaap vallen.



En masse liggen ze daar tussen een en drie smiddags te relaxen, te dromen en te snurken. Nu ziet de nieuwe vleugel van de snoezelkamer er ook nog uit als een kerk vandaar dat ik het de slaapkerk noem.

Zo ziet het eruit, een kathedraal. Niemand zou vermoeden dat daar binnen dertig tot veertig kinderen liggen te slapen, toch?
Behalve de kip dan, die beseft het en loopt er onhandig op zijn tenen van!

Er hangt iets in de lucht

10 October 2006

Er zit een nieuwe doelgerichte en opgewekte energie in de lucht. Bijna alsof Kerstmis er aan komt, maar nee daar is het toch echt nog veel te vroeg voor, hoewel we vaak meer dan een maand voor kerst beginnen met de voorbereidingen ervan.
Ik zit voor mijn huis een boekje te lezen en daar komen ze aan marcheren, James voorop en vijf grote knoestige knullen achter hem aan, laarzen, schoffels en een haastige groet. Kumih, Charles, Kwame, Latiff, Johnson. Hier gebeurt iets, hier ontvouwt zich een plan, hier worden voorbereidingen getroffen!
En kijk daar de meiden eens staan, juichend om een vrachtwagen die eraan komt en vlak voor hun voeten een enorme waterval van krakend afvalhout op de gond stort. Hoera!!


Brandhout

Ze schreeuwen en lachen nog luider en opgewondener dan anders.
Weg is Ellen. Met Morocco en Baffo en een grote auto zo maar de hort op, waar zijn ze naar toe? Oh we zijn oud glas gaan ophalen, de auto zit er vol mee. Baffo is naar een paar van zijn vrienden gegaan die glas verkopen en we hebben al het misgesneden en kapotte afvalglas gekregen, plus een heleboel ouwe flessen. Voor in de glascontainer bij de 150 flessen die we al hebben. Voor straks.
Wat is dat straks?


Oude flessen

Natuurlijk, dit zijn voorbereidingen voor het grote gebeuren, de cursus in het maken van kralen uit recycled glas. Eeen meester-kralenmaker, meneer Cedi uit Krobo, komt gedurende de maand November deze cursus geven voor de mensen van de beschutte werkplaats.
In een uitpuilende bus zijn de jongens en meisjes die deelnemen aan de cursus in September al op excursie geweest bij meneer Cedi om zijn atelier te zien en een idée te krijgen van hoe dit ingewikkelde process in zijn werk gaat. En nu worden hier thuis stap voor stap de benodigde voorbereidingen uitgevoerd zodat als de ‘Meester’ komt er geen tijd verloren gaat aan dingen die van te voren konden worden gedaan. Zo wordt er nu glas bij elkaar gezocht, brandhout weggelegd om te drogen, grote stenen gezocht om het glas fijn te malen, laarzen en handschoenen gekocht, en natuurlijk wordt de werkplaats klaargemaakt, inclusief de plek waar de twee klei-ovens komen te staan. Deze ovens gaan gedurende het stoken heel heet worden en moeten worden gemaakt van de beste kwaliteit rode aarde die diep onder de zwarte grond te vinden is. Dezelfde rode aarde waarvan de typisch afrikaanse termietenheuvels gemaakt zijn.


Handschoenen en Nieuwe wekplaats

De volgende expeditie is voor deze rode aarde, ‘termietenaarde’. En dan moeten de lassers komen om grote stalen bakken te maken waarin het glas vergruisd kan worden met grote metalen stampers. En dan moeten er beschermende lasbrillen gekocht worden voor iedereen die dicht bij het glas komt. En dan kleurstof om in het recycled glas te mixen. En dan…en dan…en dan…!
Ellen en haar team kennende komt alles nog op tijd in orde en wordt het een doorslaand success.
Ja er zit iets goeds en spannends in de lucht alsof we dit jaar twee keer kerstmis vieren!

‘To be a man is not easy’

29 september 2006

Herinnert U zich nog een rubriek van maanden geleden (11 April 2006) waarin Kojo van Chicago werd geintroduceerd?
Ik ben een jaar of langer bezig geweest om hier in Nkoranza de verhalen te verzamelen van mensen die op de een of andere manier geprobeerd hebben om vanuit Ghana naar het buitenland te gaan, altijd om economische redenen. Velen is dat gelukt, sommigen ook niet, maar de avonturen waren altijd intens en soms hartverscheurend om aan te horen. Toch bleef je luisteren, geboeid van begin tot einde. Twaalf van deze interviews/levensverhalen zijn nu op schrift gesteld en worden uitgegeven. Ik ben er erg gelukkig mee en trots op, ook voor de mensen die ik geinterviewd heb en die ik eerlijk gezegd beloofd had een boek over ze te schrijven...zonder precies te weten hoe dat zou gaan. In het kort, dank zei een vriendelijke en geinteresseerde uitgever, Rozenberg Publishers in Amsterdam, (en speciaal dank zij de aardige meneer Auke daar) kunt U een preview krijgen van het boek met een of twee verhalen en ook, indien geinteresseerd, het boek bestellen. Er zijn al tweehonderd bestellingen binnen dus het boek wordt binnen afzienbare tijd gedrukt en op de markt gebracht.
Geinteresseerd? Ga naar www.rozenbergps.com en in ‘booksearch’ schrijf mijn naam ‘Bosman’. Het boek ontrolt zich dan voor uw ogen net zoals ik het hieronder van Rozenberg’s website heb gecopieerd. Ineke.

Ineke Bosman
To be a man is not easy
Stories from Ghanaian emigrants

Rozenberg
13 x 20 cm
124 pag.
€ 12,90
ISBN 90 5170 850 5
NUR 320
2006

 

In 1992 Ineke Bosman founded the PCC-Hand in Hand Community with three other Ghanaians. This is an inter-religious community that gives shelter and rehabilitation to abandoned and mentally handicapped children in Ghana.

"I was moved by the plight of the mentally handicapped children who were abandoned and had nowhere to stay, literally nowhere. By 1992 I started to take some in my home and later this grew into the community as it is now, in the year 2006: a large and beautiful village in Nkoranza where 41 mentally handicapped children find a home and where 15 other youngsters find a new life by learning skills in the sheltered workshop".

In the past few years Ineke Bosman has written down stories of Ghanaian emigrants. Looking for a way out of poverty, Libye, Europe, calls to them. Some are stories of success, but there are also stories of failures.

Rozenberg would like to publish these stories. However, we have decided to give you the chance to read some of the stories first. If after reading you would like to buy the book, you can pre-order a copy using the order form on this website. When we have a sufficient amount of orders, we will start printing the book and you will receive notification of the delivery date.

Chapter 3: The Good Samaritan

Chapter 12: Kojo Appiah Kubih

Bestel/Order
Website: http://www.operationhandinhand.nl/

De kinderen van de Regenboog School

24 September

Het was een zonnige dag en Bob en ik hadden echt zin om de kinderen van de Regenboog school op te zoeken. Dat kwam ook omdat we naar een stukje Holland gingen wat ik zo heel goed ken van vroeger en wat ook zo heerlijk mooi is, Reeuwijk met zijn Reeuwijkse plassen. We zaten lekker op een bankje in de zon loempia te eten voor het station toen we opeens bedachten dat we aan de achterkant van het station hadden afgesproken. Maar ach met ons gaat dat vaak zo en alles komt dan ook weer goed! Ab, een oud tropenarts uit Ghana vond ons en bracht ons linea recta naar de lagere school waar de kinderen al klaar zaten. De vrouw van Ab, Jeanette, had samen met het bestuur van de school deze dag georganiseerd en het doel was de kinderen te ontmoeten, en te bedanken voor al het vele dat ze voor onze kinderen in de Hand in Hand Gemeenschap hadden gedaan. Van alles was dat. Onderdeel van dat ‘van alles’ was een sponsorloop (nee, ren!), en dat nog wel in de hittegolf van de maand Juli. We vonden het zo buitengewoon dat kleine kinderen zoiets doen en zo jong al aan andere kinderen denken die in niet zo’n rooskleurige situatie denken. Eigenlijk konden we niet wachten ze te zien. En daar zaten ze, met z’n allen op de grond in twee groepen, gezichtje na gezichtje naar ons opgeheven, nieuwsgierig en vooral ook mooi. Als bloemen in een bloementuin, zo mooi.



Eerst een klein praatje en dan veel vragen. Die vragen daar moest ik beurtelings om lachen of werd er ontroerd van. Eerste vraag, vinger enthousiast in de lucht zwaaiend: ‘Hoe oud bent U?’ ‘Tweeenzestig, beetje oud maar nog niet echt.’ ‘Oei!! En uw man die daar zit, hoe oud?’ ‘Vijfenzeventig, ook best oud maar ook nog niet helemaal oud.’ ‘Jeeeeeeetje! Vijfenzeventig? Oei Oei!’
‘Weet iemand wat een handicap is?’ ‘Ja mevrouw, ik ben wel eens uit een kar gevallen.’ ‘Mevrouw, weet U dat we hier ook een jongen met een handicap hebben, op school? Maar die hoeft niet uitgestoten te worden, die doet gewoon met ons mee’ (wijzend naar de jongen die enthousiast zwaaide) ‘Jo wat fijn voor jullie allemaal, dan zijn jullie net zo’n soort hand in hand familie als wij in Ghana.’ ‘Wat gaat U met al ons geld doen, mevrouw?’ Ik begon te vertellen wat de kinderen allemaal zo niet nodig hebben maar ze werden pas enthousiast toen ik vertelde dat er mischien ook nog wel een picknick af kon omdat ze zo vreselijk veel geld hadden opgehaald met hun sponsorrennen en andere aktivitieten. Met alle kinderen in twee bussen de hort op en ergens op een mooi plekje stoppen en lekker eten, drinken en feest vieren. Dat viel goed, dat vonden ze erg leuk. ‘Mevrouw, hoeveel van uw kinderen zijn jongens en hoeveel meisjes?’ Toen ik zei dat er net wat minder meisjes waren ging er een gejoel op onder de jongens, ze hadden gewonnen! De meisjes keken duidelijk op die reaktie neer, ‘kinderachtig’ kon je ze horen denken...
‘Mevrouw, wat is uw droom?’
Hoe komt zo’n klein kind daar nou op. Zou ik dat vroeger op die leeftijd ooit aan iemand hebben durven vragen? Zou ik er zo wieso aan gedacht hebben zoiets te vragen? Zij wel. Ik was daar echt ontroerd van, inlevend en sociaal voelend als ze was.
‘Ik heb geen droom meer want als een droom vervuld is dan is het geen droom meer. Dan is het echt. We hebben nu echt een gemeenschap waar heel veel verstoten kinderen kunnen wonen. Bob en ik zijn gelukkige mensen!

De cheque kwam en werd plechtig overhandigd en dankbaar in ontvangst genomen en toen mocht iedereen nog even engels praten met die heel lieve heel oude meneer uit Amerika die ook in Afrika woont.

‘Sir, do you like your children?’ ‘Yes, I have forty one children and I adore them all.’ ‘What does that mean: ‘adore’, Mister Bob?’
We hadden gelijk, de dag begon goed en eindigde nog mooier. Zon, Hollands landschap, lieve mensen en prachtige pure sociale kinderen om nooit te vergeten.
Dank je Regenboog-kinderen!

 

More Fundraising in England
13 Sept:

Hi Ineke and bob I have added your link to my website as i am raising funds for you at my book launch - if you have any friends or volunteers in UK, send them to www.maxmilligan.com and tell them to come to the lecture.
You can put a note on your website too if you like!
Hoping to raise you between $500 - $1,000

love Max

Een musical en een gesponsorde loop

12 Sept 2006

Dag na dag zien we het network van vrienden van onze kinderen groter worden. Neem bijvoorbeeld Naomi die nu studente is aan een universiteit in Engeland. Vorig jaar kwam ze ons een paar dagen opzoeken. Ze was zo onder de indruk van het werk dat we doen met de verstandelijk gehandicapte kinderen dat Naomi en haar moeder, een sleutelfiguur in Engeland in de zorg voor autistische mensen, besloten fondsen voor ons project hier in Ghana te gaan werven. Allerlei aktiviteiten gaan plaats vinden zoals een gesponsorde loop deze maand en zelfs een musical uitvoering in December, een musical die eigenhandig door Naomi geschreven is. Hoe aan te geven hoe belangrijk zo’n initiatief is. Bij gebrek aan woorden zeggen we maar: geweldig! Bedankt Naomi, Susanne, Danielle en alle mensen die hieraan meewerken.


Rechts op de foto Naomi.

En kort geleden schreef ze ons deze brief:

THE TROJAN MUSICAL!!

I visited Hand in Hand on a two month trip travelling and working in Ghana last summer. I was really inspired by the community there and was determined to raise some money for the valuable work being done once back home in England. It has been a very busy year at university for me but I have finally put my plans into action! Together with a friend on my Classics course, Danielle Trigg, I have written a play which will be put on at my university in early December. All tickets sales together with a raffle and the proceeds of a mince pie and mulled wine stall (traditional English Christmas fare!), will go to the Hand in Hand community.

The play is based on a lost Greek epic poem called the Little Iliad which was once part of the ‘epic cycle’ that told the story of the Trojan War. It covers events from the death of the great warrior Achilles, (in our play a reggae singing Rastafarian!) to the destruction of Troy by the Greeks and the escape of the Roman hero Aeneas (whose chances in our play are almost thwarted by the disappearance of the family hamster!). There will be action, music, dance and laughter and all will be very much in the festive spirit, although some of the jokes are pretty specific so we hope lots of Classics students will turn up to watch! A couple of lecturers have agreed to play small parts which will provide added humour and it should be a really great event for the Classics department at Cambridge as well as for the children at Hand in Hand!

In January of 2007 Danielle and I will be visiting with news of the play and hopefully to present a substantial cheque! Also coming out to Ghana will be my mother, Susan Hatton, who works with disabled and Autistic children in England for a large charity called autism.westmidlands. She is doing a separate fund raising event this September, a sponsored 15mile walk in our local Malvern Hills, along with a young man, Alex Calver, from one of the special schools she works in. The proceeds from this sponsored walk will be split between Alex’s school, Coddington Court, and Hand in Hand. Several other staff from autism.westmidlands are taking part in the walk and a substantial amount looks set to be made!

Naomi Hatton, England.

Yaw, de Boodschappenjongen

4 sept 06

Yaw Balloon heeft tegenwoordig een druk leven. Je kunt eigenlijk wel zeggen dat deze jongen de centrale figuur is geworden waaromheen de Hand in Hand Gemeenschap draait, althans wat fourageren betreft. Ja die Yaw die altijd maar op zijn eentje ergens rondhing, die je lachend kushandjes toewiep als je hem zag en als hij dacht dat je hem niet zag in tijgersluipgang in je huis rondging om snoep, cola, batterijen en nog van die kostbaarheden te stelen. Yaw, die razend werd als je hem snapte en zijn gestolen waar van hem afnam, die dan in zijn woede ook zo krachtig werd dat hij zelfs eens een keer een tuinstoel op het dak heeft gesmeten. De lieverd. En lief is hij, je moet hem alleen niet storen in zijn dagelijkse ronde om zijn levensbenodigheden bij elkaar te scharrelen en ze al helemaal niet weer van hem afnemen.
Nu heeft hij een dagtaak gekregen waarbij zijn vergaarwoede, zijn energie en ook zijn lieve edelmoedigheid goed van pas komen: aan hem de eer om de boodschappenjongen van de gemeenschap te zijn. Om tien uur s’ochtends gaat hij met Kwaku op pad, tas op de rug met een speciaal ritszakje voor de pen en het boodschappenboekje en een ander voor het geld.
Maar de voorbereidingen voor zijn dagelijkse boodschappengang beginnen al veel eerder. S’ochtends voor het ontbijt, als velen van ons met wandelen, joggen, physeotherapie of gymnastiek bezig zijn zit Yaw Balloon op zijn hometrainer. Rug, hamstrings, kuitspieren en een goede eetlust, daar gaat het hem om.


Elke ochtend werkt Yaw aan zijn conditie en zijn eetlust

Na het ontbijt zie je hem eigenlijk even niet. Mischien doet hij mee met voetbal of een ander spelletje maar waarschijnlijk zit hij zich in een hoekje te bezinnen op de belangrijke taak die komen gaat.
Rond half tien gaat de rugzak om de schouders en gaat hij laaiend enthousiast van de een naar de ander, met het boekje en pen in zijn hand. Woorden zijn hier niet nodig, Yaw’s ‘eh, eh, eh’ en zijn uitnodigende lach zijn genoeg. Heb je nog wat nodig? Schrijf maar op. Vergeet je geld niet. Gepast graag. Het kan zo gek niet zijn of ik weet het te vinden. Ik kan verse sla en ananas krijgen, pennen en potloden, nietjes, elastiekjes en paperclipsen, ik ben bevriend met de meneer van het postkantoor, kan fotocopien maken en ken ook de bankmanagers van twee banken voor het geval dat je een cheque te cashen hebt. En natuurlijk weet ik de winkeltjes met de lekkerste koekjes en ijsjes te vinden. Zeg het maar! De meeste verzorgers, vrijwilligers en gasten hebben wel wat boodschappen te doen en laten dat dankbaar aan Yaw Balloon over.


Het wordt tijd om te gaan. Heb je nog wat nodig?

Om tien uur gaan ze op pad, Kwaku en Yaw Balloon, met een nu nog lege tas en volle portemonnee. Eigenlijk is het Yaw die zijn begeleider Kwaku leidt, hij loopt namelijk zo hard dat Kwaku hem nauwelijks bij kan houden. Dat komt natuurlijk door die hometrainer en het belang van zijn missie. Plus nog wat aantrekkelijke factoren die het voor Kwaku toch wel belangrijk maken om hem niet uit het gezicht te verliezen. Meestal loopt het prima en komt Yaw vol trots zijn boodschappen afgeven aan degenen die ze besteld hebben. Er is nu geen kwestie van dat hij denkt dat de boodschappen voor hemzelf bestemd zijn en hij geeft ze dan ook grif en edelmoedig af. Wat hem dan weer duizend en een complementen oplevert.
Een keer is het fout gegaan, Yaw sprintte toen zo hard weg en sloeg op de markt zo snel en vakkundig links en rechts af dat Kwaku hem uit het oog verloor.
Die dag kwamen ze laat thuis, Yaw met een hoop beminnelijk gekus en een lege rugzak en Kwaku met druppels op zijn voorhoofd en een doorzweet teeshirt van het achter Yaw aan racen. Voordat Kwaku hem had kunnen inhalen had Yaw volgens de mensen, die het overigens goedmoedig opnamen, een ei gejat en verorbert, een rijtje koekjes weggeritst en was daarna aan een bos bananen begonnen.
Hoe kun je nu boos worden op zo’n kind als zowel het dorp als onze gemeenschap plat ligt van het lachen. Yaw werd natuurlijk wel verteld dat dit niet de bedoeling was en stevig aan de hand van Kwaku gingen ze terug om de schade te betalen en alsnog boodschappen te doen.
Die handen van Yaw en Kwaku gaan voorlopig niet meer uit elkaar denk ik, vooral ook buiten de hekken van de ‘Hand in Hand’ gemeenschap.

Kamergenoten

28-8-06

Vorige week maandag was de ‘dag van de grote veranderingen’. Mary maakte bekend dat ze wegging en er moest dus snel een nieuwe verzorger voor Aaron worden gezocht. Sophia had al lang geleden laten aangegeven dat ze andere toekomstplannen heeft dus voor geval ze vertrekt moest er ook gezocht worden naar vervanging voor haar zorg voor Ayuba, Marielle en Afia. Wat Kofi Asare betreft hebben we besloten dat hij niet meer voor Boadu hoeft te zorgen. Die zelfde dag zijn er drie nieuwe verzorgers aangenomen, de tweeling Grace en Marcy voor Sophia’s huishouden plus Aaron en meneer Amoah voor Boadu en Quinten. En dan moesten er op al die nieuwe besluiten natuurlijk gesprekken komen met de mensen die bij de veranderingen betrokken waren.
‘Kofi, kom zitten, we willen met je praten.” Kofi gaat zitten. (In Ghana wordt er niets van belang beproken zonder erbij te gaan zitten, zeker niet zo maar even tussen neus en lippen door.) “Kofi, Emanuel en ik willen je vragen of je teen nu helemaal beter is?” “Ja, een beetje beter”, hij wacht af, weet dat er nog iets anders komen gaat. ‘God zei dank, Kofi, dan kun je nu terug naar je eigen huis. Maar er is meer. Boadu komt niet meer naar jouw huis terug want je hebt nu lang genoeg voor hem gezorgd.”
Jeetje, onmiddelijk nadat hij dit nieuws hoordde barstte Kofi in jubel kreten uit. Zo opgelucht! “Ja, ik heb heel lang voor Boadu gezorgd,wel tien jaar lang! Nu is het genoeg, nu ga ik rusten, ik heb hard gewerkt en nu ga ik heel lang rusten! Heel lang!”
Hij is echt helemaal in exstase van opluchting en danst op zijn ene voet de kamer rond. “Ik heb genoeg gedaan, ik heb het goed gedaan, ik ga nu uitrusten!”
Het is duidelijk dat we de juiste beslissing hebben gemaakt wat Kofi en Boadu betreft, voor hun allebei beter. Kofi blijft intussen het nieuws maar herhalen “Boadu gaat weg, gaat ergens anders wonen, ik heb veel gedaan, genoeg!”
“Ja je hebt het heel erg goed gedaan. Dank je, ook namens Boadu die dat zelf niet zo kan zeggen, Kofi. Maar we hebben meer vragen, Emanuel en ik. We willen je het volgende vragen: wil je nu verder alleen wonen, net als Kojo Evans, of wil je mischien dat Ayuba eens een weekje bij je intrekt? “
“Ayuba, Ayuba,Ayuba!!” Als Kofi al blij was niet meer voor Boadu te hoeven zorgen, die blijkbaar dus echt tot een last voor hem was geworden, nu was hij echt in de zevende hemel bij het idée dat Ayuba bij hem mocht komen slapen! “Een week, Kofi, een soort zomervakantie logeerpartij. Okay? Hij mag een week komen als je dat leuk vindt.”
Kofi danste de rest van de dag van huis tot huis ons land rond met zijn laatste nieuws alsof iedereen het nog niet wist! Toen haalde hij zijn huis aan kant, veegde en schobde en sloeg kleedjes uit, waarna Boadu’s bed opnieuw werd opgemaakt. Ayuba kon komen! Er werd geen tijd verloren, diezelfde maandagavond lagen ze naast elkaar in Kofi’s huis in hun bedden, de grote veertienjarige puber Ayuba en de beroemde musicus en dorpsoudste Kofi Asare.

Gesprekken non-stop!


Ayuba en Kofi: kamergenoten en ontluikende boezenvrienden!

Ze hadden de hele nacht door gepraat, zeiden ze voldaan, er was zoveel gesprekstof en zoveel gegrap om elkaar aan het lachen te maken. En de nacht erna ook, en daarna ook!!
Wat Ayuba en Kofi betreft hebben we nog niet besloten hoeveel dagen er in een week zijn, het kan anders uitvallen dan wat de kalender ons vertelt!

Kofi met zijn teen

19 augustus

Al langer dan een jaar heeft Kofi Asare last gehad van een zweer tussen zijn buitenste twee tenen rechts. Die plek leek steeds dieper te gaan ondanks allerlei zalf-verbanden en andere medicaties. Uiteindelijk werd het tijd om de teen eens aan Dr. Harry Wegdam, de consultant chirurg van Techiman die een keer per maand bij ons in het ziekenhuis op werkbezoek komt, te laten zien. Die teen heeft zichzelf al bijna geamputeert, moet er af, zei hij tegen ons allen, omringende dokters, duidelijk verbaasd dat ik dat kleine klusje al niet veel eerder zelf had gedaan.
Ikzelf liever niet, soort zoon van me, zei ik.
O tuurlijk, ja, morgen, okay? Goeie oude Harry. Dus vorige week dinsdag werd Kofi’s rechter kleine teen ‘officieel’, en met de benodigde ceremonie, geamputeerd.

Vandaag was een tweede belangrijke dag voor Kofi Asare. Vanmorgen ging hij, onder escort van een grote delegatie verzorgers en kinderen, naar de operatiekamer van ons ziekenhuis om de hechtingen eruit te halen. Hij klom zonder hulp (en niet erg steriel!) op de hoge operatietafel en rolde er aan de andere kant bijna weer af voor hij stil en vredig klaarlag voor wat ging volgen. Hij wist dat gedurende de komende minuten alle aandacht op hem en hem alleen gericht zou zijn en hij liet zijn grote moedige greins zien. Lig je goed, Kofi? Ben je bang? Weet je wat er gaan gebeuren, Kofi? Jawel. Wat dan? De touwen. Welke touwen? Je gaat de touwen knippen. Ja, je hebt gelijk, er is al een hechting uit. Heb je het gevoeld? Een touw? Ja een touw, heb je het gevoeld? Nee! Nee? Prachtig, nog maar een paar en je bent klaar.
Een voor een kwamen de hechtingen eruit en de wond zag er heel mooi uit. Iedereen die aanwezig was klapte voor Kofi Asare en feliciteerde hem met zijn moed en hoe mooi alles eruit zag. Kofi was dan ook erg tevreden met zichzelf, en terecht.
Kofi, hoeveel tenen heb je nog over, hier aan deze voet hier? Vijf. Nee, wat is er met je kleine teen gebeurd? Dr.Wegdam heeft hem weggehaald. Okay vijf tenen en eentje weg, wat heb je nog over? Vijf. Kofi lachtte luidruchtig en met lange uithalen. Als wij plezier hebben dan moet hij daar bij zijn, nee, de leiding nemen, hij is toch immers de erkende clown van onze gemeenschap! Heb je al je tenen nog? Nee, Dr. Harry Wegdam heeft er een afgeknipt. Okay, dus nu heb je een teen minder dan andere mensen. Hoe voelt dat? Goed! Geen problem? Nee. Kan je lopen? Ja!
‘Kan je lopen?’ wat een vraag! Kofi heeft al dagen rondgelopen. Na de operatie tien dagen geleden werd hij tot patient verklaard en mocht op een grote bamboe bank in ons huis liggen, in de voorkamer waar de TV staat. Wel je voet omhoog houden hoor, leg maar op een stoel. De TV stond dag en nacht zo luid aan dat we elkaar in de achterkamer bijna niet meer konden verstaan. Paradijs, maar Kofi ging zich al gauw een beetje vervelen in zijn paradijs en begon ongezien en voorzichtig rond te lopen. Kofi, niet lopen! Maar Kofi neemt niet zoveel serieus en liep alleen maar meer. Uiteindelijk vond ik hem op een ochtend terug op de beschutte werkplaats waar hij graag is maar waar hij met een rolstoel naartoe had moeten gaan. Nou ja, te laat, laat dan maar, dan is t wel goed zo!
Dus hij heeft al op zijn geopereerde voet gelopen alsof er niets aan de hand was; het enige verschil in zijn leven was dat hij in de voorkamer mocht slapen met ‘touwen’ in zijn voet, en dat hij niet voor Boadu hoefde te zorgen omdat hij ‘ziek’ was verklaard, iets wat trouwens nog veel meer voordelen heeft dan hier genoemd. Zo komen elke dag de kinderen en de verzorgers je opzoeken en bezorgd vragen hoe het met je gaat, en krijg je een fanta en een malt en koekjes en snoep. Kofi genoot van zijn ‘patient-zijn’ op koninklijke wijze!
Maar nu zijn de hechtingen eruit en er is een teentje weg en wat zullen we er nog meer over zeggen? Hij loopt beter zonder die kleine teen en heeft geen pijn. Hij neemt het goed op, het verlies van zijn teen, dus waarom hem eigenlijk niet genezen verklaren? Dan kan Kofi terug naar zijn eigen kamer en onder andere de zorg voor Boadu weer op zich nemen. Kofi, wil je terug naar je eigen huis? Nee! Oh, waarom niet? Zomaar, nee!

Ik denk dat Kofi een beetje opziet tegen het gezelschap van Boadu.
Ema, Ellen en ik hadden het er al eerder over gehad dat het mischien beter zou zijn dat een ander dan Kofi voor de depressieve Boadu zorgt. We dachten dat Ayuba mischien in plaats van Boadu bij Kofi kon slapen. Ayuba is groot, een grapjas, sterk en lief. Bovendien zijn het al vrienden, Ayuba en Kofi Asare, dus waarom niet. Maar Ayuba, zo zei een ander verzorger na die vergadering, Ayuba is moeilijk, nog te kinderlijk om vrijwel onafhankelijk met Kofi te wonen. Ayuba heeft meer leiding nodig. Dus we denken daar nog steeds over maar een oplossing is nog niet gevonden.
Toen kwam de operatie tussenbeide en is Kofi naar ons huis verhuisd om een beetje door de wol gehaald te worden. Nu zorgt Emanuel zelf voor Boadu en zie je in tien dagen al een verschil: Boadu laat weer wat oogcontact toe en soms het begin van een glimlach.
En dan nu terug naar af? Zonde. We wachten dan maar op een vergadering aanstaande maandag waar opnieuwaspirant verzorgsters worden geintervieuwed. Ellen is dan terug en Bob en Baffo zijn erbij. Meer hoofden, meer ideen.
Er komt vast en zeker een betere oplossing voor Asare, Boadu en Ayuba aan, maar de details zijn nog niet duidelijk.
Intussen:
‘Kofi, je bent nog drie dagen ziek, tot Maandag, hoe vind je dat?’
Kofi danst rond in de voorkamer tussen zijn rotanbed en de TV en slaagt vreugde kreten uit. En Bob en ik hebben nog 72 uur lang een luid en non stop ‘TV concert’ vanuit de voorkamer.
Big deal! Moet je eens kijken wat echte ouders allemaal niet te doorstaan hebben!

Geen zorgen om Mabel

8-8-06

Als iemand zich nog zorgen maakt om Mabel dan kan ik ze geruststellen. Mabel zit goed in haar vel, is sociaal en speels en heeft lol zoals een doodgewonee puber. Vooral in het zwembad maakt ze graag gekheid, met Emanuel of anders Piedu of Johnson. Ze flirt graag en geeft graag wat van haar eten aan haar vriendjes weg. Als je vraagt waar is je huis wijst ze naar het huis waar ze met haar niuewe moeder (verzorgster Veronica) woont. Geen droef gezicht laat staan depressie na de dood van haar moeder, gelukkig. Haar leven is opwindend. Het is grote vakantie dus ook Mabel is een van de uitverkorenen die in de beschutte werkplaats bij Ellen mogen meewerken. Op haar eerste dag vandaag kan ze al kralen op haar naald rijgen. Je wordt er wel scheel van, en giechelig!
Zie je dat gezicht? Geen zorgen om Mabel!


Beloftes

29-7-06

Dit is de derde keer dat Angel de hele nacht is weggebleven. De eerste keer was drie jaar geleden. Tegen alle hoop in is ze toen toch nog gevonden, s’middags de dag erna, met een enorme stalen val om haar poot kwam ze toch weer thuis. Het duurde twee weken voor ze weer de oude was en loopt er nog steeds een beetje mank van. Tweede keer was vorig jaar. Toen is ze de volgende ochtend aan de overkant van ons riviertje gevonden, weer met een lelijke roestige val om haar poot. Ze werd naar huis gedragen en heeft twee dagen op de bank gelegen voor ze weer wat leven toonde. Derde keer: gisterenavond acht uur. Waar is de hond? Nergens te vinden. We lieten de deuren zo wijd mogelijk open en sliepen slecht, elk uur wakker en kijken of Angel er was. Nee dus. Bob en ik erg van streek. Ik begin van weeromstuit te bidden, alstublieft God laat haar dit overleven. Dan: als ze dit overleeft God zal ik aardiger zijn voor de patienten in het ziekenhuis. Eeen glimlach voor iedereen. Ik zal zelfs zondag naar de kerk gaan. Nog hopelozer: en ik zal zingen! Alles wat U maar wilt zal ik doen, God. Ik wordt een beter mens. Stilte, duisternis, angst. Geen Angel. Ik zal iets speciaals doen, ik zal leren koken. Ik zal me bij het leger in israel aansluiten, de Hezbollah bevechten. Ik zal ophouden PaaYaw zo te verwennen. Maar alstublieft God zorg dat Angel terug komt!
Het is vijf in de morgen, Kwaku en Sala zijn aan het zoeken gegaan. Ik zit buiten. We zeggen dingen tegen elkaar zoals ze heeft het al twee keer overleefd dus deze keer loopt het ook wel goed af. We menen niet wat we zeggen en weten dat van elkaar. We hebben beiden doemscenario’s voor ogen. Dan is het half zeven en wat komt daar aan, een triomfantelijke stoet mensen die een vies hoopje hond dragen. Het is Angel!
Ah Angel! Dank jullie allebei, Sala en Kwaku, en God zei dank!
Ik droog Angel met een oude handdoek droog en leg haar in de beste stoel, ze valt meteen in slap. Deze keer heft ze nauwelijks wondjes van de val waar ze uit is gehaald.


Angel

Het is Zaterdag en ik ga ronde maken in het ziekenhuis en dus glimlachen naar alle patienten, makkelijk. Morgen naar de kerk, en zingen. Als PaaYaw kan zingen dan ik toch zeker ook... Ik ga een omelet koken, is dat genoeg?
Maar me aansluiten bij het Israelisch leger, zullen ze me trouwens aannemen? En als ze me aannemen moeten we dan naar Israel verhuizen? En als we naar Israel verhuizen moeten we het dan zonder onze kinderen doen? Kan helemaal niet. Help ik heb een theoloog nodig. Een advocaat. Een expert over geloften en hoe er onderuit te komen

Niet zo leuk.

24-7-06

Het is leuk om leuke verhalen over onze kinderen te vertellen maar soms zit je met dingen waarvan je denkt wat moeten we daar in Godsnaam mee aan. Ema kwam met twee problemen, achter elkaar, waarvan ik dan maar uit weersomstuit vraag ‘Wat denk je er zelf van’, en Ellen is er niet met haar goede ideen. Ema: ‘Allereerst Nana Yaw. Die loopt maar op en neer te hollen, kleren aan, kleren uit, in het zand woelen, wil niet eten, slaapt niet, loopt de hele nacht buiten. En dan Boadu, die valt de hele dag in slaap, die doet niets anders dan slapen, wat we ook doen.’
Nana Yaw en Boadu zijn allebei diep autistisch en lijden beiden aan epilepsy. Nana Yaw is onze eerst geborene. Als hij er in 1996 niet was geweest toen ik terugkwam uit Amerika was deze gemeenschap waarschijnlijk afgeknapt op alle nare dingen die er toen gebeurden, of liever gezegd goede dingen die niet gebeurden. Met hem moesten we wel doorgaan want zo’n kind stuur je niet zomaar terug naar het psychiatrisch ziekenhuis (vooral niet als je dat ziekenhuis van binnen hebt gezien!) Omdat Nana Yaw op die manier de gemeenschap van een voortijdig einde heeft behoedt, heeft hij bij mij altijd een ereplaats. Hij kwam Kerstmis 1992 als broodmager vijf- jarig joch dat we hadden gevonden tussen honderden psychotische mannen, allemaal mager, uitgedoofd en nauwelijks gekleed, in het psychiatrisch ziekenhuis in Accra, een ziekenhuis met 500 bedden en 2000 patienten. Hij kwam als eerste kind met Osei en mij mee naar de toen gloednieuwe Hand in Hand Community in Nkoranza. Uitgemergeld, wild en uiterst droef zat hii, naakt en met zijn uitgestrekte bord, in het zand. Alsmaar spieden, eten grijpen, nooit genoeg. Het enige woord dat hij sprak, en spreekt, is ‘emo’ wat rijst betekent. Selectief begaafd, namelijk in het opsporen van eten! Je kon een bordje eten voor een laatkomer bij wijze van spreken op zolder of in het kippehok verstoppen, Nana Yaw volgde je, of hij had een goeie neus, of beiden, en wist het eten waar dan ook te vinden en op te eten. Epilepsie, meerdere malen per dag ernstige aanvallen en vaak en lang bewusteloos op de grond tot ik de juiste medicatie vond. Hij heeft daar talloze littekens van over gehouden en heeft nog steeds, eens in de paar weken, een doorbraak aanval. Medicatie wil hij trouwens niet slikken, hij weet eten waarin medecijnen verstopt zitten haarfijn uit te sniffen en spuugt het dan met een krachtige boog uit. Karakter heeft hij wel, ja! Hij krijgt zijn medicatie nu anaal want injectties zijn hier niet te krijgen of onbetaalbaar. Dat geagiteerde gedrag waar Ema het over heeft vertoont hij vaak net voor een aanval. Nu echter al tijden geen epileptische aanval, wel al weken geagiteerd gedrag. Verder vertoont hij het dwangmatige gedrag dat veel autistische mensen laten zien, hij draait eindeloos pirouettes op zijn tenen en verder is hij uren bezig met het ‘rechtzetten’ van tafels, stoelen en andere voorwerpen. Angst bezweren op die manier. Als alles is rechtgezet toch weer van voren af aan beginnen. Ik ben geen voorstander van medicatie maar...op een dag moest er een muurtje in zijn kamer gemetseld worden en hij moet niks nieuws op zijn kamer! Bang dat hij de muur om zou duwen, een fluitje van een cent voor hem, heeft hij die dag medicatie gekregen, haldol, om hem rustig te houden. Het had een geweldig effect want hij sliep twee dagen lang, maar vlak voordat hij weer in zijn normale doen was was hij even al zijn dwangmatig gedrag kwijt en hij lachtte zelfs zowaar! Ahaa, dus het is waar voor Nana Yaw wat boeken zeggen over dwangmatig gedrag en haldol! Sindsdien (1999) krijgt hij die medicatie en lange tijd was hij een stuk kalmer en gelukkiger, werd zelfs bijna dik van tevredenheid. Nana, zijne koninklijke hoogheid de Chief, zo noemden we hem.
Nog krijgt hij al die medicijnen, voor epilepsie en voor dwangmatig gedrag, maar nu werkt het niet goed meer. Is hij eraan gewend? Is er nog wat anders, wil hij zo iets uitdrukken wat onplezierig voor hem is? Verveelt hij zich? Wat nu? Ja wat nu.
‘Ema, wat denk je zelf?’
Ema dacht meer medicatie. Ja okay, ik ga zoeken, vragen, consulteren.
Later komt Ellen erbij: zullen we niet eens proberen hem s’ochtends in de werkplaats te laten werken? Uiteindelijk is dat ook goed voor Cynthia en ze zijn zo van hetzelfde niveau. Goed idee, en waarom niet, proberen! Dat is nu ook besloten, zodra het grote vakantie is mag Nana Yaw naar de werkplaats, kettingen rijgen, zizo!

Dan Boadu, Boadu is net anderom. Hij is ook vijftien, zestien jaar oud, ook autistisch, ook zware epilepsie, spreekt ook precies een woord en verder... slaapt hij alsmaar.
Is dat overmedicatie? Maar als ik de medicatie verminder krijgt hij weer meer epileptische aanvallen. Haldol heeft hij al helemaal niet nodig en krijgt hij natuurlijk ook niet. We hebben al veel gepraat over Boadu en zijn slapen. Wat vindt hij leuk? Nou bitter weinig eigenlijk. Ema zegt dat Boadu graag naar zijn kamer komt en graag door Ema gewassen wordt; Ema is veilig voor hem. Is er iets anders dat niet veilig is? We hebben zijn slaapplaats al eens veranderd. Eerst sliep hij met Kofi Asare op een groot bed maar omdat hij soms in bed plast en Kofi dat niet altijd in dankbaarheid afneemt hebben ze nu twee bedden met eigen lakens en matrassen naast elkaar. Wel gezellig, geen overlast! Ook wordt er met hem gewandeld, gezongen en...gevoetbald. Aha, Ellen: ‘Is dat voetballen niet erg veel? Raakt hij daar niet helemaal uitgeput van. Vindt Boadu dat nog leuk dacht je, steeds maar als een ballenjongen achter die bal aanrennen?’
Ja, dat is wel zo! Boadu loopt soms met een hopeloos treurig gezicht achter zo’n bal aan zo van ‘ik vraag hier toch niet om?!’. Verminderen dus. Wat leuk voor hem moest zijn is nu een straf aan het worden. Dan liever in slaap vallen, zie je Boadu denken.

We gaan weer door. Boadu met leukere spelletjes en Nana Yaw op de werkplaats.
En ik ga de medicatie weer eens bespreken. Er is hier een bezoekster geweest die in de woongemeenschap Zevenhoeven werkt, een tehuis voor epileptische kinderen in Nederland. Daar kan ik nu met de neuroloog via email mijn problemen bespreken wat deze situaties betreft. (Trouwens, die lieve bezoekster, Ellen en haar vriend, hebben ook nog eens 1100 euro meegebracht van een ‘kleine aktie’ voor onze gemeenschap!)

“Oh vriendendienst, oh vriendedienst wat zijn uw gaven wonderschoon....”, het is wel geen kerstmis maar dat lied rolt er bij mij wel vaker zomaar spontaan uit.

Joke en haar nieuwe gezin

19 Juli 2006

Joke Wittekoek, Abena Joan voor haar vrienden hier in Ghana omdat ‘Joke’ in het engels op een gegeven moment geen grap meer is, is een van onze goodwill ambassadeurs in Nederland. Joke is bankier en Bob en ik ontmoetten haar voor het eerst in een kleine bank in Voorschoten, het stadje waar mijn ouders leefden. In 1999 stierf mijn vader en liet wat geld achter. Ik had nooit een indrukwekkend banksaldo gehad en het idee om een erfenis te krijgen was best fijn. Ik heb me nooit zorgen hoeven maken om geld maar toen het zo ineens kwam was het op het goede moment. ‘Dank je Pa voor de bescheiden manier waarop je leefde, dank voor het geld dat je kon achterlaten aan je kinderen.’
Wat doe je als je opeens ‘rijk’ bent? We besloten het aan de bank te vragen en zo kwamen we voor het eerst Joke tegen, aan de andere kant van de tafel in het kantoor van de Fortis. ‘Wat kan ik voor U doen?’ Joke vertelde het een en ander over aandelen en beleggingsfondsen in Nederland maar belangrijker dan dat we mochten elkaar gelijk en ze toonde veel belangstelling voor de toen kleine gemeenschap van kinderen in Ghana. Een paar maanden later belde ze op: ‘Vindt je het goed als ik jullie in Ghana kom opzoeken?’. Ja, natuurlijk, leuk, wanneer? Joke kwam naar Ghana en ze kwam niet zomaar maar, nee, echtwaar, met een kist zo groot als de ouderwetse dekenkist van mijn grootmoeder, vol met pakjes voor personeel en kinderen. Leuke dingen en weldoordachte verrassingen. Zo had ze een stapel handdoeken gekocht en op elk ervan de naam van een kind of verzorger laten borduren, ook nog in precies de juiste spelling wat niet makkelijk is met Ghanese namen. Die weken in Ghana waren feest. Sindsdien is ze vele malen hier geweest, helpt ook met fondsenwerven in Nederland en intervieuwt onze potentiele vrijwilligers.


Hier is ze, Joke Wittekoek.

Joke is aktief in haar kerk in Voorburg en vanuit die kerk had ze ook een ander kinderproject, in Bangladesh, leren kennen, het Dacca Home. Dit is een thuis waar straatkinderen een onderkomen vinden en naar school worden gestuurd of een vak leren.
Joke is gedreven door de geest van, laat ik eens een protestante term gebruiken, de geest van dienstbaarheid. Dat woord klopt wel bij Joke. Ik herinner me de eerste keer dat ze naar Bangladesh ging, een kijkje nemen in dat tehuis. Dat was drie jaar geleden. Joke kwam gegerepen door de situatie vol verhalen terug. Een klein meisje had haar constant en overal gevolgd, duidelijk eenzaam, en dat kleine meisje achterlaten toen ze terugging was nog het ergste en ook een soort symbool voor de hele situatie. Joke wilde meer met dat huis, maar wat. Een jaar later ging ze terug, minder eerste indrukken en dus meer ‘dienstbaarheid’. Keer op keer weer terug naar Bangladesh. Maar in Mei van dit jaar toen Joke weer naar Dacca ging was er iets radicaal veranderd in de situatie en Joke hoefde niet meer rond te voelen hoe ze kon helpen. Naar aanleiding van een problematische situatie werd de verantwoordelijkheid in Nederland voor het weeshuis namelijk opgeheven. Joke kwam net op tijd om te zien hoe al die veertig of meer kinderen weer de straat op konden. Besluiten verweg kunnen grote lokale gevolgen hebben. Joke zag de gevolgen, klemde haar kaken op elkaar en zei: ‘Dit huis gaat niet dicht tenzij over mijn lijk’!
Sindsdien een kort mailtje hier, een sporadische sms-je daar, een kort bezoek; Joke heeft het druk, ze heeft een familie van meer dan veertig kinderen geerfd en daar komt dus wel het een en ander voor kijken. Besluiten met enorme consequenties zijn genomen die haar leven en dat van veel kinderen blijvend zullen beinvloeden. Dankzij Joke blijft het tehuis nu open en dat betekent weer een toekomst voor de kinderen. Het betekent ook denken, praten, vergaderen, netwerken, stichting oprichten, website maken, fondsen werven, het project vanuit de verte sturen en relaties met de vorige stichting stroomlijnen!
In het kort Joke is nu hoofd van een familie van veertig kinderen en manager van het personeel van het tehuis. Sinds Juni, na haar terugkomst in Nederland, zijn er al wat crises situaties geweest maar het gaat goed. Joke heeft in een klap een mega-gezin!


Eti, ons kind in Bangladesh!

Wij, Bob en ik, hebben een van Joke’s kinderen geadopteerd, ze heet Eti. Nu hebben we een familie die over vier continenten is verspreid, Afrika, Europa, Amerika en Azie. (Zullen we nog een kangaroe in Australie adopteren en een pinguin in Antartica?)
Hoe dan ook, dit is Joke’s website, www.jwsupport.nl . Het is echtwaar de moeite waard om die eens te bezoeken.

Gefeliciteerd, Joke, met je gezinsuitbreiding!

Vrijwilligers, een nieuwe business?

14 Juli 2006

Stel je besluit eens een tijdje ‘iets anders’ te gaan doen en je laat je voorlichten over vrijwilligerswerk. Je ‘google’t naar vrijwilligers pagina’s op het inernet en je vindt daar nogal wat! Vrijwilligers pagina Nederland. Volunteersoverseas. Aid Ghana. Kidsworld. Honderden organisaties die om vrijwilligers vragen, duizenden mischien wel. Je ziet dat Ghana een leuk land is en dat daar ook andere Nederlandse vrijwilligers verblijven; ahaa, dan wordt het Ghana, belangrijk om soms met andere vrijwilligers ervaringen te kunnen uitwisselen. Veilig land ook.
Je hakt de knoop door en klikt op een organisatie die vrijwilligers in Ghana begeleidt, CID, daar klik je op. Het had ook een ander kunnen zijn, of honderd anderen, maar je klikt CID aan en vult een formulier in. Je bloed gaat sneller stromen, het proces is op gang, nu wordt het echt. Je krijgt een leuke mail terug van die organisatie, ja hoor er is plek en her en der kunnen vrijwilligers geplaatst worden in de periode die je beschikbaar hebt. Zo ongeveer ging de verdere mailwisseling tussen de vrijwillister en de vertegenwoordiger van CID:
-Zeg het maar, lesgeven aan straatkinderen, guinea-worm project, computers?-
Nou, intussen heb je besloten om met verstandelijk gehandicapte kinderen te gaan werken want dat ligt je. Je hebt een website gezien van een groep in Ghana waar verstandelijk gehandicapte kinderen samen met Ghanezen en een paar expatriates een woongemeenschap vormen. Beschutte werkplaats erbij, leuke dingen worden daar gemaakt, ziet er goed uit.
Je mailt terug naar die aardige Nederlandse dame van CID. -Ik wil met verstandelijk gehandicapten werken, de Hand in Hand Gemmeenschap in Nkoranza-
Oh, het blijkt dat Cid ook die groep vertegenwoordigt! Dat is geluk hebben. -Maar... we hebben nu echt vrijwilligers nodig die gaan lesgeven in Tamale, en...dus dat zou ik doen want daar ligt nu de behoefte-’
-Hmmm ja maar ik geloof dat ik echt beter werk lever met de gehandicapte kinderen in Nkoranza, dat zie ik echt zitten, daar pas ik beter bi-j.
-Oh. Maar die plek is vol. Is erg vol. Is voor de komende twee jaar al vol. Denk nog eens na-.
-Okay, dan kom ik naar Tamale-.

Echt gebeurd! Deze mevrouw ging naar Tamale en kwam na afloop van haar vrijwilligerswerk, op weg terug naar Nederland, toch nog even langs bij ons, de Hand in Hand Community. Jammer zeg, dat jullie volzaten. Ik had het zo leuk gevonden hier te kunnen werken. Volzaten, vraagt Ellen, hoezo?
De dame vertelde haar verhaal en hoe Cid dus ook ons ‘vertegenwoordigt’ en hoe haar gezegd werd dat we vol zitten, zelfs voor de komende twee jaar op geen plaats kunnen rekenen. Ellen komt naar mij, weet jij daar wat van? Nee, wat idioot! Wie is dat, wie zijn dat? Ellen schreef naar Abena Joan, Joke Wittekoek, die in Nederland onze vrijwilligers orienteert. Weet jij daar wat van? Nee, jasses! Ik geloof het gewoon niet! Toch geen vrijwilligers van elkaar afpikken! Is dit ook al, hier en daar, een business aan het worden?! Joke heeft een maand geleden deze mevrouw van de CID aangeschreven over deze kwestie. Geen reaktie!

Nou, blijkbaar wel dus.
We willen daarom iedereen die zin heeft korter of langer bij ons te komen helpen er op wijzen dat geen enkele andere organisatie ons vertegenwoordigt, en dat ze contact moeten opnemen met de coordinator van ons vrijwilligers-project: ellenseldenthuis@yahoo.co.uk.

Mabel is er!

5 Juli 2006

Gisteren kwam Mabel. Ze droeg haar rood geruitte schooljurkje en was klaar om, zoals gewoonlijk, naar ‘haar’ school te gaan. We wilden zoveel mogelijk haar dagelijkse aktiviteiten gewoon laten doorgaan zoals ze dat gewend was, ondanks het feit dat haar omstandigheden nu natuurlijk heel ongewoon waren. Mabel was als veertienjarige een weeskind geworden. Haar moeder, kokkin op de speciale school, was overleden, haar vader was al tijden geleden gestorven en er waren geen grootouders geen broers en geen zussen. Mabel was magerder geworden en zag er meer uit als een twaalfjarige in haar versleten geruitte uniformpje dan de 14 jaar die ze echt telt. Emanuel ging met Mabel rond om haar de andere kinderen en verzorgsters te laten zien maar de meeste kende ze al van de gezamenlijke school. Ze maaktte kennis met Veronica, haar nieuwe moeder, keek zonder enige belangstelling naar haar twee nieuwe broers Lazarus en Wumpini en liet haar bagage, emmer en tassen met kleding naast haar bed op de grond vallen en ging met een vaartje naar school, wat natuurlijk een bekende en veilige plek voor haar is.


Mabel in haar nieuwe thuis

Keek ze s’ochtends nog wat verloren en schichtig rond, s’middag was dat al heel anders en vonden we iets van de gezellige en luidruchtige Mabel terug! In het zwembad om 4 uur begon ze los te komen. Mabel zong een woord, Ema herhaalde het. Mabel zong harder, Ema herhaalde het harder. Op het laatste werd het een gegil van plezier. Mabel: bro-oood! Ema: bro-ooooodd!! Mabel: fufuuuu! Eman: fuufuu-fufuoh!! Mabel: koekje! Ema: koeeekoekoekjeeee! Hilariteit om niks, he gelukkig! Hier is Mabel de gekke vrolijke puber. Mabel heeft haar nieuwe thuis gevonden en de rest zal wel volgen.
Good old sweet Aline is vertrokken en vier nieuwe vrijwilligers zijn gekomen, twee physeotherapeuten en twee bewegings-techneuten. Samen blijven ze hier zes maanden om onze kinderen te helpen, onze verzorgers eenvoudige physeotherapie te leren en ook om een cursus te geven in het maken van toestellen (rolstoelen, krukken, etc) in de gehandicapten-werkplaats in het dorp. De eerste tien dagen zitten erop; ze gingen gepaard met kijken, brainstormen, plannen, zoeken naar juiste formules en vergaderingen. En een dosis onzekerheid en frustratie natuurlijk, dat hoort erbij. Wachten op mensen die niet komen opdagen voor een vergadering, miscommunicaties en dat soort dingen. Maar ik dacht dat ze nu op het keerpunt zijn waar de basis is gelegd en de uitvoering van de plannen kan beginnen. Onze verwachtingen zijn hoog gespannen en we zijn blij dat ze gekomen zijn om onze kinderen en anderen te helpen. Marije, Annemiek, Marylin en Jasper, welkom.
Tijd om je op PCC te vervelen is er niet. Morgen komt er hier een dame op bezoek die uitgebreid onze gemeenschap wil doorlichten met het plan om in noord Ghana, in Upper West, eenzelfde soort gemeenschap te stichten. Nou dat is nog eens goed nieuws!

Tot volgende week. Ineke.

Requiem voor Mabel’s moeder.

26 Juni 2006

Het was vorig weekend dat ik de moeder van Mabel in het ziekenhuis tegenkwam. Ze lag zwak en koortsig op haar kleine lakentje over de plastic matrasomtrek en keek naar me. Haar gezicht opende zich en haar ogen kwamen met al hun zachtheid even in die van mij liggen; ze was moe en ook een beetje angstig. ‘Weet U nog wie ik ben? De moeder van Mabel?’ Beetje aangeschoten, niet de stem die ik me herinner. Ook zoals ze eruit zag niet zoals ik mij dat herinner, stevig en sterk met haar stille gezicht. Nog stil maar niet meer zo stevig en sterk. ‘Kunt U zich mij herinneren? En Mabel? Herinnert U zich Mabel?’
Natuurlijk wel. Ik mag dan veel vergeten maar nooit de mensen waar ik van houdt en vanaf het moment dat ik Mabel zag heb ik van haar gehouden.
Het was 1997, het jaar dat de Shalom Special School een aanvang nam, dat ik Mabel voor het eerst ontmoette. Ze was een van de eerste leerlingen, vijf jaar oud, down’s syndroom, grappig koppig en charmant zoals mischien alleen een down syndroom kindje kan zijn.
Ik kan me herinneren dat we in die tijd twee vrouwen hebben aangenomen om voor de kinderen van de school te koken. Een van hen was de moeder van Mabel. ‘Waarom wilt U bij de Shalom Special school werken?’ ‘Omdat mijn dochter graag naar die school wil, om die reden. Dan kan ik bij haar in de buurt blijven en tegelijk iets verdienen voor de kost.’
Tot op de dag van vandaag werken deze twee kokinnen bij de Shalom school en zetten drie keer per dag eten voor de kinderen op tafel.
Het was altijd aandoenlijk om die twee, Mabel en haar moeder, samen te zien. Samen konden ze tot grote hilariteit van omstanders, en van hunzelf, hartstochtelijk dansen tot ze erbij neervielen, en Mabel’s moeder kon heerlijk verhalen vertellen waarbij Mabel zich dan lekker tegen haar moeder aanvlijdde om geknuffeld te worden. Magisch, die twee samen. Omdat de school een kostschool is waren moeder en dochter dan ook letterlijk dag en nacht bij elkaar en aten en sliepen ook samen. Als het vakantie was zei je wel eens: wat is het stil, waar is Mabel? O ja natuurlijk, vakantie. En je miste haar een beetje…
Nu is Mabel veertien en een zachtmoedig maar stevig dametje, bijna net als de moeder. En de moeder is nu ernstig ziek.
Vier keer ben ik dat weekend aan haar bed geweest. Haar conditie was ernstig. Waar we ook een infuus aanlegden, onveranderlijk onstook de plek en uiteindelijk zijn we overgegaan op capsules en tabletten in plaats van intraveneuze medicatie.
Omdat ik in het ziekenhuis alleen weekend diensten draai had ik maandag weer andere dingen aan mijn hoofd en ben haar vergeten, dat wil zeggen mezelf beloofd in de loop van de week te gaan kijken en dat is dus niet gebeurd. Afgelopen Zaterdag begon mijn dienst weer. Ik zag haar niet in het ziekenhuis en nam aan dat ze weer beter was tot gisteren de andere kokkin van de school op me afkwam. Ze riep al vanuit de verte: ‘Wat doen we nu met Mabel? Hoe moet dat nu?”
Wat? Niet gehoord? Mabel’s moeder is overleden, donderdagavond. Mabel huilt dag en nacht en is ontroostbaar, eet ook niet meer. Wij allemaal, we zijn ontroostbaar. Hoe moet dat nu verder met Mabel? Ach hemel, nee, wist ik niet, wat erg! Een man? Nee, dood, allang geleden. Moeder? Familie? Broers en zussen? Niemand. Dokter, laat Mabel alsjeblieft op PCC wonen. O ja, ja natuurlijk. We zullen het bespreken. Ik ging naar huis. Probeerde me haar gezicht voor de geest te halen, wat er gebeurde tijdens ons laatste bij elkaar zijn. Alleen maar oppervlakkingheden, maar toch, we hadden wel contact gehad. Aan collega’s gevraagd wat er gebeurd was, medisch gezien, maar vooral de gedachte hoe een leven als een veertje is, licht, en zo weer weggedwaald. Hoe mooi maar ook hoe vreselijk kort en hard het kan zijn, vooral voor de armen onder ons.
Ik denk wel dat Mabel bij ons op de Hand in Hand Community komt wonen, vanmorgen onder het ontbijt heb ik het er even met Ellen en Bob over gehad. Het zal fijn zijn als ze komt, ze is een schat, maar wat een deernis voor dat kind en komt Mabel ooit nog over haar verdriet heen? Die twee zijn veertien jaar, dag en nacht, elke dag, elke nacht, samen geweest. Voor mij een ikoon van liefde en toch, toch weet ik nog niet eens haar moeder’s naam. Zo moeten er velen zijn, heldhaftig en naamloos.

Buiklanding.

16-6-06

Al was het bijna met een buiklanding vanwege het vele gekwakkel, we zijn weer thuis in Nkoranza. Vorige week zondag gingen we met koffers en al onze -uniek voor Ghana- zwapperende saloondeuren weer binnen. Onze deur in Nkoranza lijkt op de saloon deurtjes in oude cowboyfilms. (Vanwege Nana Yaw die binnen woont en s'nachts niet opgesloten wil zitten moeten de deuren open blijven. Vanwege de geiten die s'avonds buiten op de stoep staan te wachten om lekker in onze voorkamer te overnachten moet het niet te makkelijk zijn om de deur van buiten af open te duwen. Vanwege de honden die er uit of in willen mag het ook weer niet te stroef gaan.) Gelukt. Multipurpose open deuren die geit-proof zijn! We waren die open deuren ontvlucht om eens lekker weg te zijn, onbereikbaar voor de dagelijkse Hand in Hand problemen. Nu echter weer heel erg blij met ons eigen huis. Met dank aan de heer Tiggelmans die ons elk jaar zo'n uitzonderlijk mooi appartementje pal aan de Scheveningse zee verhuurd. En met dank aan Israel en nou ja, vrienden en familie natuurlijk maar we zijn echt blij weer thuis te zijn.


Thuis!

En wie zit er gezellig voor onze deur? Moses. Moses met de twinkelende ogen! Vlak na thuiskomst kreeg ik per email details van Moses' levensverhaal te horen.


Moses!

Iets wat ons niet vaak gebeurd, jammer genoeg. Onze kinderen zijn ergens gevonden, ergens naar een weeshuis gebracht en vandaar, als ze geluk hebben, naar ons toe. Meest kent men de details niet. Moeder, familie, waar en wanneer ze geboren zijn, waar achtergelaten en gevonden, waarom... Maar nu lag er een emailtje op me te wachten wat toch wel heel bizonder was. Van een Marjolein Baltussen die als fysiotherapeute in een project voor gehandicapte kinderen gelieerd met het noordelijke ziekenhuis in Bawku werkt. Zij schrijft dit:

"...ja, dat was in January 2004, een politie man zag wat bewegen in een zwarte
plastic zak en zag tot zn schrik dat het een kind was, heeft het naar het
ziekenhuis gebracht, als je de eerste fotos van hem ziet, niet groter dan mn
hand, niemand gaf hem enige overlevingskans. toch gelukt. Mijn zusje was op
bezoek en tijdens een bezoek aan de maternity ward leerde ik hem dus
eigenlijk per toeval kennen. Men heeft nog aan adoptie gedacht maar toen gingen er verhalen dat de moeder er notie van had gekregen dat haar kind het overleefd had en probeerde alles toch te volgen . Hij is het eerste jaar eigenlijk in het ziekenhuis opgegroeid , na ons verlof in Nl in 2005 hoorde we dat hij naar Tamale orphanage was gebracht.
Hij heeft nog steeds een heel speciale plaats in mn hart.
Hoop zo dat het goed met hem gaat, laat het aub weten als ik iets kan doen!
Liefs, Marjolein"


From: "Ineke Bosman and Bob Maram 2" <inekebosman@gmail.com>
To: "Marjolein Baltussen" <marjoleinbaltussen@hotmail.com>
Subject: Re: Bawku Orthopaedic and Physiotherapy project
Date: Sat, 10 Jun 2006 02:50:17 -0600
Is Moses bij Bawku ziekenhuis gevonden? Wanneer? Laat eens horen? Ineke

---- Original Message ----- From: "Marjolein Baltussen"
><marjoleinbaltussen@hotmail.com>
To: <inekebosman@gmail.com>
Sent: Wednesday, June 07, 2006 12:32 PM
Hallo Ineke,
Moses ken ik goed; die is hier bij het ziekenhuis in een zwart
plasticzakje door een politieman gevonden , prematuur, zo klein,
onvoorstelbaar dat hij het heeft overleeft. Wij hebben hem de eerst
maanden onder onze hoede genomen.
Veel groeten en succes
Marjolein Baltussen


Physiotherapist i/c and Project coordinator
Bawku Presbyterian Hospital
Orthopaedic and Physiotherapy project
PO BOX 278
Bawku, UER
Ghana

Nou, wie heeft er nu echt een buiklanding gemaakt? Onze Moosje, toch! Met een onbeschrijflijke noodlanding op de wereld gezet. Je zou denken: gecrashed. Maar welnee, dit jochie bruist juist van leven! Je kijkt dan nog eens naar dat kereltje, (dat we trouwens op drie jaar hadden geschat, hoger dan zijn eigenlijke leeftijd) en je begint te denken. Nog meer verwonderd te raken. Zo groot als een hand? In zo'n zwart plastic zakje wat je hier overal als zwerfvuil ziet? Waar ze op de werkplaats recyclede tassen van weven? Heeft Moses in zo'n zakje gezeten en heeft hij dat kunnen overleven?!
Nee ik weet hier niets op te zeggen behalve dank-u-God-voor-leven. Dadelijk toch weer even door de zwiepdeuren naar buiten om Moses nog eens te bekijken, de jongen die met een grote grijnzende knipoog onze kennis van de ontwikkelings-psychologie met zevenmijlslaarzen overschijdt. Ja zelfs het hele onderwerp met een neusduik naar beneden stuurt; op zijn best een buiklanding tegemoet.


Moses dansend tijdens de zaterdagse disco

Vriendendiensten en Kippevel.

7 mei 2006

Er zijn er zoveel, mensen die ons kinderproject in Ghana vriendendiensten bewijzen. Soms is het familie of familie van familie, soms vrienden maar heel vaak ook worden we geholpen door volslagen onbekenden.
Vanmorgen stond ik, hier in Scheveningen waar we nog even een onderkomen hebben voor we deze week terug gaan naar Ghana (he he!), in de lift met een mevrouw met een labrador. Ik sprak de mevrouw aan over haar hond die zo prachtig glom en duidelijk niet zat te wachten op een praatje van mij. Hij wilde naar buiten het strand op! Mooi beest, hoe oud? Wij wonen in Ghana hebben daar ook een labrador, 4 jaar oud. Niet te warm in Ghana voor labradors? Nee, nou ja, ze weet waar koelte te zoeken, in het riviertje achter ons landje en in het zwembad... Ah! Twee vrouwen die trots zijn op hun honden.

Mijn zoon woont ook in Afrika, heeft net ook een hond aangeschaft, herder, gezelschap maar ook voor de veiligheid. Mijn zoon en zijn vrouw zijn zo maar op een dag opgestapt, weg naar Afrika. Goede baan opgezegd, huis verkocht, iets zinnigs doen, zeiden ze. Nu hebben ze een weeshuis in Kenya. Oh ja? En wat toevallig. Wij hebben een weeshuis in Ghana, voor verstandelijk gehandicapten. Vandaar die labradors, die onvoorwaardelijk leuk zijn met de kinderen. Nee toch! Jawel! Etc etc. De mevrouw merkte op hoe deze generatie, net als de generatie van de zestigers, weer ongekend idealistisch is en zich ook weer van alle kanten in het vrijwilligerswerk stort. Hun zoon dus ook, in feite alle drie hun kinderen. Allemaal weg, hun idealen achterna. Gefeliciteerd, dat is fantastisch, dan heeft U vast gelukkige kinderen, zeg ik. Jawel, maar ik maak me wel vaak ongerust. Hun toekomst, verzekeringen, enzovoorts. Tuurlijk.

We moesten lachen want terwijl de mevrouw en ik zo praatten kregen we gelijktijdig kippevel. Het kippevel van de verwondering. We keken naar elkaars onderarm, de haartjes overeind. U moest eens zien hoeveel vrijwilligers zich bij ons aanmelden, zo maar, voor lang, voor kort of voor altijd. Ze betalen alles zelf, zeggen partners en banen goededag, komen gewoon...op naar Ghana!

Toen vond de labrador het wel mooi genoeg worden en met een beleefd geluidje rukte hij de mevrouw weg uit ons geprek en richting zee. (Nee, de hond rukte niet! Het was een subtiele hint). Nou, aangenaam zo een beetje kennis met U gemaakt te hebben.

Ik stond nog even het tweetal na te kijken, deed mijn boodschappen en praatte er later met Bob over. Zoals zo vaak natuurlijk. Het kippevel van de verwondering. Hoe komt dat, dat al die mensen ons komen helpen. Hoe is dat zo begonnen? Hoe gaat dat zo door?
Wat Daan allemaal niet gedaan heeft, Wil Huisman

Onze oudste vrijwilliger, Wil Huisman, 84 jaar! Doet onze financiele administratie bij de Bresillac Stichting in Nederland

Joke, Nieske, Susanne en Rudi, de Lambertsen

Nieske doet de financiele administratie voor de hand in hand stichting in nederland die opgericht is om de producten van de beschutte werkplaats te verkopen.


Douwe en zijn familie

Douwe en Petra met kinderen.
Dagelijks houdt Douwe met hulp van zijn zoon Nick onze website bij.

Ellen en Rien Matthijssen

Ellen en Rien, die 6000 Euro voor Abena hebben verzameld. Een bedrag dat Philip Morris nog eens heeft verdubbeld.

Aal die vrijwilligers bij ons, velen, velen, velen. Ellen! De grote kapitale letter E voor Ellen. Haar familie en vrienden. De wevers! Velen die tijd en moeite aan ons project geven in de vorm van hand en span diensten, fondsen werven, fondsen beheren, de stichting in Nederland oprichten en bijhouden, pakjes vervoeren, vrijwilligers intervieuwen en voorlichten, en... natuurlijk door een kind te sponsoren of zomaar geld te geven. Zonder deze mensen zou het hele project al jaren geleden in elkaar zijn gestort.

Het huisje waar onze vele vrijwilligers bivakkeren.

Nu, vandaag, en dat is lang niet altijd zo geweest, ben ik minder bang dan ooit dat ons kinderproject alsnog in elkaar zal storten en dat onze kinderen weer bij 'af' kunnen beginnen. Dat zou trouwens te afschuwelijk zijn. Maar wat er over de jaren gebeurd is is al te wonderbaarlijk. Het versterkt het vertrouwen dat ook in de toekomst, als wij er niet meer zijn, de kinderen een goed leven zullen hebben in de Hand in Hand Gemeenschap.
Geeft kippevel, toch!

Jerusalem

28 Mei

Vaak wordt de Hand in Hand Gemeenschap wel het 'Beloofde Land' genoemd. Bezoekers staan soms versteld van de schoonheid en sereenheid van ons landje in Ghana. Ik zelf ook. Elke keer weer als ik thuis kom ervaar ik dat gevoel van rust en vrede dat het land lijkt uit te stralen. Over twee weken zijn Bob en ik weer terug in Ghana, maar nu zijn we toch zomaar even in het Beloofde Land terecht gekomen, het echte!. Ik schrijf vanuit Israel.


Ons eigen beloofde land!

Hier in Tel Aviv waar we verblijven ervaar je overigens niet zoveel van die speciale sereniteit van het beloofde land. Een drukke, bruisende stad met mooie stranden en lekker weer. Niks meer en niks minder. Afgezien dan van de vele muzikale bekendheden die hier in de concertzaal van Tel Aviv graag optreden. Maar gisteren zijn we echt op heilig terrein geweest. We hebben de eeuwige stad Jerusalem bezocht.
We begonnen de dag op de Olijfberg, vanwaar we een pracht zicht op het oude stadsdeel binnen de muur hadden.


Gezicht op Jerusalem vanaf de Olijfberg.

Overigens namen we op dezelfde manier weer afscheid van de stad: weer met een schitterend uitzicht vanaf een promenade aan een andere zijde van Jerusalem. Zo mooi zoals Jerusalem op de kale witte heuvels ligt, huizen, wat cypressen en verder gebouwen en kerken, kerken, kerken... Vanaf de Olijfberg zagen we de ruines van de Joodse tempel, de tempel die twee keer verwoest is. De overlevering zegt dat dat de plek is waar Abraham door God getest werd door aan hem te vragen zijn zoon Izaak op te offeren, tot God zag dat het menens werd en hij een engel stuurde om het offer af te lassen. De Joden wachten op de komst van hun Messias en dan zal op die plek de tempel weer herrijzen. Verbazendwekkend genoeg is dat ook precies de plaats waarvan de Moslims aannemen dat Mohammed ten hemel is gerezen. Vandaar dat juist daar, binnen de ruines van de oude synagogue-muren, de Moslims een enorme moskee met gouden koepel hebben neergezet. Problematisch.
Verder zie je vanaf de olijfberg een groot stuk van de oude muur rondom Jerusalem, met zijn vele kleine poorten.
Na te voet het ommuurde deel van Jerusalem binnen te zijn gegaan kwamen we meteen in een beeldschoon steenoud gebouwtje terecht. Hier zegt men dat het graf van Koning David ligt. Mannen en vrouwen werden ieder apart in twee rijen geleid en we zien een tombe met paars fluwelen kleed eroverheen. Een paar vrouwen om me heen raken het kleed in vervoering aan, anderen maken foto's. Een man heft met diepe stem een hebreeuws gezang aan ter ere van Koning David. Mooi. Dan uren lopen kris kras door de oude stad, het Joodse kwartier, het Christelijke kwartier, het Arabische kwartier, alles binnen de oeroude muren. Overal geuren. Arabische koffie, muskus, motteballen, kruiden, gegrild vlees. Mensen, mensen en nog eens mensen. Veel religieuzen, veel orthodoxe Joden met hun mooie kindertjes, veel handelaren en een paar bedelaars en verder touristen, toeristen en touristen. Zon boven ons hoofd en onder onze voeten de oeroude versleten marmeren stenen die de weggetjes vormen. Mischien was dat nog wel het meest indrukwekkend, die smalle geplavuisde straten met hun oude ingesleten stenen die glommen van vierduizend jaar lang schuifelende voeten. Ze kunnen er nog eeuwen en eeuwen zo bij liggen, mischien iets glanzender, mischien de weg iets meer gezonken. Eeuwig!
We kwamen bij de klaagmuur aan. Weer waren de mannen en de vrouwen gescheiden. Ik ging aan de vrouwenkant naar binnen. Een hoog hek met matten zorgde ervoor dat je de mannen niet kon zien. Overal stonden stoelen, langs de afscheiding en voor de muur, om te rusten, te bidden of zo maar even te pijnzen. Terwijl ik daar aankwam gebeurde er iets aan de kant van het hek. Veel vrouwen klommen op de stoelen om te kijken wat er aan de hand was. Ik dus ook. Een oude man liep voorop in een rij en blies op een hoorn. (Het hoorblazen doet aan de Ghaneze cultuur denken trouwens). Achter hem aan slingerde een lange rij mannen langs de klaagmuur, net zoals de hoornblazer ook met zwarte hoeden en jassen. In het midden liep een rabbi met vreemde kleurige dikke kleding, hij droeg de rollen van de Torah. Uit de oudheid, plechtig, zielsroerend. Sommige vrouwen bleven staan op de stoelen en maakten foto's of groetten hun mannen aan de andere kant of maakten zomaar een gezellig kletsplaatsje met iemand aan de andere zijde. Dat is joods, het gewone en wereldse zo goed met het gewijde kunnen mengen.
Bob schoof zijn papiertje met gebed in de klaagmuur zonder dat ik hem kon zien en ik klom weer van de stoel af om me op 'mijn eigen' omgeving te richten en de sfeer in te ademen. Hoe verder naar rechts van het middenhek af hoe intenser religieus de beleving leek te zijn. Aan het verre einde van de muur waren orthodox-joodse vrouwen bijna in de muur ingebouwd , en ze leken wel voor eeuwig daar te bidden. In het midden stonden en liepen de andere mensen die aan de muur iets wilden toevertrouwen en rechts, dicht bij de afscheiding, stonden de 'meest wereldse vrouwen' met hun camera's, kletsverhalen en jammerende kinderen. Na hun gebeden kwamen de vrouwen achteruitlopend en naar de muur kijkend terug naar de uitgang en ik deed hetzelfde. We kwamen weer samen met onze groep en liepen naar dat deel van Jerusalem waar de 'Via Dolorosa' gelegen is. Dit is de route van de lijdensweg die Jesus te voet heeft moeten afleggen met het kruis op zijn rug. Langs deze weg heeft hij stap voor stap zo veel gezwoegd en geleden en is zo vaak onder het kruis gevallen voor hij de top van de berg van Calvari bereikte om gekruisigd te worden. Heel stijle nauwe straat, dezelfde uitgesleten stenen. We zagen de kruiswegstaties aangegeven aan de muur. We zagen ook weer heel veel mensen

die van alles langs deze straat verkochten, jurken, lange gewaden, ondergoed, adidas-schoenen, souvenirs, crucifixen, van alles. Soms moest de gids even een jurk verhangen om op de muur de naam van de kruiswegstatie aan de groep te laten zien, zo druk waren de muren behangen met handelswaar. Ik zag een unisex kapper vlak bij de statie waar Jesus gestorven was, en pal ernaast een internetcafe.
Bob zei: doet je dat niet denken aan Ghana denken? De 'Alleen met Jesus' hulp Haarsalon' en al die mooie Jesus en Jehova texten bij onze kleine ondernemers in Ghana...Ook hier halen ze Jesus in het kleine dagelijkse leven erbij als een opkikker voor de handel. Jesus de goddelijke advertentieman!
Mischien dat er mensen zijn die even hun haar willen laten doen voor ze de plek bezoeken waar Jesus gedood werd. Of snel nog even mailen dat ze nu toch echt vlak bij Jesus zijn!
De laatste paar staties van de kruisweg liggen binnen in een kerk, de Kerk van het Heilige Graf. Hier is het donker en koel, zo weg van de middagzon. Natuurlijk was ook deze kerk afgeladen met mensen. Ik ging de twaalfde statie bekijken waar Jesus op het kruis sterft. Ondanks de luidruchtige drukte was ik geroerd. Ergens stond een houten bak met kaarsen en ik stak er een aan voor onze kinderen in Ghana.
Toen werden we naar de plaats geleid waar Maria en de vrouwen Jesus van het kruis haalden en in het graf legden. De archeologen denken dat Jesus' oorspronkelijke graf daar op die plaats moet zijn geweest hoewel waarschijnlijk zelfs Jesus zelf het nu moeilijk zal vinden om die plek nog terug te vinden, vanwege alle lagen bombast die eromheen gegroeid zijn. Kerkgebouwen, marmeren vloeren en beschilderde plafonds, beelden en schilderijen, kaarsen en kandelaars, banken en stoepen en gewelven...om niet te spreken van de menigte mensen met hun reisgidsen en fototoestellen! De ruimte van het graf is erg klein, er kunnen maar vier of vijf mensen tegelijk in. Ik mocht naar binnen met een Armeense familie die hartstochtelijk bad en lamenteerde. Ook ik knielde en raakte de steen van het graf aan. Het troostte. Ook ik huilde een beetje. Er stond een monnik bij de grafkelder om er op te letten dat we onze minuuut niet 'overhuilden' want er stond een nog eeuwig lange rij wachtenden...
Dan is het tijd om de heilige stad te verlaten. Een glas wijn een kop espresso en weer zo'n schitterend uitzicht over Jerusalem. Het was alles veel te veel voor een dag. Te veel diepte, te veel geschiedenis, te veel schoonheid.
En dan nog, en dat is beter te voelen als we weer weg zijn van de heilige plaatsen, dan is er nog een zekere spanning die je voelt, onder de huid. De vele soldaten, de overdaad aan Israelische vlaggen, het doorzoeken van onze tassen her en der, korte vorsende blikken gevolgd door een beleefde glimlach, de zwartgeblakerde uitgebrandde skeletten van huizen die zijn blijven staan na een zelfmoord aanslag.
Het was heel moeilijk, letterlijk, om het holocaust museum te doorgaan. Veel mensen zaten verloren te kijken, te huilen. De afschuw! 'Vergeet niets van wat er gebeurd is' staat op de muur van het museum.
Hier in dit land heb ik een geheel nieuwe bewondering gekregen voor de mensen van Israel en een nieuw begrip van wat dit volk allemaal niet door heeft moeten maken en door maakt. Het moeten verduren van eeuwen van christelijk anti-semitisme. Het door de hel moeten gaan (en bijna nooit terugkeren) gedurende het nazidom van Hitler. Nu het moeten omgaan met het anti semitisme van veel arabische landen, Iran dat Israel wil verwoesten, de Palestijnen die een moordenaarsgroep als de Hamas hebben gekozen om hun te regeren. Het ergste van alles: de onwetendheid en onverschilligheid van te veel mensen. Ik ben onder de indruk van je, Israel, en we hopen nog eens terug te komen, naar ons tweede beloofde land na Ghana.

 

Francis

19 mei 2006

Het was op 10 mei, laat in de middag, dat Alidya alleen uit het ziekenhuis terugkeerde. Tegen etenstijd is iedereen op een of andere wijze druk met de voorbereidingen voor de maaltijd en de stille Alidya werd dan ook nauwelijks opgemerkt. Het duurde even voor ze aan een andere verzorgster vertelde dat Francis zojuist was overleden. Langzaam ging het woord rond en opeens hielden de geluiden uit de keuken op en maakten plaats voor een gespannen stilte. Ik zag Emanuel's lichaamshouding op 'aktie' springen en merkte dat de gezichtsuitdrukking van alle mannelijke leden van de gemeenschap inclusief de oudere jongens veranderd was in een bijna grimmige besluitvaardigheid. Voor de regen komt, snel, we moeten hem begraven. Het was waar. Als je naar de lucht keek zag je de wilde paarszwarte wolken samenstuwen en opbouwen voor een echt tropische regenstorm. Osei kwam erbij en regelde vlug een auto, spades en een pikassen en twee van onze sterkste mannen. Emanuel nam het gewichtloze bundeltje lappen waar het lijfje van Francis in gewikkeld was over en liet het voor de laatste maal bijna haastig zien aan eenieder zien die daar wat rommelig en ongemakkelijk bij elkaar stond. Francis's ernstige gezichtje zag eruit alsof hij in diepe slaap was. Trouwens ik heb veel doden gezien, inclusief kinderen. Nooit gaven ze me de indruk dat ze sliepen maar Francis dus wel.
Niemand sprak. Handen werden geschud. Alidya huilde zachtjes terwijl de eerste regendruppels begonnen te vallen. Francis werd in een doos gelegd en er weer uitgehaald. Blijkbaar wil de traditie dat het kinderlijfje zo begraven wordt dat het op de snelste wijze weer een wordt met de aarde.
Geen gebed geen vertoon van verdriet geen afscheid, Francis wordt bij ons weggenomen en door de mannen snel in de auto weggereden naar het kerkhof. Voor dat de regen met stralen en emmersvol uit de lucht begint te vallen is Francis thuis en ook de mannen zijn weer terug.
Dat was het, Francis. Dank je voor je gezelschap. Zacht en breekbaar en vol van ziel.
Dank je wel, mannen van ons, want jullie weten wanneer het tijd is om te gaan en je kunt dan zo, ik zeg het weer, bijna grimmig vastbesloten handelen. Fijn is dat.
Dank je, grootse vrouwen van ons, dank voor je aardse wijsheid en je deemoed in het gezicht van leven en dood. (deemoed, bestaat dat woord nog?)
De volgende dag was er een heel kleine viering, zo klein als Francis zelf. Robert sprak een gebed uit, Charity zong een lied, en Emanuel vertelde over Francis zoals hij van November tot Mei bij ons was geweest. Hij benoemde het ene hoogtepunt dat iedereen navertelt namelijk hoe Francis de rol van Jesus mocht spelen tijdens het kerstspel. Hoe heerlijk hij in die rol gevierd werd. Hoe hij alsmaar weer omhoog werd gegooid, hoog de lucht in en opgevangen in de sterke armen van de verzorgers. Keer op keer en steeds maar weer en steeds maar hoger en uitgelatener. Hosannah, hosannah! Alle anderen zongen en dansten voor hem, achter hem, rondom hem heen.
Was hij mischien te hoog de lucht in gegooid? Hebben de engelen hem gezien, hem mischien toen gewild?
Of was Francis in feite zelf een engel en heeft hij zo zijn ware natuur ontdekt?
Dag lieve Francis. Je herinnering is mooi, we zullen die blijven eren. Je grote zus Philomena vraagt naar jou, weet niet waar je bent gebleven. We zullen haar het verhaal vertellen van hoe je je bij de engelen hebt gevoegd. Zweef kindje zweef.


Vlieg, Francis, vlieg...

Archief Ineke's colum 18 juni 2005 tot 10 mei 2006